Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

MENDELSSOHN & TCHAIKOVSKY – Violin Concertos

Friday, July 1st, 2016

Mendelssohn Steinbacher 281MENDELSSOHN & TCHAIKOVSKY
Violin Concertos
Arabella Steinbacher
Orchestre de la Suisse Romande, Charles Dutoit
PENTATONE CLASSICS PTC 5186 504 SACD Hybrid Multichannel DDD 68’14

Uitvoering **** | Opname ****

Laten we eerlijk zijn: deze werken maken deel uit van het ijzeren repertoire. En dan is er voor de handliggend, zeer veel concurrentie. In zekere zin, zou men dit dan ook als een overbodige opname kunnen bestempelen. Maar toch! We kennen Arabella Steinbacher uiteraard van meerdere Pentatone opnames, maar ik moest direct aan haar opname van de vioolconcerten van Bartok onder Janowski denken. Om te beginnen is ook hier de solist mooi ingebed in het orkest en niet te groot afgebeeld. Toch is er voldoende separatie, tussen solist en orkest. Haar spel is groots met een direct-in-je-gezicht-klank. Tegelijkertijd laat haar milde, roodbruine toon, ons weer smelten. In de cadens van het Mendelssohn concert, had ik echter wel graag iets meer pathos gehoord. Maar bij het Tchaikovsky concert is er wel weer meer vuur te bespeuren. Meest opvallend is wellicht dat het Steinbacher allemaal weinig moeite lijkt te kosten. Bijzonder sympathieke ondersteuning biedt ook Dutoit en het Orchestre de la Suisse Romande. Die samenwerking blijkt nog steeds uitstekend te zijn, dat bewijst deze opname weer. Voor lieden die een nieuwe uitvoering zoeken en een hoge resolutie opname kunnen appreciëren, is dit een absolute aanrader.

Emile Stoffels
Luister Magazine Nr. 708

TCHAIKOVSKY – Piano Concertos 1 & 2

Tuesday, March 10th, 2015

Tchaikovsky Onyx201TCHAIKOVSKY
Piano Concertos 1 & 2
Simon Trpčeski
Royal Liverpool Philharmonic Orchestra • Vasily Petrenko
ONYX 4135 DDD 70:52

Uitvoering **** | Opname ***

Het tweede pianoconcert heeft het qua populariteit nooit gehaald bij het eerste. Dit komt onder andere omdat de wedijver tussen orkest en piano, zoals bij het eerste, vrijwel afwezig is. Ook zijn er grote verschillen qua sfeer en gemoed tussen de afzonderlijke delen. Toch biedt ook dit concert genoeg muzikale inhoud om van te genieten. Aan de Macedonische Trpčeski zal het in ieder geval niet liggen, want hij wil dit stuk al sinds zijn jeugd spelen. En dat is te horen: hij speelt met veel zwier en discipline. Het interessante van deze opname is dat hier de zelden opgenomen Siloti (Tchaikovsky’s leerling) uitgave uit 1897 te horen is. Althans, gedeeltelijk, want de solist heeft er voor gekozen om alleen het door Siloti aangepaste middendeel (teruggebracht van 332 tot maar liefst 141 maten) te spelen. De hoekdelen speelt Trpčeski dus oorspronkelijk. Dan het eerste concert. Aanvankelijk miste ik de pit en de overrompeling bij de opening van het eerste deel die ik gewend ben van andere uitvoeringen, maar al snel komen de heren en dames op stoom. Samenvattend: een voldoening schenkende cd met uitstekende vertolkingen. De opname is aangenaam maar mist wat openheid en doortekening.

