Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

« Vorige berichten

LISZT – Transcriptions

Sunday, June 9th, 2013

LISZT
Transcriptions
Saint Saëns • Paganini • Schubert • Wagner
Niu Niu, piano

EMI 50999-7-25332-2-2

Uitvoering/opname ***/***

Franz Liszt heeft geweldige transcripties gemaakt. Daarvan vinden we hier een aantal indrukwekkende voorbeelden. Ondermeer Saint Saëns’ Dance Macabre. Er zijn er die vinden dat Liszts transcriptie, het origineel zelfs nog overstijgt. De 15-jarige Chinees Niu Niu houdt momenteel het record van jongste pianist ooit, die een exclusief internationaal contract tekende voor EMI. Dat was in 2007. Zijn echte naam is overigens Zhang Shengliang. De jonge speelt prima, maar zal – voor de hand liggend – in rijpheid moeten groeien. Los daarvan, twijfel ik eerlijk gezegd aan het belang van dergelijke cd’s. Zonder ook maar het minste te kort te doen aan deze pianist. Het lijkt erop dat veel jonge artiesten – in dit geval Liszt – als vehikel gebruiken, om te laten zien wat men kan. Enfin, de tijd zal dat leren… De opname is wel gedetailleerd, maar heeft tevens iets vermoeiends. Dit komt doordat de opname niet geheel homogeen is.

Emile Stoffels
Luister Magazine

SCHUBERT – Erlkönig

Friday, May 31st, 2013

SCHUBERT – Erlkönig
Goerne, baryton • Haefliger, piano
Harmonia mundi HMC 902141 DDD 67’54

Uitvoering/opname *****/****

Het lied is als de wortel en oorsprong van de gehele ontwikkeling der toonkunst te beschouwen. Zoals bij veel grote kunstenaars, is Schubert de erfgenaam van wat anderen voor hem reeds vergaard hadden en hij tot een unieke synthese heeft samengevat. Voor ons ligt deel 7 van het ambitieuze Harmonia mundi project met Matthias Goerne, getiteld Erlkönig. Reeds vroeg interesseert Schubert zich voor de griezelige, mystieke en huiveringwekkende onderwerpen. Het lied Erlkönig is de angstige fantasie op tekst van Goethe en gaat over een man te paard in vol galop, onderweg naar een arts. In zijn armen houdt hij zijn doodzieke zoon. De situatie wordt er niet beter op: de jonge begint te ijlen en ziet waanbeelden van een elfenkoning. Deze probeert hem te overreden om over te steken naar de ‘andere zijde’. De vader die aanvankelijk niet gelooft in de waanbeelden van zijn zieke zoon, bemoeit zich met het gesprek. Daarop dreigt de elfenkoning de zoon met geweld te nemen. Uiteindelijk sterft het jonge kind in de armen van de vader. Het lijkt of dat Goerne ieder facet van Schuberts kunst begrijpt. Het verhalend aspect, krijgt bij hem de verdiende aandacht. De opname had niet die vanzelfsprekende openheid en transparantie die ik van Harmonia mundi gewend ben, maar dat mag de koper niet weerhouden.

Emile Stoffels
Luister Magazine

PROKOFIEV SCHÖNBERG SCHUBERT

Wednesday, May 15th, 2013

PROKOFIEV SCHÖNBERG SCHUBERT
Boris Brovtsyn, Itamar Golan, Janine Jansen
London Philharmonic Orchestra, Vladimir Jurowski

