Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

MACMILLAN – Magnificat MacMillan series vol. 2

Saturday, October 12th, 2013

MACMILLAN
Magnificat MacMillan series vol. 2
James MacMillan / Netherlands Radio Chamber Philharmonic / Netherlands Radio Choir
Challenge CC 72554

Uitvoering/Opname ****/*****

Dit is het tweede deel uit een reeks van vier in de Macmillan serie. James Macmillan (1959) studeerde piano en trompet en volgde in 2010 Peter Eötvös op als permanent gastdirigent van het Nederlands Radio Kamer Filharmonie. Zijn muziek wordt gekenmerkt door een diep Katholiek geloof en een dramatisch kleurrijke manier van componeren. Macmillan mag niet klagen over de aandacht voor zijn muziek, die regelmatig wordt uitgevoerd. Op deze schijf staat ook de première van de prachtige hymne “O” – Advent antiphon for 21 December for 3-part treble choir, trumpet and strings. “O” de vocatief die in zo veel liturgische teksten wordt gebruikt. Hier wijzend naar de vele titels uit onder meer het oude testament, die worden toegepast op Christus. Tryst voor orkest uit 1989 is het oudste stuk op deze cd en is buitengewoon kleurrijk en indringend. Het doet sterk denken aan Copland, Bernstein, William Schuman en bij vlagen ook de Staat van Louis Andriessen. Nunc Dimittis en het Magnificat zijn de andere stukken die dit programma completeren. Ik moet zeggen dat de muziek van MacMillan mij uitermate bevalt, aangezien het veel aspecten laat horen en niet snel verveelt. De opname is voortreffelijk: een gigantisch inzichtelijk podium tegen een inktzwarte achtergrond.

Emile Stoffels
Luister Magazine 692

De Modernen (II)

Thursday, December 23rd, 2010

De modernen (II)

Duitsland is als muzikale hoofdmacht haar leidende rol kwijtgeraakt aan Frankrijk, Oost Europa en Oostenrijk. Een ontwikkeling die zich in de laatromantiek al aftekende. De meest in het oog springende toondichters uit deze tijd hebben we vorige maand al behandeld.
Deze maand ‘de anderen’ en zoals ik heb beloofd, een aantal onderbelichte componisten of werken van componisten.

Arthur Honegger (1892 – 1955)

De belangrijkste componist uit Frankrijk en noodzakelijk te vermelden als een der belangrijkste symfonici uit deze stijlperiode. Ook deze opvallende toondichter heeft een taal gevonden die vernieuwing paart aan de traditie. Honegger wil naar eigen zeggen het “oude spel op nieuwe wijze spelen”. Voor hem betekende het schrijven van symfonieën, een terugkeer naar de driedeligheid van het vroege classicisme.
Al zijn vijf symfonieën zijn aan te bevelen, waarvan de vierde – in mijn ervaring – de langste tijd nodig heeft om door te dringen. De tweede, derde en zijn Pacific 231 zijn waarschijnlijk zijn populairste werken. Twee dirigenten zijn toonaangevend: von Karajan en Dutoit. De laatste heeft alle symfonieën opgenomen en zijn werkelijk prachtig geregistreerd.

De tweede, geschreven voor strijkers en trompet die pas aan het eind een rol speelt, is ontstaan tijdens een diepe depressie door de Duitse bezetting van Frankrijk. Ofschoon dit goed te horen is, slaagt hij erin om zich helder en doorzichtig uit te drukken. Iets dat weinig componisten uit de 20ste eeuw gegeven is.
In iets mindere mate geldt die doorzichtigheid ook voor de derde uit 1945 -46. In deze symfonie wilde hij de opstand van de moderne mens symboliseren tegen de vloed van barbarisme, domheid, het lijden, mechanisatie en de bureaucratie, die ons al enige jaren bedreigt. Dat is nog steeds zo en misschien mag ik eraan toevoegen: vadsigheid, gemakzucht en het onvermogen autonoom te denken.
De tweede symfonie is bij von Karajan (DG 2530 068) met de derde gekoppeld. Deze opname heeft zo langzamerhand een cultstatus bereikt. En terecht. De opname locatie voor wat betreft de derde, is de Jezus Christus kerk in Berlijn (opgenomen 1969, pas in 1973 gereleased) en de opening is verpletterend. Bijna horror.
Bij Dutoit (Erato NUM 75117) zijn de scherpe kantjes eraf, maar dat kan gedeeltelijk verklaard worden doordat de opname mooier is en men dan vervolgens niet het gevoel heeft dat het dak eraf gaat. Ach, beide uitvoeringen zijn gemakkelijk te krijgen op het net. Waarom niet beide kopen?

