Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

SCHNITTKE – 3rd Symphony

Sunday, January 10th, 2016

Schnittke Pentatone259SCHNITTKE
3rd Symphony
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin • Vladimir Jurowski
Pentatone SACD DDD 52.16

Uitvoering **** | Opname *****

De derde Symfonie van Alfred Schnittke uit 1981, beleefde in hetzelfde jaar z’n première onder Kurt Masur en het Leipzig Gewandhausorchester. Yuri Bashmet zei heel treffend het volgende, over Schnittkes werk: “they call his music polystylistic, when they don’t like it. It’s only Alfred’s language…” Maar niet alleen stilistisch. Schnittke maakte bij het componeren, ook veelvuldig gebruik van de initialen van grote componisten: Bach, Handel, Mozart, Schonberg, Stockhausen en Hans Werner Henze. De opening doet sterk denken aan die van de Wagners Rheingold en de Alpensymfonie van Richard Strauss. Het tweede deel, is behoorlijk contrastrijk: het begint licht en briljant, waarna het verandert in een groots drama. Ook vinden we op diverse plekken, citaten van Mozarts sonates. Het laatste deel, het adagio, is qua taal en atmosfeer, meer in de trant van Mahler. Dit is muziek die men moet ondergaan; waar men in ondergedompeld moet worden en het liefst live. Er zijn veel goede dingen te zeggen over de directie. Maar een is er toch dat Jurowski de kunst verstaat, het kruit niet te snel te verschieten. Aan de opname zal het evenmin liggen: die is fenomenaal. Het kerkorgel is overigens op een andere locatie opgenomen, maar toch mooi geïntegreerd in de opname. Een belevenis!

Emile Stoffels
Luister Magazine

Reinbert de Leeuw – Mens of Melodie

Tuesday, December 2nd, 2014

Ongetwijfeld zullen degenen die de aflevering van Zomergasten met Johan Simons hebben gezien, De Leeuws gelaatstrekken aan het slot van zijn uitvoering van Schönbergs Gurre Lieder herinneren. De muziek pionier was in opperste extase.

De Leeuw speelt al decennialang de rol van kunstpaus in het Nederlandse muziekleven. Zijn opnames van Eric Satie zijn belangrijk. Als ‘Notenkraker’ stond hij op de barricade en als dirigent van het Schönberg ensemble, brak hij een lans voor eigentijdse componisten. Alle reden dus voor musicologe Thea Derks zich vast te bijten in deze baanbreker en een biografie te schrijven. Derks en De Leeuw waren goede maatjes en dat was voor sommigen een reden te vrezen, dat het een hagiografie zou worden.

Maar het liep anders. De Leeuw weigerde zijn autorisatie: “Mijn fundamentele bezwaar is dat ik totaal niet betrokken ben bij de totstandkoming van de inhoud, en dat die inhoud lacunes en onjuistheden bevat. Sommige details zijn tot de finesses uitgewerkt, ontmoetingen die ik als essentieel ervaar ontbreken juist. Zo’n boek kan ik niet autoriseren.” Derks besloot de levensbeschrijving toch te voltooien en ongeautoriseerd uit te brengen bij Leporello Uitgevers.

Ik moet zeggen dat ik mij gelaafd heb aan die ‘onjuistheden’. Het kernhoofdstuk voor mij was wel “Kantelend muzieklandschap”. Kostelijk was de paragraaf Peyton Place. De schellen vielen van mijn ogen, toen ik las dat De Leeuw een liefde ontwikkelde voor deze moeder der soaps. Maar, dat maakt iemand tevens interessant: enerzijds in volledige extase raken bij de Gurre Lieder en anderzijds afdalen naar Peyton Place. Wellicht dat dergelijke ‘tot in de finesses uitgewerkte details’ de Leeuw niet aanstond? Hoe dan ook, Derks’ bio staat vol anekdotes, maar geeft ook een mooi inzicht hoe het Nederlandse muziek leven opkrabbelde na WO II.

Het ligt voor de hand dat deze biografie aardig wat stof heeft doen opwaaien. Ook bij recensenten en columnisten. Zo stelde Stephan Sanders in Vrij Nederland dat De Leeuw ‘de mens uit de biografie wilde.’ Misschien moeten we nog wel een stapje verder gaan. Misschien had de titel – gezien De Leeuws verdienste binnen de Seriële muziek – wel moeten zijn: Mens noch Melodie. Want is het niet zo dat de gehele atonale toonkunst de melodie en het welluidende meer en meer werd verdrongen? Streefden De Leeuw en de zijnen niet veleer naar notenschikking, dan naar melodie?