Decca 2 CD 00289 4806687 DDD 80:12/78:20

Uitvoering/opname ****/****

Decca komt hier met een boeiend programma over twee cd’s, waarvan een geheel is gewijd aan Sergei Prokofiev. Op de andere cd vinden we Schuberts strijkkwintet in C, D.956 en Schonbergs Verklärte Nacht in de oorspronkelijke sextet uitvoering. Om te beginnen Prokofievs vioolconcert nr. 2. De opening is werkelijk adembenemend. Janssen trekt ons vanaf de eerste noot in de muziek. Ik heb dat zelden zo gehoord, in de opnames die ik ken. Diezelfde spanning horen we ook in de dubbel sonate. Dan de eerste vioolsonate Op. 80. Over de noodzakelijkheid van dit stuk kunnen we kort zijn: het is een van de beste kamerstukken uit de 20ste eeuw. Hier hoor ik helaas niet die doorleving, bezonkenheid en spanning, die ik ervaar bij Mintz/Bronfman of Kremer/Argerich; beide op DG. En als het hoogtepunt aanbreekt in het vierde deel, wanneer er teruggegrepen wordt op het pizzicato thema van het eerste deel, gaat het mij te snel en heeft het voor mijn gevoel te weinig drama. Ook ben ik hier niet zo te spreken over de balans tussen de twee instrumenten. De piano is mijns inziens (veel) te luid. Niettemin valt er in z’n geheel veel te genieten op deze dubbel cd en de opname is voortreffelijk.

Emile Stoffels
Luister 689

ONSLOW – Quatuors

Saturday, March 2nd, 2013

ONSLOW
Quatuors
Quatuor Ruggieri
Agogique AGO006 DDD 69:52

Uitvoering/opname ****/****

André George Louis Onslow (1784–1853) was een Frans toondichter uit de prachtige Auvergne en gedurende zijn leven een gerespecteerd kunstenaar. Liefst 36 strijkkwartetten schreef hij en werd aan het einde van de 19de eeuw vooral in Duitsland, Oostenrijk en Engeland gewaardeerd om zijn betekenis als kamermuziek componist. Belangrijker nog: zelfs Beethoven, Schubert en Schumann waren onder de indruk. De laatste – bekend om zijn kritieken – plaatste Onslows muziek op hetzelfde niveau als Beethoven, Mozart en Haydn. Uitgevers als Breitkopf & Härtel en Kistner streden om de eer, Onslows muziek uit te geven. Ook was hij uitgekozen om Luigi Cherubini als directeur van de Académie des Beaux-Arts op te volgen. Ondanks deze zeer indrukwekkende geloofsbrieven, droogde de interesse na de eerste wereld oorlog voor hem op. Net als een aantal andere getalenteerde componisten. In 1984 kwam de interesse weer terug met zijn 200ste geboortejaar. Hoe is dat toch mogelijk? In het bijgaande boekje wordt gepoogd daar een verklaring voor te geven. Hoe dan ook, het Ruggieri kwartet speelt hier op authentieke instrumenten, drie van de 15 kwartetten uit zijn eerste cyclus waar hij van 1810 tot 1822 aan werkte. En men speelt met een aanstekelijke overgave, waardoor deze muziek weer helemaal tot leven komt. Bravo!

Emile Stoffels
Luister 687

SCHUBERT – Unfinished

Friday, February 15th, 2013

SCHUBERT
Unfinished • The Little
Royal Flemish Philharmonic • Phillipe Herreweghe
PentaTone PTC 5186 446 SACD Hybrid Multichannel

Uitvoering/opname ****/****

Ook over de status van deze symfonie kan men bezwaarlijk discussiëren. Dit werk is een klasse apart zonder weerga, waarin de thema’s door de houtblazer worden gedomineerd. In het najaar van 1822 zette Schubert zich weer aan het schrijven van een symfonie en gaf de partituur uiteindelijk weg. Pas 37 jaar na zijn dood zou dit onwaarschijnlijk mooie werk opgevoerd worden. Persoonlijk was ik altijd erg onder de indruk van Karl Böhm en Sinopoli; beiden op DG. En slechts zelden was ik overtuigd van de authentieke uitvoeringspraktijk die in de loop der tijd in zwang kwam, voor dit soort werken. Toch kan ik niet ontkennen dat ik grote waardering en respect voel voor Herreweghes aanpak. Hij doet echt hele mooie dingen die deze SACD de moeite waard maakt, maar ik vind het soms ook net iets te braaf allemaal. PentaTone koppelt de min of meer mislukte zesde waar het Scherzo nog het meest boeit. Dit was overigens de eerste keer dat Schubert het derde deel niet meer menuet noemde, maar Scherzo. De opname is ondanks de sterk reflecterende Koningin Elizabeth zaal in Antwerpen meer dan geslaagd. Ieder instrument is in de gitzwarte ruimte aan te wijzen.

