Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

« Vorige berichten

SCHNITTKE – 3rd Symphony

Sunday, January 10th, 2016

Schnittke Pentatone259SCHNITTKE
3rd Symphony
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin • Vladimir Jurowski
Pentatone SACD DDD 52.16

Uitvoering **** | Opname *****

De derde Symfonie van Alfred Schnittke uit 1981, beleefde in hetzelfde jaar z’n première onder Kurt Masur en het Leipzig Gewandhausorchester. Yuri Bashmet zei heel treffend het volgende, over Schnittkes werk: “they call his music polystylistic, when they don’t like it. It’s only Alfred’s language…” Maar niet alleen stilistisch. Schnittke maakte bij het componeren, ook veelvuldig gebruik van de initialen van grote componisten: Bach, Handel, Mozart, Schonberg, Stockhausen en Hans Werner Henze. De opening doet sterk denken aan die van de Wagners Rheingold en de Alpensymfonie van Richard Strauss. Het tweede deel, is behoorlijk contrastrijk: het begint licht en briljant, waarna het verandert in een groots drama. Ook vinden we op diverse plekken, citaten van Mozarts sonates. Het laatste deel, het adagio, is qua taal en atmosfeer, meer in de trant van Mahler. Dit is muziek die men moet ondergaan; waar men in ondergedompeld moet worden en het liefst live. Er zijn veel goede dingen te zeggen over de directie. Maar een is er toch dat Jurowski de kunst verstaat, het kruit niet te snel te verschieten. Aan de opname zal het evenmin liggen: die is fenomenaal. Het kerkorgel is overigens op een andere locatie opgenomen, maar toch mooi geïntegreerd in de opname. Een belevenis!

Emile Stoffels
Luister Magazine

Martha Argerich and Friends

Tuesday, December 23rd, 2014

ArgerichMartha Argerich and Friends
Live from the Lugano Festival 2013
WARNER CLASSICS 0825646312207 DDD 58.13 / 62.26 / 66.11

Uitvoering **** | Opname ***

Sinds 2004 nodigt Martha Argerich jonge veelbelovende talenten uit, voor recitals en masterclasses met hun oudere collega’s. Over de keuze van dit programma kan men het hebben. Ik vond het in ieder geval voor een goed deel interessant, met een voorkeur voor de tweede en derde schijf. De tweede begint met de sonate voor viool en piano van Ottorino Respighi. Die heeft hier door Capuçon en Piemontesi het zelfde gewicht en autoriteit als die door het koppel Chung en Zimerman op DG, hoewel Chung toch wat meer vernuft laat horen in haar spel en dan vooral in de dubbelgrepen. Verder horen we de niet zo vaak uitgevoerde La lugubre gondola van Liszt voor viool en piano. Hij schreef het in Venetië eind 1882, nadat hij een voorgevoel kreeg (net als Bruckner) dat Wagner spoedig zou sterven. De cd eindigt met de in een nacht geschreven cello sonate van Shostakovisch uit 1934. Verder is het redelijk genieten op derde cd, met de postume vioolsonate van Ravel en de Petite Suite voor piano vierhandig van Debussy. De set besluit met het Carnaval des animaux. Het gehele programma in aanmerking genomen is zonder meer onderhoudend, maar ook niet meer dan dat.