Het is opvallend te constateren dat Rusland voor 1850, in de muziek nauwelijks een rol van betekenis heeft gespeeld, en een eeuw later staat zij met Stravinsky, Prokofiev en Sjostakovich in de voorste rij. Deze verrassende opkomst is te danken aan de sterke muzikale potentie van het Russische volk.

Serge Prokofiev (1891 – 1953)

Na Stravinsky een der oorspronkelijkste toondichters uit Rusland en buitengewoon kleurrijk. Järvi heeft erg veel van Prokofiev opgenomen in de jaren 80 op Chandos en ook al zijn symfonieën. Die zijn gemakkelijk op e-Bay te vinden en zijn een uitstekende keuze.
Een groter contrast tussen de eerste – in de stijl van Haydn gecomponeerd – en de tweede, is moeilijk denkbaar. Met de laatste wilde hij een werk van “ijzer en staal” schrijven en kan gezien worden als een verklanking van de Russische industrialisatie uit de jaren 20 net als De Fabriek uit de symfonische suite op 41.
De derde met thematisch materiaal uit zijn Opera de Vurige Engel, is samen met de vijfde wellicht zijn meest uitgevoerde.
De derde door Chailly (DG 410 988-1) en de vijfde door von Karajan (DG 139040) vinden we regelmatig in de kringloopbakken, maar het is zondermeer de moeite waard om ook eens op zoek te gaan naar Jansons (Chandos) en Ashkenazy (Decca).
Ofschoon de pianoconcerten onderling niet direct een ontwikkeling laten zien, zou u uzelf tekort doen deze muziek te laten liggen. Vooral het tweede en derde pianoconcert zijn de moeite waard. Van de integrale opnames duiken er twee regelmatig in het tweede hands circuit op: Ashkenazy met Previn (Decca) en Beroff met Masur (EMI). De eerste set wordt het meest gelauwerd en vooral de Nederlandse heruitgave klinkt fenomenaal. Echter, persoonlijk vind ik de EMI set qua interpretatie sterker.
Dan de Scytische suite. Prokofiev had het aangeleverd als ballet aan Serge Diaghilev, die helaas weinig interesse toonde. Hij werkte het ballet vervolgens om tot een vierdelige suite. Net als de “Le Sacre” van Stravinsky, is dit weer een werk dat onmiddellijk binnenkomt en een onuitwisbare indruk achterlaat. Abbado met het CSO (DG 2530 967) is veruit de beste uitvoering die ik ken en wordt regelmatig aangeboden voor niet al te veel geld.

Tot slot de pianosonate no. 7 door Pollini (DG 2530 225). Een briljant werk en ongelofelijk beheerst uitgevoerd. De enige kritiek die ik op de opname heb, is dat de piano wat weinig body in de lage registers heeft. Iets wat ik vaker ontwaar bij DG. Niettemin, kopen!

Shostakovich (1906 – 1975)

Hoewel ik vind dat deze componist niet altijd de doorzichtigheid van bijvoorbeeld een Arthur Honegger bereikt, maken zijn symfonieën wel een verpletterende indruk. Ik wil hier graag de 10de symfonie noemen. Er zijn twee uitvoeringen die relatief eenvoudig te krijgen zijn: beide door vonKarajan (DG 139020 en 2532 030). Von Karajan heeft altijd een speciale affiniteit gehad met deze symfonie.

