Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

LALO • BERLIOZ • SAINT-SAËNS

Sunday, December 1st, 2013

LALO • BERLIOZ • SAINT-SAËNS
Flanders Symphony Orchestra Pieter Wispelwey Seikyo Kim
ONYX 4107 DDD 63.32

Uitvoering / Opname ****/**

De in Haarlem geboren Pieter Wispelwey kreeg les van onder anderen Anner Bijlsma en nam in 1990 zijn eerste cd op voor Channel Classics, met de cellosuites van Bach. Daarna volgden meer optredens en meer bekendheid. Wispelwey beheerst zowel moderne als oude cello’s. Dat is bijzonder, aangezien het spelen op darmsnaren bepaald een andere tak van sport is dan het spelen op staal. Nu dus het romantische repertoire met o.a. Lalo’s Celloconcert uit 1877. Dit concert staat in de schaduw van zijn Symphonie Espagnole en dat is niet geheel terecht. Wispelwey laat met veel vuur en pathos horen waarom. En ondanks dat Saint Saëns ons in zijn tweede celloconcert uit 1902 niet zo heel veel te vertellen heeft, maakt Wispelwey er het beste van. Seikyo Kim geeft met het Vlaams Symfonie Orkest uitstekende ondersteuning. Helaas werkt de opname niet echt mee: de solist staat wel mooi prominent in het stereobeeld, waardoor er veel detail is te bewonderen. Maar de klankbalans van het orkest is te dun en de akoestiek klinkt vreemd. Dat is erg jammer, maar dat neemt niet weg dat ik deze cd omwille van het aanstekelijke musiceren van harte aanbeveel.

Emile Stoffels
Luister Magazine 693

LISZT – Transcriptions

Sunday, June 9th, 2013

LISZT
Transcriptions
Saint Saëns • Paganini • Schubert • Wagner
Niu Niu, piano

EMI 50999-7-25332-2-2

Uitvoering/opname ***/***

Franz Liszt heeft geweldige transcripties gemaakt. Daarvan vinden we hier een aantal indrukwekkende voorbeelden. Ondermeer Saint Saëns’ Dance Macabre. Er zijn er die vinden dat Liszts transcriptie, het origineel zelfs nog overstijgt. De 15-jarige Chinees Niu Niu houdt momenteel het record van jongste pianist ooit, die een exclusief internationaal contract tekende voor EMI. Dat was in 2007. Zijn echte naam is overigens Zhang Shengliang. De jonge speelt prima, maar zal – voor de hand liggend – in rijpheid moeten groeien. Los daarvan, twijfel ik eerlijk gezegd aan het belang van dergelijke cd’s. Zonder ook maar het minste te kort te doen aan deze pianist. Het lijkt erop dat veel jonge artiesten – in dit geval Liszt – als vehikel gebruiken, om te laten zien wat men kan. Enfin, de tijd zal dat leren… De opname is wel gedetailleerd, maar heeft tevens iets vermoeiends. Dit komt doordat de opname niet geheel homogeen is.

Emile Stoffels
Luister Magazine

SAINT SAËNS – La Muse et le Poète

Monday, September 17th, 2012

SAINT SAËNS
La Muse et le Poète; Celloconcerto; Symphony no. 1
Kansai Philharmonic Orchestra Augustin Dumay Pavel Gomziakov Sachio Fujioka
ONYX 4091 DDD 64.13

