Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

« Vorige berichten

SCHUMANN – The 3 String Quartets op. 41

Sunday, August 2nd, 2015

SCHUMANN The 3 String Quartets op. 41 Quatuor Hermès La Dolce Volta LDV 17 DDD 74’46

Uitvoering **** | Opname ****

Nadat Schumann een studie had gemaakt van de fuga, Beethoven en andere klassieken, stond niets hem meer in de weg om de vruchten van deze studie te plukken en ook het strijkkwartet te beproeven. Binnen 5 weken ontstonden de drie aan Mendelssohn opgedragen kwartetten. Zoals de subtitel van de cd al suggereert (Daring a youthful approach to the maturity and madness of Schumann’s Quartets op. 41), liep echter langs zijn drie in opus 41 gebundelde kwartetten, een lijn die uiteindelijk naar een inzinking zou leiden. Het was het product van een periode van manische activiteit. Hoewel de kwartetten een duidelijke klassieke gebondenheid hebben, bevatten ze toch voor Schumann typische invallen naar vorm en inhoud. In nr. 1 is de sterke verwantschap met de sfeer uit Mendelssohns Midzomernachtdroom treffend. Ook wordt de oude tegenstelling tussen jeugdig optimisme en melancholie uitgewerkt door de twee toonsoorten A-mineur en F-majeur. Bijzonder is evenzo het scherzo uit het derde kwartet. Het Hermès Kwartet geeft een inzichtelijke en vooral bewogen voordracht van deze kwartetten. Het was de bedoeling van dit viertal, een emotionele respons op te roepen bij de luisteraar. Dat doel is bereikt. Prachtige opname ook.

Emile Stoffels
Luister Magazine 704

SCHUMANN – Variationen & Fantasiestücke

Saturday, May 2nd, 2015

Schumann StaierSCHUMANN
Variationen & Fantasiestücke
Andreas Staier
Harmonia Mundi HMC 902171 DDD 59’52

Uitvoering **** | Opname ***

Dit is alweer de derde in de serie van Robert Schumanns kamermuziek door Andreas Staier. Een uiterst boeiend programma dat opent met Schumanns opus 1 de Abegg variaties en eindigt met zijn allerlaatste werk, de postume gepubliceerde en zelden opgenomen Geistervariationen. Daartussen de beide Fantasiestücke. Veel auteurs en musici weten niet goed wat ze met de Geistervariationen aan moeten vangen en dat is ook wel begrijpelijk. Het is ontstaan rondom zijn zelfmoordpoging die volgde op een aantal dromen waarin hij werd toegesproken door engelen, die uiteindelijk veranderden in demonen. Hoe dan ook, het werk maakt een wisselvallige indruk. Echter, de vierde variatie is op en top Schumann waar weer een harmonisch diepte component wordt gebruikt die een schaduw vooruitwerpt naar de nieuwe tijd. De Ehard uit 1837 klinkt mooi en niet te droog, zoals wel vaker met opnames van forte piano’s. Toch is er iets bij deze opname dat mij niet geheel bevalt. In het eerste deel van de Fantasiestücke opus 111 en de eerste variatie van de Geistervariationen, zijn een aantal onvolkomenheden te horen die m.i. zijn te wijten aan de beperkingen van het instrument. Het belang acht ik evenwel hoog: deze cd mag absoluut niet ontbreken in de Schumann canon.

Emile Stoffels
Luister Magazine 703

Metamorphoses – the art of the virtuoso piano transcriptions

Friday, June 20th, 2014

De pianotranscriptie was mateloos populair tijdens de tweede helft van de 19de eeuw. Componisten zoals Liszt, Busoni en Godowsky schreven er vele, maar de belangstelling zakte in de loop van de 20ste eeuw helemaal in en derhalve verdwenen transcripties grotendeels van het programma. Sterker nog: ze werden en worden vaak zelfs beschouwd als tweederangs muziek.

