Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

TISHCHENKO – Piano Sonatas No. 7 with bells & No. 8

Sunday, August 28th, 2016

Tishchenko_sonatasTISHCHENKO
Piano Sonatas No. 7 with bells & No. 8
Nicolas Stavy, piano – Jean-Claude Gengembre, bells
BIS 2189 SACD hybrid multichannel DDD 70’50

Waardering: 9

Dit is mijn eerste kennismaking met de muziek van Boris Tishchenko (1939 – 2010). Hij studeerde compositie bij Shostakovich’ van 1962 – 65 en is vaak diens favoriete leerling genoemd. Tishchenko heeft 11 sonates geschreven en dit genre vormt dan ook de ruggengraat van zijn compositorische opbrengst. De hier opgenomen piano sonates, stammen uit 1982 resp. 1986. De zevende sonate mag gezien de titel de meest eigenzinnige heten, al was het alleen al door de toevoeging van klokken. Ik denk dan ook dat de 8ste sonate weliswaar sneller beklijft, maar de 7de zal waarschijnlijk langer beklijven. Dit is de eerste opname van de Fransman Nicolas Stavy voor Bis en het debuut mag er wezen. Hij heeft aardig wat prijzen gewonnen en samengewerkt met onder andere Alfred Brendel. Blijkbaar ligt dit repertoire hem zeer, omdat het op de een of andere manier vanzelfsprekend klinkt, ofschoon ik niet over vergelijkingsmateriaal beschik. Maar men heeft het gevoel dat het zo moet en niet anders. De opname is erg fraai, wat vooral opvalt bij de 7de sonate, waarbij het klokkenspel mooi los staat van de vleugel. Er zijn momenten dat het instrumenten griezelig realistisch klinken. Het belang acht ik hoog genoeg, om deze schijf zonder voorbehoud aan te bevelen.

Emile Stoffels
Luister Magazine

ENESCU • PROKOFIEV • SHOSTAKOVICH – SONATAS

Sunday, July 24th, 2016

Enescu Prkfv Shost Avie283ENESCU • PROKOFIEV • SHOSTAKOVICH
Sonatas
Laura Buruiana, cello Alexandra Silocea, piano
AVIE AV 2302 DDD 56’11

Uitvoering **** | Opname ****

AVIE records komt hier met een interessant programma en ik ben vooral blij met de korte, ongenummerde en verloren sonate in F van Enescu. Hij schreef het in zijn jonge jaren, tijdens zijn studie in Parijs. Enescu’s oeuvre is relatief klein, maar er schijnen nog veel onvoltooide manuscripten in het Enescu Museum in Boekarest te liggen. We wachten dus gespannen af, wat er nog meer voor moois vrijkomt. Buruiana en Silocea vormen een prima koppel, dat goed naar elkaar luistert en beiden musiceren dan ook aanstekelijk. Het duo blaast deze F sonate dan ook nieuw leven in. Bovendien is hun spel verfijnd met veel oog voor detail. Dat valt vooral op in de sonate van Prokofiev waar een vergelijk met Grebanier en Guggenheim op Naxos voor de hand lag. Niet dat de laatsten worden weggespeeld. Geenszins, maar Buruiana en Silocea hebben bepaald de opname mee. Iedere nuance en schakering is hier mooi gevangen in deze registratie. Ook het sluitstuk van deze cd, is een belevenis met deze twee dames. Shostakovich’ sonate vraagt om verschillende gemoedstoestanden en dit Roemeense koppel brengt dat uitstekend voor het voetlicht. Ferm, energiek en sardonisch als de muziek erom vraagt, maar ook lieflijk. Boeiende muziek, uitstekende uitvoering en mooie opname.

Emile Stoffels
Luister Magazine

WEINBERG – Chamber Music for Woodwinds

Sunday, November 25th, 2012

WEINBERG
Chamber Music for Woodwinds
Blumina • Fuchs • Wiese • Baier • Guez • Jungwirth
CPO 777 630-2 DDD 73’23