Uitvoering/opname ****/***

Een aardig programma van ONYX met weinig gehoorde en opgenomen werken van Saint Saëns. Behalve het eerste Celloconcert, waar al veel goede uitvoeringen van bestaan. Dat kunnen we niet zeggen van het La Muse et le Poète en de eerste symfonie. Zijn eersteling binnen de wereld der symfonieën ontstond in 1853 en zowel Gounod als Berlioz waren overtuigd. Het La Muse et le Poète, dat meer dan een halve eeuw na de eerste symfonie ontstond, was oorspronkelijk geschreven als trio voor viool, cello en piano. Maar al snel schreef de inmiddels 73 geworden Saint Saëns, de piano partij om naar orkest. Het is ongetwijfeld een charmant en gepassioneerd werk dat hij in het Egyptische Luxor schreef om de Franse winter te ontvluchten. Dit warmbloedige stuk – ter nagedachtenis van zijn vriendin Mme J. Henry Carruette – ging in 1910 in première met Eugene Ysaÿe als solist. Dumay en Gomziakov voelen dit werk goed aan en weten dat ook om te zetten in hun spel door van hun solo partijen een conversatie te maken, zoals de componist het had bedoeld. Er zit een lichte klankonbalans in de opname waardoor het midden-hoog gebied wat overbelicht klinkt. Daardoor is er wel een overvloed aan detail waar te nemen.

Emile Stoffels
Luister 684

CASALS ENCORES

Saturday, November 5th, 2011

CASALS ENCORES
Alban Gerhardt Cecil Licad
Hyperion CDA 67831 DDD 72’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Over verzamel Cd’s kunnen we het hebben, maar dit is wel een mooie. Alban Gerhardt doet nog eens dunnetjes over wat Pablo Casals lange tijd heeft gedaan: het uitvoeren van Encores. Het is een aardige samenvatting van wat Casals in dit kader heeft gedaan. En het is voor ieder wat wils. De in Spanje geboren Casals wordt nog steeds gezien als een van de beste cellisten ooit en had een indrukwekkend groot repertoire, dat veel aanhangers kende. De CD bevat transcripties van werken van grote componisten als Fauré, Chopin, Saint-Saëns, Boccherini en Wagner. Maar ook vaak uitgevoerde muzikale pareltjes van David Popper: Vito, Chanson villageoise en zijn Mazurka in G minor. Ook deze stukken hebben hun plaats inmiddels veroverd in de cello literatuur en de meester cellist maakte zich er sterk voor: ‘ik voer hem uit hem zolang ik cello speel, omdat geen andere componist beter schrijft voor dit instrument.’ Alban Gerhardt speelt met een schijnbaar verbazingwekkend gemak en wordt uitstekend ondersteund door pianiste Cecile Licad. Het is een rijke staalkaart, maar vooral prachtig eerbetoon geworden aan een legendarisch musicus. De Hyperion opname is adembenemend realistisch.

Emile Stoffels
Luister 678

Kronzilla SDi 35 – een tweede Praagse Lente

Tuesday, February 8th, 2011

Kronzilla SDi 35 – een tweede Praagse Lente

“Iemand moest Jozef K. verraden hebben, want ondanks dat hij de nodige voorzorgsmaatregelen had genomen, werd hij op een ochtend gearresteerd door de verbruikspolitie”.

Tja, wie zal het zeggen: wellicht komt er ooit nog een tijd waarin er geen plaats meer zal zijn, voor apparatuur met een buitensporig hoog verbruik. We kennen allemaal de discussies over duurzame energie en het uitbannen van apparatuur, dat bepaald niet groen is. Laten we dus in de tussentijd – zolang het nog kan – dan maar genieten van buizenversterkers, totdat op een dag ook bij ons een opsporingsambtenaar op de deur klopt…

Dat er mooie dingen uit de voormalig Boheemse stad Praag komen, is bekend en niet in de laatste plaats door het Boheemse kristal. Het is over de gehele wereld befaamd. De omgeving van bijvoorbeeld Karlovy Vary, leent zich uitstekend voor het onttrekken van grondstoffen voor het vervaardigen van kristal en glas. Er is in de omringende bossen voldoende hout en geschikt zand te vinden. De kwalificatie “kristal” wordt gegeven aan glas met een hoog loodgehalte. Hierdoor krijgt het glas het vermogen te schitteren als diamant. Het echtpaar Kron uit Praag houdt zich echter met een andere toepassing van glas bezig en wel met het vervaardigen van buizen en buizenversterkers.

