Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Klughardt – Quintets

Wednesday, March 9th, 2011

KLUGHARDT
Piano Quintet String Quintet
Leipziger Streichquartett Olga Gollej, piano Julian Steckel, cello
MDG GOLD 307 1652-2 DDD 70′

Uitvoering/Registratie *****/*****

Net als de eerder besproken orkestwerken, overtuigt Klughardt evenzeer in zijn kamermuziek. En ook in deze kwintetten bespeuren we de invloed van Schumann en die van Mendelssohn; de laatste in mindere mate. Klughardts kamermuziek klinkt absoluut vrij van iedere conventie, hoewel zijn muziek glasheldere principes verraadt. Tegen het einde van de 19de eeuw ontwikkelde het pianokwintet zich in twee richtingen. Enerzijds de intieme uitleg, ingezet door Robert Schumann. Anderzijds, een symfonische oriëntatie. Klughardt smeedt deze opvattingen samen in zijn pianokwintet op. 43. Een mooi voorbeeld is het zangerig heroïsche thema dat verschijnt na de tragische inleiding; een melodie die zich snel in de geest vastzet. Geheel in de kwintettraditie van Schubert en Boccherini, gebruikt ook Klughardt een extra cello. Ook dit werk ademt de geest der ongebondenheid en staat in dezelfde G-mineur sleutel als het pianokwintet. Fantastisch dat een prachtig label als MDG dit soort ondergewaardeerde componisten voor haar rekening neemt. Ook hier horen we net als de Schmidt Symfonie een paar maanden terug, de afwezigheid van klankmanipulatie en het streven naar natuurlijke klankkleuren. Fabelachtig mooie productie.

Emile Stoffels
Luister 673

Schmidt Symphony No. 4

Sunday, December 19th, 2010

SCHMIDT
Symphony No. 4
Beethoven Orchester Bonn
Stefan Blunier
MDG Live MDG 937 1631-6 DDD 54’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Franz Schmidt voltooide zijn vierde symfonie in 1933 na de dood van zijn dochter. Dit gloedvolle werk zou een requiem voor haar worden. Het is een bezonken symfonie in de laatromantische traditie met een volslagen eigen signatuur. Schmidt beschreef de markante trompetsolo waar het werk mee opent als ‘de laatste muziek die men meeneemt naar gene zijde, nadat men eronder geboren en geleefd heeft’. Böcklins Dodeneiland als cd cover lijkt dan ook een voltreffer. Vergeleken met de opname onder bijvoorbeeld Metha, kiest Blumier er voor zijn kruit niet te snel te verschieten. Daardoor heeft de opbouw van het eerste deel na de trompetsolo, een eindeloze grandeur. Bij MDG neemt men op in concertzalen zonder gebruik te maken van klankmanipulatie en streven ze naar een opname met accurate diepte informatie, oorspronkelijke dynamiek en natuurlijke klankkleuren. Nu, daar is men zondermeer in geslaagd: alle kleuren en stemmen zijn uitstekend te horen. Onvoorstelbaar mooie productie.

Emile Stoffels
Luister 669