Emile Stoffels
Luister 687

INTUITION – Quator Modigliani

Thursday, November 8th, 2012

INTUITION
ARRAIGA MOZART SCHUBERT
Quator Modigliani
Mirare MIR 168 DDD 56’

Uitvoering/opname ****/****

Het Modigliani kwartet werd in 2003 opgericht en won in 2004 zijn eerste prijs in Eindhoven door de Frits Philips competitie te winnen. Meer prijzen waren er in Florence en New York. In 2008 begon de samenwerking met het label Mirare. Wat deze strijkkwartetten verbind is dat ze alle drie geschreven zijn op 17 jarige leeftijd. En wat een jeugdig elan hebben deze kwartetten! Dit is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Arriaga die tien dagen voor zijn twintigste verjaardag al stierf. Juan Crisóstomo Arriaga (1806 – 1826) geboren in Bilbao, begon op zijn negende levensjaar al te componeren en kreeg al snel voor de hand liggend de bijnaam de “Spaanse Mozart”. Hij schreef op zijn elfde al een komische opera en een octet, wat uiteindelijk de aandacht trok van Cherubini. Van zijn drie kwartetten is het derde uit 1824 denkelijk het beste en breek het meest met de klassieke tradities. We zouden het bijna vergeten, maar de andere kwartetten op deze CD – die van Schubert en Mozart – staan uiteraard boven iedere discussie. Het is echter een goede zaak dat een relatief jong kwartet kiest voor ook onbekend materiaal die het beluisteren meer dan waard is. Verrukkelijke muziek vol zwier, uitgevoerd door muzikale pioniers.

Emile Stoffels
Luister 685

BRUCKNER Symphony no. 8

Sunday, October 14th, 2012

BRUCKNER
Symphony no. 8
Netherlands Radio Philharmonic Orchestra Jaap van Zweden
Challenge Classics CC 72549 SACD DDD 30:40/48:48

Uitvoering/opname *****/*****

Over de status van deze symfonie is waarschijnlijk genoeg gezegd en geschreven. Er zijn er onder ons die vinden dat in Bruckners kunst het fenomeen symfonie, de absolute bekroning vindt. En dan met name in de achtste. De volledige concentratie op de symfonie als vorm en kunstwerk kon Bruckner alleen volhouden, door zich vrijwel geheel afzijdig te houden van de literaire en filosofische stromingen van zijn tijd. Daarmee is overigens allerminst gezegd dat een symfonie van Beethoven, Schubert of Mozart minder gaaf en bevredigend zou zijn. Hoe dan ook, het is een kolosaal werk. Iedere keer opnieuw bij het ondergaan van dit werk, vallen ons de onbeschrijfelijke muzikale invallen, stemmenweefsels, klankcombinaties en vlechtwerken van melodieën op. Voortdurend horen wij hoe zijn muziek spant en ontspant. Ik was niet onverdeeld enthousiast over van Zwedens aanpak van de 9de, maar hier trekt hij me helemaal over de streep. In het eerste deel zijn de climaxen wellicht wat aan de ingetogen kant, maar daar staan andere zaken tegenover: buitengewoon veel aandacht heeft hij voor de harmonische kleuren en werkt hij de melodielijnen doordacht uit. Zelden heb ik het Scherzo zo gehoord. Het is een ware demonendans geworden. Ik vermoed dat van Zweden zich hier enige vrijheden heeft veroorlooft, maar het werkt wel. Het adagio is evenzo met veel liefde en toewijding gedaan en ook hier legt van Zweden op bewonderenswaardige wijze de vele stemmenweefsels en vlechtwerken van melodieën in des meesters partituur bloot; net als Giulini met de Weners. In de finale neemt hij de fugato aan het eind wel wat snel, maar de hemelse koraal zelf neemt hij wel ruim. Ik kan dan ook niet anders dan het hoogste lof toe kennen aan deze meesterlijke uitvoering die van grote visie getuigt. Dit is met afstand de beste Bruckner 8 van de laatste tijd. Grote complimenten ook voor het orkest en het technische team. De opname is werkelijk fenomenaal, vooral als de SACD laag wordt afgespeeld.