Oude wijn in nieuwe zakken…

Het begon allemaal in 1992 met de verbetering van bestaande triodes en het ontwikkelen van eigen power triodes. Het succes dat nu geboekt is, is dan ook het resultaat van het onderzoek en vergelijk dat ze gedaan hebben tussen de handgemaakte KR buizen en de massaproducties, gemaakt op de apparatuur uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Kron onderwerpt ook het glas voor de buis, aan een strenge selectie. Het glasblazen, de glaskolven van de buis en de bedrading ervan, wordt in eigen hand gehouden. Hierdoor is de kwaliteit zo hoog van deze handgemaakte producten, dat het inmiddels heeft geresulteerd in een leidende positie op het gebied van eindbuizen. Enkele typen zijn de 842, de KR 300B en de T1610; ’s werelds grootste en krachtigste triodebuis. De buis die gebruikt wordt in de SDi35.

Inmiddels is Riccardo niet meer onder ons, maar zijn vrouw Eunice heeft de zaken succesvol voortgezet. Op dit moment zitten er 15 verschillende versterkers in het programma waaronder twee solid-state typen. De afgelopen jaren heeft KR een aantal opvallende prijzen in de wacht gesleept zoals Best Amplifier Of The Year, Best Tube Amplifier, Best Amp Of The Year en een 6Moons.com Blue Moon Award.

Het wilde beest

Het was een warme dag in het najaar toen de Kronzilla bij mij werd afgeleverd in een houten kist. God zij dank was Cor Dekker van Musical Reality bereid om het 50 kilo wegende monster mee naar boven te slepen. Dat ‘beest’ dankt zijn naam overigens ook voor een belangrijk deel aan een andere bruut. De eerste Kronzilla kreeg in 1999 het predikaat “Amplifier of the Century” in de USA en dat was ten tijde van de film Godzilla. Amerikanen geven graag bijnaampjes en zo kreeg de versterker de naam: Kronzilla. Uiteraard vernoemd naar de ontwerper Riccardo Kron.

Bij het uitpakken geloofde ik mijn ogen niet. De Kronzilla gebruikt een waarlijk  beestachtige eindpit. Het is de T1610, die eigenlijk een dubbele 805 in één glaskolf (2 X 805 = 1610) is. Ik heb me laten informeren dat KR een speciale pomp heeft moeten ontwikkelen om deze gigantische glaskolf vacuüm te trekken. Het lijkt me dan ook een echte bezienswaardigheid, dit productieproces eens zelf te bekijken. Ook de buispennen zijn bestiaal groot: vingerlang en dik. De fysieke vergelijking van de EL84 met de 211 was al hilarisch; met de T1610 is het ronduit belachelijk.

Techniek

Wat m.b.t. het verbruik geldt voor de door mij geteste Melody AN 211 (verschijnt in een toekomstig nummer), geldt voor de Kronzilla vanzelfsprekend nog meer. De gebruikte T1610 buis steekt werkelijk apollinisch af tegen de 211 buis. En dat is toch geen kleine jongen. De opgegeven spanning op de anode van de 1610 is maximaal 650 volt en dat levert dan 50 watt in klasse A op bij de SX versie. Bij de SDi 35 staat er klaarblijkelijk minder spanning op de anode en dienovereenkomstig levert hij 35 watt.

Uiteraard zit de Kronzilla in een andere prijscategorie dan de Melody AN 211. Toch kan ik het niet laten de twee in een aantal aspecten met elkaar te vergelijken. De SDi 35 is een zogenaamd hybride ontwerp: in plaats van stuurbuizen, worden er FETs gebruikt. Dat is voor de verstokte buizenaanbidder als vloeken in de kerk, maar het valt toch niet ontkenen dat een aantal ontwerpers succesvol gebruik maakt van deze methode. Ook ervaren veel audio liefhebbers FETs in combinatie met buizen, als een zeer gelukkig huwelijk. In het geval van de Kronzilla heb ik begrepen dat men wel met een buizen stuurtrap heeft geëxperimenteerd, maar uiteindelijk gaf de combinatie met de FET toch een beter resultaat.