Deze biografie gaat zeker niet alleen over Reinbert de Leeuw en vormt – samen met de pas besproken dissertatie van Overbeeke – een waardevol kader, voor het begrip van het Nederlandse muziekleven en geestelijke houding na de oorlog.

Emile Stoffels
Luister Magazine 700

PROKOFIEV SCHÖNBERG SCHUBERT

Wednesday, May 15th, 2013

PROKOFIEV SCHÖNBERG SCHUBERT
Boris Brovtsyn, Itamar Golan, Janine Jansen
London Philharmonic Orchestra, Vladimir Jurowski

Decca 2 CD 00289 4806687 DDD 80:12/78:20

Uitvoering/opname ****/****

Decca komt hier met een boeiend programma over twee cd’s, waarvan een geheel is gewijd aan Sergei Prokofiev. Op de andere cd vinden we Schuberts strijkkwintet in C, D.956 en Schonbergs Verklärte Nacht in de oorspronkelijke sextet uitvoering. Om te beginnen Prokofievs vioolconcert nr. 2. De opening is werkelijk adembenemend. Janssen trekt ons vanaf de eerste noot in de muziek. Ik heb dat zelden zo gehoord, in de opnames die ik ken. Diezelfde spanning horen we ook in de dubbel sonate. Dan de eerste vioolsonate Op. 80. Over de noodzakelijkheid van dit stuk kunnen we kort zijn: het is een van de beste kamerstukken uit de 20ste eeuw. Hier hoor ik helaas niet die doorleving, bezonkenheid en spanning, die ik ervaar bij Mintz/Bronfman of Kremer/Argerich; beide op DG. En als het hoogtepunt aanbreekt in het vierde deel, wanneer er teruggegrepen wordt op het pizzicato thema van het eerste deel, gaat het mij te snel en heeft het voor mijn gevoel te weinig drama. Ook ben ik hier niet zo te spreken over de balans tussen de twee instrumenten. De piano is mijns inziens (veel) te luid. Niettemin valt er in z’n geheel veel te genieten op deze dubbel cd en de opname is voortreffelijk.

Emile Stoffels
Luister 689

BORIS YOFFE – Song of Songs

Saturday, April 28th, 2012

BORIS YOFFE
Song of Songs
Rosamunde Quartett The Hilliard Ensemble
ECM New Series 2174 476-4426 DDD 51’53

Uitvoering/Registratie ****/****

De in St. Petersburg Boris Yoffe begon met het schrijven van korte stukken voor strijkkwartet in 1995, die gemiddeld slechts een halve minuut duurden. Als je dat maar iedere dag consequent doet, heb je binnen enkele jaren een aanzienlijke hoeveelheid materiaal. Die inmiddels tot maar liefst duizenden pagina’s uitgegroeide berg, heeft hij verzameld en het ‘Kwartet Boek’ genoemd. De muziek op deze CD is een selectie door de componist én de uitvoerenden, uit ongeveer 800 pagina’s van de laatste drie tot vier jaar. Een opvallend project, zeker ook gezien de toevoeging van vier zangers die frases van The Song of Songs zingen. Yoffe’s muziek toont duidelijk de Duitse kamermuziek traditie (Schönberg, Reger), Russische poëzie en de esthetiek uit het verre oosten. Het is muziek die zondermeer oproept tot contemplatie en dat is in deze absurd jachtige wereld alleen maar welkom. Alle lof wat dat betreft. Of deze muziek uiteindelijk overleeft, valt te bezien. De tijd zal dat leren. Ik zou zeggen: laat de muziek voor zichzelf spreken en laat vooral de luisteraar zelf oordelen….