Emile Stoffels
Luister Magazine 702

MOZART – REQUIEM

Saturday, January 10th, 2015

Mozart RequiemMOZART
Requiem (compl. Süssmayr)
Genia Kühmeier, soprano • Bernarda Fink, mezzo-soprano • Mark Padmore, tenor • Gerald Finley, bass • Netherlands Radio Choir • Royal Concertgebouw Orchestra – Mariss Jansons
RCO 14002 DDD 47:35

Uitvoering *** | Opname ***

Jansons was mijn held toen ik zijn frisse kijk op de symfonieën van Tchaikovsky hoorde. De spanning, de precisie en het vloeiende. Kwaliteiten die hem zeer onderscheiden als dirigent. In deze live registratie van 2011 heeft hij het orkest niet al te veel uitgedund en op het solisten kwartet is weinig aan te merken. Het is dan ook een keurige opname, maar toch iets te keurig naar mijn smaak. Om niet te zeggen bij tijd en wijle saai en zelfs vlak. De opening is prachtig door hoe de fagotmelodie eruit is gelicht, maar daarna is het voor mij echt uitzitten. Mede ook door het hoge tempo. Het Kyrie is boeiender, maar het Dies irae is weer verassend vlak. Overigens is bij het Tuba mirum goed te horen dat we met de Süssmayr versie van doen hebben. Het Rex tremendae is wel weer spannend. Al met al een voor mij wisselende uitvoering die in z’n geheel slechts een gemiddelde indruk achter laat en vooral te braaf is naar mijn smaak. Ook de opname heeft niet dat extra beetje glans die een uitvoering een extra lift kunnen geven. Met de hakken over de sloot wat mij betreft.

Emile Stoffels
Luister Magazine 701

TCHAIKOVSKY PROKOFIEV – The Sleeping Beauty

Monday, April 21st, 2014

TCHAIKOVSKY PROKOFIEV
The Sleeping Beauty Ballet Transcriptions
Claire Huangci, piano
BERLIN Classics 0300562BC

Uitvoering / Opname **** / *****

Ze speelde op 10-jarige leeftijd voor president Bill Clinton, maar pas laat tijdens haar tiener jaren, besloot Claire Huangci volledig voor de piano te gaan. Een rode draad in haar ontwikkeling is de muziek van Frederic Chopin. Aanvankelijk was ze terughoudend voor zijn muziek, door de moeilijkheidsgraad van de Etudes. Toch was het met Chopins’ muziek, waarmee ze internationaal doorbrak. Haar debuut opname is hier echter met de piano transcripties van Doornroosje van Tchaikovsky en Romeo en Julia van Prokofiev. Maar een feest is het! Tchaikovsky’s leerling, Alexander Ziloti, maakte al een complete pianoversie van het ballet. Maar in 1970 kwam Mikail Pletnev met de transcripties, die we nu horen. Persoonlijk vind ik de transcripties van Romeo en Julia beter geslaagd. Wellicht komt dat, doordat Prokofiev er zelf een piano-uittreksel van heeft gemaakt. Zoals wel vaker horen we zaken, die we bij de orkestversie moeilijker horen. Het spel van Huangci is veelbelovend: helder, opwindend en opvallend weinig exhibitionistisch. Het gaat in deze bespreking om vinyl en wel een dubbel LP op 180 gram geperst. Bovendien op 45 toeren gesneden. Uiteraard zit er een download bij op mp3 format. De opname is fenomenaal: zelden heb ik een weldadige rust en tegelijkertijd dynamiek in een piano gehoord.

Emile Stoffels
Luister Magazine 697

TCHAIKOVSKY Symphony No. 6 – Tabachnik

Tuesday, October 23rd, 2012

TCHAIKOVSKY
Symphony No. 6, Pathétique Romeo & Juliet
Brussels Philharmonic, Michel Tabachnik
Brussels Philharmonic Recordings BPR0003 DDD 62:09

