Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Sonus Faber Venere 1.5 – de kleine verleider

Thursday, April 25th, 2013

Sonus Faber Venere 1.5 – de kleine verleider

Mijn eerste kennismaking met het Italiaanse Sonus Faber, was met de revolutionaire Electa Amator. Een prachtig uitziend en klinkend ontwerp. Diezelfde combinatie vinden we ook weer bij de Venere 1.5 monitor luidspreker terug. Het programma zal uiteindelijk 6 modellen omvatten. Drie zijn er reeds beschikbaar, waaronder de hier besproken Venere 1.5 en de duurdere 2.5.

Eenmaal uitgepakt werd weer duidelijk hoe netjes en strak deze weergevers eruit zien. Een lust voor het oog zijn deze boxen door het ontwerp, dat ook nog een technisch doel dient: het onderdrukken van ongewenste interne resonanties. Functionaliteit en schoonheid sluiten elkaar dus niet noodzakelijkerwijs uit. Mooi afgewerkt zijn ook de stands, die eenvoudig versteld kunnen worden.

Mode

Er is niets veranderlijks dan een mens. We ondervinden regelmatig dat niet alleen onze persoonlijke voorkeur, maar ook de collectieve smaak in de loop der tijd verandert. Wat voor pakweg 15 jaar geleden nog beoordeeld werd als dynamisch, gedetailleerd en open, kan in onze tijd zo maar worden aangemerkt als steriel, koud en afstandelijk. Dat kan in geen geval over de geluidspresentatie van de Venere’s, gezegd worden. Neen, eerder innemend, betrokken en verleidelijk; zoals duidelijk zou blijken…

Luisteren

Ik trapte af met Murcofs Martes om te kijken hoe de Venere’s reageerden op impulsrijke muziek. Verrassend snel en open werd track 3 weergegeven, zonder uit de bocht te vliegen. Berlioz’ Fantastique klonk opvallend gelaagd, waarbij de verschillende timbres gemakkelijk te onderscheiden bleven. Dat rijke kleurenpalet, viel evenzeer op bij Poulenc. Ook de percussie in Bartoks pianoconcert, klonk correct en natuurlijk. Bij dit alles, viel het diepe en relatief precieze stereobeeld op. Bovendien deden de Venere’s het mijn inziens belangrijkste aspect ook goed: de algemene klankbalans. Ofschoon ik daarvoor wat meer aan de slag moest. Opvallend was hoe de Venere’s reageerden op verplaatsingen in de luisterruimte. Aanvankelijk was de hoeveelheid laag en sub-laag ietwat onderbelicht, maar dat was snel verholpen door de speakers een halve meter naar achteren te plaatsen. Dit ging wel ten koste van wat resolutie, maar de klankbalans was nu aanzienlijk verbeterd. De beste resultaten behaalde ik uiteindelijk door de speakers 1.20 van de achterwand en 1.50 meter van de zijwanden te plaatsen, met een lichte indraaiing van ca. 15 graden. Een krachtige versterker is wel een voorwaarde om de Venere’s volledig te laten stralen. Maar dan zijn dit ook absolute droomspeakers in hun prijsklasse.

Etherische warmte

Alles overziend een prachtige weergever, die niet bedoeld is om opnames en andere componenten in de audioketen te fileren. In tegendeel, dit zijn luidsprekers die – na een dag hard werken in deze lawaaimaatschappij – ons eenvoudig laten genieten van muziek. De Venere’s leveren meer dan ze kosten en hun etherische warmte zal mij nog lang bijblijven…

Emile Stoffels
Luister Magazine

Gebruikte apparatuur:
ModWright SLW 9.0 SE Signature voorversterker;
ModWight KWA 100 SE eindversterker;
Marantz 7001 SACD speler;
Siltech Interlinks en luidsprekerkabels;
NordOst voedingskabels

Gebruikte software:
Berlioz – Symphonie Fantastique, Davis; Philips
Murcof – Martes; Leaf Label
Bartok – Pianoconcerten, Pollini/Abbado; DG
Schoenberg Berg Webern – Vienna, Dorati; Mercury
Poulenc – Jos van Immerseel;
Zig Zag

Prijzen (per paar):
Venere 1.5, stand model € 1.150,00 per paar
Stands voor Venere 1.5            € 450,00 per paar
Verkrijgbaar in de kleuren piano zwart en wit