De Nederlanders

Het komt uit Nederland. Oh… dan kan het niets zijn. Toch? Het is een schande dat we het nog steeds moeten doen met povere opnames van obscure labels als we de Nederlandse componisten uit deze periode willen beluisteren. Op een Donemus verzamelplaat vinden we bijvoorbeeld de derde symfonie van Henk Badings (1907 – 1987). Mono en niet om aan te horen; of dat je door een sleutelgat luistert. Onbegrijpelijk dat Nederlandse dirigenten niet een aantal symfonieën en concertante werken hebben opgenomen. Nee, wel de zoveelste Mahler of Beethoven symfonieën cyclus. Ik geloof eerlijk gezegd niet dat we daar op zitten te wachten. Nu heb ik op Radio 4 recentelijk wel vernomen, dat er wat meer belangstelling is voor Badings’ werk.
Zijn Ballade voor Fluit en Harp uit 1950 is een aantal keren opgenomen en op plaat hebben we Abbie de Quant met Edward Witsenburg op EMI (1A 037-25128) die niet meer dan een of twee euro in de kringloopwinkel zou moeten kosten. Het is een prachtig werk en over de instrumenten combinatie zei de componist: “…beide kunnen zij op dezelfde mysterieuze wijze uit de stilte tevoorschijn komen en in de stilte terugkeren”.

Die schandelijke situatie is minstens zo van toepassing op de muziek van Hendrik Andriessen (1892 – 1981), die vier symfonieën heeft gecomponeerd waarvan ik van de laatste durf te beweren dat dit meesterwerk zich kan meten met de beste symfonieën van de 20ste eeuw.
Het is een uitgebalanceerd werk waarin het hoofdthema iedere keer in gewijzigde vorm terugkeert in alle drie de delen. In het eerste deel – het Pièce de résistance – laat Andriessen ons ongekende muzikale invallen horen. Na een ernstige introductie, ontplooit het deel zich zo overtuigend dat de luisteraar zich onmogelijk aan de ijzeren greep kan ontworstelen. Ook valt direct op hoe Andriessen zijn voorliefde voor Bach combineert met de harmonische verworvenheden van César Franck en Albert Roussel en speelt met metrum en tempo. In het middendeel komen we tot rust in een schijnbare luwte met boeiende melodielijnen in de houtblazers, om ten slotte in het Allegro vivace overweldigd te worden. Het is een finale maar met een zeer sterk scherzo karakter. Dit dansante deel, heeft een kracht en levendigheid die ik echt zelden gehoord heb.
Het hoofdthema voor deze serie is weliswaar vinyl, maar soms bestaat de noodzaak af te wijken van het hoofdthema. En wel hierom. De zojuist besproken vierde symfonie is ooit op CD verschenen met het Residentie Orkest onder Ed Spanjaard op Olympia (OCD 507). Dit is een verzamel CD van Nederlandse componisten met o.a. de eerder genoemde Henk Badings en Alphons Diepenbrock (1862 – 1921). De CD is gediscontinueerd, maar wordt heel soms op e-Bay aangeboden. Twijfel dan niet!
Van Willem Pijper (1894 – 1947), die over het algemeen gezien wordt als Neerlans knapste componist uit deze periode, is meer opgenomen. Op Donemus hebben we een aantal dubbelaars met o.a. zijn drie symfonieën. Helaas vragen antiquariaten onredelijke prijzen voor platen op het Donemus label.

De Amerikanen

Degenen die nog steeds denken dat Amerikanen in het beste geval alleen maar epigonen arbeid kunnen verrichten, moeten zich maar eens in de volgende composities verdiepen. Men zal een boeiende uitdrukkingsvorm ontdekken die volslagen uniek is.