Emile Stoffels
Luister 685

De wederopstanding van vinyl – een met gewicht

Thursday, May 26th, 2011

De wederopstanding van vinyl – een met gewicht

Ofschoon langspeelplaten nooit echt helemaal weg zijn geweest, mag er tot op zekere hoogte toch wel gesproken worden van een comeback. De echte fijnproevers hebben er overigens nooit afscheid van genomen en met goede reden, want de plaat beschikt toch over een aantal charmes. Collega Ad Bijleveld wekte met de Clearaudio draaitafel in het vorige nummer onze eetlust al op, voor de platenspeler. De wereld der vinyl houdt evenwel niet op bij Clearaudio. Ook liefhebbers met een kleiner budget of die niet een dergelijke diepte investering willen doen, kunnen veel plezier beleven aan een platenspeler. Maar vooral het verzamelen van en luisteren naar vinyl is een belevenis.

Toen Robert Schumann eenmaal mijn jonge leven was binnengedrongen, stond de naald van de radio vastgespijkerd op Hilversum 4. Zo nu en dan kochten mijn ouders een plaat en ondanks dat dat meestal de ‘schlagers’ onder de klassieke muziek waren, ervoer ik dat toch als een bijzondere gebeurtenis. De emotionele binding met het zwarte goud werd onomkeerbaar en ik denk nog vaak terug aan de opwinding die ik voelde wanneer ik een LP thuis uit de hoes haalde en op het draaiplateau legde.

Ritus

Wat maakt vinyl voor velen nu zo aantrekkelijk? De mens is afhankelijk van het ritueel en zo dorst de vinyl addict naar het moment dat de naald de groef raakt. Het is een aardig schouwspel wanneer de naald de groeven aftast en we verbaasd staan hoe de muziek met liefde en kunde in het vinyl is gesneden. Het vervaardigen van een plaat heeft dan ook iets weg van een oude gilde.

Voordat de naald het plaatoppervlak correct aftast en de platenspeler de ware kwaliteiten van vinyl ontbloot, zal men de nodige tijd moeten investeren in de afregeling: waterpas, juiste toerental, fouthoek van het element, armhoogte, etc. Met de laatste parameter kan zelfs tot op zekere hoogte ook nog de klank getuned worden. Zodra deze vaardigheden beheerst worden, kan men ook eens gaan denken aan een upgrade van het element. Ook dit kan een buitengewoon boeiend avontuur zijn, aangezien er fikse stappen in aftastprestaties gemaakt kunnen worden. Zelfs op een punt, dat we versteld staan over wat er nog aan micro informatie in die groef zat.

Evenzo zal men de verworven zwarte schijf moeten onderhouden, ja zelfs liefkozen om het stof en krasvrij te houden. Dit noodzakelijke doch vermakelijke onderhoud, vormt een amusante interactie tussen ons en het medium. Ook op lange termijn.

Warm bad

De algemene klank van de plaat is iedere keer opnieuw een warm bad, vergeleken met de CD. Bij de laatste gaat veelal het middengebied toch ‘op de oren staan’, waardoor er relatief sneller luistermoeheid optreedt. Met name de strijkers vormen dikwijls een goede lakmoesproef. Te vaak horen we in dat geval bij de CD iets synthetisch in de hogere frequenties, ondanks dat meettechnisch de CD superieur zou moeten klinken. Het vinyl behoudt dan een soort van luchtigheid en glans, die wij kennelijk als behaaglijk ervaren. Ook in de lagere frequenties is de plaat veelal wat volumineuzer (niet noodzakelijkerwijs beter) waardoor er een volslanke klankbalans ontstaat die veel luisteraars als ‘warm’ ervaren.

The real thing

Daarbij kan men naar een LP ook als totaalproduct kijken. Het CD boekje volstaat qua informatie, maar met een prachtige platen hoes hebben we echt iets in handen. Zelfs al zou de muziek en/of de uitvoering niet naar de zin zijn, dan nog zwicht men gemakkelijk voor de vaak prachtige voorstelling op de hoes. Neem bijvoorbeeld die van Schoenbergs viool- en pianoconcert onder Kubelik, of het mooie ontwerp van Thomas Hart Benton voor de symfonie van Roy Harris. En laten we eerlijk zijn: of dat Martha Argerich nu op een klein CD hoesje staat of levensgroot op de voorkant van een LP, maakt toch wel iets uit…
Ook veel jonge consumenten onderkennen inmiddels deze kwaliteiten en zien de grammofoonplaat dan ook als een waar collectors’ item.
Tenslotte is er nog een groep verzamelaars die alle antiquariaten en beursen afloopt, op zoek naar de heilige eerste persing. Deze bijna agressieve verzamelwoede bespeurde ik eens lijfelijk in een Nijmeegs antiquariaat, waar een Aziatische man met het schuim op de mond letterlijk alles stond in te laden waar maar ‘Decca’ op stond. Klaarblijkelijk vindt men het platenlabel belangrijker dan den kunst zelve. Heruitgaven – hoe goed ook – worden door deze ‘first pressing fundamentalists’ uiteraard als inferieur gezien.