Uitvoering/opname ****/****

Tabachnik is sinds 2008 muziekdirecteur van het Brussels Philharmonic en probeert op een creatieve manier het ijzeren repertoire met de muziek van de 20ste eeuw te combineren. Zijn motto: “We zijn geen museum, wel een platform voor levende muziek.” Dat Tchaikovsky’s Pathétique nog steeds leeft laat Tabachnik overduidelijk horen en dat ervaren we direct bij de opening, als na het neerslachtige Adagio het Allegro non troppo inzet. Hier wordt schitterend spel tentoongespreid. Het doet denken aan de opname van Jansons op Chandos, die nog steeds de toetssteen vormt. Het sleutelmoment – de stormachtige passage na de zachte klarinet solo – staat hier als een huis. We kennen teveel uitvoeringen die hier te snel overheen fietsen, maar Tabachnik dus niet. De finale is – tegen de traditie in – een langzaam deel: Adagio lamentoso. Een volslagen afwijkende indeling van de symfonie. Tchaikovsky noemde dit deel een requiem en Tabachnik vat dit ook als zodanig op, hoewel von Karajan op DG hier nog steeds indrukwekkend blijft. Kort en goed: Jansons blijft voor mij de norm, von Karajan heeft zijn merites in het laatste deel, maar Tabachnik komt dicht in de buurt. Bovendien is de opname van de laatste superieur. De combinatie met Romeo en Juliet is een veel voorkomende maar niettemin een logische, gezien het thematische verband.

Emile Stoffels
Luister 685

TCHAIKOVSKY Symphony No. 6 – Mikhail Pletnev

Saturday, January 7th, 2012

TCHAIKOVSKY
Symphony No. 6 in B minor, Op 74 Capriccio Italien, Op. 45
Russian National Orchestra Mikhail Pletnev
PentaTone Classics PTC 5186 386 SACD DDD 62:13

Uitvoering/Registratie ***/***

Tchaikovsky’s zesde – door broer Modest, ‘Pathetique’ gedoopt – werd door de meester zelf als de sluitsteen van zijn oeuvre beschouwd; als het beste en oprechtste van zijn werken. Pletnev heeft de Pathetique al eens voor Virgin opgenomen en oogstte toen veel lof. Nu dus voor PentaTone. De vorige keer was ik tamelijk onder de indruk van de vijfde, vooral hoe hij gedoceerd naar de climaxen toewerkte. Dit zorgde voor een vanzelfsprekende en natuurlijke opname. Nu had ik dat gevoel veel minder en ontwaarde ik wat overdreven nadrukjes en eigenzinnigheden. Ter vergelijk diende mijn old time favourite Mariss Jansons op Chandos. Ofschoon Pletnev zonder twijfel zo z’n momenten heeft, mist hij wat mij betreft de scherpte en souplesse van Jansons. Een sleutelmoment is altijd de stormachtige passage in het eerste deel na de zachte klarinet solo. Jansons gebruikt daar een gecontroleerde roekeloosheid en raffinement die – in tegenstelling tot Pletnev – toch niet gekunsteld aandoet. Bij het laatste deel is Jansons ook overtuigender, vooral door een zangerigheid die ik hier totaal mis. Pletnev is hier bij vlagen zelfs log en wat hoogdraverig. De opname heeft een goede klankbalans maar mist wat glans en schittering, die ik op de Chandos opname zo waardeer.

Emile Stoffels
Luister 679

Avantgarde Uno – een State of the art weergever

Wednesday, August 3rd, 2011

‘Ik hoef het beeld alleen van het overtollig steen te bevrijden’, sprak de beeldhouwer Auguste Rodin, toen hem iets over een van zijn kunstwerken werd gevraagd. In navolging van zijn grote voorbeeld Michelangelo, wist deze erfgenaam der Barok en tegelijkertijd erflater der moderne plastiek, menselijke figuren ‘uit steen te verlossen’ op een wijze die aannemelijk maakt dat geen ander resultaat denkbaar zou zijn. Het is een soort van onvermijdelijkheid die wij ook ondervinden in de muziek van Ludwig von Beethoven.

