Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

« Vorige berichten

ETUDES – DEBUSSY • BARTOK • PROKOFIEV

Monday, August 1st, 2016

13009_1ETUDES
DEBUSSY • BARTOK • PROKOFIEV
Garrick Ohlsson
Hyperion CDA 68080 DDD 66’38

Waardering: 8

Hyperion komt hier met een uiterst boeiend programma uit een fascinerende tijd: de Etudes van drie grootmeesters voor het klavier. Blij ben ik met de Etudes op. 2 van Prokofiev. Reeds in zijn prilste werken is al te horen dat hij gruwelde van imitatie en alles wat niet oorspronkelijk was. Zo ook zijn rebelse Etudes uit 1909. Het zijn – voor die tijd zeker – provocerende stukken en veeleisend voor de uitvoerende bovendien. Maar Ohlsson slaat zich ogenschijnlijk moeiteloos door de lastige materie heen. Evenzo ben ik blij met de weinig uitgevoerde en opgenomen Etudes op. 18 van Bela Bartok uit 1918. Deze stukken laten duidelijk Bartoks verwijdering van Debussy horen en gaat al wat meer richting atonaliteit. Ohlsson laat ons horen dat deze Etudes zich moeiteloos kunnen meten met die van Debussy, op het gebied van virtuositeit. Voor wat betreft de Etudes van Debussy, is het moeilijk kiezen tussen Ohlsson en Goerner op Zig Zag Territoires. Goerners gaf een uitgekiende selectie van de Etudes en zijn spel is enorm verfijnd. Ohlsson daarentegen is bont en krachtig. Doorslaggevend zou kunnen zijn dat deze Hyperion cd een breder programma biedt, dan de genoemde Zig Zag. Hoe dan ook, dit is een kostelijke cd en sympathiek klinkend bovendien.

Emile Stoffels
Luister Magazine

FAGERLUND – Violin Concerto – Darkness in Light • Ignite for orchestra

Thursday, May 5th, 2016

Fagerlund BIS LintuFAGERLUND
Violin Concerto – Darkness in Light • Ignite for orchestra
Pekka Kuusisto, Finnish Radio Symphony Orchestra, Hannu Lintu
BIS SACD BIS2093 DDD 56’56

Uitvoering **** | Opname *****

Hannu Lintu gaf samen met Angela Hewitt ook al een geweldige versie van Schumanns pianoconcert op Hyperion. Deze werken van de in 1972 geboren Fin Sebastian Fagerlund, zijn uiteraard een volslagen ander idioom. Fagerlunds stijl wordt omschreven als magisch realisme. Maar hoe men het ook wil noemen, zijn aan Pekka Kuusisto opgedragen vioolconcert uit 2012, is in alle opzichten verpletterend. De luisteraard wordt ondergedompeld in een waar kleurenspel, met zeer oorspronkelijke stijltechnieken. Met name voor de soloviool. Ook de bijtitel is interessant: “Darkness in Light”. Het verwijst naar een citaat uit Haruki Murakami’s novelle, Firefly: “De dood is niet het tegenovergestelde van leven, maar is er een onderdeel van.” Duisternis en licht: het een, kan niet zonder het andere bestaan. Niettemin ervoer ik de klanksculpturen die Fagerlund schildert, alsof de duisternis het licht binnendringt en niet andersom: de duisternis die onze wereld binnendringt en vervolgens baan breekt. Fascinerend klinkt het aanstormend geweld in de opening en vooral ook in het langzame deel, waar op een bepaald moment, een ware geluidsmuur ontstaat. De opname is al net zo verpletterend. De SACD layer, biedt nog een fractie meer losheid en is vrij van dynamische beperkingen. Vier sterren voor de uitvoering, omdat het de eerste opname van deze werken is. Niettemin, een absoluut overweldigende ervaring deze muziek.