Ondanks dit hardnekkige vooroordeel, werkte Rian de Waal onverstoord als pianist en musicus meer dan vijfentwintig jaar aan transcripties. Hij speelde ze tijdens zijn recitals en werd door de Britse pers dan ook “The Flying Dutchman” genoemd. Ook wijdde hij zijn onderzoek aan dit onderwerp. Rian de Waal overleed helaas in mei 2011, op 53-jarige leeftijd.

De reden dat Rian het niet slechts bij een boek liet, maar een dissertatie wilde, heeft te maken met het feit dat hij de lezer wil overtuigen van het belang van pianotranscripties. Rian: “Ik wil er zeker van zijn dat programmeurs, artistieke leiders etc. deze publicatie niet kunnen negeren.” Echter, deze vorm krijgt tegenwoordig zelden een eerlijke kans. Directeuren van theaters willen uiteraard wel graag een recital, maar liever geen transcripties. Dit, omdat ze geen ‘verkrachting’ van Bach – of welke componist ook – willen.

De titel van dit boek, verwijst naar Ovidius’ werk en bij uitbreiding naar alle grote dichters uit de oudheid die nadachten over het begrip metamorfose: de verhalen over goden en halfgoden die hun uiterlijk veranderden. “Alles verandert – niets gaat ten gronde”. Het interessante is dat het uiterlijk van iets totaal kan veranderen, maar dat het innerlijk hetzelfde blijft. Goede voorbeelden hiervan vinden we op de 6 cd’s die het boek vergezellen. Rian heeft ze vaak gespeeld en bediscussieerd, tijdens zijn loopbaan. Treffend is Paganini’s 6de caprice nr. 6, bewerkt door Robert Schumann en Franz Liszt. Beiden deden ze het op hun eigen vakkundige manier: Liszt met veel spektakel en uiterlijk vertoon. Schumann daarentegen, intiem en met harmonische diepten. Hoogtepunt voor velen zal de tweede cd zijn, met de transcripties van Bach door o.a. Busoni, Brahms en Liszt.

Het boek is niet alleen voor pianisten en muziek historici. Het is ook voor de serieuze luisteraar, die tot nu wellicht de neiging had de neus op te halen voor transcripties. De dissertatie is weliswaar in het Engels geschreven, maar niettemin inzichtelijk en zal ongetwijfeld velen overtuigen. Precies zoals Rian het wilde…

Emile Stoffels
Luister Magazine

Artiest: Rian de Waal
Titel: metamorphosis, the art of the virtuoso piano transcription
Maatschappij: Eburon
ISBN: 978-90-5972-755-7

SCHUMANN – Symphonies Vol. 1

Friday, February 7th, 2014

SCHUMANN
Symphonies Vol. 1
Orchestre de Chambre de Lausanne • Christian Zacharias
MDG Gold SACD 940 1745-6 DDD 64’51

Uitvoering/opname **** / *****

Alweer een opname met symfonieën van Robert Schumann. Vorige keer hadden we Schønwandt met het Nederlands Radio Kamer Filharmonie, nu Christian Zacharias met het Lausanne kamerorkest. Om kort te gaan: hier wordt waanzinnig goed gemusiceerd! Zacharias heeft een vloeiendheid en puls te pakken die aanstekelijk is, maar er wordt ook heel gedisciplineerd gespeeld. De luisteraar krijgt het gevoel, dat er een absolute controle over de materie is. Dit komt mede door de zeer precieze frasering. Wat ik alleen weer zo jammer vind – net als bij Schønwandt – is dat de opening van de tweede en vierde symfonie weer zo snel gespeeld wordt. Ook het Adagio espressivo van de tweede is snel, maar daar wordt gekozen voor een dansante aanpak. En dat werkt goed bij Zacharias. Verder dacht ik aanvankelijk dat er met de handrem op gespeeld wordt, maar Zacharias doseert heel doordacht in dynamisch opzicht. Hierdoor horen we subtiliteiten in de orkestratie, die op conventionele opnames niet of nauwelijks te horen zijn. Deze registratie smelt op de tong. Bij MDG maken ze geen gebruik van klankmanipulatie en streven ze naar een opname met accurate diepte informatie, oorspronkelijke dynamiek en natuurlijke klankkleuren. Hierdoor krijgt de opname een ware live sensatie. Een buitenkans.