Roy Harris Symfonie No. 3, William Schuman Symfonie No. 3, NYP – L. Bernstein (DG 419 780-1)
“Laten we onszelf niets wijs maken.”, zei Roy Harris (1898 – 1979), “Mijn derde symfonie kwam op een tijd dat er behoefte aan was.” Toegegeven, het klinkt wellicht wat zelfbewust, maar Amerika was in de jaren 30 volgens Aaron Copland toe aan een ‘ernstige symfonie’.
Zodra het zangerige openingsthema van de celli inzet, gaat men voor de bijl. Het opus blijft zich schitterend door ontwikkelen tot aan een tragische climax op het einde, die voor altijd zal beklijven. Het is een eendelig werk dat uit meerdere secties bestaat en iets minder dan 20 minuten duurt. Voor het eerst uitgevoerd in Boston onder Serge Koussevitzky. Mede door hem was Amerika halverwege de 20ste eeuw, rijk aan symfonieën.
Zo ook de derde symfonie van William Schuman (1910 – 1992) die gekoppeld is met die van Roy Harris. Er zijn er die Schuman een bravoure componist vinden. Voor een aantal bladzijden klopt dat, denk ik. Aan de andere kant kunnen we dat ook van andere gevestigde componisten zeggen, maar een Amerikaan heeft nu eenmaal minder krediet. Hoe dan ook, deze symfonie bestaat uit twee delen die elk weer uit twee delen bestaan en in elkaar overlopen. Het langzame derde deel is een prachtig mijmerend stuk. Beide werken staan onder directie van Leonard Bernstein, die hier zo’n beetje op zijn best is. En dan ook nog die schitterende hoes van Thomas Hart Benton. Mooi product van DG. Is na wat speurwerk op het net te vinden en inmiddels op CD weer heruitgegeven.

We blijven nog heel even bij William Schuman omdat ik vind dat zijn vioolconcert de moeite waard is. Men zou het een tweedelige symfonie met viool kunnen noemen. En het spettert! Ik ken nauwelijks een concertant werk dat zo met de deur in huis valt. Op vinyl is er slechts één te vinden, maar dat is dan ook tevens een schot in de roos. Het is de uitvoering door Zukofsky en Michael Tilson Thomas met de Boston Symphony Orchestra uit 1971 (DG2530103). De koppeling is met een ander mooi werk: de 2de symfonie van Walter Piston (1894 – 1976). 
Een andere interessante plaat met hetzelfde ensemble en uit die tijd is Charles Ives (1874 – 1954) Three Places in New England (DG 2530 048), gekoppeld met Sun-trader van Carl Ruggles (1876 – 1971) gebaseerd op Robert Brownings gedicht Pauline. Het laatste is een dissonerend stuk van ruim 16 minuten en aan het einde bent u wel toe aan een kopje kalmerende groene thee.
Tot slot een apart geïnstrumenteerd en vooral exotisch werk: de Toccata voor Orkest “Tabuh-Tabuhan” uit 1936 van Colin McPhee (1900 – 1964). Hierin wordt een uitgebreide Balinese slagwerksectie gebruikt. Het resultaat van jarenlange research op Bali en Java. De hoekdelen vallen vooral op door het ritme en in het middendeel speelt de fluit een oorspronkelijke Balinese melodie. De opname is uit 1956 door Howard Hanson en de Eastman-Rochester Orchestra op Mercury Golden Imports (SRI 75116). Uit deze plaat blijkt duidelijk dat men toen uitstekende opnames kon maken.
Overigens niet alle Mercury Golden Imports zijn even goed. Bijvoorbeeld Respighi – Church windows/Festa di Roma (SRI 75113) zou ik lekker laten liggen.

Volgende maand beginnen we met de laatromantiek waarbij het impressionisme is inbegrepen. Een tijdsgewricht met de daarbij behorende geestelijke houding en een periode waarin componisten zich op de grens van tonaliteit bewegen.

Volledig in Harmonix

Friday, December 17th, 2010

Volledig in Harmonix

Wanneer het tunings merk Harmonix ter sprake komt, is de algemene reactie meestal: “oh ja…; het doet zeker wel wat, maar het is zo (lees “te”) duur”. En eerlijk gezegd was dat ook mijn opvatting, totdat ik de kans kreeg de Harmonix producten eens in diepte te onderzoeken. Er is bij mij toch altijd een sluimerende wens geweest deze producten uitgebreid te testen, omdat Harmonix nooit stil staat en zijn programma ook door blijft ontwikkelen.