Emile Stoffels
Luister Magazine 701

LISZT – Transcriptions

Sunday, June 9th, 2013

LISZT
Transcriptions
Saint Saëns • Paganini • Schubert • Wagner
Niu Niu, piano

EMI 50999-7-25332-2-2

Uitvoering/opname ***/***

Franz Liszt heeft geweldige transcripties gemaakt. Daarvan vinden we hier een aantal indrukwekkende voorbeelden. Ondermeer Saint Saëns’ Dance Macabre. Er zijn er die vinden dat Liszts transcriptie, het origineel zelfs nog overstijgt. De 15-jarige Chinees Niu Niu houdt momenteel het record van jongste pianist ooit, die een exclusief internationaal contract tekende voor EMI. Dat was in 2007. Zijn echte naam is overigens Zhang Shengliang. De jonge speelt prima, maar zal – voor de hand liggend – in rijpheid moeten groeien. Los daarvan, twijfel ik eerlijk gezegd aan het belang van dergelijke cd’s. Zonder ook maar het minste te kort te doen aan deze pianist. Het lijkt erop dat veel jonge artiesten – in dit geval Liszt – als vehikel gebruiken, om te laten zien wat men kan. Enfin, de tijd zal dat leren… De opname is wel gedetailleerd, maar heeft tevens iets vermoeiends. Dit komt doordat de opname niet geheel homogeen is.

Emile Stoffels
Luister Magazine

Alphons Diepenbrock – componist van het vocale

Sunday, March 17th, 2013

Amsterdam University Press
Leo Samama
ISBN 978 90 8964 428 2

Alphons Diepenbrock – componist van het vocale

“Niemand is profeet in eigen land”. Die uitspraak kunnen we met enige aanpassing zeker van toepassing brengen op de Nederlandse, laat-romantische en moderne componist.

Ook Neerlands muzikale patriarch Alphons Diepenbrock, wiens 150ste geboortedag wij op 22 september vorig jaar vierden, klaagde al over de miskenning in dit land. Toch was hij tussen 1900 en 1920 zonder enige twijfel de bekendste en meest gevierde componist van Nederland. Niet in de laatste plaats doordat Willem Mengelberg zijn werk regelmatig uitvoerde.

De Tachtigers

Alphons Diepenbrock is belangrijk omdat hij een van de eerste belangrijke componisten is geweest, binnen een beweging die een grote rol heeft gespeeld in de Nederlandse cultuur: de Tachtigers. In deze groep zaten o.a. schrijvers als Willem Cloos en bouwmeesters als Pierre Cuypers, die zijn oom was. Een beweging die aan de wieg stond van de opkomst van de Katholieke Nederlandse cultuur, aan het einde van de negentiende eeuw. Ook was hij goed bevriend met Gustav Mahler.

Wagner

Hij heeft de muziek van Palestrina, De Lassus en Sweelinck samengesmolten met Wagner, wiens muziek toen mateloos populair was. “Wagner die ons gehoor heeft vervormd en onze gehoorsensibiliteit heeft verscherpt. Wij zijn opgegroeid tussen zijn klanken.” Diepenbrock is daardoor belangrijk geweest voor zijn leerlingen en zodoende loopt de as der ontwikkeling vooral over de eerder genoemde Hendrik Andriessen.

Orkestliederen

Diepenbrock was classicus van huis uit, maar toch lag zijn hart al vroeg bij de muziek. Als componist heeft hij zich vrijwel uitsluitend met vocale muziek beziggehouden en schreef vele liederen, met piano en met orkest. Met zijn orkestliederen – een genre dat in die tijd vrijwel onbekend was – was hij Mahler eigenlijk een stap voor.

Tijdsgeest

Waar ik ook van opkeek waren zijn standpunten die veelvuldig de inhoud van zijn brieven domineerden. Een daarvan was zijn koudwatervrees voor de in de negentiende eeuw maatschappelijk sterk opkomende joodse bevolking en vragen we ons af hoe dat aan de orde kwam, in zijn ontmoetingen met Gustav Mahler. Dit boek gaat zeker ook over de algemene tijdsgeest van toen en is in die zin dan ook groter dan Alphons Diepenbrock.

De componist en musicoloog Leo Samama schreef deze fraai uitgegeven monografie in opdracht van het Alphons Diepenbrock Fonds. Het boek is ingebonden, voorzien van harde kaft en zeer mooi afgewerkt. Ook zijn er mooie oude foto’s te bewonderen. Een absolute must voor degenen die meer willen weten over de Nederlandse muzikale ontwikkeling rondom de vorige eeuwwisseling.