Emile Stoffels
Luister Magazine 695

Clara Schumann – De pijn van het gemis

Friday, January 31st, 2014

Clara Schumann – De pijn van het gemis

Kees van der Vloed
Uitgeverij Aspekt
ISBN 9789461531773

Nog niet lang geleden hadden we al een lijvig driedelig werk over Clara Schumann en Johannes Brahms. Onlangs verscheen er wederom een biografie over Clara Schumann, door Kees van der Vloed.

Op 13 september 1819 werd Clara Wieck in Leipzig geboren. Ze is volgens haar vader voorbestemd om de grootste pianiste van geheel Duitsland te worden. Vader Wieck had als succesvol zakenman en inmiddels bekend muziekpedagoog, zijn eigen leermethodes ontwikkeld. Bovendien had hij Beethoven in Wenen zien spelen, en dus moest het ook op die manier. Op negenjarige leeftijd speelt de kleine Clara al de sterren van de hemel en begint ook zelf met componeren.

Jeugd

Clara’s jeugd is niet gemakkelijk: ze groeit op in een ruzie-gezin en ontvangt weinig liefde. Haar moeder Marianne verliet Friedrich Wieck al vroeg en met vaders tweede vrouw, leeft zij op gespannen voet. De Spartaanse en bovendien liefdeloze opvoeding valt Robert Schumann – die inmiddels inwoont bij de Wiecks – zozeer op, dat hij zich afvraagt of hij wel onder mensen woont.
Toch zou Clara Wieck zich inderdaad tot een van de grootste piano virtuozen van de negentiende eeuw ontwikkelen. Vooral door haar tomeloze ijver, zette zij de muziek van haar man Robert en ook die van Johannes Brahms op de kaart. Maar alles heeft z’n prijs: als echtgenoot en moeder ging het aanzienlijk stroever. Ze zou vier van haar acht kinderen overleven.

Moeder

Zo kon Clara het lijden van haar geesteszieke zoon Ludwig niet verdragen en liet hem in de steek. De jongen zou eenzaam in een kliniek sterven. Is dat karakter zwakte of een tekort aan geestelijke weerbaarheid door de dramatische gebeurtenis van haar man? Het boek opent dan ook passend met een proloog over Schumanns zelfmoordpoging op Rozenmontag 1854. Schokkend is evenzo te lezen dat Clara het te druk had met een tour, waardoor ze niet op de begrafenis van haar dochter Julie kon komen. Dat is voor ons in deze tijd niet voor te stellen. Ze hield al vanaf haar jeugd van het artiestenbestaan en is verslaafd aan het applaus. Hebben wij hier dan toch te maken met een junkie? Neemt onze bewondering toe voor haar begaafdheid, maar knappen we af op haar menselijkheid?
Clara Schumanns-Wiecks leven is uitstekend gedocumenteerd doordat bijna al haar dagboeken en brieven bewaard zijn gebleven. Kees van der Vloed heeft hier echt een mooi concentraat van gemaakt. Hulde!

Emile Stoffels

SCHUMANN – Concerto without orchestra

Monday, December 30th, 2013

SCHUMANN
Concerto without orchestra op. 15 • Piano Quintet op 44
David Kadouch, piano • Quatuor Ardeo
ARTACT AR003 DDD 53’36