Luisteren

Wat mij bij de eerste tonen direct trof, was het schijnbaar oneindig ver doorlopend hoog. Iets wat nog wel eens een punt van kritiek is bij veel buizenversterkers. Cymbals lieten meer metaal horen dan ik gewend was met mijn eigen EL84 SE versterker, zonder ook maar een zweempje van korreligheid of vervorming. Bij het Wynton Marsalis Quartet had de eerste klap van de snaredrum een ongekende snelheid, die zelfs voor wat schrik effect zorgde. En dan het verbazingwekkend gemak van de reproductie. Het viel op dat bij hoog afspeel volume, Dianne Reeves met groot gemak luider kon zingen zonder dicht te lopen. De Kronzilla was dus heel gemakkelijk in staat om veel dynamische verschillen weer te geven. Iets wat ik tot op zekere hoogte ook bij de Pass Labs INT-30A hoorde. De Melody is daar weer minder toe in staat. Mijn eigen El84 single ended versterker kwam daar al helemaal niet bij aan te pas, maar dat heeft ook veel met hetvermogen en vooral de slew rate te maken. Ook in het laag kwam de Kronzilla griezelig dichtbij de ModWright KWA100. Zelfs in dat identificerende aspect waarin de ModWright zich zo onderscheidde bij mij: die opvallende gelaagdheid in de basweergave. Uiteindelijk blijft de Amerikaan hierin toch de baas, maar het zegt wel iets over waarin een single ended toch toe in staat kan zijn. Echter, twee zaken moeten we niet vergeten: de Kronzilla is ruim drie keer de prijs van de Melody AN211 en ook zal het makkelijke karakter van mijn speakers een rol van betekenis spelen. Bij complexe en lastige luidsprekersystemen zal de Kronzilla het moeilijker krijgen, ofschoon ik geloof dat hij ook een luidspreker zal aansturen die een relatief zware wissel op een versterker trekt.

Een aantal MFSL platen hebben een overvloedig laag, soms op het overdreven af. Het is algemeen bekend dat sommige artiesten absoluut niet gecharmeerd waren van bepaalde MFSL remasters, omdat er excessief veel bas was bijgesneden. Zo is er bij de Mobile remaster van Powerful People van Gino Vannelli, behoorlijk wat bas vergeleken met de gewone productie master (die overigens uitstekend klinkt). Normaal geeft dat met mijn EL84 versterker een probleempje, MAAR… niet met de Kronzilla. Bij ‘Lady’ en ‘Felicia’ was er absoluut geen sprake van onaangenaam bonkend laag. Integendeel: de bas was volumineus doch schoon, snel en geprofileerd. Bovendien ontwaarde ik verscheidende laagjes in de basregisters. Ook de Sonata Da Chiesa van Andriessen, was nagenoeg vrijer van kleuring dan ik de laatste tijd gewend was.

Dan de sterkste merites van de buis: vloeiendheid, openheid, vanzelfsprekendheid, het gevoel te hebben: “dat alles klopt”. Dat kwam bij het beest uit Praag allemaal bij elkaar. Peter Gabriel had een stroperigheid die de Kronzilla deelde met de Melody AN211, met dat verschil dat de eerste nog meer inner detail liet horen. Ook had ik het idee dat de uithoeken van het stereobeeld werden verkend. Bij de Manfred Symfonie, had het orgel aan het einde duidelijk een eigen plek en toch was het mooi geïntegreerd in het orkest. Ook had het slagwerk, hoogte in het stereobeeld. De strijkersecties waren allemaal apart aan te wijzen en de houtblazers werden heuse personages. De vijf stukken voor orkest opus 16 van Arnold Schoenberg, klonken pregnant en de instrumenten waren door de hoge mate van tastbaarheid, met een verbazingwekkend gemak te volgen tot ver in het grote geluidsbeeld. Inner detail was hier wederom overvloedig aanwezig. Ja, ronduit sensationeel was te horen hoe de Kronzilla alles losweekte. Ook de zaken die niet direct iets te maken hebben met muziek: speeksel, geschuifel, gekreun, gestommel en niet te vergeten het applaus op live registraties, dat doorgaans een goede lakmoesproef vormt.