Uitvoering/opname ****/****

Dit is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Poolse Jood Mieczyslaw Weinberg (1919 – 1996) en ben zwaar onder de indruk. De Frankfurter Rundschau had het over “The delicate purity of the music points to an indestructible human substance.” Die puurheid – wat we daar ook onder mogen verstaan – meende ik al vanaf de eerste tonen waar te nemen. Het is een aparte mix tussen Joods, Poolse, Russische en Moldavische invloeden. De cd trapt af met de fantastische sonate voor klarinet en piano op. 28 uit 1945. Samen met de miniaturen op. 29 – uit hetzelfde jaar – is dit werk ontstaan, uit de diepe indruk die de componist overhield aan zijn eerste ontmoeting met Shostakovich. Nu, het lijkt me duidelijk dat die diepe indruk wederzijds geweest moet zijn. Dan de sonate voor fagot solo. Wat een lef om sowieso een solo sonate te schrijven en dan nog voor fagot. Er zijn niet zo heel veel toondichters die het aangedurfd hebben, een stuk voor slechts een instrument te schrijven. Slechts de allergrootsten. De solisten doen uitstekend werk en de opname is fenomenaal. We zijn voorzichtig met het uitdelen van Luister 10en, zeker als er geen meerdere uitvoeringen van bekend zijn, maar het belang van deze cd lijkt me duidelijk.

Emile Stoffels
Luister 686

Shostakovich Piano Trios & Seven Romances

Tuesday, July 12th, 2011

SHOSTAKOVICH
Piano Trios Nos 1&2 Seven Romances op. 127
The Florestan Trio Susan Gritton

Hyperion CDA67834 DDD 62′

Uitvoering/Registratie *****/*****

Een boeiend programma met als hoogtepunt de Alexander Blok Romances. Het werd de hoogste tijd voor een nieuwe uitvoering van dit meesterwerk. De laatste goede was die met Ashkenazy en Söderström op Decca. En uiteraard de heruitgave uit 1968 met Vishnevskaya en Rostopovich uit dezelfde stal. Tijdens Shostakovichs herstel van een hartaanval, ontstonden deze Romances op. 127. Cellist Rostropovich had hem gevraagd of hij een vocalise wilde schrijven voor hem en zijn vrouw Galina Vishnevskaya. De meester kwam met een reeks van zeven liederen, geïnspireerd op gedichten van de symbolistische dichter Blok en had ook de viool en piano erbij betrokken. Deze Blok werd op zijn beurt weer bezield door Viktor Vasnetsov, wiens schilderij de cover van deze cd vormt. Dit is weer zo’n werk dat de diepste vezel van onze ziel beroert. Niet in de laatste plaats door Susan Gritton: haar stem gaat door merg en been. Voor degenen die Shostakovich alleen kennen van zijn robuuste symfonieën, is dit een mooie gelegenheid om dit magistrale werk, deze gedenksteen van zijn kamermuziek te ondergaan. De opname is – niet geheel des Hyperions – wat aan de analytische kant, maar toont niettemin veel betrokkenheid. Hoogste artistieke belang deze CD.

Emile Stoffels
Luister 676

De Modernen (II)

Thursday, December 23rd, 2010

De modernen (II)

Duitsland is als muzikale hoofdmacht haar leidende rol kwijtgeraakt aan Frankrijk, Oost Europa en Oostenrijk. Een ontwikkeling die zich in de laatromantiek al aftekende. De meest in het oog springende toondichters uit deze tijd hebben we vorige maand al behandeld.
Deze maand ‘de anderen’ en zoals ik heb beloofd, een aantal onderbelichte componisten of werken van componisten.

Arthur Honegger (1892 – 1955)

De belangrijkste componist uit Frankrijk en noodzakelijk te vermelden als een der belangrijkste symfonici uit deze stijlperiode. Ook deze opvallende toondichter heeft een taal gevonden die vernieuwing paart aan de traditie. Honegger wil naar eigen zeggen het “oude spel op nieuwe wijze spelen”. Voor hem betekende het schrijven van symfonieën, een terugkeer naar de driedeligheid van het vroege classicisme.
Al zijn vijf symfonieën zijn aan te bevelen, waarvan de vierde – in mijn ervaring – de langste tijd nodig heeft om door te dringen. De tweede, derde en zijn Pacific 231 zijn waarschijnlijk zijn populairste werken. Twee dirigenten zijn toonaangevend: von Karajan en Dutoit. De laatste heeft alle symfonieën opgenomen en zijn werkelijk prachtig geregistreerd.

