Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

BRAHMS – Ein Deutsches Requiem

Sunday, January 19th, 2014

BRAHMS
Ein Deutsches Requiem
Anna Lucia Richter • Stephan Genz • MDR Leipzig Radio Choir AMD Symphony Orchestra • Marin Alsop
Naxos 8.57 2996 DDD 64’13

Uitvoering/opname ***/***

Binnen de talloze requiems die in de loop der tijd zijn geschreven, neemt die van Johannes Brahms wel een bijzondere plaats in. Hij heeft niet de gebruikelijke liturgische teksten gebruikt, maar zelf een keuze gemaakt uit de bijbelteksten die betrekking hebben op de dood en het hiernamaals. Vergeleken met bijvoorbeeld Sinopoli op DG, houdt Marin Alsop er goed de vaart in. Ik kan me geen snellere uitvoering herinneren: deel 1 zit nog onder de 9 minuten, waar Sinopoli er ruim 12 voor nodig heeft. Toch klinkt het niet gejaagd. Voor wat betreft de solisten: Genz gebruikt naar mijn smaak iets teveel vibrato en heeft wat maniertjes lijk het wel. Maar daar staat de glanspartij in het “Ihr habt nun Traurigkeit” van Richter tegenover. Ofschoon de opname zo nu en dan zelfs de individuele stemmen binnen het orkest laat horen, had ik graag toch wat meer doorzichtigheid gehoord. Bij het een na laatste deel, als “Denn es wird die Posaune schallen…” begint, klinkt het bij Alsop te log. Overigens, opvallend genoeg neemt ze het tempo daar juist wat terug. Sinopoli blijft veruit mijn favoriet, maar Alsop geeft op een authentiek canvas zo hier en daar toch ook de nodige inzichtelijkheid.

Emile Stoffels
Luister Magazine 695

SCHUBERT – Unfinished

Friday, February 15th, 2013

SCHUBERT
Unfinished • The Little
Royal Flemish Philharmonic • Phillipe Herreweghe
PentaTone PTC 5186 446 SACD Hybrid Multichannel

Uitvoering/opname ****/****

Ook over de status van deze symfonie kan men bezwaarlijk discussiëren. Dit werk is een klasse apart zonder weerga, waarin de thema’s door de houtblazer worden gedomineerd. In het najaar van 1822 zette Schubert zich weer aan het schrijven van een symfonie en gaf de partituur uiteindelijk weg. Pas 37 jaar na zijn dood zou dit onwaarschijnlijk mooie werk opgevoerd worden. Persoonlijk was ik altijd erg onder de indruk van Karl Böhm en Sinopoli; beiden op DG. En slechts zelden was ik overtuigd van de authentieke uitvoeringspraktijk die in de loop der tijd in zwang kwam, voor dit soort werken. Toch kan ik niet ontkennen dat ik grote waardering en respect voel voor Herreweghes aanpak. Hij doet echt hele mooie dingen die deze SACD de moeite waard maakt, maar ik vind het soms ook net iets te braaf allemaal. PentaTone koppelt de min of meer mislukte zesde waar het Scherzo nog het meest boeit. Dit was overigens de eerste keer dat Schubert het derde deel niet meer menuet noemde, maar Scherzo. De opname is ondanks de sterk reflecterende Koningin Elizabeth zaal in Antwerpen meer dan geslaagd. Ieder instrument is in de gitzwarte ruimte aan te wijzen.

Emile Stoffels
Luister 687

De Romantiek III

Wednesday, December 29th, 2010

De Romantiek III

Met deze maand sluiten we de laatste grote Duitse componisten uit de Romantiek af. We bespraken al eerder dat men in deze generatie kunstenaars, een universele verschijning zag. Een tijdsperiode waarin wijsbegeerte, literatuur en poëzie een toenemende inwerking uitoefenen op de toonkunst. Maar ook de industrialisering en daarmee ook het ontstaan van het socialisme, begint het psychische klimaat van de kunstenaar te bepalen.

Het fenomeen Richard Wagner (1813 – 1883) en diens invloed is al in vorige artikelen besproken. Zijn belang en inwerking op de muziek van de 19de eeuw is nauwelijks te overschatten en hij is lang gezien als degene die aan de wieg stond van de moderne muziek. Aangezien zijn grootste en voornaamste bijdrage aan de opera is en deze artikelen als belangrijkste speerpunt de symfonie hebben, valt Wagner eigenlijk buiten het bestek van deze serie. Dat geldt ook voor Verdi (1813 – 1901) die zijn grote tegenspeler in Italië was. Het geldt uiteraard voor alle componisten die voornamelijk opera’s hebben geschreven. Berlioz komt later wel aan de beurt op basis van zijn Symfonie Fantastique. Maar laat duidelijk zijn dat Wagner een van de grootste hemellichamen in ons stelsel is.
Voor Wagner’s opera’s adviseer ik om (eerst) de ouvertures te beluisteren. In de 19de eeuw legde men een duidelijk thematisch verband tussen de ouverture en de belangrijkste episoden van de opera. Deze kunnen dus als een soort synopsis dienen en worden regelmatig 2de hands aangeboden evenals de dwarsdoorsneden en hoogtepunten. Solti op Decca, Böhm en von Karajan op DG zijn de grote namen in deze.