Emile Stoffels
Luister Magazine

MESSIAEN – Turangalîla Symphonie

Saturday, December 22nd, 2012

MESSIAEN
Turangalîla-Symphonie
Bergen Philharmonic Orchestra • Juanjo Mena • Steven Osborne (piano) • Cynthia Millar (ondes martenot)
Hyperion CDA 67816 DDD 77′

Uitvoering/opname ****/****

Dit uiterst exotische werk blijft een inspanning zeker ook voor de luisteraar en een hele zit: ruim vijf kwartier. Een ware uitdaging vormt ook het vinden en volgen van de structuur, die er wel degelijk is. Ik geloof ook dat dit soort werken de grootste kracht haalt uit een live uitvoering, waarin de luisteraar omringd wordt in een bad vol exotische klanken. Messiaen was gefascineerd door volksmuziek, Hinduritmen en uitheemse instrumenten. Maar ook door de ritmiek van de oude Grieken en Indiase muziek. Koussewitzky – van wie de opdracht kwam – beschouwde dit werk na Le Sacre als het grootste van de twintigste eeuw. Apart is dan wel dat zijn leerling Leonard Bernstein weer betrekkelijk koel was over dit werk, maar wel een briljante première gaf in 1949. Messiaen herzag het werk overigens nog in 1990. Deze Hyperion opname onder Juanjo Mena kan niet genegeerd worden. De Ondes Martenot – die overigens in Franse conservatoria nog steeds wordt gedoceerd– staat er schitterend op. Na drie en een halve minuut bijvoorbeeld horen we een opvallend diepe bas figuur, die ik op andere opnames nog niet gehoord had. De verleiding was groot om de inmiddels gediscontinueerde Decca SACD opname onder Chailly, er naast te leggen. Die heeft nog steeds veel gezag, maar deze opname is een meer dan uitstekend alternatief en steekt bovendien de modernere opnames naar de kroon.

Emile Stoffels
Luister 686

SCHUMANN – Piano Concerto

Sunday, November 18th, 2012

SCHUMANN
Piano Concerto Introduction and Allegro Appassionato Introduction and Concert-Allegro
Deutsches Symphonie-Orchester Berlin Hannu Lintu Angela Hewitt
Hyperion CDA 67885 DDD 62:02

Uitvoering/opname *****/*****

Het schijnt dat Hewitt al een tijdje naarstig op zoek was naar de Finse dirigent Hannu Lintu om dit grootse romantische concert op te nemen, maar door de volle agenda’s, kwam het er maar niet van. Eindelijk is het gelukt en het resultaat mag er dan ook wezen. Het plan om een concert te schrijven, stam nog uit de tijd dat Schumann zelf een virtuozen carrière nastreefde en het leefde in zijn verlovingstijd opnieuw op. Opvallend is dan ook dat hij aan Clara schreef: “Ik kan geen concert voor virtuozen schrijven, ik moet iets anders bedenken.” Wat direct bij Hewitt opvalt is het gemak en de rust waarmee ze Schumann’s concert speelt. Dat kan alleen als iemand volledig boven de materie staat. De opening is in tegenstelling tot Argerich, die ik buitengewoon hoog heb zitten, bijna teer en lieflijk. De Finale is, ferm dansant en elastisch. We zouden het bijna vergeten, maar ook de andere twee stukken: de Introductie en Allegro appasionata, Op. 92 uit 1849 en de Introductie en Concert-Allegro Op. 134 uit 1853, zijn juwelen die niet vergeten mogen worden ofschoon ze in de schaduw staan van het concert. Vooral hier horen we bij momenten die nachtelijke kanten en de fatale schoonheid der romantiek. Ook hier overvalt Schumann ons weer bij momenten met een harmonisch diepte component dat ons bijna verwond. De kunst die sterft in schoonheid, zoals in de Manfred. Blijkbaar doorvoelt Hewitt dit en plaatst zich mijns inziens hiermee naast de opname van Argerich, op eenzame hoogte. Het begint afgezaagd te worden maar deze Hyperion opname is wederom een maat in zichzelf. Echt slechte opnames worden er tegenwoordig zelden meer gemaakt, maar dit is demonstratiekwaliteit. Dit is een cd die we allemaal in de verzameling willen hebben. Het prachtige hoesje “Vrouw bij zonsondergang” van Caspar David Friedrich maakt dit product helemaal af.