Emile Stoffels

FAURE WAGNER

Saturday, September 1st, 2012

FAURE WAGNER
Pelléas et Mélisande Mélodies Élégie Siegfried-Idyll
Orchestre De L’Opera De Rouen Haute Normandie Oswald Sallaberger Karine Deshayes François Salque
ZigZag Territoires ZZT300 DDD 58.48

Uitvoering/opname *****/****

Het streven om van Wagner en bij uitbreiding de Romantiek los te komen, is in Faure’s muziek gemakkelijk te herkennen. Hij schuwt de scherpe en felle contrasten consequent. Zelfs in zijn grote werken blijft Faure een meester in de intimiteit, die immer de verstilling nastreeft. Dat maakt hem minder geschikt voor de Opera in tegenstelling tot Richard Wagner, maar wel uitermate geëigend voor de kamermuziek. Daarom is deze koppeling ook zo interessant. Ook zijn suite Pelléas et Mélisande op de symbolistische teksten Maeterlinck, ademt primair een atmosfeer van fijnzinnigheid en rust. Het is de mijmering in vooral het eerste deel, dat ons zo treft. Hij breidde deze suite uit met de innemende Sicilienne. Een stuk uit 1893 dat – schitterend in zijn eenvoud – komt uit een onafgemaakt project voor Molières Le Bougeois gentilhomme. De Élégie – hier in de orkestversie – is een juweel. Met de Siegfried-Idyll, geschreven naar aanleiding van de eerste verjaardag voor Cosima als Wagners wettige echtgenoot, besluit deze cd. Ook hier ontlokt Sallaberger veel kleur en finesse van het orkest. Het Franse ZigZag is in staat om regelmatig met een verassend product te komen. Ook nu weer. De opname ontbloot prachtige tinten, maar is wat aan de droge kant. Absolute aanrader.

Emile Stoffels
Luister 684

SCHUMANN – Piano Quintet & Quartet

Thursday, June 14th, 2012

SCHUMANN
Piano Quintet op. 44 Piano Quartet op. 47
Jerusalem Quartet; Alexander Melnikov, piano
Harmonia Mundi HMC 902122 DDD 54’56

Uitvoering/opname ****/****

Er wordt weleens beweerd dat Schumann als genie begon en als talent stierf. Als dat al waar is, dan heeft die neerwaartse lijn zich pas zeer laat ingezet. Zijn kamerwerken uit 1842 tonen vooralsnog, dat die tijd van geestelijke inzinking en ellende nog niet gekomen was. Nadat hij de strijkkwartetten in juli 1842 had afgerond, beproefde Schumann een nieuw genre dat tot een verandering in zijn muzikale stijl leidde. Voor hem was het kennelijk een vlucht van de piano als solo instrument, die hij toch als te knellend ervoer. Een aanwijzing daarvoor is een opmerking in een brief aan Robert Franz waar hij de helderheid benadrukt van Haydn, Mozart en Beethoven als model. Liszt keurde het kwintet af omdat hij het “naar Leipzig vond rieken.” Daarmee bedoelend de neoklassieke stijl. Wagner daarentegen was wel van het werk onder de indruk. Er zijn uiteraard veel uitstekende opnames gemaakt van deze o zo belangrijke werken. Vergeleken met bijvoorbeeld de EMI live opname van Martha Argerich en het Emerson kwartet op DG, komt het Jerusalem kwartet met een meer belegen en beschouwende aanpak die wat meer patina aanbrengt aan dit bruisende meesterwerk. De Harmonia Mundi opname is prachtig.