Informatie:
Website importeur en (BeNeLux) dealers: www.durob.nl

Halffter – String Quartets

Wednesday, May 4th, 2011

HALFFTER
String Quartets 1, 2 & 7
Leipziger Streichquartett
MDG Gold MDG 307 1671-2 DDD 61’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Het getuigt toch van enige moed om strijkkwartetten te schrijven, na de grote klassieken met de uithoeken der menselijke geest verkennende kwartetten van Beethoven als hoogtepunt. Maar ook de 20ste eeuw vormt een zenit voor deze vorm door Bartok, Schoenberg en andere interessante kwartetmeesters als Britten en Tippett. Het blijkt dat het kwartetleven om ons heen bruist op dit moment. Overal worden er nieuwe kwartetten gevormd en dat is maar goed ook. Dit was de eerste kennismaking met de Spaanse componist Cristóbal Halffter en direct kwam ik onder de indruk van zijn muziek. Niets geen epigonen arbeid in zijn stukken. Natuurlijk heeft Halffter geprofiteerd van de verworvenheden van zijn illustere voorgangers, maar hij heeft een volstrekt eigen taal ontwikkeld en levert daarmee een uitstekende bijdrage aan dit genre. En wat een geweldig eerbetoon aan de kwartetmeester Beethoven in zijn 2de kwartet ‘Memoires’, waarin hij citeert uit des meesters kwartet opus 135. Het Leipziger Streichquartett speelt met veel toewijding en bovendien vlekkeloos. Een ontegenzeggelijk interessante componist en weer is deze MDG opname een schot in de roos. De registraties van dit label zijn verslavend: de musici komen hier helemaal tot leven.

Emile Stoffels
Luister 674

Kronzilla SDi 35 – een tweede Praagse Lente

Tuesday, February 8th, 2011

Kronzilla SDi 35 – een tweede Praagse Lente

“Iemand moest Jozef K. verraden hebben, want ondanks dat hij de nodige voorzorgsmaatregelen had genomen, werd hij op een ochtend gearresteerd door de verbruikspolitie”.

Tja, wie zal het zeggen: wellicht komt er ooit nog een tijd waarin er geen plaats meer zal zijn, voor apparatuur met een buitensporig hoog verbruik. We kennen allemaal de discussies over duurzame energie en het uitbannen van apparatuur, dat bepaald niet groen is. Laten we dus in de tussentijd – zolang het nog kan – dan maar genieten van buizenversterkers, totdat op een dag ook bij ons een opsporingsambtenaar op de deur klopt…

Dat er mooie dingen uit de voormalig Boheemse stad Praag komen, is bekend en niet in de laatste plaats door het Boheemse kristal. Het is over de gehele wereld befaamd. De omgeving van bijvoorbeeld Karlovy Vary, leent zich uitstekend voor het onttrekken van grondstoffen voor het vervaardigen van kristal en glas. Er is in de omringende bossen voldoende hout en geschikt zand te vinden. De kwalificatie “kristal” wordt gegeven aan glas met een hoog loodgehalte. Hierdoor krijgt het glas het vermogen te schitteren als diamant. Het echtpaar Kron uit Praag houdt zich echter met een andere toepassing van glas bezig en wel met het vervaardigen van buizen en buizenversterkers.

Oude wijn in nieuwe zakken…

Het begon allemaal in 1992 met de verbetering van bestaande triodes en het ontwikkelen van eigen power triodes. Het succes dat nu geboekt is, is dan ook het resultaat van het onderzoek en vergelijk dat ze gedaan hebben tussen de handgemaakte KR buizen en de massaproducties, gemaakt op de apparatuur uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Kron onderwerpt ook het glas voor de buis, aan een strenge selectie. Het glasblazen, de glaskolven van de buis en de bedrading ervan, wordt in eigen hand gehouden. Hierdoor is de kwaliteit zo hoog van deze handgemaakte producten, dat het inmiddels heeft geresulteerd in een leidende positie op het gebied van eindbuizen. Enkele typen zijn de 842, de KR 300B en de T1610; ’s werelds grootste en krachtigste triodebuis. De buis die gebruikt wordt in de SDi35.

