Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

ModWright LS100 – De voorversterker is dood, leve de voorversterker…

Wednesday, September 7th, 2011

Een tijd geleden ontdekte ik via Audioarte het Amerikaanse Modwright. Een serieus aan de weg timmerend bedrijf dat aanvankelijk alleen modificaties toepaste op bestaande apparatuur, maar inmiddels zelf een interessante versterkers lijn aan het opzetten is. Sommigen voorspellen zelfs, dat Modwright een grote concurrent wordt voor Audio Research en andere gevestigde merken. Hoe dan ook: de KWA 100 eindbak van deze Amerikaanse fabrikant, had min of meer mijn ogen opnieuw geopend voor solid-state versterkers. Voor het eerst sinds tijden was er weer eens een uiterst betaalbare mosfet versterker, die doorgaans aan een buis toegeschreven klankeigenschappen had. Meest opvallend was het voor een transistor relatief sterk vloeiende middengebied dat mij zo trof en voor een waar kleurenfeest zorgde. De SE uitvoering daarvan, deed daar nog eens een enorme schep bovenop. Hierin zaten onder andere de Takman carbonfilm weerstanden en de in-house made condensators van ModWright zelf. Die oliecaps zaten overigens ook al in de latere Signature tuberectifier uitvoering van de SWL 9.0 SE voorversterker, die ik intussen ook had gehoord en waarvoor ik als een blok was gevallen. Een hybride voorversterker met een paar 5687 dubbeltriodes, die ook door Audio Note werden gebruikt; onder andere in de M7.

Geloofscrisis

Ik was mijn geloof in het nut en de meerwaarde van voorversterkers de laatste jaren een beetje verloren. Nadat ik eens mijn overgemodificeerde Philips 960 DAC rechtreeks op mijn eindversterker had aangesloten, leek het wel of dat er een soort van sluier wegviel. Lang daarvoor had ik diverse CD spelers met volumeregeling, rechtstreeks op eindversterkers gehoord en geconstateerd dat dat niet goed werkte: ongecontroleerd en zwalkend laag, daardoor een versluierd midden en ingesnoerd hoog. Dit was echter totaal iets anders, omdat er onder andere een buffer in de genoemde DAC aanwezig was. De gehele modificatie was er dan ook op gericht om een eindversterker rechtstreeks aan te sturen. Ineens was er beduidend meer inner detail en klonken de signalen langer uit. Er was ook meer natuurlijkheid, meer vanzelfsprekendheid enz. Ik merkte goed dat hoe minder er in de signaalweg zit, hoe beter het is. Dit strook ook wel met wat veel ontwerpers zeggen: “less is more”. Bovendien werd ik in mijn bevindingen gesterkt door wat ik las op de website van Arturo Salvatore. Deze audio ‘outcast’, doet op zijn site een boekje open over wat er zo allemaal mis is in de audiowereld. Daar beschrijft hij o.a. ook de historische ontwikkeling en de rol van de voorversterker door de jaren heen. Buitengewoon interessante leesstof.

Een potentieel gevaar met dit soort ontwikkelingen is echter, dat voordat we het weten de zaken gaan verabsoluteren en denken dat het in álle gevallen en onder álle omstandigheden, altijd beter is om geen voorversterker te hebben. Die constatering is onjuist. Wat mij na een tijdje vooral toch opviel was dat ondanks de voordelen die er toch zijn, vooral op lagere volumes minder body aanwezig was. Ook miste ik een zekere drive en autoriteit. Zaken die in de loop der tijd gaan opvallen, omdat we zo onder de indruk zijn van de verworven winstpunten die hand-in-hand gaan met het by-passen van een hele (voor)versterkertrap. Het is een geleidelijk proces en daarmee misleidend. Ik wist niet wat ik hoorde toen ik langdurig doorluisterde en toch weer de verworvenheden van een uitstekende voorversterker ging herwaarderen. Voor de goede orde: tot pakweg 2006 gebruikte ik dus gewoon een voorversterker. Totdat ik door het e.e.a. op een ander spoor terecht kwam. Centraal hierin was dus het relaas van de zojuist genoemde Arturo Salvatore.