Conclusie

13.000 euro is op z’n zachtst gezegd een aanzienlijk bedrag, maar de nagenoeg compromisloze performance van deze Tsjech is opvallend te noemen. Handgemaakte producten kosten nu eenmaal meer. Het beest uit Praag is tot nu toe de best klinkende single-ended buizenversterker, die ik ooit bij mij thuis gehoord heb. Uiteraard is de Kronzilla niet drie keer beter dan bijvoorbeeld de Melody AN 211, maar hij gaat wel een stap verder in het losweken van detail, stereo beeld en loopt verder door in de frequentie uitersten. Ook is het schijnbaar onbeperkt kleuren palet een van de kwalificaties van de Kronzilla.

Het is dat we de gloeidraden (helaas) nagenoeg niet kunnen zien branden, anders zouden we nog gaan denken dat het een echt levend wezen is…

Emile Stoffels

Gebruikte CDs:

Vienna: Schoenberg, Berg, Webern/Dorati – Mercury;
Scratch my Back – Peter Gabriel;
Random Acts of Happiness – Bill Bruford;
Wynton Marsalis Quartet – The Magic Hour;
PRIÈRE: 
Andriessen, Franck, Saint-Saëns, Klop/Toon Hagen;
Tsjaikovsky/Manfred Symfonie – Chailly/Decca;
Powerful People/Gino Vannelli – MFSL;

De Romantiek III

Wednesday, December 29th, 2010

De Romantiek III

Met deze maand sluiten we de laatste grote Duitse componisten uit de Romantiek af. We bespraken al eerder dat men in deze generatie kunstenaars, een universele verschijning zag. Een tijdsperiode waarin wijsbegeerte, literatuur en poëzie een toenemende inwerking uitoefenen op de toonkunst. Maar ook de industrialisering en daarmee ook het ontstaan van het socialisme, begint het psychische klimaat van de kunstenaar te bepalen.

Het fenomeen Richard Wagner (1813 – 1883) en diens invloed is al in vorige artikelen besproken. Zijn belang en inwerking op de muziek van de 19de eeuw is nauwelijks te overschatten en hij is lang gezien als degene die aan de wieg stond van de moderne muziek. Aangezien zijn grootste en voornaamste bijdrage aan de opera is en deze artikelen als belangrijkste speerpunt de symfonie hebben, valt Wagner eigenlijk buiten het bestek van deze serie. Dat geldt ook voor Verdi (1813 – 1901) die zijn grote tegenspeler in Italië was. Het geldt uiteraard voor alle componisten die voornamelijk opera’s hebben geschreven. Berlioz komt later wel aan de beurt op basis van zijn Symfonie Fantastique. Maar laat duidelijk zijn dat Wagner een van de grootste hemellichamen in ons stelsel is.
Voor Wagner’s opera’s adviseer ik om (eerst) de ouvertures te beluisteren. In de 19de eeuw legde men een duidelijk thematisch verband tussen de ouverture en de belangrijkste episoden van de opera. Deze kunnen dus als een soort synopsis dienen en worden regelmatig 2de hands aangeboden evenals de dwarsdoorsneden en hoogtepunten. Solti op Decca, Böhm en von Karajan op DG zijn de grote namen in deze.

Ook Franz Liszt (1811 -1886) geboren in Hongarije maar de grootste muzikale wereldburger van deze eeuw, mag uiteraard niet ontbreken. Al was het alleen om het feit dat hij de schepper van het symfonische gedicht is en zodoende in meer vrijheid voor de componist voorzag. Velen hebben zich hiervan bediend: Strauss, Smetana, Dvorak, Saint-Saens en zelfs Debussy’s La Mer is ondenkbaar zonder Liszts ontdekkingen.
Tijdens zijn verblijf in Parijs heeft hij zich ingeleefd in de Franse cultuur en zich onder andere op dichter Victor Hugo geïnspireerd. Vandaar ook de Franse titels zoals zijn Les Preludes die het meest populair gebleven is van zijn symfonische gedichten. In Weimar kwam hij weer in contact met de Duitse cultuur waaruit de Faust Symfonie uit 1854 ontstond. Uitstekende keus hier is Bernstein op DG (2707 100) met de BSO. Maar ook Italië was een vaderland voor hem en inspireerde hem tot de Dante Symfonie.
Van zijn klavierwerken staat de sonate in b centraal. De pianoconcerten door Arrau (solist) en Davis (Philips 412 926-1) worden vaak aangeboden en klinken overrompelend. Samen met Wagner is hij de hoofdrolspeler van de Norddeutsche Schule.