De tweede, geschreven voor strijkers en trompet die pas aan het eind een rol speelt, is ontstaan tijdens een diepe depressie door de Duitse bezetting van Frankrijk. Ofschoon dit goed te horen is, slaagt hij erin om zich helder en doorzichtig uit te drukken. Iets dat weinig componisten uit de 20ste eeuw gegeven is.
In iets mindere mate geldt die doorzichtigheid ook voor de derde uit 1945 -46. In deze symfonie wilde hij de opstand van de moderne mens symboliseren tegen de vloed van barbarisme, domheid, het lijden, mechanisatie en de bureaucratie, die ons al enige jaren bedreigt. Dat is nog steeds zo en misschien mag ik eraan toevoegen: vadsigheid, gemakzucht en het onvermogen autonoom te denken.
De tweede symfonie is bij von Karajan (DG 2530 068) met de derde gekoppeld. Deze opname heeft zo langzamerhand een cultstatus bereikt. En terecht. De opname locatie voor wat betreft de derde, is de Jezus Christus kerk in Berlijn (opgenomen 1969, pas in 1973 gereleased) en de opening is verpletterend. Bijna horror.
Bij Dutoit (Erato NUM 75117) zijn de scherpe kantjes eraf, maar dat kan gedeeltelijk verklaard worden doordat de opname mooier is en men dan vervolgens niet het gevoel heeft dat het dak eraf gaat. Ach, beide uitvoeringen zijn gemakkelijk te krijgen op het net. Waarom niet beide kopen?

Het is opvallend te constateren dat Rusland voor 1850, in de muziek nauwelijks een rol van betekenis heeft gespeeld, en een eeuw later staat zij met Stravinsky, Prokofiev en Sjostakovich in de voorste rij. Deze verrassende opkomst is te danken aan de sterke muzikale potentie van het Russische volk.

Serge Prokofiev (1891 – 1953)

Na Stravinsky een der oorspronkelijkste toondichters uit Rusland en buitengewoon kleurrijk. Järvi heeft erg veel van Prokofiev opgenomen in de jaren 80 op Chandos en ook al zijn symfonieën. Die zijn gemakkelijk op e-Bay te vinden en zijn een uitstekende keuze.
Een groter contrast tussen de eerste – in de stijl van Haydn gecomponeerd – en de tweede, is moeilijk denkbaar. Met de laatste wilde hij een werk van “ijzer en staal” schrijven en kan gezien worden als een verklanking van de Russische industrialisatie uit de jaren 20 net als De Fabriek uit de symfonische suite op 41.
De derde met thematisch materiaal uit zijn Opera de Vurige Engel, is samen met de vijfde wellicht zijn meest uitgevoerde.
De derde door Chailly (DG 410 988-1) en de vijfde door von Karajan (DG 139040) vinden we regelmatig in de kringloopbakken, maar het is zondermeer de moeite waard om ook eens op zoek te gaan naar Jansons (Chandos) en Ashkenazy (Decca).
Ofschoon de pianoconcerten onderling niet direct een ontwikkeling laten zien, zou u uzelf tekort doen deze muziek te laten liggen. Vooral het tweede en derde pianoconcert zijn de moeite waard. Van de integrale opnames duiken er twee regelmatig in het tweede hands circuit op: Ashkenazy met Previn (Decca) en Beroff met Masur (EMI). De eerste set wordt het meest gelauwerd en vooral de Nederlandse heruitgave klinkt fenomenaal. Echter, persoonlijk vind ik de EMI set qua interpretatie sterker.
Dan de Scytische suite. Prokofiev had het aangeleverd als ballet aan Serge Diaghilev, die helaas weinig interesse toonde. Hij werkte het ballet vervolgens om tot een vierdelige suite. Net als de “Le Sacre” van Stravinsky, is dit weer een werk dat onmiddellijk binnenkomt en een onuitwisbare indruk achterlaat. Abbado met het CSO (DG 2530 967) is veruit de beste uitvoering die ik ken en wordt regelmatig aangeboden voor niet al te veel geld.

Tot slot de pianosonate no. 7 door Pollini (DG 2530 225). Een briljant werk en ongelofelijk beheerst uitgevoerd. De enige kritiek die ik op de opname heb, is dat de piano wat weinig body in de lage registers heeft. Iets wat ik vaker ontwaar bij DG. Niettemin, kopen!

Shostakovich (1906 – 1975)

Hoewel ik vind dat deze componist niet altijd de doorzichtigheid van bijvoorbeeld een Arthur Honegger bereikt, maken zijn symfonieën wel een verpletterende indruk. Ik wil hier graag de 10de symfonie noemen. Er zijn twee uitvoeringen die relatief eenvoudig te krijgen zijn: beide door vonKarajan (DG 139020 en 2532 030). Von Karajan heeft altijd een speciale affiniteit gehad met deze symfonie.