Emile Stoffels
Luister 683

CASALS ENCORES

Saturday, November 5th, 2011

CASALS ENCORES
Alban Gerhardt Cecil Licad
Hyperion CDA 67831 DDD 72’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Over verzamel Cd’s kunnen we het hebben, maar dit is wel een mooie. Alban Gerhardt doet nog eens dunnetjes over wat Pablo Casals lange tijd heeft gedaan: het uitvoeren van Encores. Het is een aardige samenvatting van wat Casals in dit kader heeft gedaan. En het is voor ieder wat wils. De in Spanje geboren Casals wordt nog steeds gezien als een van de beste cellisten ooit en had een indrukwekkend groot repertoire, dat veel aanhangers kende. De CD bevat transcripties van werken van grote componisten als Fauré, Chopin, Saint-Saëns, Boccherini en Wagner. Maar ook vaak uitgevoerde muzikale pareltjes van David Popper: Vito, Chanson villageoise en zijn Mazurka in G minor. Ook deze stukken hebben hun plaats inmiddels veroverd in de cello literatuur en de meester cellist maakte zich er sterk voor: ‘ik voer hem uit hem zolang ik cello speel, omdat geen andere componist beter schrijft voor dit instrument.’ Alban Gerhardt speelt met een schijnbaar verbazingwekkend gemak en wordt uitstekend ondersteund door pianiste Cecile Licad. Het is een rijke staalkaart, maar vooral prachtig eerbetoon geworden aan een legendarisch musicus. De Hyperion opname is adembenemend realistisch.

Emile Stoffels
Luister 678

Pfitzner – Orchesterlieder

Monday, March 7th, 2011

PFITZNER
Orchesterlieder
Hans Christoph Begemann Nordwestdeutsche Philharmonie Otto Tausk
CPO 777 552-2 DDD 68’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Ronduit treffend hoe Pfitzner een eigen uitdrukkingsvorm vindt tussen Wagners declamatorische stijl, waarin het woord de noten dicteert en Schumanns diep peilende lyriek. Onwaarschijnlijk mooie vergezichten schenkt deze belangrijke erfgenaam der Romantiek ons in zijn orkestrale liederen. Om er maar een paar liederen tussenuit te halen. An den Mond op. 18 naar Goethe is een hoogst persoonlijk lied, waarin de maan steeds groter lijkt te worden, naarmate het lied vordert en ons haast verzwelgt in zijn aanwezigheid. Lethe op. 37 naar Conrad Ferdinand Meyer uit 1926, ontstond na de dood van zijn vrouw. Dit stuk hoorde ik voor het eerst in Musis Sacrum in Arnhem, onder Martin Sieghart en het werd een gedenkwaardig avondje. Ook nu weer werd ik volkomen overrompeld door de donkere huiveringwekkende atmosfeer, die bijna fysiek het lichaam binnen dringt en ons verwond als we niet oppassen. Gevaarlijk mooie muziek die de stemming van de dag bepaald en wellicht nog langer. De zang van Begemann staat als een huis en de CPO opnames verrassen me steeds weer op het gebied van doorzichtigheid en diepte. Ook staat de solist mooi ingebed in het orkest. Een buitenkans, deze indrukwekkende CD.

Emile Stoffels
Luister 673

De Romantiek III

Wednesday, December 29th, 2010

De Romantiek III

Met deze maand sluiten we de laatste grote Duitse componisten uit de Romantiek af. We bespraken al eerder dat men in deze generatie kunstenaars, een universele verschijning zag. Een tijdsperiode waarin wijsbegeerte, literatuur en poëzie een toenemende inwerking uitoefenen op de toonkunst. Maar ook de industrialisering en daarmee ook het ontstaan van het socialisme, begint het psychische klimaat van de kunstenaar te bepalen.

Het fenomeen Richard Wagner (1813 – 1883) en diens invloed is al in vorige artikelen besproken. Zijn belang en inwerking op de muziek van de 19de eeuw is nauwelijks te overschatten en hij is lang gezien als degene die aan de wieg stond van de moderne muziek. Aangezien zijn grootste en voornaamste bijdrage aan de opera is en deze artikelen als belangrijkste speerpunt de symfonie hebben, valt Wagner eigenlijk buiten het bestek van deze serie. Dat geldt ook voor Verdi (1813 – 1901) die zijn grote tegenspeler in Italië was. Het geldt uiteraard voor alle componisten die voornamelijk opera’s hebben geschreven. Berlioz komt later wel aan de beurt op basis van zijn Symfonie Fantastique. Maar laat duidelijk zijn dat Wagner een van de grootste hemellichamen in ons stelsel is.
Voor Wagner’s opera’s adviseer ik om (eerst) de ouvertures te beluisteren. In de 19de eeuw legde men een duidelijk thematisch verband tussen de ouverture en de belangrijkste episoden van de opera. Deze kunnen dus als een soort synopsis dienen en worden regelmatig 2de hands aangeboden evenals de dwarsdoorsneden en hoogtepunten. Solti op Decca, Böhm en von Karajan op DG zijn de grote namen in deze.