Emile Stoffels
Luister 685

BRITTEN – Violin Concerto; Double Concerto; Lachrymae

Friday, July 27th, 2012

BRITTEN
Violin Concerto Double Concerto Lachrymae
Anthony Marwood Lawrence Power BBC Scottish Sumphony Orchestra Ilan Volkov
Hyperion CDA 67801 DDD 64’16

Uitvoering/opname ****/***

Directe aanleiding en inspiratie was onder andere Brittens aanwezigheid bij de première van Bergs vioolconcert in Barcelona. Britten herzag het werk in 1950, 1958 en 1965. Welke versie hier gespeeld wordt, blijkt niet duidelijk uit het boekje. Hoe dan ook: Marwoods vertolking getuigt ontegenzeggelijk van visie, maar heeft niet de zeggingskracht van Lubotsky. Noch zoekt hij de uithoeken van dit werk op, zoals Zimmermann dat deed. Deze aanpak laat meer licht horen, waar die van de anderen meer impact en drama hebben. Het dubbelconcert in B mineur uit 1932 wordt niet vaak uitgevoerd of opgenomen. Het is een jeugdig werk dat niet uitgesproken concertant aandoet. Geen opvallende rol voor de viool of alt dus. Het prachtige Lachrymae uit 1950 op een lied van Dowland, was oorspronkelijk voor altviool en piano. De pianopartij werd echter vlak voor Brittens dood in 1976 omgeschreven tot strijkorkest. De met een Edison genomineerde uitvoering van Zimmermann op Sony blijft mijn voorkeur behouden en niet te vergeten de klassieke opname door Lubotsky op Decca onder de componist. Echter deze schijf is toch aantrekkelijk door de toevoeging van het dubbelconcert en het Lachrymae. De mooie cover van Richard Smiths ‘Sunset over Sea’, maakt deze Hyperion cd tot iets begerenswaardigs.

Emile Stoffels
Luister 683

TURINA – Chamber Music

Saturday, June 30th, 2012

TURINA
Chamber Music
The Nash Ensemble
Hyperion CDA67889 DDD 72’15

Uitvoering/opname ****/****

Joaquin Turina’s (1882 – 1949) werd geboren in Sevilla; het hart van Andalusië. Ook Turina zocht zoals zo velen naar een nationale uitdrukking, met de kamermuziek als vehikel. En ook hij kon geen weerstand bieden aan het dynamische Parijs. De muzikale scene waar het allemaal gebeurde. Toen hij daar in 1905 aankwam, werd hij goed opgevangen door de Spaanse gemeenschap, waaronder Isaac Albéniz en Manuel de Falla. Die twee moedigden hem aan de sterke folkloristische muziek van Andalusie, te incorporeren in zijn composities. Een werkwijze die hij is blijven volgen in zijn carrière. Dat hij enige naam had gemaakt blijkt wel uit het feit dat Diaghilev hem vroeg het  orkest van de Ballet Russes te dirigeren, toen zij door 16 plaatsen van Spanje toerden. Zijn kunst is inderdaad een unieke samensmelting van de vroeg 20 eeuwse Franse school en Andalusische folklore. De cd trapt af met het Piano Kwartet op. 67 waarin we direct kennisnemen van de Spaanse zangkunst die voor de algemene structuur verantwoordelijk is. Zijn Piano Trio op. 35 ontving een nationale prijs in 1926. Het laatste werk – La Oración del torero op. 34 – is wellicht het meest evocatief. Het gaat over de laatste momenten in gebed van de toreadoren, vlak voordat zij de tumultueuze arena betreden. Ik heb genoten van deze muziek!

Emile Stoffels
Luister 683

REGER – Violin concerto in A major

Tuesday, May 8th, 2012

REGER
Violin concerto in A major Op 101 Two Romances Op 50
Konzerthausorchester Berlin, Lothar Zagrosek Tanja Becker-Bender
Hyperion CDA 67892 DDD 56’56

