Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

STRAUSS – Symphonia Domestica • Die Tageszeiten

Wednesday, September 7th, 2016

straussSTRAUSS
Symphonia Domestica • Die Tageszeiten
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, Marek Janowski
Pentatone Records PTC 5186507 SACD HYBRID DDD 67:50

Waardering: 10

De Symphonia Domestica was bedoeld als een vervolg op Ein Heldenleben: een portret van Strauss’ gezinsleven met de diverse karakters. Het werk heeft mij nooit echt weten te bekoren, maar Janowski heeft me nu toch overtuigd. Hij heeft een buitengewoon frisse en doorzichtige aanpak. En ook heeft hij oog voor de vele fraaie soli door het gehele orkest heen en toont hij zich hier een groot Strauss interpreet, die zich moeiteloos handhaaft naast von Karajan en Reiner. Wat deze schijf echter totaal onmisbaar maakt, is de koppeling met de zelden uitgevoerde Die Tageszeiten. Dit werk uit 1928 greep me direct bij de keel. Dat is niet vreemd, want later zag ik dat deze stukken zijn gebaseerd op teksten van Joseph Freiherr von Eichendorff. We kennen ongetwijfeld de chemie tussen het werk van deze grote romantische dichter en Strauss’ Im Abendrot, uit die Vier letzte Lieder. Bij dit werk horen we bij vlagen dezelfde atmosfeer en dat voor Strauss typerende harmonisch diepte component. Ook hier die vergezichten en de milde verzoening met de dood. Janowski laat zich in het algemeen niet verleiden tot sentiment en effectbejag. Dat doet hij hier ook niet en dat is nu precies wat deze muziek nodig heeft. Echter, het onverdeelde succes van deze SACD kan niet slechts worden toegeschreven aan de uitvoering, maar zeker ook aan de productie. Het geheel klinkt massief en transparant tegelijk, tegen een inktzwarte achtergrond. Het koor klinkt vlekkeloos en staat prachtig in de ruimte. Groot compliment voor de technici. Een zeer begerenswaardige SACD, vooral door het Die Tageszeiten. Hoogste belang en hoogste lof! Wat willen we nog meer?

Emile Stoffels
Luister Magazine

Bartók Grieg Strauss – violin sonatas

Friday, June 3rd, 2011

BARTÓK GRIEG STRAUSS
Violin sonatas
Vilde Frang Michail Lifits
EMI Classics 50999 9 47639 2 8 DDD 79′

Uitvoering/Registratie ****/****

Is er een mooier eerbetoon aan Bach te bedenken? Toen Menuhin een werk aan Bartok vroeg, wilde hij het bescheiden houden door een sonate in plaats van een vioolconcert te vragen. Een sonate kreeg hij: het grootste werk voor viool solo sinds Bach. Het werk heeft een enorme moeilijkheidsgraad met een hoge dichtheid der materie. Vooral het vierde deel met zijn ritmes en tegen-ritmes, is een ware uitdaging. Echter, de bezonkenheid en verhevenheid die van dit werk afstraalt zijn in geen woorden te vangen en uiteraard oneindig belangrijker dan het technisch vernuft. De opening was erg wennen. Frang – gelauwerd als Young Artist of the Year 2010 – strijkt aanvankelijk het hoekige doch zangerige thema wat vlak. Toch kan ik niet ontkennen dat ik geboeid heb geluisterd naar haar spel. De Fuga met de gaten in het thema, klinkt agressief zoals het hoort. De mooie droge opname werkt bepaald mee: het instrument klinkt weliswaar wat groot, maar direct zodat we Frangs spel goed kunnen volgen. Vooral het begin van het laatste deel met de kwart noten, haalt ons het gezoem van hoornaars voor de geest. Ook de andere sonates op deze cd zijn volledig geslaagd, waar Lifits voortreffelijke begeleiding geeft. Aanbevolen!

Emile Stoffels
Luister 675

De Romantiek III

Wednesday, December 29th, 2010

De Romantiek III

Met deze maand sluiten we de laatste grote Duitse componisten uit de Romantiek af. We bespraken al eerder dat men in deze generatie kunstenaars, een universele verschijning zag. Een tijdsperiode waarin wijsbegeerte, literatuur en poëzie een toenemende inwerking uitoefenen op de toonkunst. Maar ook de industrialisering en daarmee ook het ontstaan van het socialisme, begint het psychische klimaat van de kunstenaar te bepalen.