Wat de zaak des te aantrekkelijker maakte is dat distributeur Ed Doggen van Daluso Audio met raad en daad klaar staat en zelfs ter plekke bij klanten langskomt, om waardevolle wenken en aanwijzingen te geven. Dit alles met een oprechte geïnteresseerdheid en bevlogenheid. Een service die men tegenwoordig maar zelden aantreft…

Zo’n dertig jaar geleden onderzochten Harmonix technici hoe resonanties zich gedroegen bij beroemde vioolmerken als Stradivarius, Guarneri en Amati. Uiteraard heeft ieder apparaat resonanties. Ze worden veroorzaakt door het apparaat zelf, het gekozen materiaal, de interne onderdelen: trafo’s, elco’s enz. Deze resonanties kunnen behoorlijk wat roet in het eten gooien. Uiteraard geldt dat ook voor muren, plafonds en vloeren. Simpel gezegd heeft Harmonix dit opgelost door de frequenties waarin deze hinderlijke resonanties zich bevinden, over te zetten naar een gebied waar ze meewerken in plaats van tegenwerken.

In Gods naam geen demping

Ed Doggen vertelde dat Harmonix vaak op de verkeerde manier wordt toegepast; wat de reactie bovenaan dit artikel voor een zeer groot deel verklaart. Het moet namelijk niet in combinatie worden gebruikt, met andere tuning middelen en al helemaal niet met dempingmiddelen. “Demping is sowieso iets dat je niet moet willen”, doceert Ed. “Het probleem met demping is dat er veel wezenlijke muziekinformatie verloren gaat”. In den lande hebben we daar een mooi gezegde voor: ‘het kind met het badwater weggooien’. Demping dus alléén indien het echt niet anders kan, is Eds devies. Overigens, Audio Note speakers zijn ontworpen met dunne ongedempte wandjes die meetrillen…

Het Harmonix programma is behoorlijk omvangrijk. Nog los van het kabelprogramma, zijn er kegels, diverse modellen voeten (ook voor onder spikes of kegels), twee platenklemmen en een mat, tuningsheets voor op cd’s, room tuning disks om op de muur aan te brengen, en tot slot nog de pastille-vormige tuning Base Devices.

Voor wat betreft de platenmat en de laatste drie producten: daar komen we nog graag op terug in een volgend artikel.

Lieflijke voetjes

Ik ben met de speakers begonnen omdat ik vermoedde, dat daar de duidelijkste veranderingen zouden optreden en dat bleek ook wel. Overigens adviseert Harmonix in hun brochure dit als eerste stap.

De RF-900-serie is ontworpen voor gebruik onder luidsprekers en apparatuur met spikes of kegels. Allereerst plaatste ik de RF-900MK2 voetjes. Aanvankelijk waren mijn plannen om drie per speaker te gebruiken, omdat ik nu eenmaal sinds jaar en dag drie (aluminium) kegels gebruik. Toch werd mij door Ed ten sterkste aangeraden, vier kegels te gebruiken en dus vier voeten. Dit, opdat Harmonix zijn werk beter kan doen.

Na het plaatsen viel direct op dat er meer kleur en textuur in het middengebied was te bespeuren alsmede het uitsterven van klanken. Bij Miles Davis’ In Concert track drie, viel ineens op dat George Coleman als het ware werd uitgenodigd en al spelend vanaf rechts het podium opliep. Dat heeft te maken met de toegenomen hoeveelheid ruimtelijke informatie, die meer van de zaal en entourage laat horen. Tevens liep het laag verder door en was er veel opgeschoond in het midden-laag. Stemmenmateriaal werd tastbaarder en alles werd een slag ritmischer.

Dergelijke resultaten werden ook bereikt – zij het iets minder spectaculair – met de TU 606Z onder mijn CD loopwerk en versterker. De 600-serie zijn voeten die direct contact maken, zonder tussenkomst van een spike of kegel. Hopelijk zal ik te zijner tijd ook het topmodel uit deze serie – de TU-666ZX – kunnen testen.