Uitvoering / Opname **** / ****

De stroom van opnames met Schumanns kamermuziek, lijkt maar niet op te houden. Nu weer David Kadouch en het Ardeo Kwartet. Hij werd op 13 jarige leeftijd al door Itzhak Perlman aanbevolen om te spelen in the Metropolian Hall en in 2008 speelde hij het Schumann kwintet samen met Perlman in de Carnegie Hall. Hij is overigens ook te zien op de DVD “Barenboim on Beethoven” uit 2005. De bruisende piano sonate in F mineur opus 14 uit 1835, werd door de uitgever aanvankelijk ‘concert zonder orkest’ genoemd. Dit om tegemoet te komen aan de virtuozen, die mogelijk weinig uitdaging zagen in de titel ‘sonate’. In de eerste uitgave ontbreekt het Scherzo, maar in de tweede druk is dat gelukkig hersteld. Dit werk wordt niet zo vaak opgenomen, terwijl o.a. het langzame deel een van de mooiste bladzijden van Schumann’s pianomuziek is. De onuitsprekelijke hartstocht uit het eerste deel, voelt Kadouch ook goed aan. Van het piano kwintet zijn er uiteraard al veel uitstekende opnames gemaakt (Martha Argerich, EMI live opname), maar het Ardeo Kwartet slaat zeker geen gek figuur. Ik heb genoten van het aanstekelijke en opwindende spel van Kadouch, net als de opname.

Emile Stoffels
Luiser Magazine 694

SCHUMANN – Symphonic Works

Sunday, November 24th, 2013

SCHUMANN
Symphonic Works
Netherlands Radio Chamber Philharmonic Michael Schønwandt
CC 72553 (2 discs) Challenge SACD

Uitvoering / Opname **** / *****

Ook voor de Nederlandse Radio Kamer Filharmonie, is door de bezuinigingen inmiddels het doek gevallen. Met deze opname van de Schumann symfonieën, hebben we dus een afscheidsdocument in handen. Een interessante aanvulling die we niet vaak zien, zijn de naar Schumanns geboortestad vernoemde symfonie Zwickau en de 6 Fuga’s. Ook biedt deze set de oorspronkelijke versie van de vierde, die eigenlijk zijn tweede is. Schønwandt ontmoet stevige concurrentie, maar hij doet veelal echt mooie en spannende dingen. Vooral in dynamisch opzicht. En op de momenten waar het echt moet, laat hij Schumann werkelijk over ons heen denderen. Het doet me denken aan de set van Barenboim op DG. Jammer vind ik alleen de op mij wat routinematig overkomende opening van de tweede en het m.i. veel te snel gespeelde langzame deel. Alleen Roger Norrington zou het denkelijk nog sneller doen. De vier sterren voor de uitvoering vertegenwoordigen wat mij betreft dan ook een gemiddelde. Over de opname was er aanvankelijk wat twijfel door het beperkte kleurenpalet en de ingesnoerde klank. Maar indien men de SACD laag gebruikt, bloeit alles ineens open en neemt het diepte perspectief gradueel toe. De recente opnames van Challenge zijn een waar klankfeest. Al met al een boeiende set.

Emile Stoffels
Luister Magazine 693

Paganini en het artiestendom

Thursday, August 2nd, 2012

“Daar viert de bleke man met de donkere wilde haartooi, dit wandelende skelet met zijn viool, deze duivelsviolist nog steeds demonische triomfen; vrouwen – bij voorkeur jonge mooie adellijke vrouwen – aan de lopende band verleidend en door zijn spel in extase brengend.” Norbert Loeser

“Is het wel verantwoord”, vroeg Loeser zich af “om, de dag waarop Niccolo Paganini werd geboren, te herdenken? Leven hij en zijn werk nog buiten de film en de operette?” Het antwoord daarop is volmondig en zonder ook maar een spoortje van twijfel: JA! Paganini handhaaft zich taai in de muziekgeschiedenis. Was hij de eerste echte artiest en de stichter van het artiestendom? Werd hier de artiestenpose geïntroduceerd met het daarbij behorend uiterlijke vertoon? De over expressie, de maniertjes, de glamour?