Het fenomeen Richard Wagner (1813 – 1883) en diens invloed is al in vorige artikelen besproken. Zijn belang en inwerking op de muziek van de 19de eeuw is nauwelijks te overschatten en hij is lang gezien als degene die aan de wieg stond van de moderne muziek. Aangezien zijn grootste en voornaamste bijdrage aan de opera is en deze artikelen als belangrijkste speerpunt de symfonie hebben, valt Wagner eigenlijk buiten het bestek van deze serie. Dat geldt ook voor Verdi (1813 – 1901) die zijn grote tegenspeler in Italië was. Het geldt uiteraard voor alle componisten die voornamelijk opera’s hebben geschreven. Berlioz komt later wel aan de beurt op basis van zijn Symfonie Fantastique. Maar laat duidelijk zijn dat Wagner een van de grootste hemellichamen in ons stelsel is.
Voor Wagner’s opera’s adviseer ik om (eerst) de ouvertures te beluisteren. In de 19de eeuw legde men een duidelijk thematisch verband tussen de ouverture en de belangrijkste episoden van de opera. Deze kunnen dus als een soort synopsis dienen en worden regelmatig 2de hands aangeboden evenals de dwarsdoorsneden en hoogtepunten. Solti op Decca, Böhm en von Karajan op DG zijn de grote namen in deze.

Ook Franz Liszt (1811 -1886) geboren in Hongarije maar de grootste muzikale wereldburger van deze eeuw, mag uiteraard niet ontbreken. Al was het alleen om het feit dat hij de schepper van het symfonische gedicht is en zodoende in meer vrijheid voor de componist voorzag. Velen hebben zich hiervan bediend: Strauss, Smetana, Dvorak, Saint-Saens en zelfs Debussy’s La Mer is ondenkbaar zonder Liszts ontdekkingen.
Tijdens zijn verblijf in Parijs heeft hij zich ingeleefd in de Franse cultuur en zich onder andere op dichter Victor Hugo geïnspireerd. Vandaar ook de Franse titels zoals zijn Les Preludes die het meest populair gebleven is van zijn symfonische gedichten. In Weimar kwam hij weer in contact met de Duitse cultuur waaruit de Faust Symfonie uit 1854 ontstond. Uitstekende keus hier is Bernstein op DG (2707 100) met de BSO. Maar ook Italië was een vaderland voor hem en inspireerde hem tot de Dante Symfonie.
Van zijn klavierwerken staat de sonate in b centraal. De pianoconcerten door Arrau (solist) en Davis (Philips 412 926-1) worden vaak aangeboden en klinken overrompelend. Samen met Wagner is hij de hoofdrolspeler van de Norddeutsche Schule.

Aanknopend bij de klassieken met een heldere, klare bijna ijle klank is Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 – 1847). Een vroegrijpe geest die op 17 jarige leeftijd al de sprookjesachtige ouverture Midzomernachtsdroom (Szell op Philips Sequenza 6527 056!) componeerde. Mendelssohn – Joods van geboorte maar gedoopt in de Gereformeerde kerk – was het die Bachs Mattheus Passie weer op de kaart zette en alleen daarom al een standbeeld verdient. Nietzsche zei: “Felix Mendelssohn’s muziek is de muziek van de goede smaak, voor al het goede dat reeds geweest is: zij wijst steeds achter zich”. Vergeleken met Schumann – zij waren goede vrienden – is Mendelssohns muziek helderder en sprankelender.  Ook even edel, maar minder diep. Over Schumanns kunst ligt een soort van patina.
De slanke lenige pianoconcerten zijn een mooi voorbeeld hiervan. CBS heeft beide pianoconcerten gekoppeld met Perahia (solist) en Marriner (CDS 76576). De hoes is aartslelijk, maar de uitvoering en klank zijn buitengewoon. Mendelssohn is echter het meest beroemd om het prachtige vioolconcert uit 1845 waar ontelbare uitvoeringen van zijn. Hoog aangeschreven staat nog altijd die door Mutter (solist) en von Karajan (DG 2532 016).
Het beeldige octet door I Musici (Philips Sequenza 6527 076) zie je regelmatig in het 2de hands circuit. Schitterende opname met twee van zijn twaalf jeugd symfonieën voor strijkers. In deze vroege composities zitten verrassende momenten van zeldzame schoonheid die naar Bach wijzen. Ook zijn strijkkwartetten opus 12 en 13 zijn niet te versmaden. Het LaSalle Kwartet (DG 2530 053) geeft vurige vertolkingen van deze stukken.