De volgende dag al, besloot ik de grotere broertjes te plaatsen: de RF-999 MT MK2. Het verschil tussen deze en de RF-900MK2, was zelfs in bepaalde facetten nog groter dan de stap van geen voeten naar de 900MK2. Ik geloof dan ook oprecht dat de toegenomen verbetering, het prijsverschil tussen beide rechtvaardigt. Levins basloop bijvoorbeeld op Peter Gabriels So, was op Don’t Give Up voor het eerst echt helemaal schoon en had eindelijk het beoogde profiel. Iets dat ik in mijn set nog niet had weten te bereiken. Ook Brand-X’ Live Stock had meer live sensatie. In z’n algemeenheid werd er meer kleur losgeweekt. De midden regionen werden rijker aan informatie en hadden meer diepte en nauwkeurigheid. Track vijf op Simply Reds debuut was door de toegenomen precisie, oneindig meer ritmischer geworden.

Platenklem

Helaas was ik niet in de gelegenheid de mat van Harmonix te testen, maar wel de TU-812MK2 klem waarvan er twee in het programma zitten. Van echt klemmen is overigens geen sprake en de ervaring leert dat in dergelijke gevallen een hoorbare ‘stress’ optreedt in de geluidsreproductie.

Aanvankelijk had ik het idee dat de platenklem relatief weinig deed, dus nam ik hem mee naar een zeer gewaardeerde vriend die een Verdier draaitafel en inmiddels een hele collectie heeft van allerlei soorten en maten platenklemmen. Zijn platenspeler heeft een metalen plateau en het lag voor de hand dat de Harmonix platenklem daar veel mooie dingen zou doen. En dat deed het inderdaad. Het was opvallend hoeveel tonale rijkdom er vrijkwam. Bij mijn eigen draaitafel was het effect nog steeds iets minder spectaculair, aangezien mijn plateau van acryl is en dus zo dood als een pier. Echter, mijn aanvankelijk getemperd enthousiasme bleek achteraf aan de geselecteerde software te liggen. Bij Bartoks Sonate voor twee piano’s en slagwerk (Philips 9500434), was er wel degelijk meer accuratesse en snelheid te bespeuren. Ook waren er meer ondertonen waar te nemen, waardoor de algehele klankbalans prettiger aandeed. Bij William Schumans vioolconcert (DG 2530103) kwam er nog meer ruimte-informatie vrij terwijl de toegenomen separatie de solist volledig losweekte van het orkest. Bovendien nam bij dit alles het kleurenpalet zowel in omvang als kwaliteit toe.

Conclusie

Dat de Harmonix producten in veel gevallen meer invloed hadden op de klank dan kabeltje zus en snoertje zo, staat voor mij als een paal boven water. Bovendien moet dit ook in het licht worden gezien, van wat men zoal uitgeeft aan kabels en interlinks. Ik had dan ook de onuitwisbare indruk dat het gebruik van deze producten waren te vergelijken met de verbetering van een component. Laten we zeggen, de lift die een versterker van 5K geeft over die van 1K. Het is dan ook duidelijk dat na toepassing van de Harmonix producten de hele audioset opnieuw moet worden bekeken, aangezien ze verborgen zwakheden in zowel opstelling van de speakers als opname ontbloten. Inderdaad: enkele van mijn geroemde referentie cd’s vielen door de mand. Het is echter ook goed mogelijk dat na de inzet van Harmonix, de luisteraar erachter komt dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt mbt. luidspreker kabels en/of interlinks. Dit is de impact zoals ik die ervaren heb en die was volledig in harmonie met de prijs. Ja, Harmonix is niet goedkoop, maar realiseert – mits juist toegepast – zeer grote stappen in de audioketen.

Afscheid

Toen de dag aanbrak dat de spullen zouden worden opgehaald en ik stap voor stap de Harmonix producten weghaalde, moest ik denken aan de afscheidssymfonie van Joseph Haydn. Bij de première van deze tragische 45ste symfonie, liepen de musici een voor een weg tijdens het slot van het laatste deel. Ze namen hun kaars met standaard, die de partituur moest verlichten, met zich mee en tegen de tijd dat de allerlaatste noten waren gespeeld, was het een stukje donkerder in de kamer. Nu, dat gevoel had ik ook: er leek een soort van licht weg te vloeien uit mijn installatie…

Emile Stoffels