Emile Stoffels
Luister 682

ZIMMERMANN – Initiale lieder und frühe kammermusik

Saturday, January 14th, 2012

ZIMMERMANN
Initiale lieder und frühe kammermusik
Anna Prohaska Cordilia Höfer Alessandro Cappone Rachel Schmidt Trio Berlin
Wergo WER 6735-2 DDD 63:56

Uitvoering/Registratie *****/*****

Deze boeiende cd omspant de scheppingsperiode van Bernd Alois Zimmermann van 1933 tot 1946, behalve de sonate voor viool en piano die hier als laatste staat geprogrammeerd. Volgens Michael Gielen is Zimmermann de sluitsteen, ‘eine Endfigur’ die de westerse muziek tussen Bach en Schönberg samenvat en alles verankert in het verleden. Als men de Sinfonie in einem satz, Requiem fur einem Jungen Dichter en Die Soldaten kent, kunnen we ons afvragen of het wel dezelfde toondichter is. Toch dragen deze vroege werken de belangrijke elementen van Zimmermanns taal en uitdrukking. De Wergo opname begint met de ‘Drei lieder aus dem nachlass’. Werkelijk schitterende liederen op teksten van Hans von Hopfen en Rainer Maria Rilke. De Kleine Suite für Violine und Klavier doet soms denken aan Regers kamermuziek. De sonate voor viool en piano uit 1950 tenslotte, markeert zijn overgang naar de zogenaamde rijpere periode; hoewel het de liederen waarmee de CD begint, bepaald niet aan rijpheid en bezonkenheid ontbreekt. Hoe dan ook, de sonate was oorspronkelijk als tweedelig stuk gedacht. Later dat jaar kwam er een middendeel bij. Er is overigens in dat zelfde jaar ook een vioolconcert ontstaan dat dezelfde hoekdelen gebruikt, maar dan omgezet naar groot orkest. Een interessante cd met uiterst boeiende muziek en met veel toewijding uitgevoerd. Uitstekende registratie.

Emile Stoffels
Luister 679

De Sirenen zwegen – Psychoanalyse, mythe en kunst

Friday, October 14th, 2011

De Sirenen zwegen – Psychoanalyse, mythe en kunst
Verschenen, 2 april 2011
Uitgeverij Sjibbolet, Amsterdam
Essay (paperback) 84 pp.
Reeks: Oratio

ISBN: 9789491110016

‘Het is niet het letterlijke verleden dat ons beheerst, het zijn de beelden van het verleden. Zonder een algemeen of individueel historisch besef gaat de betekenis van die beelden verloren. De reden waarom wij ons aan het verleden hechten en de herinnering willen behouden is dat de geschiedenis sporen van het paradijs lijkt te dragen.’ Met deze gedachte – waarvan de eerste zin is ontleend aan George Steiners In Bluebeards Castle – opent Etty Mulder haar essay. Het deed mij direct denken aan Gunther Wands uitspraak over het laatste deel van Bruckners ‘onvoltooide’ negende symfonie. Ook hij heeft het daar over zoiets als ‘een schreeuw naar het verloren paradijs’. Op het eerste gezicht heeft deze zin misschien niet eens zoveel impact, maar hoe langer we erover nadenken des te meer gewicht deze uitspraak krijgt. Het zette voor mij in elk geval de toon voor deze essay. Iedere keer kwam deze gedachte in sterkere mate terug.

Wat voor de lezer van Luister wellicht vooral interessant is, is de belichting van het belang van Stravinsky’s Sacre en Schönbergs Mozes en Aaron in de moderne kunst. Twee kolossale composities uit de twintigste eeuw. Boeiend is speciaal de paragraaf over Schönberg die met zijn twaalftoonstechniek teruggaat naar de wetgeving voor het Joodse volk; meer preciezer: het verbod op het maken van beelden. Deze nieuwe wet is een ‘muzikaal beeldverbod’, doordat gebroken wordt met de tonale harmonie en de dominant-tonica spanning. Het wegvallen van vaste akkoordverbindingen heeft als consequentie dat wij geen (fantasie)beelden meer kunnen vormen of herkennen, waar ook in de compositie.

In de coda legt Mulder uit dat het woord cultuur in de loop der tijd, zijn waarde heeft verloren. Men zal dus ‘om de betekenis van non-verbale kunstzinnige bestanddelen van het historische en van het geheugen te hervinden, de oude luister van de lege term cultuur in herinnering moeten roepen’. Mulders essay wil ‘het voorbije articuleren in de zin van het grandioze’. Het is dus aan de kunstwerken om ons historische besef weer tot leven te brengen.

Etty Mulder is musicologe en cultuurhistorica en schrijft over interdisciplinaire en kunsttheoretische onderwerpen met de nadruk op filosofische en psychoanalytische benaderingen van kunst.

Het is zeker niet de makkelijkste kost en de essay had wellicht nog iets toegankelijker geschreven kunnen worden, maar laat dat geen belemmering vormen voor liefhebbers die de diepte in willen om schatten naar boven te halen.

Emile Stoffels
Luister 677