De omgekeerde wereld

Als wij op weg zijn en een aanplakbiljet zien dat een concert aankondigt, dan ontgaat ons de naam van de uitvoerende musicus zeker niet. De naam van de componist is evenwel een stuk moeilijker te lezen. Een omgekeerde wereld: de uitvoerende is belangrijker geworden dan de componist. Het kunstwerk en de schepper daarvan, staan in dienst van de uitvoerende. En wat de zaak er bepaald niet gemakkelijker op maakt, is dat we maar al te vaak de termen artiest/musicus enerzijds en componist anderzijds door elkaar gebruiken. Veelal is dat ook geen probleem: Paganini was immers beide, maar dat geldt niet voor iedereen…

De toondichter en zijn tiran

De basis voor deze ontwikkeling werd al vroeg in de Romantiek gelegd. De tijd was aangebroken dat de componist hoofdzakelijk voor de burger schreef. De bourgeoisie met zijn ambities om de aristocratie naar de kroon te steken. De burger die overal in het openbare leven de leiding heeft genomen en tevens verlangt dat er met zijn smaak, behoeften en verlangens rekening wordt gehouden. Onverschillig over welke werken en onderwerpen het gaat: de burger dient het middelpunt van iedere artistieke inspanning te zijn. Hierdoor wordt hij tevens de kleingeestige onderdrukker van de kunstenaar. Tegelijkertijd werd de componist voor de uitvoering van zijn werk, steeds afhankelijker van de welwillendheid van dirigenten, solisten, ensembles etc. Kortom het concertwezen, dat op zijn beurt evenzo rekening moest houden met de smaak van het publiek: de ontwikkeling van het ijzeren repertoire. Nog steeds was er wel een mate van harmonie tussen kunstenaar en publiek; pas later zou er een koude oorlog ontstaan.

De duivelskunstenaar

De belangrijkste figuur op instrumentaal gebied voor Italië in deze periode (1800- 1850) is ontegenzeggelijk Niccolo Paganini. Ook op hem was de oudtestamentische spreuk van toepassing die stelt dat een meester in welk beroep of discipline dan ook, voor koningen zal worden geleid. Van 1805 tot 1813 was hij muziekdirecteur in dienst van Napoleons zuster Elisa Baciocchi, de prinses van Lucca. Deze stad werd in 1805 geannexeerd door Frankrijk en Paganini werd hofviolist. In 1807 werd Baciocchi Groothertogin van Toscane en zodoende verhuisde zij en haar hof naar Florence. Paganini hoorde bij deze entourage, maar tegen het einde van 1809 verliet hij Baciocchi om zijn freelance carrière weer op te pakken.

Ofschoon zijn 24 Caprices voor viool solo waardevolle en bij momenten geniale muziek bevat, zien we hem eigenlijk meer als de onsterfelijke virtuoos, dan als componist. De bewondering van de Schumann’s, Chopin en Liszt bewijzen dat ook hij een groot kunstenaar was, hoewel ook de grote geesten uit het verleden zich soms lelijk kunnen vergissen. Afgezien van Liszt heeft geen virtuoos ooit zo sterk tot de verbeelding van toehoorders gesproken, als Niccolo Paganini. Pas nadat de genoemde meesters hem live gezien hadden op het podium, stippelden zij hun solocarrière uit. Wisten zij welke richting ze op moesten. In Paganini’s werk komen voor het eerst de specifiek muzikale waarden en de elementen van pure virtuositeit bij elkaar.

Echter, hij blijft vooral een verschijning van symbolische betekenis. Zijn wonderlijke uiterlijk en verbluffende techniek, als ook het effectbejag bij zijn optreden schiepen tal van mythen, onder andere dat hij een verbond met de duivel had. Hij was zo’n magiër met zijn viool dat hij – overal waar hij kwam – sensatie teweegbracht. Het effect werd nog eens versterkt door zijn lange, smalle, spookachtige gestalte, zijn wassen gezicht en lange zwarte haar. Hij speelde vrijwel uitsluitend eigen werk, speciaal geschreven om zijn verbluffende viooltechniek te etaleren.