Ontstaansgeschiedenis

Terug naar de ModWright LS 100; de opvolger van de SWL 9.0. Deze is ontstaan min of meer door de wensen op de Amerikaanse forums, waar Dan Wright ook op te vinden is. Zo was er blijkbaar de behoefte aan een hoofdtelefoon aansluiting, balansregeling en bronnenselectie via de afstandsbediening. Dan Wright gebruikt voor de LS 100 dezelfde kast qua afmeting als de KWA 100 eindversterker, wat uiteraard nogal wat productievoordelen heeft. Door de ruimere kast is er ook ruimte om een phonotrap of DAC in te laten bouwen. De LS 100 is dus een slag groter dan de SWL 9.0 en voldoet wat mij betreft, ietsje minder aan de regels der gulden snede. Ook is het logo er bij de 9.0 ingegraveerd; bij de LS100 wordt het logo – net als bij de KWA 100 – vanaf de binnenkant verlicht met blauwe letverlichting. De 9.0 had vanaf 2005, het jaar waarin hij ontstond, veel stappen en ontwikkelingen doorgemaakt. In het begin werd er nog solidstate gelijkrichting gebruikt, maar in de definitieve versie werd – aanvankelijk nog in een aparte kast – buizengelijkrichting toegepast. Weer later verschenen de zelf ontwikkelde oilcaps. De smoorspoel van Electra Print zat er evenwel vanaf het eerste uur al in.

Volgens Dan Wrights eigen woorden, gaat de LS 100 verder waar de 9.0 is opgehouden en heeft hij bij de LS 100 gekozen voor de populaire 6SN7 in plaats van de 5687 buis;  Een fysiek forsere buis die ook een octal voet nodig heeft, net als de EL34 of KT88. Belangrijke reden voor deze keuze zal de verkrijgbaarheid zijn. De 6SN7 is namelijk ook als nieuwe productie te koop. Ook is de instelling van de buis vrij conservatief gehouden, in vergelijk met de 5687 in de 9.0. Dit voor een langere levensduur. Slechts één helft van deze dubbeltriode wordt gebruikt. Wanneer een buishelft aan het eind van zijn leven is gekomen, kunnen de buizen onderling gewisseld worden. Hierdoor wordt de ongebruikte helft gebruikt. Ten slotte wordt de gelijkrichting net als de SWL 9.0 met de GZ34 buis verzorgd. Interessant is om deze diodebuis uit te wisselen met de 5U4, 5V4 of 5Y3. De ervaring leert dat hiermee de klank behoorlijk beïnvloed kan worden.

Luisteren

De LS 100 onderscheidde zich – net als de SWL 9.0 – duidelijk door een buitengewoon afgewogen signatuur met een werkelijk formidabele autoriteit en slagkracht. Ook heeft het midden door de articulatie in het laag een vrijheid en ongebondenheid die we niet vaak tegenkomen. Het hoog was opvallend minder nadrukkelijk dan mijn replica Audio Note M7. Aanvankelijk dacht ik dat de AN hierin de meerdere was, maar ik leerde dat de laatste daar iets teveel nadruk had, waardoor het hoog een min of meer eigen leven leidde. Anders gezegd: het hoog stond wat los van de rest. De ModWright echter, was het toonbeeld van homogeniteit en vertoonde vrijwel geen voorkeurtjes. Ook het stereobeeld was groot met veel separatie. De weergave bleek ook spannender en ritmischer. Opmerkelijk was ook hoe de ModWright laag vermogens versterkers aanstuurde. Het leek of dat mijn EL84 Single-Ended versterker ineens meer uitgangsvermogen kreeg en luider kon spelen. Ik bespeurde meer elasticiteit vanaf het lage midden tot het laag. Zo had bijvoorbeeld Human Racing van Nik Kershaw meer kernachtigheid. Iets dat ik een beetje miste zonder de preamp.

De LS 100 heeft geruime tijd bij mij getoefd en kon zich geheel inspelen. De verschillen met de SWL 9.0SE Signature – het laatste model dus dat bij mij staat – is marginaal, maar er zijn enige accentverschillen. Uiteraard dragen ze allebei in grote lijnen Dan Wrights filosofie en horen we dat beide machines, uit dezelfde stal komen. Ik had het idee dat de LS 100 iets smoother was en daardoor wellicht net iets minder klinisch presenteerde. Ook stelde het de zaken gradueel groter voor, maar opvallend was hoe buitengewoon aangenaam alles klonk. Dat is niet vreemd: het heeft met het klankkarakter van de 6SN7 te maken, die nog meer ‘als een buis klinkt’ dan de 5687. Dat ging overigens niet ten koste van detail. Opmerkelijk vond ik dat de LS 100 toch een slagje slanker was in het lage-midden. Dit was wel een voordeel voor een aantal Duitse en bij uitbreiding Europese masters die bij tijd en wijle wat aan de vette kant kunnen klinken. Zo was de algemene klankbalans op Storm at Sunup van Gino Vannelli bij de LS 100 precies goed. Verder had ik het idee dat het stereobeeld bij de LS 100 concaaf achter de speaker wegliep, terwijl dat bij de 9.0 meer rechthoekig was. Dat bleek bij Schumans vioolconcert. Alles overziend denk ik dat de LS100 door het gradueel mildere karakter, iets vergevensgezinder is mbt beroerdere producties. Dat kan een voordeel zijn. De verschillen waren mijns inziens dan ook een kwestie van smaak en ook hier geldt dat de afstemming met de eindversterker en kabels, leidend moet zijn.