Iets dergelijks ervoer ik ook bij het zien en horen van de Avantgarde speakers, die ik een tijd geleden voor het eerst hoorde bij Audio-Life in Buren. Ik was direct onder de indruk van de verpletterende live presentatie en probeerde me in te beelden hoe deze jongens bij mij thuis zouden klinken. Interessant in deze is dan ook de definitie dat Avantgarde Acoustic van het begrip puurheid geeft, in verband met hun producten: “Een functioneel ontwerp dat noodzakelijkerwijs ontstaat uit zijn toepassing.”

De voorhoede

Avant-garde is sedert de jaren ’20 van de vorige eeuw een gebruikte term ter aanduiding van internationaal gerichte groepen revolutionaire kunstenaars, die experimenteren met nieuwe kunstvormen en de artistieke procedés van hun voorgangers radicaal afwijzen. De term werd voor het eerst toegepast op een groep links-pacifistische kunstenaars die in 1916 bijeenkwamen in het Cabaret Voltaire te Zürich. Sindsdien wordt de term gebruikt voor een aantal groepen van vernieuwers, van voor de Tweede Wereldoorlog. De term kan eigenlijk gebruikt worden voor elke vooruitstrevende groep kunstenaars die breekt met de traditie en kan het best toegepast worden op een bepaalde levensopvatting, of meer specifiek voor een kunstenaarshouding waarin het experimenteren met nieuwe vormen centraal staat.

Precies die pioniersgeest ademt het Duitse Avantgarde Acoustic ook uit. Een bezoek aan hun website maakt dat snel duidelijk. Het bedrijf stond vorig jaar onder een nieuw motto op de High-End show in München: “Purity meets Performance”; een bedrijfsfilosofie die op bewonderingwaardige wijze in alle speakersystemen is doorgevoerd. Dus ook in het hier geteste model: de Uno. Er zijn diverse modellen in het programma, maar dit is het instapmodel en het ligt dan ook voor de hand dat er nog een Duo en een Trio is. Verder is er nog een geheel actief speakersysteem, de Solo en een indrukwekkende bashoorn.

Uiteindelijk nam ik contact op met Number 4; de importeur van Avantgarde en werden de 70 kilo zware speakers in delen in mijn huiskamer gebracht en in elkaar gezet. Dat verliep allemaal rimpelloos en toen de eerste speaker was geplaatst werd dan ook de gepaste kreet geslaakt: “Uno!”.

De afwerking is fantastisch en het design zou wat mij betreft in aanmerking komen voor een grote prijs. Juist omdat het qua design geen alleman vriendje is. Ik was in elk geval geheel overdonderd door de vormgeving. Het is opvallend in z’n eenvoud en dat maakt het zo bijzonder. Toch zijn er mensen die deze speakers om onbegrijpelijke redenen wanstaltig noemen. Verder zijn de Avantgardes in allerlei kleuren te krijgen, opdat er een goede afstemming mogelijk is met de omgeving waar ze komen te staan.

De Uno heeft een 20 inch sferische hoorn die het gebied weergeeft van 300 Hz tot 3 kHz. Daarboven neemt een 5 inch hoorntweeter het over. Het laag wordt actief gedaan met aparte 250 watt versterkers in het baskabinet, die twee 10 inch drivers per kant aansturen. Er is dus alleen een versterker nodig voor het midden en hoog. Deze beide hoorns hebben bij elkaar een gevoeligheid 104 dB en kan er met slechts enkele watts een orkaan aan geluid geproduceerd worden.

Funcionaliteit

Functioneel en logisch zijn de Avantgardes ook. Aan elke hoek van de speaker kan eenvoudig de hoogte ingesteld worden en derhalve de luidspreker laten kantelen of overhellen, wat erg veel invloed op het stereobeeld heeft. Evenzo is het mogelijk het werkgebied van de hoorns in te stellen. Aangezien het laag actief is, kon ik het goed aanpassen. In mijn huiskamer bevindt zich een lichte vorm van compressie die mij in sommige gevallen parten speelt. Maar dus niet in het geval van de Avantgardes. Ook bleken ze niet overmatig kritisch bij het plaatsen. Wel gaat er enige tijd zitten ik het in- en uitdraaien en het naar voren en achteren laten hellen van de speakers. Eenmaal naar tevredenheid opgesteld, kon het luisteren beginnen. Voor het midden en hoog gebruikte ik mijn ‘old warhorse’ de EL84 single ended buizen versterker. De Philips SACD 963 gebruikte ik zowel als bron en als loopwerk voor mijn NOS DAC’s.