Oude wijn in nieuwe zakken

Sinds geruime tijd brengt Speakers Corner – onder licentie van de oorspronkelijke maatschappijen – door hen zelf geselecteerde titels opnieuw uit op het zwarte goud. Ook Clearaudio doet dat al enige jaren. Er is inmiddels een aardige catalogus ontstaan met diverse items van Deutsche Grammophon, Decca en Philips etc. heruitgegeven op 180 gram kwaliteitsvinyl en ik kan me met de beste wil van de wereld niet voorstellen dat er bij die producten net zo veel kwaliteitstrooiing is, als bij de oorspronkelijke productie persingen en heruitgaven uit het verleden. Gezien de kwaliteitsuitstraling, de oplage en de afwerking kunnen we daar m.i. gerust over zijn. Ofschoon men altijd van mening kan verschillen over de uitvoeringen bij dergelijke heruitgaven, zijn er niettemin onder deze audiofiele reissues ware parels te vinden.

Omdat Speakers Corner toegang heeft tot de archieven van veel labels, probeert het altijd de originele mastertapes op te sporen. Als die niet te vinden zijn, gebruikt men bij hoge uitzondering een eerste generatie kopie om de master te snijden. De claim is dat er louter analoge masters worden gebruikt en dat hun cutting engineers enkel de analoge Neumann snijdapparatuur gebruiken. De masters worden overigens op locatie gesneden door oude rotten in hun vak, zoals Tony Hawkins van Decca die nu voor Speakers Corner werkt en vaak nog betrokken is geweest bij het snijden van de eerste master van de oorspronkelijke uitgave.

Het is uiteindelijk de bedoeling met deze heruitgaven zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke intenties te komen van de musici en technici, hoewel die bedoelingen in hun tijd niet mogelijk waren door de technische beperkingen.

Hoezo 180 gram?

Waarmee zou volgens eigen zeggen een Speakers Corner LP zich onderscheiden? Uit ervaring weet ik wat de voordelen zijn van een kwaliteitsuitgave op 180 gram, over een gewone plaat. Ik heb behoorlijk wat van deze types in mijn bezit en ik kan naar alle eer en geweten zeggen dat de hier beneden opgesomde kenmerken in z’n algemeenheid inderdaad kloppen.

Een greep…

De catalogus ontstaat uit suggesties van klanten, dealers, de pers en de internationale distributeurs. Nadat er toestemming is verleend door de betreffende artiest(en), verschijnt de heruitgave. Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden uit die catalogus van Clearaudio en Speakers Corner.

Prokofiev – Pianoconcert nr. 3 Argerich/Abbado op DG. Prokofievs pianoconcerten laten onderling relatief weinig ontwikkeling en groei horen. Toch hebben ze zeer terecht altijd repertoire gehouden, waarvan de derde het meest gespeeld en opgenomen wordt. Van de cycli is Beroff met Masur op EMI weliswaar mijn favoriet, maar van de losse opnames is deze uitvoering een must have. Vooral door de interessante koppeling met Ravels concert.

Schubert – Symfonieën 3 & 8 Kleiber op DG. Hij heeft weinig opgenomenmaar dat zijn dan ook allemaal opmerkelijke uitvoeringen geworden. Zo ook deze ‘Unvollendete’. Iedere keer treft ons de gelaagdheid in zijn interpretaties. Akkoord, er zijn veel opnames, maar die door Kleiber is te bijzonder om te laten lopen.