Aanknopend bij de klassieken met een heldere, klare bijna ijle klank is Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 – 1847). Een vroegrijpe geest die op 17 jarige leeftijd al de sprookjesachtige ouverture Midzomernachtsdroom (Szell op Philips Sequenza 6527 056!) componeerde. Mendelssohn – Joods van geboorte maar gedoopt in de Gereformeerde kerk – was het die Bachs Mattheus Passie weer op de kaart zette en alleen daarom al een standbeeld verdient. Nietzsche zei: “Felix Mendelssohn’s muziek is de muziek van de goede smaak, voor al het goede dat reeds geweest is: zij wijst steeds achter zich”. Vergeleken met Schumann – zij waren goede vrienden – is Mendelssohns muziek helderder en sprankelender.  Ook even edel, maar minder diep. Over Schumanns kunst ligt een soort van patina.
De slanke lenige pianoconcerten zijn een mooi voorbeeld hiervan. CBS heeft beide pianoconcerten gekoppeld met Perahia (solist) en Marriner (CDS 76576). De hoes is aartslelijk, maar de uitvoering en klank zijn buitengewoon. Mendelssohn is echter het meest beroemd om het prachtige vioolconcert uit 1845 waar ontelbare uitvoeringen van zijn. Hoog aangeschreven staat nog altijd die door Mutter (solist) en von Karajan (DG 2532 016).
Het beeldige octet door I Musici (Philips Sequenza 6527 076) zie je regelmatig in het 2de hands circuit. Schitterende opname met twee van zijn twaalf jeugd symfonieën voor strijkers. In deze vroege composities zitten verrassende momenten van zeldzame schoonheid die naar Bach wijzen. Ook zijn strijkkwartetten opus 12 en 13 zijn niet te versmaden. Het LaSalle Kwartet (DG 2530 053) geeft vurige vertolkingen van deze stukken.

Zijn derde symfonie heeft als bijnaam de Schotse en valt op door de donker en herfstig gekleurde harmonieën. De uitvoering door Peter Maag op de budget serie Ace of Diamonds van Decca (SDD 145) is zondermeer de zoektocht waard. Zeldzaam mooie opname en Maag doet alles goed. De koppeling is met de prachtige Ouverture de Hebriden, dat een soort concentraat is van de Schotse. Een werk van een verbluffende oorspronkelijkheid en het sublieme in de natuur blootlegt. Het is het pendant van de Manfred Ouverture van Schumann. Voor de Schotse zijn er prima alternatieven: Haitink met het LPO (Philips 9500 535) en Dohnányi op Decca met het VPO, maar voor de Hebriden Ouverture wordt dat een stuk lastiger.
Hoe anders is zijn vierde met als bijnaam de Italiaanse. Volslagen andere wereld dan de vorige symfonie. De opening kennen we allemaal. Het zijn van die “Oh ja…” melodieën die blijkbaar diep in onze west Europese vezels zitten.
Voor wat betreft de koppeling met zijn andere symfonieën zijn Abbado (Decca en DG), Leppard (Erato STU 71064) en Maazel (DG 138 684) aan te bevelen. De laatst genoemden koppelen de vierde en de Reformation (de vijfde). De bekende 3de en 4de symfonie worden meestal gekoppeld, maar lang niet altijd. Als ik een top 3 zou moeten maken van meest voorkomende platen in het tweede hands circuit, dan staat de volgende plaat daar zeker in: de uitvoering van de ‘Italiaanse’ door Sinopoli (DG 410 862-1) gekoppeld met de Unvollendete van Schubert. Wat een fantastische uitvoering, opname en cover!
Overigens het ‘probleem’ Schubert – een van de grootste geesten van de Europese toonkunst – zullen we binnen de stijlperiode behandelen voorafgaand aan de Romantiek.