Ook Franz Liszt (1811 -1886) geboren in Hongarije maar de grootste muzikale wereldburger van deze eeuw, mag uiteraard niet ontbreken. Al was het alleen om het feit dat hij de schepper van het symfonische gedicht is en zodoende in meer vrijheid voor de componist voorzag. Velen hebben zich hiervan bediend: Strauss, Smetana, Dvorak, Saint-Saens en zelfs Debussy’s La Mer is ondenkbaar zonder Liszts ontdekkingen.
Tijdens zijn verblijf in Parijs heeft hij zich ingeleefd in de Franse cultuur en zich onder andere op dichter Victor Hugo geïnspireerd. Vandaar ook de Franse titels zoals zijn Les Preludes die het meest populair gebleven is van zijn symfonische gedichten. In Weimar kwam hij weer in contact met de Duitse cultuur waaruit de Faust Symfonie uit 1854 ontstond. Uitstekende keus hier is Bernstein op DG (2707 100) met de BSO. Maar ook Italië was een vaderland voor hem en inspireerde hem tot de Dante Symfonie.
Van zijn klavierwerken staat de sonate in b centraal. De pianoconcerten door Arrau (solist) en Davis (Philips 412 926-1) worden vaak aangeboden en klinken overrompelend. Samen met Wagner is hij de hoofdrolspeler van de Norddeutsche Schule.

Aanknopend bij de klassieken met een heldere, klare bijna ijle klank is Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 – 1847). Een vroegrijpe geest die op 17 jarige leeftijd al de sprookjesachtige ouverture Midzomernachtsdroom (Szell op Philips Sequenza 6527 056!) componeerde. Mendelssohn – Joods van geboorte maar gedoopt in de Gereformeerde kerk – was het die Bachs Mattheus Passie weer op de kaart zette en alleen daarom al een standbeeld verdient. Nietzsche zei: “Felix Mendelssohn’s muziek is de muziek van de goede smaak, voor al het goede dat reeds geweest is: zij wijst steeds achter zich”. Vergeleken met Schumann – zij waren goede vrienden – is Mendelssohns muziek helderder en sprankelender.  Ook even edel, maar minder diep. Over Schumanns kunst ligt een soort van patina.
De slanke lenige pianoconcerten zijn een mooi voorbeeld hiervan. CBS heeft beide pianoconcerten gekoppeld met Perahia (solist) en Marriner (CDS 76576). De hoes is aartslelijk, maar de uitvoering en klank zijn buitengewoon. Mendelssohn is echter het meest beroemd om het prachtige vioolconcert uit 1845 waar ontelbare uitvoeringen van zijn. Hoog aangeschreven staat nog altijd die door Mutter (solist) en von Karajan (DG 2532 016).
Het beeldige octet door I Musici (Philips Sequenza 6527 076) zie je regelmatig in het 2de hands circuit. Schitterende opname met twee van zijn twaalf jeugd symfonieën voor strijkers. In deze vroege composities zitten verrassende momenten van zeldzame schoonheid die naar Bach wijzen. Ook zijn strijkkwartetten opus 12 en 13 zijn niet te versmaden. Het LaSalle Kwartet (DG 2530 053) geeft vurige vertolkingen van deze stukken.