Ook Franz Liszt (1811 -1886) geboren in Hongarije maar de grootste muzikale wereldburger van deze eeuw, mag uiteraard niet ontbreken. Al was het alleen om het feit dat hij de schepper van het symfonische gedicht is en zodoende in meer vrijheid voor de componist voorzag. Velen hebben zich hiervan bediend: Strauss, Smetana, Dvorak, Saint-Saens en zelfs Debussy’s La Mer is ondenkbaar zonder Liszts ontdekkingen.
Tijdens zijn verblijf in Parijs heeft hij zich ingeleefd in de Franse cultuur en zich onder andere op dichter Victor Hugo geïnspireerd. Vandaar ook de Franse titels zoals zijn Les Preludes die het meest populair gebleven is van zijn symfonische gedichten. In Weimar kwam hij weer in contact met de Duitse cultuur waaruit de Faust Symfonie uit 1854 ontstond. Uitstekende keus hier is Bernstein op DG (2707 100) met de BSO. Maar ook Italië was een vaderland voor hem en inspireerde hem tot de Dante Symfonie.
Van zijn klavierwerken staat de sonate in b centraal. De pianoconcerten door Arrau (solist) en Davis (Philips 412 926-1) worden vaak aangeboden en klinken overrompelend. Samen met Wagner is hij de hoofdrolspeler van de Norddeutsche Schule.

Aanknopend bij de klassieken met een heldere, klare bijna ijle klank is Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 – 1847). Een vroegrijpe geest die op 17 jarige leeftijd al de sprookjesachtige ouverture Midzomernachtsdroom (Szell op Philips Sequenza 6527 056!) componeerde. Mendelssohn – Joods van geboorte maar gedoopt in de Gereformeerde kerk – was het die Bachs Mattheus Passie weer op de kaart zette en alleen daarom al een standbeeld verdient. Nietzsche zei: “Felix Mendelssohn’s muziek is de muziek van de goede smaak, voor al het goede dat reeds geweest is: zij wijst steeds achter zich”. Vergeleken met Schumann – zij waren goede vrienden – is Mendelssohns muziek helderder en sprankelender.  Ook even edel, maar minder diep. Over Schumanns kunst ligt een soort van patina.
De slanke lenige pianoconcerten zijn een mooi voorbeeld hiervan. CBS heeft beide pianoconcerten gekoppeld met Perahia (solist) en Marriner (CDS 76576). De hoes is aartslelijk, maar de uitvoering en klank zijn buitengewoon. Mendelssohn is echter het meest beroemd om het prachtige vioolconcert uit 1845 waar ontelbare uitvoeringen van zijn. Hoog aangeschreven staat nog altijd die door Mutter (solist) en von Karajan (DG 2532 016).
Het beeldige octet door I Musici (Philips Sequenza 6527 076) zie je regelmatig in het 2de hands circuit. Schitterende opname met twee van zijn twaalf jeugd symfonieën voor strijkers. In deze vroege composities zitten verrassende momenten van zeldzame schoonheid die naar Bach wijzen. Ook zijn strijkkwartetten opus 12 en 13 zijn niet te versmaden. Het LaSalle Kwartet (DG 2530 053) geeft vurige vertolkingen van deze stukken.

Zijn derde symfonie heeft als bijnaam de Schotse en valt op door de donker en herfstig gekleurde harmonieën. De uitvoering door Peter Maag op de budget serie Ace of Diamonds van Decca (SDD 145) is zondermeer de zoektocht waard. Zeldzaam mooie opname en Maag doet alles goed. De koppeling is met de prachtige Ouverture de Hebriden, dat een soort concentraat is van de Schotse. Een werk van een verbluffende oorspronkelijkheid en het sublieme in de natuur blootlegt. Het is het pendant van de Manfred Ouverture van Schumann. Voor de Schotse zijn er prima alternatieven: Haitink met het LPO (Philips 9500 535) en Dohnányi op Decca met het VPO, maar voor de Hebriden Ouverture wordt dat een stuk lastiger.
Hoe anders is zijn vierde met als bijnaam de Italiaanse. Volslagen andere wereld dan de vorige symfonie. De opening kennen we allemaal. Het zijn van die “Oh ja…” melodieën die blijkbaar diep in onze west Europese vezels zitten.
Voor wat betreft de koppeling met zijn andere symfonieën zijn Abbado (Decca en DG), Leppard (Erato STU 71064) en Maazel (DG 138 684) aan te bevelen. De laatst genoemden koppelen de vierde en de Reformation (de vijfde). De bekende 3de en 4de symfonie worden meestal gekoppeld, maar lang niet altijd. Als ik een top 3 zou moeten maken van meest voorkomende platen in het tweede hands circuit, dan staat de volgende plaat daar zeker in: de uitvoering van de ‘Italiaanse’ door Sinopoli (DG 410 862-1) gekoppeld met de Unvollendete van Schubert. Wat een fantastische uitvoering, opname en cover!
Overigens het ‘probleem’ Schubert – een van de grootste geesten van de Europese toonkunst – zullen we binnen de stijlperiode behandelen voorafgaand aan de Romantiek.

We zagen ook weer in deze periode dat er in Duitsland verschillende generaties tegelijkertijd actief zijn. Enerzijds kunstenaars die door hun hoge leeftijd toch nog steeds een aanzienlijke invloed hebben op de laatromantiek en in de tweede helft van de 19de eeuw tot volle wasdom komen. Anderzijds een generatie die nog wortelt in de periode voorafgaand aan de Romantiek: het Classicisme. En er is een middengroep die zich ontplooide tijdens de eerste helft van de 19de eeuw. In Frankrijk en Italië – de andere twee dominante naties – was dat niet anders. Volgende maand komen de grote Franse Romantische componisten aan bod: Berlioz, Franck en Chopin. De Franse romantici die zich later zouden verzetten tegen de Duitse invloed.