We zagen ook weer in deze periode dat er in Duitsland verschillende generaties tegelijkertijd actief zijn. Enerzijds kunstenaars die door hun hoge leeftijd toch nog steeds een aanzienlijke invloed hebben op de laatromantiek en in de tweede helft van de 19de eeuw tot volle wasdom komen. Anderzijds een generatie die nog wortelt in de periode voorafgaand aan de Romantiek: het Classicisme. En er is een middengroep die zich ontplooide tijdens de eerste helft van de 19de eeuw. In Frankrijk en Italië – de andere twee dominante naties – was dat niet anders. Volgende maand komen de grote Franse Romantische componisten aan bod: Berlioz, Franck en Chopin. De Franse romantici die zich later zouden verzetten tegen de Duitse invloed.

ANDRIESSEN FRANCK SAINT-SAËNS KLOP

Tuesday, December 21st, 2010

PRIÈRE
ANDRIESSEN FRANCK SAINT-SAËNS KLOP
Toon Hagen
C13392 DDD 72’

Uitvoering ***** / Opname *****

Toon Hagen bespeelt hier het Adema-orgel in de Basiliek van de Heilige Kruisverheffing te Raalte. Het geboden programma is werkelijk schitterend. Franck’s orgelmuziek richt ons hoofd naar boven, zoekend naar de religieuze ervaring. Zijn Prière en Fantasie komen van zijn Six Pièce d’Orgue. Henk Klop’s compositie vormt volgens Hagen het uitgangspunt voor de andere werken op deze cd. Waarom is mij niet helemaal duidelijk, maar indrukwekkend is De profundis wel en het beleeft hier zijn première. Klop’s olieverfschilderij, is overigens voor de cover gebruikt. Andriessen’s kolossale Sonata Da Chiesa uit 1927 is een Hymnische variatiecyclus met een openingsthema dat verwantschap vertoont met het thema van Die Tod und das Mädchen van Schubert en het doet bij vlagen denken aan Jungen’s Symphonie Concertante voor orgel. Hopelijk komt er meer aandacht voor Andriessen’s orgelmuziek. Saint-Saëns heeft ons iets minder te vertellen, maar wordt wel met toewijding gespeeld. Deze cd is een absoluut juweel.

Emíle Stoffels
Luister 661

RECITAL FAVORITES BY NISSMAN VOLUME II

Tuesday, December 21st, 2010

RECITAL FAVORITES BY NISSMAN VOLUME II
Barbara Nissman piano
Pierian 0036 76′

Uitvoering **** / Opname *****

Een recital met relatief weinig schlagers in het programma. Busoni’s piano transcriptie van Bach’s Toccata, Adagio en Fuga BWV 564 is uiteraard een van de sleutelstukken op deze CD en Nissman is hier volslagen geloofwaardig en edel.
Dan de Prelude, Koraal & Fuga van Cesar Frank. Dit stuk – stevig bekritiseerd door Saint Saëns – behoort tot de beste stukken uit de pianoliteratuur. Barbara laat hier de bezonkenheid horen die bij dit werk hoort en is niet te pathetisch uitgevoerd. Ook de koraal met de arpeggio’s in de rechterhand, wordt niet te breed weggezet door haar.
Zeker ook Barber’s aan John Field opgedragen nocturne, verraste mij aangenaam. Wederom toont hier Nissman veel gevoel en het juiste idioom voor de robuuste kleuren van Barber. Dat Clair de Lune inmiddels een ware plaag geworden is, doet niets aan deze cd af. Volgens de documentatie is er geen compressie toegepast en dat is te horen: de piano leeft en ademt.

Emíle Stoffels
Luister 663