Zijn derde symfonie heeft als bijnaam de Schotse en valt op door de donker en herfstig gekleurde harmonieën. De uitvoering door Peter Maag op de budget serie Ace of Diamonds van Decca (SDD 145) is zondermeer de zoektocht waard. Zeldzaam mooie opname en Maag doet alles goed. De koppeling is met de prachtige Ouverture de Hebriden, dat een soort concentraat is van de Schotse. Een werk van een verbluffende oorspronkelijkheid en het sublieme in de natuur blootlegt. Het is het pendant van de Manfred Ouverture van Schumann. Voor de Schotse zijn er prima alternatieven: Haitink met het LPO (Philips 9500 535) en Dohnányi op Decca met het VPO, maar voor de Hebriden Ouverture wordt dat een stuk lastiger.
Hoe anders is zijn vierde met als bijnaam de Italiaanse. Volslagen andere wereld dan de vorige symfonie. De opening kennen we allemaal. Het zijn van die “Oh ja…” melodieën die blijkbaar diep in onze west Europese vezels zitten.
Voor wat betreft de koppeling met zijn andere symfonieën zijn Abbado (Decca en DG), Leppard (Erato STU 71064) en Maazel (DG 138 684) aan te bevelen. De laatst genoemden koppelen de vierde en de Reformation (de vijfde). De bekende 3de en 4de symfonie worden meestal gekoppeld, maar lang niet altijd. Als ik een top 3 zou moeten maken van meest voorkomende platen in het tweede hands circuit, dan staat de volgende plaat daar zeker in: de uitvoering van de ‘Italiaanse’ door Sinopoli (DG 410 862-1) gekoppeld met de Unvollendete van Schubert. Wat een fantastische uitvoering, opname en cover!
Overigens het ‘probleem’ Schubert – een van de grootste geesten van de Europese toonkunst – zullen we binnen de stijlperiode behandelen voorafgaand aan de Romantiek.

We zagen ook weer in deze periode dat er in Duitsland verschillende generaties tegelijkertijd actief zijn. Enerzijds kunstenaars die door hun hoge leeftijd toch nog steeds een aanzienlijke invloed hebben op de laatromantiek en in de tweede helft van de 19de eeuw tot volle wasdom komen. Anderzijds een generatie die nog wortelt in de periode voorafgaand aan de Romantiek: het Classicisme. En er is een middengroep die zich ontplooide tijdens de eerste helft van de 19de eeuw. In Frankrijk en Italië – de andere twee dominante naties – was dat niet anders. Volgende maand komen de grote Franse Romantische componisten aan bod: Berlioz, Franck en Chopin. De Franse romantici die zich later zouden verzetten tegen de Duitse invloed.

De Romantiek II

Wednesday, December 29th, 2010

De Romantiek II

Het woord Romantiek is ons in de mond bestorven; het is onmogelijk zelfs bij benadering alles op te noemen wat heden als romantisch wordt gekwalificeerd; Shakespeare of Chopin evengoed als een zesde-rangs film of een van de duizend-en-een romannetjes, die al voor het ter perse gaan verouderd zijn. (Norbert Loeser).

Het mag duidelijk zijn dat de term Romantiek meestal verkeerd wordt gebruikt en begrepen, waardoor de juiste betekenis verloren dreigt te gaan van dit cultuurhistorische verschijnsel, waarvan de wortels al liggen in de 18de eeuw bij de poëzie, literatuur en filosofie. Het fenomeen Romantiek is veel complexer dan de meeste mensen vermoeden en heeft vooral een duistere nachtelijke kant zoals duidelijk blijkt uit de persoonlijke omstandigheden van diverse kunstenaars. De grootheidswaanzin van Wagner, de krankzinnigheid van Schumann, het fantastische van Berlioz, enz.

De grote tegenspeler van Wagner in Duitsland en generatiegenoot van Bruckner was Johannes Brahms (1833 – 1897). Uiteraard had ook hij te maken met de veranderde geestelijke houding in Europa die de componist min of meer dwong om van het traditionele vormschema af te wijken. Zelf behoorde Brahms bij een beweging in de Romantiek die tegen de stroom van de Wagneriaanse school inging en de 18de eeuwse traditie fel verdedigde. Hij trachtte de klassieke stijl te verbinden met de romantische ideeën. Een meester van de intimiteit en de kleine vormen zoals ballade, rapsodie en het lied. Ook wel eens de geniaalste knutselaar genoemd, omdat hij de “grote overgeleverde vorm met louter kleinere eenheden vult”. Dit bracht de grote denker Nietzsche ertoe Brahms’ stijl de “Melancholie des Unvermögens” te noemen.