De Nederlanders

Het komt uit Nederland. Oh… dan kan het niets zijn. Toch? Het is een schande dat we het nog steeds moeten doen met povere opnames van obscure labels als we de Nederlandse componisten uit deze periode willen beluisteren. Op een Donemus verzamelplaat vinden we bijvoorbeeld de derde symfonie van Henk Badings (1907 – 1987). Mono en niet om aan te horen; of dat je door een sleutelgat luistert. Onbegrijpelijk dat Nederlandse dirigenten niet een aantal symfonieën en concertante werken hebben opgenomen. Nee, wel de zoveelste Mahler of Beethoven symfonieën cyclus. Ik geloof eerlijk gezegd niet dat we daar op zitten te wachten. Nu heb ik op Radio 4 recentelijk wel vernomen, dat er wat meer belangstelling is voor Badings’ werk.
Zijn Ballade voor Fluit en Harp uit 1950 is een aantal keren opgenomen en op plaat hebben we Abbie de Quant met Edward Witsenburg op EMI (1A 037-25128) die niet meer dan een of twee euro in de kringloopwinkel zou moeten kosten. Het is een prachtig werk en over de instrumenten combinatie zei de componist: “…beide kunnen zij op dezelfde mysterieuze wijze uit de stilte tevoorschijn komen en in de stilte terugkeren”.

Die schandelijke situatie is minstens zo van toepassing op de muziek van Hendrik Andriessen (1892 – 1981), die vier symfonieën heeft gecomponeerd waarvan ik van de laatste durf te beweren dat dit meesterwerk zich kan meten met de beste symfonieën van de 20ste eeuw.
Het is een uitgebalanceerd werk waarin het hoofdthema iedere keer in gewijzigde vorm terugkeert in alle drie de delen. In het eerste deel – het Pièce de résistance – laat Andriessen ons ongekende muzikale invallen horen. Na een ernstige introductie, ontplooit het deel zich zo overtuigend dat de luisteraar zich onmogelijk aan de ijzeren greep kan ontworstelen. Ook valt direct op hoe Andriessen zijn voorliefde voor Bach combineert met de harmonische verworvenheden van César Franck en Albert Roussel en speelt met metrum en tempo. In het middendeel komen we tot rust in een schijnbare luwte met boeiende melodielijnen in de houtblazers, om ten slotte in het Allegro vivace overweldigd te worden. Het is een finale maar met een zeer sterk scherzo karakter. Dit dansante deel, heeft een kracht en levendigheid die ik echt zelden gehoord heb.
Het hoofdthema voor deze serie is weliswaar vinyl, maar soms bestaat de noodzaak af te wijken van het hoofdthema. En wel hierom. De zojuist besproken vierde symfonie is ooit op CD verschenen met het Residentie Orkest onder Ed Spanjaard op Olympia (OCD 507). Dit is een verzamel CD van Nederlandse componisten met o.a. de eerder genoemde Henk Badings en Alphons Diepenbrock (1862 – 1921). De CD is gediscontinueerd, maar wordt heel soms op e-Bay aangeboden. Twijfel dan niet!
Van Willem Pijper (1894 – 1947), die over het algemeen gezien wordt als Neerlans knapste componist uit deze periode, is meer opgenomen. Op Donemus hebben we een aantal dubbelaars met o.a. zijn drie symfonieën. Helaas vragen antiquariaten onredelijke prijzen voor platen op het Donemus label.

De Amerikanen

Degenen die nog steeds denken dat Amerikanen in het beste geval alleen maar epigonen arbeid kunnen verrichten, moeten zich maar eens in de volgende composities verdiepen. Men zal een boeiende uitdrukkingsvorm ontdekken die volslagen uniek is.