Inmiddels is Riccardo niet meer onder ons, maar zijn vrouw Eunice heeft de zaken succesvol voortgezet. Op dit moment zitten er 15 verschillende versterkers in het programma waaronder twee solid-state typen. De afgelopen jaren heeft KR een aantal opvallende prijzen in de wacht gesleept zoals Best Amplifier Of The Year, Best Tube Amplifier, Best Amp Of The Year en een 6Moons.com Blue Moon Award.

Het wilde beest

Het was een warme dag in het najaar toen de Kronzilla bij mij werd afgeleverd in een houten kist. God zij dank was Cor Dekker van Musical Reality bereid om het 50 kilo wegende monster mee naar boven te slepen. Dat ‘beest’ dankt zijn naam overigens ook voor een belangrijk deel aan een andere bruut. De eerste Kronzilla kreeg in 1999 het predikaat “Amplifier of the Century” in de USA en dat was ten tijde van de film Godzilla. Amerikanen geven graag bijnaampjes en zo kreeg de versterker de naam: Kronzilla. Uiteraard vernoemd naar de ontwerper Riccardo Kron.

Bij het uitpakken geloofde ik mijn ogen niet. De Kronzilla gebruikt een waarlijk  beestachtige eindpit. Het is de T1610, die eigenlijk een dubbele 805 in één glaskolf (2 X 805 = 1610) is. Ik heb me laten informeren dat KR een speciale pomp heeft moeten ontwikkelen om deze gigantische glaskolf vacuüm te trekken. Het lijkt me dan ook een echte bezienswaardigheid, dit productieproces eens zelf te bekijken. Ook de buispennen zijn bestiaal groot: vingerlang en dik. De fysieke vergelijking van de EL84 met de 211 was al hilarisch; met de T1610 is het ronduit belachelijk.

Techniek

Wat m.b.t. het verbruik geldt voor de door mij geteste Melody AN 211 (verschijnt in een toekomstig nummer), geldt voor de Kronzilla vanzelfsprekend nog meer. De gebruikte T1610 buis steekt werkelijk apollinisch af tegen de 211 buis. En dat is toch geen kleine jongen. De opgegeven spanning op de anode van de 1610 is maximaal 650 volt en dat levert dan 50 watt in klasse A op bij de SX versie. Bij de SDi 35 staat er klaarblijkelijk minder spanning op de anode en dienovereenkomstig levert hij 35 watt.

Uiteraard zit de Kronzilla in een andere prijscategorie dan de Melody AN 211. Toch kan ik het niet laten de twee in een aantal aspecten met elkaar te vergelijken. De SDi 35 is een zogenaamd hybride ontwerp: in plaats van stuurbuizen, worden er FETs gebruikt. Dat is voor de verstokte buizenaanbidder als vloeken in de kerk, maar het valt toch niet ontkenen dat een aantal ontwerpers succesvol gebruik maakt van deze methode. Ook ervaren veel audio liefhebbers FETs in combinatie met buizen, als een zeer gelukkig huwelijk. In het geval van de Kronzilla heb ik begrepen dat men wel met een buizen stuurtrap heeft geëxperimenteerd, maar uiteindelijk gaf de combinatie met de FET toch een beter resultaat.

Luisteren

Wat mij bij de eerste tonen direct trof, was het schijnbaar oneindig ver doorlopend hoog. Iets wat nog wel eens een punt van kritiek is bij veel buizenversterkers. Cymbals lieten meer metaal horen dan ik gewend was met mijn eigen EL84 SE versterker, zonder ook maar een zweempje van korreligheid of vervorming. Bij het Wynton Marsalis Quartet had de eerste klap van de snaredrum een ongekende snelheid, die zelfs voor wat schrik effect zorgde. En dan het verbazingwekkend gemak van de reproductie. Het viel op dat bij hoog afspeel volume, Dianne Reeves met groot gemak luider kon zingen zonder dicht te lopen. De Kronzilla was dus heel gemakkelijk in staat om veel dynamische verschillen weer te geven. Iets wat ik tot op zekere hoogte ook bij de Pass Labs INT-30A hoorde. De Melody is daar weer minder toe in staat. Mijn eigen El84 single ended versterker kwam daar al helemaal niet bij aan te pas, maar dat heeft ook veel met hetvermogen en vooral de slew rate te maken. Ook in het laag kwam de Kronzilla griezelig dichtbij de ModWright KWA100. Zelfs in dat identificerende aspect waarin de ModWright zich zo onderscheidde bij mij: die opvallende gelaagdheid in de basweergave. Uiteindelijk blijft de Amerikaan hierin toch de baas, maar het zegt wel iets over waarin een single ended toch toe in staat kan zijn. Echter, twee zaken moeten we niet vergeten: de Kronzilla is ruim drie keer de prijs van de Melody AN211 en ook zal het makkelijke karakter van mijn speakers een rol van betekenis spelen. Bij complexe en lastige luidsprekersystemen zal de Kronzilla het moeilijker krijgen, ofschoon ik geloof dat hij ook een luidspreker zal aansturen die een relatief zware wissel op een versterker trekt.