Puur vormtechnisch gezien, ligt zijn grootste bijdrage in de kamermuziek. Echter, zijn symfonieën zijn toch indrukwekkend. In tegenstelling tot Wagner en Berlioz die het orkest behoorlijk hadden uitgebreid, gebruikt Brahms voor zijn symfonieën niet meer instrumenten dan Beethoven voor zijn negende.
Zijn eerste symfonie wordt wel eens Beethovens 10de genoemd en zou bij serieuze klassieke muziek liefhebbers niet mogen ontbreken. De overeenkomsten met Beethoven zijn duidelijk: de heroïsche strijd en overwinning, dit alles echter op zijn eigen lyrische manier. Het intro grijpt direct aan; het is een weemoedige klacht. Het tweede deel hoort bij Brahms’ mooiste stukken voor orkest, met een prachtige melodie in de hobo. In de finale klinkt wederom Beethoven door: verbroedering.

Er zijn in de loop der tijd heel veel goede uitvoeringen vastgelegd door de grote labels en ze hebben allemaal zo hun charmes. Solti en Chailly op Decca; Jochum, Klemperer en Boult op EMI; Böhm (2 keer), Giulini, Abbado en von Karajan (3 keer) op DG. Er is echter één uitvoering waar ik iedere keer weer op terugval. En dat is die door Haitink (Philips 416 661-1) met het Concertgebouw Orkest in topvorm. Vermeldenswaard is dat de heruitgave – die vreemd genoeg moeilijk te vinden is – een fractie transparanter klinkt dan de oorspronkelijke uitgave. Ofschoon Haitink dan net niet dat weemoedige, klagende, pathetische benadrukt zoals Giulini en von Karajan dat doen, verrast Haitink mij keer op keer door de elastische aanpak. Ritmisch klopt het altijd bij deze man. En een heerlijke opname ook.

Dan de vierde symfonie. De trant van dit mooie werk is wel eens gekarakteriseerd als een herfststemming. Het meeslepende openingsthema spreekt direct aan. De climax op het einde van deel 1 is ingetogen maar gloedvol en waardig. Voor de uitvoering valt hetzelfde te zeggen als voor de eerste symfonie. Opvallend is de opname door Kleiber (DG 2532 003) die een zeer gelaagde uitvoering geeft.

Brahms heeft enorm geworsteld met de symfonie als vorm. Het eerste pianoconcert op. 15 was aanvankelijk als symfonie bedoeld. Men noemt het wel eens symfonie met obligaat klavier. De opening is huiveringwekkend voor romantische begrippen. Het tweede deel hoort bij Brahms’ meest aangrijpende stukken, terwijl het derde deel weer opvalt in edelheid. Ook hier zijn weer heel veel goede uitvoeringen van. Twee uitvoeringen duiken vaak op in het 2de hands circuit: Curzon met Szell (SXL 6023) en Haitink met Ashkenazy (SXDL 7552) beide op Decca en ook nog op de goedkope serie ‘de klassieken’ te vinden.

Bij het schrijven van het Vioolconcert sprak Brahms vaak met violist Joachim over de technische eisen. De laatste introduceerde het werk in verschillende steden. Toch werd het werk over het algemeen een “Konzert gegen die Violine” genoemd. We zijn nu zo’n 130 jaar verder en het heeft terecht repertoire gehouden. Krebbers met Haitink op Philips (6599 435) is er een waar je bijna mee doodgegooid wordt en voor kringloopprijzen, maar wat een geweldige uitvoering! Weer dezelfde lof als voor de symfonieën. Ik zou op vinyl niet verder zoeken. Overigens klinkt de CD erg goed en zit ook in de budget lijn van Philips.