Speaker bekabeling was aanvankelijk een solidcore type van AudioQuest. Ik begon hiermee omdat uit mijn ervaring sommige hoornsystemen wat nadruk kunnen hebben in het midden tot het midden-hoog. Deze ‘bruin’klinkende kabel zou dat dan moeten neutraliseren. Maar al gauw bleek dat dat niet nodig was, omdat deze weergevers een toonbeeld zijn van neutraliteit. Later werd dan ook de Heimdall van NordOst gebruikt die in mijn ondervinding volstrekt neutraal en homogeen klinkt en een mooie match bleek met de Avantgardes. Dat bleek wel uit Martes van Murcof. Het laag was aanzienlijk sneller en preciezer en toch kon ik zelfs nog wat extra laag bijdraaien.

Luisteren

De ritmische potentie was wat me als eerste opviel. Zo was Dancing Girls op Human Racing ongekend elastisch en snel. In het begin wilde ik echter vooral overdonderd worden en selecteerde daar dan ook mijn muziek op. Om een paar voorbeelden te noemen: Ouverture 1812 van Tchaikovsky, De IJzergieterij van Mosolov, de Scytische Suite van Prokofiev en het Requiem van Berlioz. Ik wilde echter aftrappen met iets zeer passends: Requiem für einen jungen Dichter van Bernd Alois Zimmermann. Deze Duitse componist die in 1967 vrijwillig uit het leven stapte, heeft een klein maar interessant oeuvre nagelaten. Belangrijker evenwel voor dit thema is, dat hij behoorde tot de Avantgarde.

Dit Requiem is een huiveringwekkend document, met een uitdrukkingskracht die de omschrijving bijna tart. Het is een Gesamtkunstwerk voor groot orkest, drie koren, solisten, sprekers, jazz combo, orgel en elektronische tapes met citaten van de grote filosofen en literatoren en geluidsfragmenten van belangrijke gebeurtenissen uit de vorige eeuw. Het slot met citaten uit o.a. Beethoven’s negende, Hey Jude van de Beatles en Joseph Goebbels’ opzwepende redevoering over de totale oorlog in februari 1943, kwam mijn huiskamer binnen op een manier die bijna fysiek was. Dat kwam niet in de laatste plaats door de luisterrijke stage die de Uno’s neerzetten.

Bij Mosolovs IJzergieterij was het net of dat de roestige fabrieksdeuren opengingen en we de arbeiders aan het werk zagen met de bewerking van het metaal. De natuurlijke resonantie en het geweld van deze noeste arbeid, was adembenemend. Zo groots en imposant! Even groots was Bruckners achtste. Wanneer de slotpassage in de finale aanbreekt, zou men bijna tot het Christendom bekeerd worden. Geen enkele stichtende literatuur of exegese kan overbrengen wat Bruckners kunst doet in deze. Het koper was pregnant en massief zonder dat het op de oren ging staan. Zelfs op geluidsvolumes die we elkaar doorgaans niet willen aanbevelen.

In de praktijk bleken de Avantgardes alles te kunnen. Groot waar het groot, klein waar het klein moet zijn. Ook kamermuziek in alle combinaties werd op de juiste schaal gepresenteerd. Zeer intiem was bijvoorbeeld Francks sonate. Chung had de correcte afbeelding en Lupu’s piano stond vrij in de ruimte zonder kleuring. Wat me keer op keer opviel was dat ik na ieder afzonderlijk stuk muziek, niet direct naar het volgende stuk ging. Blijkbaar was er behoefte aan rust of zelfs verwerking. Bijkomen moest ik ook van Poulencs Orgelconcert. Deze orgelthriller was een ervaring op zich met de Uno’s. Buitengewoon veel micro-informatie bespeurde ik op deze opname. De lucht die door de pijpen stroomt, de kleppen, de ambiance: alles was aanwezig.