Zijn derde symfonie heeft als bijnaam de Schotse en valt op door de donker en herfstig gekleurde harmonieën. De uitvoering door Peter Maag op de budget serie Ace of Diamonds van Decca (SDD 145) is zondermeer de zoektocht waard. Zeldzaam mooie opname en Maag doet alles goed. De koppeling is met de prachtige Ouverture de Hebriden, dat een soort concentraat is van de Schotse. Een werk van een verbluffende oorspronkelijkheid en het sublieme in de natuur blootlegt. Het is het pendant van de Manfred Ouverture van Schumann. Voor de Schotse zijn er prima alternatieven: Haitink met het LPO (Philips 9500 535) en Dohnányi op Decca met het VPO, maar voor de Hebriden Ouverture wordt dat een stuk lastiger.
Hoe anders is zijn vierde met als bijnaam de Italiaanse. Volslagen andere wereld dan de vorige symfonie. De opening kennen we allemaal. Het zijn van die “Oh ja…” melodieën die blijkbaar diep in onze west Europese vezels zitten.
Voor wat betreft de koppeling met zijn andere symfonieën zijn Abbado (Decca en DG), Leppard (Erato STU 71064) en Maazel (DG 138 684) aan te bevelen. De laatst genoemden koppelen de vierde en de Reformation (de vijfde). De bekende 3de en 4de symfonie worden meestal gekoppeld, maar lang niet altijd. Als ik een top 3 zou moeten maken van meest voorkomende platen in het tweede hands circuit, dan staat de volgende plaat daar zeker in: de uitvoering van de ‘Italiaanse’ door Sinopoli (DG 410 862-1) gekoppeld met de Unvollendete van Schubert. Wat een fantastische uitvoering, opname en cover!
Overigens het ‘probleem’ Schubert – een van de grootste geesten van de Europese toonkunst – zullen we binnen de stijlperiode behandelen voorafgaand aan de Romantiek.

We zagen ook weer in deze periode dat er in Duitsland verschillende generaties tegelijkertijd actief zijn. Enerzijds kunstenaars die door hun hoge leeftijd toch nog steeds een aanzienlijke invloed hebben op de laatromantiek en in de tweede helft van de 19de eeuw tot volle wasdom komen. Anderzijds een generatie die nog wortelt in de periode voorafgaand aan de Romantiek: het Classicisme. En er is een middengroep die zich ontplooide tijdens de eerste helft van de 19de eeuw. In Frankrijk en Italië – de andere twee dominante naties – was dat niet anders. Volgende maand komen de grote Franse Romantische componisten aan bod: Berlioz, Franck en Chopin. De Franse romantici die zich later zouden verzetten tegen de Duitse invloed.

MARTINU ZIMMERMANN STRAUSS

Sunday, December 19th, 2010

MARTINU ZIMMERMANN STRAUSS
Oboe Concertos
Stefan Schilli Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks Mariss Jansons
OEHMS OC 737 DDD 55’

Uitvoering / Opname ***** / *****

De komst van virtuoze hoboïsten in de twintigste eeuw inspireerde belangrijke componisten om ook te schrijven voor dit uitgesproken instrument. Het voor Jiri Tancibudek gecomponeerde kleine concert van Martinu uit 1955 is een levendig en speels werk met sterk Slavisch folkloristische invloeden. Ook is er voor de piano een behoorlijke rol weggelegd, die veelal als percussie wordt gebruikt. Onder de baton van Hans Schmitt-Isserstedt was de première. Evenzeer was Zimmermann op zoek naar een voortreffelijk hoboïst en vond die in de persoon van Horst Schneider uit het SWF Symfonie Orkest, die graag zijn artistieke en technische vaardigheden wilde etaleren. Het is een pregnant concert geworden met diverse gezichten, hoewel het joviale element overheerst. Het meest bekende concert op deze cd is het zangerige laatromantische concert van Richard Strauss uit 1945:  dezelfde periode als de Metamorphosen. Interessante muziek, voortreffelijke opname op het label OEHMS en bevlogen uitgevoerd. Wat willen we nog meer.

Emile Stoffels
Luister 663