Degene die de grootste en ingrijpendste invloed op Brahms heeft gehad is Robert Schumann (1810 -1856). Wellicht mogen we hem het archetype romanticus noemen. Een romantische dromer, literair begaafd en politiek geëngageerd. Typisch voor deze tijdsperiode: de kunstenaar die zich breed oriënteerde. Een tragisch verhaal van een genie die de dood op relatief jonge leeftijd zou vinden door krankzinnigheid en uitputting. Dit is een van die nachtelijke kanten van de romantiek.
De Manfred ouverture gebaseerd op het dramatische gedicht van Lord Byron is waarschijnlijk zijn mooiste orkestwerk. Schumann zei er zelf het volgende over: “Nog nooit heb ik mij met zoveel liefde en met zoveel concentratie van al mijn krachten aan een compositie gegeven als aan de Manfred”. Literair begaafd als hij zelf ook was, zal hij zich direct aangetrokken hebben gevoeld tot dit gedicht waarin “de demonische held van Byron, een wonderlijk mengsel is van de bespiegelende Faust en de misdadige door wroeging gekwelde Macbeth”, zoals verwoord door Höweller. In deze ouverture horen we inderdaad de verscheurdheid, het bitterzoete en de fatale schoonheid van de Romantiek. Ik persoonlijk denk dat er geen werk in de romantiek te vinden is, die deze nachtelijke aspecten zo voor het voetlicht brengt. Maar ook de nobele fluitmelodie aan het einde laat me iedere keer weer sterven. Er zijn twee uitvoeringen die de zoektocht waard zijn. Barenboim en Giulini beiden op DG. Bij de laatste is goed te horen dat het werk met een opmaat begint. Door kenners een witte raaf onder de orkestwerken genoemd.

Net als Barenboim (DG 2530 940) koppelt Giulini (DG 2532 040) deze ouverture aan de derde symfonie (Reinißche). Een mooiere koppeling kun je je niet voorstellen. Maar er zijn meerdere uitstekende uitvoeringen van deze symfonie. Bijvoorbeeld die door Kubelik ook op DG (138908).  Bernstein (DG 415 358-1) geeft ook op zijn manier weer een bevlogen uitvoering met op kant 2 het pianoconcert op. 54 dat tot de mooiste pianoconcerten hoort. De godin Argerich (DG 415 721-1) met Rostropovich als dirigent, laat weer zien dat dit repertoire voor haar geschreven lijkt te zijn.
In dezelfde Barenboim DG cyclus is de tweede symfonie ook erg mooi (2530 939) en gekoppeld met het weinig uitgevoerde en vastgelegde Concertstuk voor vier hoorns. Een andere interessante optie m.b.t. de tweede is die van Bernstein (DG 419 190-1). Nu is de koppeling met het schitterende Celloconcert, met Maisky als solist. In het werk ontmoet de laatste wel veel concurrentie in de oude rot Rostropovich. De heruitgave in de Klassieken serie (DG 7399 070), klinkt hoorbaar beter dan de oorspronkelijke.
Toch is Schumann vooral ook een kamercomponist geweest. Het Pianokwintet op. 44 is een van de hoogtepunten. Een mooie uitvoering geeft het Alban Berg Kwartet met Entremont op piano op EMI (27 0447-1) een opvallend mooie live opname, met als koppeling het dissonanten kwartet van Mozart. Een ander over het hoofd gezien werkje van Schumann, maar met een ongehoorde schoonheid zijn de drie Romanzen voor hobo en piano op. 94. De enige vertolking die ik op vinyl ken is die door Hansjörg Schellenberger (hobo) en Rolf Koenen (piano) op DG in de Debut serie (2555 013).

De volgende keer zullen we de generatiegenoten van Robert Schumann bespreken. Een generatie die in de kunstenaar een universele verschijning zag. Een tijdsperiode waarin wijsbegeerte, literatuur en poëzie een toenemende invloed uitoefenen op de toonkunst.

« Previous Entries