Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Bruckner – Symphony in D minor ‘Nulte’

Tuesday, May 31st, 2011

BRUCKNER
Symphony D minor ‘Nulte’ WAB 100
Beethoven Orchester Bonn
Stefan Blunier
MDG LIVE 937 1673-6 SACD DDD 63’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Ofschoon Bruckner dit werk min of meer verwierp, vernietigde hij de partituur niet. Voor de goede orde, deze symfonie is ná de eerste geschreven in 1869 en draagt onmiskenbaar Bruckners signatuur. De nulde dankt haar naam aan het misverstand van onderzoekers, die dachten dat het om een revisie ging van een oorspronkelijke versie die voor de eerste werd geschreven. Overigens werd deze nulde niet tijdens zijn leven uitgevoerd, maar pas op zijn honderdste geboortedag. En nog steeds zien we deze boeiende symfonie te weinig op het programma. Bij de studiesymfonie in F is er nog sprake van zoeken en tasten, maar niet bij dit nobele werk dat de toonsoort D-mineur met de derde en negende gemeen heeft; des meesters mystieke sleutel. Vergelijk met Tintner op Naxos leert dat er nieuwe inzichten zijn mbt tempo en frasering. Blunier heeft m.i. een mooiere balans tussen zangerigheid en staccato dan Tintner. De registratie klinkt zeldzaam realistisch en open. Het koper smelt op de tong: pregnant en mild tegelijk. Doordat de akoestiek mooi is gevangen, krijgt de opname een ware live sensatie. De superaudio laag klinkt bovendien nog een slagje natuurlijker en losser. Schitterend totaalproduct weer van MDG. Zegt het voort!

Emile Stoffels
Luister 675

BRUCKNER Symphony Nr. 8

Tuesday, December 21st, 2010

BRUCKNER
Symphony Nr. 8 urfassung 1887
Philharmoniker Hamburg Simone Young
OEHMS OC 638 DDD 31’/52’

Uitvoering *** / Opname *****

’Meine Achte ist ein Mysterium’, maar er zijn vele mysteriën in deze werkelijkheid. Zo is het nog steeds een raadsel dat dirigenten zoals von Karajan, Haitink, Giulini etc. nooit deze eerste versie hebben opgenomen. Hoe dan ook, Bruckner aanbidders die alleen de 1890 versie kennen – hetzij de Haas, hetzij de Nowak uitgave – zullen van de ene in de andere verbazing vallen bij het beluisteren van deze oerversie uit 1887. Het meest opvallend is wel het slot van het eerste deel, maar bij herhaald luisteren vallen talrijke verschillen op. Zowel in de instrumentatie als in de behandeling en verwerking van de materie. Bovendien is de eerste versie maarliefst 164 maten langer dan de tweede versie. Vergelijking met Tintner op Naxos dringt zich uiteraard op. De tempi en fraseringen van Tintner bevallen mij beter. Ook is Young bij de climaxen te gematigd naar mijn smaak, maar de imposant gedetailleerde opname maakt veel goed.

Emíle Stoffels
Luister 662