Uitvoering/Registratie *****/*****

Toen Paul Hindemith gevraagd werd wat Max Reger voor hem betekende, antwoordde hij: “Max Reger war die letzte Riese in der Musik.” Robuust en sensitief tegelijk, nadert hij met zijn rusteloze chromatiek de grenzen van de tonaliteit. Deze grenzen worden evenwel nergens overschreden. Hij is lange tijd onbegrepen en vooral miskend geweest. En ook nu worden we niet verwend met uitvoeringen van Regers muziek; zeker niet met diens vioolconcert. Om maar direct ter zake te komen: Hyperion komt hier goddank met een waarlijk schitterende uitvoering in de serie grote romantische concerten, waarop ook de twee Romances staan. Toegegeven: het is een hele zit – het eerste deel alleen al duurt bijna een half uur –, maar onze inspanning wordt beloond. Het is inderdaad het werk van een reus, zeker voor een concertant werk, maar korter dan een gemiddelde Mahler symfonie. Regers vioolconcert verwijst bij vlagen naar de Symphonischer Prolog zur einer Tragödie. Ook hier weer het algemeen menselijk drama van noodlot, strijd, ondergang en heilsverschiet, Groots, imponerend, monumentaal en subliem zijn de kwalificaties voor dit werk. Becker-Bender voelt hoorbaar de geest van dit werk uitstekend aan. Vuur en tederheid wisselt ze af, om in de cadens van het eerste deel onze mond nogmaals te laten openvallen. Tim Ashley van de Guardian oordeelde over dit werk als volgt: “…we are left with a big post-Romantic concerto that occasionally sounds too Brahmsian to be considered wholly original.” Ofschoon deze recensent genuanceerd is, doet hij dit werk toch nog te kort. Natuurlijk zijn er enkele momenten die ons aan Brahms doen denken: Reger komt ook uit die traditie, maar heeft een volstrekt eigen taal en dit concerto is dan ook autonoom. Imponerende muziek, een overdonderende uitvoering en een schitterende opname. Hoogste lof!

Emile Stoffels
Luister 682

RAVEL LEKEU – Complete music for violin & piano

Sunday, January 22nd, 2012

RAVEL LEKEU
Complete music for violin & piano
Alina Ibragimova Cedric Tiberghien
Hyperion CDA 67820 DDD 79’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Deze Hyperion cd biedt het complete programma voor viool en piano van Maurice Ravel. Ieder keer opnieuw ervaren we bij hem een streven naar uiterste helderheid en logica die hem binnen de perken van een – weliswaar met grote vrijheid behandelde – tonaliteit houdt. De aan Hélène Jourdan-Morhange opgedragen vioolsonate in G majeur neemt toch wel een aparte plaats in binnen het oeuvre van Ravel. Het werken aan deze sonate, begon in 1923 en eindigde in 1927. Het werd onderbroken door het werken aan de Tzigane en de opera L’Enfant et les sortilèges. Geen werk heeft Ravel meer moeite gekost dan dit werk, waarin hij streefde naar een volledige onafhankelijkheid van beide instrumenten. Echter, niet altijd voegt het instrument zich naar de wensen van de toondichter. Toch mag het resultaat er zijn en blijft het luisteren naar dit spitsvondige werk een bijzonder ervaring. Ook de briljante Tzigane uit 1924 blijft een genoegen, vooral als het zo mooi is opgenomen als hier. De Cd wordt aangevuld met de vioolsonate van Guillaume Lekeu die slechts 24 jaar werd. Alina Ibragimova en Cedric Tiberghien maken er een mooie belevenis van. Uiterst verfijnd spel, hoorbaar gemaakt door de opname technici van Hyperion. Complimenten!

Emile Stoffels
Luister 679

Artephonos – een beauty uit het gastvrije Limburg

Sunday, December 25th, 2011

Alweer een nieuw merk buizenversterker? Er zijn er onder ons die de hoeveelheid nieuwe buizenversterkers een plaag beginnen te vinden. En met reden! Maar laten we toch vooral het koren van het kaf blijven scheiden.

Directe aanleiding voor Hay Kockelmans van Hay-End Audio voor het ontwerp van de Artephonos serie, waren de Cayin 9088D balans monoblokken. Hay zelf zei er het volgende over: “De Cayin onderscheidt zich door een gloedvol middengebied, een rijke detaillering zonder enige scherpte en zonder verlies van dynamiek en snelheid. In de lagere octaven vallen de autoriteit en zuiverheid van de weergave op. Adembenemend is daarbij de weldadige rust zodat men de zaal ‘ruikt en voelt’… de afgebeelde ruimte is groot en tegelijk is de plaatsing nauwkeurig.” Het mag duidelijk zijn dat dergelijke kwaliteiten zo hun prijs hebben. Dit vormde dan ook de uitdaging voor Hay Kockelmans: een eigen versterker ontwikkelen met een vergelijkbare weergave, maar tegen een aanmerkelijk lagere prijs. Uiteraard was ik nieuwsgierig naar dit product en maakte een afspraak de Artephonos thuis te beproeven.