Roy Harris Symfonie No. 3, William Schuman Symfonie No. 3, NYP – L. Bernstein (DG 419 780-1)
“Laten we onszelf niets wijs maken.”, zei Roy Harris (1898 – 1979), “Mijn derde symfonie kwam op een tijd dat er behoefte aan was.” Toegegeven, het klinkt wellicht wat zelfbewust, maar Amerika was in de jaren 30 volgens Aaron Copland toe aan een ‘ernstige symfonie’.
Zodra het zangerige openingsthema van de celli inzet, gaat men voor de bijl. Het opus blijft zich schitterend door ontwikkelen tot aan een tragische climax op het einde, die voor altijd zal beklijven. Het is een eendelig werk dat uit meerdere secties bestaat en iets minder dan 20 minuten duurt. Voor het eerst uitgevoerd in Boston onder Serge Koussevitzky. Mede door hem was Amerika halverwege de 20ste eeuw, rijk aan symfonieën.
Zo ook de derde symfonie van William Schuman (1910 – 1992) die gekoppeld is met die van Roy Harris. Er zijn er die Schuman een bravoure componist vinden. Voor een aantal bladzijden klopt dat, denk ik. Aan de andere kant kunnen we dat ook van andere gevestigde componisten zeggen, maar een Amerikaan heeft nu eenmaal minder krediet. Hoe dan ook, deze symfonie bestaat uit twee delen die elk weer uit twee delen bestaan en in elkaar overlopen. Het langzame derde deel is een prachtig mijmerend stuk. Beide werken staan onder directie van Leonard Bernstein, die hier zo’n beetje op zijn best is. En dan ook nog die schitterende hoes van Thomas Hart Benton. Mooi product van DG. Is na wat speurwerk op het net te vinden en inmiddels op CD weer heruitgegeven.

We blijven nog heel even bij William Schuman omdat ik vind dat zijn vioolconcert de moeite waard is. Men zou het een tweedelige symfonie met viool kunnen noemen. En het spettert! Ik ken nauwelijks een concertant werk dat zo met de deur in huis valt. Op vinyl is er slechts één te vinden, maar dat is dan ook tevens een schot in de roos. Het is de uitvoering door Zukofsky en Michael Tilson Thomas met de Boston Symphony Orchestra uit 1971 (DG2530103). De koppeling is met een ander mooi werk: de 2de symfonie van Walter Piston (1894 – 1976). 
Een andere interessante plaat met hetzelfde ensemble en uit die tijd is Charles Ives (1874 – 1954) Three Places in New England (DG 2530 048), gekoppeld met Sun-trader van Carl Ruggles (1876 – 1971) gebaseerd op Robert Brownings gedicht Pauline. Het laatste is een dissonerend stuk van ruim 16 minuten en aan het einde bent u wel toe aan een kopje kalmerende groene thee.
Tot slot een apart geïnstrumenteerd en vooral exotisch werk: de Toccata voor Orkest “Tabuh-Tabuhan” uit 1936 van Colin McPhee (1900 – 1964). Hierin wordt een uitgebreide Balinese slagwerksectie gebruikt. Het resultaat van jarenlange research op Bali en Java. De hoekdelen vallen vooral op door het ritme en in het middendeel speelt de fluit een oorspronkelijke Balinese melodie. De opname is uit 1956 door Howard Hanson en de Eastman-Rochester Orchestra op Mercury Golden Imports (SRI 75116). Uit deze plaat blijkt duidelijk dat men toen uitstekende opnames kon maken.
Overigens niet alle Mercury Golden Imports zijn even goed. Bijvoorbeeld Respighi – Church windows/Festa di Roma (SRI 75113) zou ik lekker laten liggen.

Volgende maand beginnen we met de laatromantiek waarbij het impressionisme is inbegrepen. Een tijdsgewricht met de daarbij behorende geestelijke houding en een periode waarin componisten zich op de grens van tonaliteit bewegen.

SHOSTAKOVICH Symphony No. 10

Wednesday, December 22nd, 2010

SHOSTAKOVICH
Symphony No. 10 in E Minor, Op.93
London Philharmonic Orchestra, Bernard Haitink
LPO 0034, DDD 55’

Uitvoering **** / Opname ***

‘A map of the human heart’, wordt het genoemd. Persoonlijk denk ik dat dit een van Shostakovich sterkste symfonieën is. Een niet programmatisch werk ontstaan in 1953, zonder de harde invloeden die tot dan toe zijn muziek kenmerkten. Aanvankelijk vond Haitink de symfonie vulgair, luidruchtig en associeerde hij het met bepaalde onaangename aspecten van de Russische Revolutie. Toch werd hij op een vergadering met het LPO overgehaald, om het werk in zijn repertoire op te nemen. In 1977 nam hij de 10de met hetzelfde ensemble al op voor Decca. Het was de eerste in de cyclus. Ook deze keer valt op dat Haitink een uitstekend inzicht heeft in de architectuur van het werk, gecombineerd met een geweldige puls. In het Scherzo mis ik wel een beetje de vinnigheid die Rattle in zijn EMI en vooral ook Järvi op Chandos in hun opname leggen. Pittige concurrentie vindt Haitink ook in von Karajan uit 1982, die in Die Originalen is verschenen.

Emile Stoffels
Luister 656