Glamour

Paganini luidde hiermee het tijdperk van het artiestendom in. De ster die alle PR en reclame middelen gebruikt, ter wille van de roem, het succes en de mammon. Dat, wat wij tegenwoordig zo wijdverbreid binnen de popmuziek zien. Maar ook binnen de klassieke muziek, zien wij deze ontwikkeling. De verheerlijking van de uitvoerende musicus in de media en ook in het cd boekje dat we wellicht op dit moment in onze hand houden, neemt inmiddels misselijkmakende vormen aan. De uitvoerende heeft al lang niet meer het voorkomen van een nederige dienaar in dienst van de kunst. Deze glamour wereld wordt evenwel mede in stand gehouden door het publiek, die de artiest min of meer heeft gemaakt en voedt…

Emile Stoffels
Luister 683

SCHUMANN – Works for piano and orchestra

Sunday, June 24th, 2012

SCHUMANN
Works for piano and orchestra
Gerhard Oppitz Bamberger Symphoniker Marc Andreae
TUDOR 7181 SACD DDD 77’11

Uitvoering/opname ***/*****

Robert Schumann componeerde in fases: eenmaal bezig met een bepaalde vorm of genre, putte hij dit helemaal uit en ging daarna verder met het volgende. Zo was 1840 zijn jaar der liederen – waarin overigens de piano nog steeds een prominente rol speelde – en 1842 het jaar van zijn kamermuziek met de kwartetten en het kwintet. Het waren serieuze pogingen om geheel los te komen van de piano. Zijn concertante werken voor piano zijn een bijproduct van een bepaalde scheppingsfase of werden geschreven buiten deze genre periodes. Deze SACD programmeert het Konzert für Klavier op. 54, het Konzert Allegro op. 134, het Konzertstück für Klavier op. 86 en het Introduktion und Allegro Appassionato op. 92. Over het pianoconcert op. 54 kunnen we kort zijn: hiervan zijn in de loop der tijd al genoeg schitterende uitvoeringen van verschenen. Wat deze SACD aantrekkelijk maakt zijn de andere werken die niet zo vaak worden opgenomen en hier prima worden uitgevoerd. Dit programma – maar dan nog uitgebreider – is al eens op een driedubbel cd uitgebracht in 2010 door RCA en is nog steeds een prachtig archief. Dit is echter een SACD en dat is wel te horen. De opname onderscheid zich door een overvloedige hoeveelheid micro-informatie en een beangstigend realistisch podium.

Emile Stoffels
Luister 683

MENDELSSOHN SCHUMANN – Trio Shaham Erez Wallfisch

Sunday, June 3rd, 2012

MENDELSSOHN SCHUMANN
Piano trio’s op 49 & op 66 Five Canons op 56
Trio Shaham Erez Wallfisch
Nimbus Records NI 5875 DDD 77’14

Uitvoering/opname *****/*****

Mendelssohn’s rijpe trio’s stammen uit respectievelijk 1839 en 1845 en zijn echte juwelen. Niets dan edelheid, zuiverheid en sprankeling in deze trio’s. Zijn goede vriend Robert Schumann stak in zijn tijdschrift de loftrompetten voor het eerste trio. Treffend is de vanzelfsprekendheid van zijn melodieën en het ogenschijnlijke gemak waarmee hij zijn thematisch materiaal verwerkt. De vijf canons van Schumann zijn – samen met de Vier Schetsen, de Zes Fuga’s voor orgel en de Vier Fuga’s op 72 -, de oogst van Schumanns diepgaande contrapuntstudie in 1845 samen met Clara. Aanleiding waren Die Inventionen van, wie anders, J.S. Bach. De Schumanns waren in het bezit van een pedaalvleugel. Omdat dit instrument niet echt populair werd, schreef Schumann er al bewerkingen voor, voor twee en vier handen. Ook Debussy maakte er een versie voor twee piano’s voor. Op deze CD horen we de Theodor Kirchner versie voor piano trio: een zeer geslaagde transcriptie. Het trio Shaham Erez Wallfisch is hoorbaar in zijn element met deze prachtige muziek: de musiceervreugde spat er van af en werkt aanstekelijk. Dit is een van de beste kamermuziek opnames die ik de laatste tijd gehoord heb. De solisten zijn kinderlijk eenvoudig aan te wijzen in het stereobeeld. De instrumenten klinken realistisch en hebben het juiste timbre. Hoogste aanbeveling.

Emile Stoffels
Luister 682

« Previous Entries