Een aantal MFSL platen hebben een overvloedig laag, soms op het overdreven af. Het is algemeen bekend dat sommige artiesten absoluut niet gecharmeerd waren van bepaalde MFSL remasters, omdat er excessief veel bas was bijgesneden. Zo is er bij de Mobile remaster van Powerful People van Gino Vannelli, behoorlijk wat bas vergeleken met de gewone productie master (die overigens uitstekend klinkt). Normaal geeft dat met mijn EL84 versterker een probleempje, MAAR… niet met de Kronzilla. Bij ‘Lady’ en ‘Felicia’ was er absoluut geen sprake van onaangenaam bonkend laag. Integendeel: de bas was volumineus doch schoon, snel en geprofileerd. Bovendien ontwaarde ik verscheidende laagjes in de basregisters. Ook de Sonata Da Chiesa van Andriessen, was nagenoeg vrijer van kleuring dan ik de laatste tijd gewend was.

Dan de sterkste merites van de buis: vloeiendheid, openheid, vanzelfsprekendheid, het gevoel te hebben: “dat alles klopt”. Dat kwam bij het beest uit Praag allemaal bij elkaar. Peter Gabriel had een stroperigheid die de Kronzilla deelde met de Melody AN211, met dat verschil dat de eerste nog meer inner detail liet horen. Ook had ik het idee dat de uithoeken van het stereobeeld werden verkend. Bij de Manfred Symfonie, had het orgel aan het einde duidelijk een eigen plek en toch was het mooi geïntegreerd in het orkest. Ook had het slagwerk, hoogte in het stereobeeld. De strijkersecties waren allemaal apart aan te wijzen en de houtblazers werden heuse personages. De vijf stukken voor orkest opus 16 van Arnold Schoenberg, klonken pregnant en de instrumenten waren door de hoge mate van tastbaarheid, met een verbazingwekkend gemak te volgen tot ver in het grote geluidsbeeld. Inner detail was hier wederom overvloedig aanwezig. Ja, ronduit sensationeel was te horen hoe de Kronzilla alles losweekte. Ook de zaken die niet direct iets te maken hebben met muziek: speeksel, geschuifel, gekreun, gestommel en niet te vergeten het applaus op live registraties, dat doorgaans een goede lakmoesproef vormt.

Conclusie

13.000 euro is op z’n zachtst gezegd een aanzienlijk bedrag, maar de nagenoeg compromisloze performance van deze Tsjech is opvallend te noemen. Handgemaakte producten kosten nu eenmaal meer. Het beest uit Praag is tot nu toe de best klinkende single-ended buizenversterker, die ik ooit bij mij thuis gehoord heb. Uiteraard is de Kronzilla niet drie keer beter dan bijvoorbeeld de Melody AN 211, maar hij gaat wel een stap verder in het losweken van detail, stereo beeld en loopt verder door in de frequentie uitersten. Ook is het schijnbaar onbeperkt kleuren palet een van de kwalificaties van de Kronzilla.

Het is dat we de gloeidraden (helaas) nagenoeg niet kunnen zien branden, anders zouden we nog gaan denken dat het een echt levend wezen is…

Emile Stoffels

Gebruikte CDs:

Vienna: Schoenberg, Berg, Webern/Dorati – Mercury;
Scratch my Back – Peter Gabriel;
Random Acts of Happiness – Bill Bruford;
Wynton Marsalis Quartet – The Magic Hour;
PRIÈRE: 
Andriessen, Franck, Saint-Saëns, Klop/Toon Hagen;
Tsjaikovsky/Manfred Symfonie – Chailly/Decca;
Powerful People/Gino Vannelli – MFSL;