Brahms – Pianoconcert nr. 1 LondonCurzon/Szellop Decca. Van dit magistrale concert, dat oorspronkelijk als symfonie was bedoeld, zijn veeluitstekende opnames, maar het koppel Curzon – Szell blijft speciaal. Net als de opname, die buitengewoon transparant klinkt.

Dvorak – Symfonie nr. 7 Giulini op EMI. Deze plaat klonk op de oorspronkelijke uitgave al opvallend goed en zal dus nog beter klinken op de 180 gram uitvoering. Uiteraard is de uitvoering doorslaggevend. De inmiddels overleden Giulini heeft ook hier weer die natuurlijke puls met veel oog voor detail, zonder de grote lijn uit het oog te verliezen. Niet te versmaden deze mooie symfonie onder de baton van de meester uit Italië.

Dit is slechts een hele kleine greep uit de mooie catalogus, die iedere keer wat groter wordt. Speakers Corner moedigt op de website haar klanten aan, suggesties te doen voor nieuw te releasen heruitgaven. Of aan al onze wensen wordt voldaan is natuurlijk afwachten, maar als we dat nu met z’n allen doen, zal dat ongetwijfeld helpen. Ik heb al wel een aardig lijstje klaarliggen om in te leveren. U ook?

Emile Stoffels
Luister 675

Klughardt – Quintets

Wednesday, March 9th, 2011

KLUGHARDT
Piano Quintet String Quintet
Leipziger Streichquartett Olga Gollej, piano Julian Steckel, cello
MDG GOLD 307 1652-2 DDD 70′

Uitvoering/Registratie *****/*****

Net als de eerder besproken orkestwerken, overtuigt Klughardt evenzeer in zijn kamermuziek. En ook in deze kwintetten bespeuren we de invloed van Schumann en die van Mendelssohn; de laatste in mindere mate. Klughardts kamermuziek klinkt absoluut vrij van iedere conventie, hoewel zijn muziek glasheldere principes verraadt. Tegen het einde van de 19de eeuw ontwikkelde het pianokwintet zich in twee richtingen. Enerzijds de intieme uitleg, ingezet door Robert Schumann. Anderzijds, een symfonische oriëntatie. Klughardt smeedt deze opvattingen samen in zijn pianokwintet op. 43. Een mooi voorbeeld is het zangerig heroïsche thema dat verschijnt na de tragische inleiding; een melodie die zich snel in de geest vastzet. Geheel in de kwintettraditie van Schubert en Boccherini, gebruikt ook Klughardt een extra cello. Ook dit werk ademt de geest der ongebondenheid en staat in dezelfde G-mineur sleutel als het pianokwintet. Fantastisch dat een prachtig label als MDG dit soort ondergewaardeerde componisten voor haar rekening neemt. Ook hier horen we net als de Schmidt Symfonie een paar maanden terug, de afwezigheid van klankmanipulatie en het streven naar natuurlijke klankkleuren. Fabelachtig mooie productie.

Emile Stoffels
Luister 673

De Romantiek IV – Frankrijk

Thursday, December 30th, 2010

De Romantiek IV

Frankrijk

Met het Congres van Wenen in 1815 hoopte men rust en stabiliteit in Europa te brengen. Als we echter de historische kaarten van Europa bekijken vanaf dat moment, dan is daar bitter weinig van terecht gekomen. Bonaparte was weliswaar verslagen en Frankrijk tot zijn ‘natuurlijke grenzen’ teruggebracht, maar de nationalistische gevoelens die door de Franse Revolutie waren aangewakkerd – ook bij andere naties – hadden nu genoeg kritische massa. Het nationalisme werd de nieuwe niet te stuiten religie en zou ook een grote voedingsbodem blijken te zijn voor de toonkunst.