Techniek

De Arthephonos heeft de meest opvallende buizenbezetting die ik tot nu toe gezien heb: drie 6H13 dubbel eindtriodes per kanaal. We hebben het dus over zes buishelften/secties per kant. De 6H13 is een triode die – afhankelijk van de instelling – max. 13 watt per anode mag dissiperen en dus kan er in push-pull configuratie, ruim 50 watt geleverd worden. De 6H13 (Russische 6AS7) is een indirect verhitte triode en dat is in zichzelf een begrijpelijke keuze, aangezien een indirect verhitte buis gemakkelijker bromvrij te krijgen is. Zeker bij een opzet met zeer lage feedback. Verder worden deze eindpitten aangestuurd door 2 keer ecc83 en 1 keer 6SN7 per kant.

Om esthetische redenen, zijn de buizen zo geplaatst dat het mooie schijnsel van de gloeidraden goed te zien is. Qua uiterlijk ken ik weinig buizen die zo fraai zijn als de 6H13C/6AS7. Een waarlijk sierlijke kolf die prachtig opgloeit.

De versterker is uitgevoerd met zogenaamde long-tailed pair versterkertrappen. Hierdoor kan de tegenkoppeling zeer laag blijven en dat is pure winst. Tevens is de signaallus extreem kort en ongevoelig voor signaal eigenschappen van de voeding. Voor de instelling van de eindtrap is een unieke schakeling ontwikkeld, die een perfecte matching van de eindbuizen borgt en tevens een gelijkstroom component door de uitgangstrafo onder alle omstandigheden uitsluit. Hier profiteert vooral de laagweergave van. Het frequentiebereik is ook zonder tegenkoppeling al uitzonderlijk hoog (lager dan 20 Hz en hoger dan 40 kHz bij vol vermogen). Dit maakt het gebruik van corrigerende kunstgrepen overbodig en ook dat is puur muzikale winst. Het maakt de versterker overigens ook geschikt voor electrostaten. De uitgangstrafo’s zijn van Ir. Menno van der Veen en daar zijn al heel wat mooie buizenversterkers mee gemaakt. Ook is er niet beknibbeld op de voeding: er zijn Nichicons elco’s gebruikt, gebypassed met Siemens MKP condensatoren. Als koppelcondensatoren is er gekozen voor Audyncaps en de weerstanden zijn hoogwaardige metaalfilm typen. Stuk voor stuk beproefde componenten dus.

Functionaliteit

Iedere versterker wordt speciaal op bestelling gemaakt, dus specifieke wensen kunnen kenbaar gemaakt worden. Ook wordt er een afstandsbediening bijgeleverd waarmee niet alleen het volume, maar ook de bron geselecteerd kan worden. Verder is er de mogelijkheid voor bi-wireing door een tweede set uitgangterminals. De Artephonos heeft geen aan/uit indicator; wel licht er een rode cq. groene LED op achter de volumeregelaar bij het veranderen van het volume via de remote; bij het inschakelen wordt het volume teruggeregeld. Mijn exemplaar was gezien de afwerking een prototype/demomodel. Zo waren bijvoorbeeld de bevestigingsschroefjes niet verzonken. De houten zijpanelen zijn leverbaar in diverse houtsoorten. Een andere aardige optie is de eigen naam of andere tekst in het front te laten graveren.

De Artephonos heeft als optie ook een buizen phonotrap voor MM/MD elementen. Helaas kon ik die niet testen, aangezien mijn Kiseki Purpleheart een MC element is.

Ten slotte heeft de Artephonos een feature die mij wel bevalt. Op de achterkant zit een schakelaartje waarmee de tegenkoppeling geregeld kan worden. Er zijn niet veel versterkers met deze mogelijkheid. Hiermee kan de klank signatuur beïnvloed worden. Uiteraard stond hij bij mij op de laagste waarde. En het liefst zou ik hem ook eens zonder tegenkoppeling willen horen. Maar dat is allemaal op maat te leveren.