Maar de realistische weergave had ook een duidelijke schaduwzijde. Om maar even af te dalen naar triviaal amusement: mijn kinderen hadden op Playstation 3 de grootste schik met deze alleseters. Call of Duty was zo realistisch dat we ons moeten afvragen of dit soort spellen nog wel verantwoord zijn. De kogels en granaten vlogen me om de oren op een manier die ik niet gewend was. De kroost vond het uiteraard geweldig, maar ik voelde me wat ongemakkelijk. Het kwam allemaal zo dichtbij…

Conclusie

Ja, ik ben inderdaad enigszins uit mijn sokken geblazen. Met lede ogen zag ik dat de Uno’s weer werden opgehaald. Ik heb dan ook bewust een week gewacht met het weer aansluiten van mijn eigen speakers. Ik kan volstaan met te zeggen dat dit de meest indrukwekkende luidsprekers zijn die ik de laatste jaren gehoord heb. De Avantgardes waren dynamisch, groots, intiem en tegelijkertijd spectaculair zonder dat het een kermis werd. Ook het design droeg bij aan de muziekbeleving. Deze weergevers zijn inderdaad ware kunststukken en ik vraag me af hoe de topmodellen klinken…

Emile Stoffels

Gebruikte CD’s:

Tchaikovsky – Ouverture 1812/Philips;
Mosolov – IJzergieterij/Decca;
Prokofiev – Scytische Suite/DG;
Berlioz – Requiem/Philips;
Zimmermann – Requiem für einen jungen Dichter/Wergo;
Franck – Sonate voor Viool en Piano/Decca;
Martinu – 4de strijkkwartet/Briljant Classics;
Poulenc – Orgelconcert/Erato;
Jungen – Symphonie Concertante/Telarc;
Nik Kerhaw – Human Racing/MCA;
King Crimson – Three of a perfect pair/EG records;
Genesis – A Trick of the Tail/Virgin 2007 remix;
Murcof – Martes/ Leaf Spain

Prijs: €13.500,-

Informatie: http://www.avantgarde-acoustic.de/

Brahms Symphonien NR. 2 & 3

Wednesday, May 11th, 2011

BRAHMS
Symphonien NR. 2 & 3
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks
Mariss Jansons

BR Klassik 900111 SACD DDD 79’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Ook de symfonieën van Brahms beginnen de catalogus zo langzamerhand te overspoelen. Uiteraard heb ik Mariss Jansons zeer hoog zitten. Dat begon na zijn beroemde en baanbrekende Tchaikovsky vertolkingen, halverwege en eind jaren 80 voor Chandos. Aanvankelijk dacht ik dat deze Brahms symfonieën de zoveelste dertien in een dozijn zouden worden. Wat een vergissing! Met open mond hoorde ik hoe alles natuurlijk vloeit uit de handen van Jansons en wat een vanzelfsprekendheid er blijkt uit deze opvatting. Het elastische legato spel deed mij sterk denken aan de von Karajan cyclus uit de jaren 60 voor Deutsche Grammophon. Ook de orkestklank had een indringende gloed en het ensemble levert met een schijnbaar gemak, waar Jansons om vraagt. Bovendien was alles in balans. Ik zal niet zeggen dat er nu volslagen nieuwe inzichten te bespeuren waren, maar wat een geweldige uitvoering is dit. De opname is van een zeldzame romigheid en groots van gebaar en kleur. Alles klopt, ook het keurig verzorgde hoesje met op de voorkant een detail uit De brand van het Hoger- en Lagerhuis van William Turner. Hoogste waardering voor deze topproductie.

Emile Stoffels
Luister 674