Frankrijk ging op dat gebied zelfs een grote rol van betekenis spelen naast Duitsland en is met Hector Berlioz (1803 – 1869) een van de grootste en invloedrijkste toonzetters van de Romantiek. Deze is, als muzikale stamvader met zijn ‘traité de l’instrumentation’ als orkestrale bijbel, maatgevend voor velen geweest.
Met zijn Symfonie Fantastique – slechts 3 jaar na Beethoven’s dood (!) – geeft hij de klassieke symfonie een programmawerking en kunnen we dit gedurfde werk gerust de sjabloon noemen voor de moderne programma symfonie voor veel componisten. Het is een 5-delig werk – wat al opvallend is in zichzelf – dat sterk als autobiografisch gezien kan worden en bij uitbreiding tot een zelfportret van de Romanticus van die tijd. Het programma beschrijft verschillende situaties in het leven waarin de kunstenaar, verzeild kan raken. Berlioz had recentelijk kennis gemaakt met de werken van Shakespeare en de symfonieën van Beethoven. De directe aanleiding echter was een uitvoering in 1827 van Hamlet van degenoemde dramaturg, met ene Herriett Smithson in de rol van Ophelia. Zij blonk bepaald uit en haar verschijning, moet als een bom zijn ingeslagen. De vrouw zou een dwanggedachte voor hem worden en na twee jaar zou hij zijn gevoelens vastleggen in de Symfonie Fantastique om zichzelf te bevrijden van deze obsessie. Een wederkerend muzikaal motief vertegenwoordigt deze Idée Fixe. Er is hier geen plaats alle delen uitvoerig te beschrijven, maar de Mars naar het schavot (het vierde deel) is wellicht het meest typerend. Dit stuk is zo evocatief dat, zelfs als we de titel niet zouden weten, we wel horen dat het hier gaat om een terechtstelling of iets dat daar op lijkt. Het vijfde deel – De Heksen Sabbat – is zeer zeker voor die tijd angstaanjagend geweest.
Uit bronnen blijkt dat Berlioz, nadat hij de eerste drie delen had gecomponeerd, hoorde dat Herriett geen hoofdrollen meer speelde maar louter figureerde. Dit was een bittere teleurstelling voor hem en de gedachte is dat de twee laatste delen in het teken staan van wraak. Wraak voor de obsessie die zijn leven zo had beheerst.
De Fantastique is altijd sterk vertegenwoordigd geweest in de catalogi en er zijn veel goede uitvoeringen. De nummer één is toch wel die met Davis en het Concertgebouworkest op Philips (6500 774). Hij heeft dit werk drie keer vastgelegd: met het LSO, het CGO en de Weners. De laatste is echter alleen op CD beschikbaar. De CGO opname uit 1974 onderscheidt zich door een hoge mate van natuurlijkheid. Ook de hoes is prachtig met The Devil’s Incantation door de Goya (1746 – 1828).
Een andere goede vinden we op Decca door Haitink (SXL 6938) uit de nadagen van het analoge tijdperk. Helaas een aartslelijke hoes, maar ook een spectaculair natuurlijke opname. Mogelijk Decca’s beste opname uit de herfst van het analoge tijdperk.
Andere uitstekende alternatieven zijn die door Abbado (DG 410 895-1) en von Karajan (DG 2530 597) prachtige DG hoezen weer overigens.
Uiteraard moeten we het grootse Requiem nog noemen, het Te Deum, zijn Lelio dat een vervolg is op de Fantastique zijn Harold en Italie en de liederencyclus La Nuit D’ete. Het integrale Berlioz programma is uitgekomen op Philips onder Colin Davis en kan rustig als de ruggengraat genoemd worden.

Er is meerdere malen op gewezen dat de symfonie als vorm zijn heerschappij voor een groot deel aan het symfonische gedicht heeft afgestaan. Dit geldt ook voor de sonate die zijn gezag heeft afgegeven aan kleinere op de literatuur geïnspireerde vormen zoals het impromptu, prelude, nocturne, ballade enz. Door de belangstelling van de componist voor nationalistische thema’s verschijnen er ook typische dansvormen zoals de polonaise en de mazurka.