Impressie

Eenmaal bij mij thuis, kon ik me niet bedwingen alvast een eerste impressie te krijgen van deze versterker. Om te beginnen: de Artephonos is muisstil. Extreem gewoon! Veel stiller dan welke buizenversterker ook, die ik thuis heb gehad.

Traditiegetrouw liet ik de versterker een dry run van een halfuur doen. Over het inspeel proces behoefde ik me in ieder geval geen zorgen te maken, verzekerde Hay Kockelmans mij. De versterker is een prototype en heeft al vele honderden uren erop zitten. Ik blijf dit nog steeds onderbelichte aspect beklemtonen. Te vaak bespeur ik bij veel liefhebbers een onderschatting van dit fenomeen. Het is van het allerhoogste belang dat apparatuur is ingespeeld. Het verschil is eenvoudigweg te groot. Dat geldt in het bijzonder voor buizenversterkers, waar relatief veel ‘ijzer’ in zit. Ik heb ervaren dat uitgangstrafo’s niet alleen een lang, maar ook een zeer grillig inspeelverloop laten horen. Ook condensatoren – vooral papier in olie types – hebben veel tijd nodig.

Schisma

Een van de eerste Cd’s die ik beluister is meestal Random Acts van Bill Bruford. Ik weet meestal dan al vrij snel ‘wat voor een vlees ik in de kuip heb’. Track 2 had aanvankelijk een kleine nadruk op de basedrum, maar dat bleek een vergissing: het was gewoon de natuurlijke resonantie die ik ervoer. Dit is een aspect waar m.i. nog steeds misverstanden over bestaan. Nogal wat Hifi liefhebbers hebben een wat overdreven kijk op hoe strak een bas moet klinken. Uiteraard moet de bas scherp gedefinieerd zijn en een duidelijk profiel hebben, maar het is me opgevallen dat strakheid veelal met dunheid wordt verward. Hierdoor ontstaat een klankbalans die artificieel aandoet en bijgevolg vermoeit. Sommigen hebben het streven naar een dergelijk klankbalans wel eens kenschetsend of zelfs spottend een hi-enderige klankbalans genoemd. Hoe dan ook: zelfs in het concertgebouw en andere gelegenheden horen we – afhankelijk van de plek waar we zitten – vaak genoeg een ‘bolling’ in het laag. Aangezien het een live gebeuren betreft, zullen we moeten erkennen dat het nu eenmaal de referentie is.

Aan de andere kant kunnen we spreken over High-end als een aparte discipline die niet primair bezig is met een realistische weergave of echtheid. Net als schrijvers en literatoren de ‘waarheid liegen’, zo is de High-end (wereld) met een eigen waarheid bezig, waarin veelal de nadruk ligt op overvloedige details, een enigszins overdreven stereobeeld, ver doorlopend hoog en zoals gezegd een relatief slank laag. Er lijkt een schisma te zijn ontstaan in de loop der tijd: enerzijds zijn er luisteraars die streven naar echtheid/live muziek (en alle onvolkomenheden die daar bijhoren) en anderzijds een groep die streeft naar die andere, enigszins gekunstelde wereld. Echter, beide werelden zijn boeiend!

Luisteren

Mijn eerste indruk was direct een schok. Ik werd overrompeld door de dynamiek bij Murcofs Martes. Zelden of nooit heb ik een dergelijke openheid gehoord bij een push-pull versterker. Het was een onvermengde openheid die ik eigenlijk alleen ken van single-ended versterkers. Daarin zat dan ook de ‘schok’. De klankbalans was een zeer sterk punt van de Artephonos, net als het kleuren palet. De andere kwaliteiten die doorgaans aan buizen worden toegeschreven, mogen als bekend worden verondersteld: een sterk vloeiend middengebied, het gemak waarmee stemmen materiaal wordt weergegeven en een haast oneindige betrokkenheid; het gevoel volledig in de muziek gezogen te worden. Dit had de Artephonos in overvloed. Ook het laag was gecontroleerd volumineus en liep zeer ver door. Verder nog zelfs dan de Cayin VP 100-i die ik een tijd geleden besprak. Op track 5 van Random Acts na de basklarinet intro, viel mij ineens extra ruimte informatie op. Ook Track 1 van Do They Hurt van Brand X had een snelheid en slagkracht die bijna fysiek aandeed. Smetana’s kwartet werd gestoken scherp afgebeeld en speciaal genoot ik van de grommende cello. Maar ook groot werk was ronduit indrukwekkend. Bruckners Symfonie klonk moeiteloos groots. De registratie klonk zeldzaam realistisch en open. Het koper smolt op de tong: pregnant en mild tegelijk. Doordat de akoestiek mooi is gevangen, kreeg de weergave een ware live sensatie. Ook had ik het idee dat de Artephonos moeiteloos en rimpelloos luid kon spelen. Iets dat met omvangrijke en complexe muziek wel belangrijk is.

Ten slotte

Ik heb genoten van de Artephonos versterker. Het is de mooiste push-pull buizenversterker die ik ooit gehoord heb en de kardinale vraag luidt dan ook: zou ik deze versterker zelf willen hebben? Het antwoord is volmondig: Ja! Tegenwoordig begint het aanbod van buizenversterkers op wildgroei te lijken, vooral die uit Azië. De Artephonos lijkt hiermee vergeleken qua klank, op een prachtig bonsai boompje. En dat voor een relatief betaalbare prijs. Dit komt vooral doordat de kast vrij sober en eenvoudig is gehouden. Bovendien wordt de bouw en verkoop door Hay Kockelmans zelf gedaan. Dit druk de kosten aanzienlijk.

Er zijn drie uitvoeringen: de zojuist besproken Artephonos Ensemble (€ 4795,-), de Artephonos Ensemble met phono ingang (€ 4995,-) en de Artephonos Energa stereo eindversterker. Dezelfde versterker als de Ensemble, maar uitgevoerd als stereo eindversterker (€ 4695,-). Binnenkort wordt de Artephonos voorversterker geïntroduceerd en later de monoblokken.

Hay Kockelmans Hay-End Audio, Venlo www.hayendaudio.nl

info@hayendaudio.nl (0031)(0)6 155 45 270

Gebruikte CD’s:
– Smetana/Sibelius String Quartets Dante Quartet Hyperion CDA67845;
– Bruckner Symphony D minor Stefan Blunier MDG LIVE 937 1673-6;
– Halffter String Quartets Leipziger Streichquartett MDG Gold MDG 307 1671-2;
– Messiaen Orchestral works Myung-Whun Chung DG 477 7944;
– Brand X – Do They Hurt?;
– Bill Bruford – Random Acts;
– Murcof – Martes;
– Talking Heads – Stop Making Sense (remaster);
– Alan Parsons – Edgar Allan Poe MFSL;

Emile Stoffels

SMETANA SIBELIUS – String Quartets

Friday, July 15th, 2011

SMETANA SIBELIUS
String Quartets Nos 1&2 Voces Intimae Op. 56
Dante Quartet
Hyperion CDA67845 DDD 78′

Uitvoering/Registratie *****/*****

De hier opgenomen strijkkwartetten zijn aardig representatief voor de ontwikkeling van deze vorm in de negentiende eeuw. Ten eerste de nationalistische bewustwording dat als een verterend vuur om zich heen greep, sinds de Franse revolutie. En uiteraard was daar de programma opvatting, gedicteerd door Richard Wagner. Het kwartet bleek als model uitermate geschikt voor intieme persoonlijke gedachten en ideeën, door de afmeting en schaal. Opvallend is ook dat diverse componisten juist in hun persoonlijke crises, deze vorm gebruikten. Smetana’s beide kwartetten zijn dan ook uiterst persoonlijk en intiem. Zo gaat de eerste over zijn toenemende doofheid. Sibelius’ kwartet in D mineur uit 1909 markeert – samen met zijn vierde symfonie – een duidelijke cesuur in zijn oeuvre, waarin hij meer en meer sombere en donkere kleuren gebruikt; dit in relatie met zijn depressies. Het werk heeft een vergelijkbaar groots gebaar met zijn symfonieën, maar komt niettemin toch sneller ter zake. Een boeiende schijf met belangrijke nationalistische toondichters van twee opeenvolgende generaties. De opname is gestoken scherp en ik heb speciaal genoten van de grommende cello. Het in 1995 opgerichte Dante kwartet heeft de laatste jaren mooie prijzen gewonnen. Dat is niet vreemd, want het viertal schittert ook hier.

Emile Stoffels
Luister 676

« Previous Entries