Dit brengt ons direct bij Frederic Chopin (1810 – 1849), die ondanks de zojuist genoemde vormen een van de minst literair ingestelde componisten van de Romantiek blijkt te zijn. Zijn subjectieve kunst dringt diep door in de nachtelijke aspecten van het menselijke leven en vooronderstelt geen literaire inhoud, maar is wel in hoge mate visionair, angstig, doch kernachtig en gecondenseerd. Ofschoon in Polen geboren, rekenen we deze componist tot de Franse Romantiek. Niet alleen omdat zijn vader Frans was, maar zijn kunst is onmiskenbaar Frans.
Belangrijkste interpreten zijn wel Arrau (Philips), Rubinstein (RCA) en Ashkenazy (DECCA). De laatste twee domineren zo’n  beetje de catalogus, maar Barenboim, Polini, Pires en Argerich (allen op DG) hebben hun sporen in deze muziek ook verdiend.
Zijn ballades dragen een nachtelijke lading. Ze bouwen voort op de gezongen ballades van Schubert, maar krijgen bij hem een totaal nieuwe vorm en inhoud.
Uit zijn Etudes opus 10 is het derde stuk natuurlijk overbekend. Dit is weer zo’n moment dat aangrijpt, zeg maar, op het middenrif. De Etudes hadden een technische uitdaging als uitgangspunt, maar de originaliteit van deze werken maakte de aanleiding tot bijzaak. Laten we volstaan te zeggen dat het gehele piano oeuvre van Chopin uniek en richtinggevend is geweest voor de muziekgeschiedenis.

Een andere opmerkelijke ontwikkeling tijdens de Romantiek in Frankrijk speelt zich af in de orgelkunst. De orgels in deze tijd onderscheiden zich door een grotere soepelheid in de toonvorming en een grotere verscheidenheid van de registers. En voornamelijk in Frankrijk zijn de orgels door het romantische orkest beïnvloed. De registers zijn naar de gevoelige aard van de strijkers, fluiten, hobo’s enz geïntoneerd, zonder dat de Franse orgelbouwmeesters de kernmerken van het klassieke tijdperk hadden opgeofferd.

Charles Camille Saint-Saëns (1835 – 1921) die ons – ondanks zijn charme – niet zo heel erg veel heeft te vertellen, is vooral beroemd om zijn orgelsymfonie. Hoewel het wemelt van goede uitvoeringen, is de interpretatie van Barenboim (DG 2530 619) wel zeer de moeite waard. Het valt namelijk niet mee voor een mastering engineer een dergelijk werk voor groot orkest uitgebreid mét orgel goed te snijden, maar hier heeft DG het toch aardig gedaan. We hebben deze opname diverse keren, hoog genoteerd op audiofiele lijsten gezien.

Ofschoon hij niet in deze stijlperiode thuishoort, noem ik in dit verband toch nog het orgelconcert uit 1938 van Francis Poulenc (1899 – 1963) die ons inhoudelijk meer te bieden heeft en dieper peilt. Een orgelthriller met aan het slot een schitterend eerbetoon aan Bach. Marie Claire Alain met Martinon (dus niet met Conlon!) op Erato (STU 70637) is een must. Weliswaar niet op vinyl, maar toch vermeldenswaard is de Symphonie Concertante van Joseph Jongen (1873 – 1953) onder de Waart op Telarc.

Echter, het is César Francks (1822 – 1890) orgelmuziek die ons hoofd naar boven richt, zoekend naar de religieuze ervaring. Denkelijk na Bach de belangrijkste orgelcomponist. Het religieuze en meditatieve karakter dat zijn muziek draagt, deelt hij met Bruckner, maar is meer hymnisch. Zijn Six Pièce d’Orgue zijn van een onmetelijke schoonheid, maar dat geldt eigenlijk voor al zijn orgelwerken. Albert de Klerk op CBS (S77332) of David Sanger (Bis) ziet men regelmatig tweede hands. Francks Prelude, Koraal & Fuga – stevig bekritiseerd door Saint Saëns – behoort tot de beste stukken uit de pianoliteratuur. Devoyon op Erato (NUM 75098) koppelt dit beeldige werk met de Prelude, Aria en Finale die bijna van hetzelfde hoge niveau is. De twee werken zouden leiden tot de drie prachtige grote Koralen voor orgel. Het lijkt erop dat Franck van 1884 tot 1887 naar een nieuwe klavierstijl zocht. Dit vond zijn hoogtepunt in een uniek zangerig pianoconcert, de Variations Symphoniques die een waardige voortzetting is van de pianoconcerten van Beethoven.

Deze maand sluiten we de Romantiek af. De volgende keren zullen we de grote Klassieken bespreken: Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert. Representanten van een tijdperk die men terecht als een van de hoogtepunten kan zien van de West-Europese beschaving.

« Previous Entries