Conclusie

Ik heb de LS 100 uitvoerig A-B kunnen vergelijken met zijn voorganger op diverse eindversterkers en kan niet anders zeggen dat het een indrukwekkende voorversterker is, met nog meer functionaliteit dan de SWL 9.0. Ook is door de ontwerper slim vooruitgedacht door het gebruik van een grotere kast, met het oog op de DAC die eraan komt en de phonotrap. Het zou wel eens kunnen zijn dat ModWright inderdaad een serieuze concurrent voor gevestigde merken gaat worden. De tijd zal dat leren. Voor mij was er volstrekt geen twijfel over de kwaliteiten van deze preamp en ik meen dat de LS 100 – net als de KWA100 – een referentie in zijn prijsklasse is. Heel erg lang is mijn replica Audio Note M7 de toetssteen geweest voor mij, maar dat tijdperk is nu voorbij. De voorversterker is dood, leve de voorversterker…

Gebruikte Cd’s en Lp’s:
Nik Kershaw – Human Racing;
William Schuman – Vioolconcert/DG;
Eurythmics – Be yourself Tonight;
Tsjaikovsky – Manfred Symfonie/Decca;
Sting – Sacred Love;
King Crimson – The Power to Believe;
Bach – Clavierfantasien/DHM;
Gino Vannelli – Storm at Sunup.

Info: Prijs ModWright LS 100 silver is €3850,- Meerprijs voor Zwart €200. Importeur Audioarte
www.audioarte.nl
info@audioarte.nl

Audiophysic Sitara – Sierlijke HiFi

Sunday, February 6th, 2011

Audiophysic Sitara

De eisen en functies van luidsprekers zijn in de loop der tijd enigszins veranderd. Waar exotische speakersystemen voor pakweg twintig jaar terug veelal nog grillige ontwerpen waren, wordt dat nu zoveel mogelijk teruggebracht naar eenvoudige doch strakke designs.

Audiophysic is zo’n bedrijf dat dat op succesvolle wijze doet. Al hun modellen voldoen qua verhouding en vormgeving aan de gulden snede en zijn een lust voor het oog.

Het gerenommeerde bedrijf van eigenaar Dieter Kratochwil en ontwerper Manfred Diestertich uit het Duitse Brilon, timmert al weer sinds 1983 aan de weg en ik was dan ook benieuwd naar de prestaties van de Sitara luidsprekers in mijn huiskamer. Bij het uitpakken werd mij al snel duidelijk dat dit bedrijf buitengewoon serieus is en nadere inspectie ontblootte dan ook een afwerking van de hoogste kwaliteit. De in China vervaardigde kasten zijn werkelijk vlekkeloos afgewerkt. De drivers daarentegen worden ontworpen en ontwikkeld in eigen huis en exclusief voor Audio Physic gemaakt.

De Sitara is een 2,5 weg systeem en het kleinste vloerstaand model uit de High-End serie met een gevoeligheid van 89dB en een nominale impedantie van 4 ohm. Opvallend is hoe het faseverschil tussen de tweeter en middentoner wordt gecorrigeerd, door de kast zeven graden achterover te laten kantelen. Er zijn uiteraard meerdere wegen die naar Rome leiden, maar dit is wel op een zeer esthetisch verantwoorde wijze gedaan. Verder is de kast te verkrijgen in diverse uitvoeringen: Maple, Black Ash, Cherry, Walnut, Ebony, White High gloss en Black High gloss. Overigens is er tegen een meerprijs van 200 euro de mogelijkheid tot bi-wiren.

Luisteren

Het eerste paartje dat ik kreeg was niet ingespeeld behalve dan dat de Drivers door Audiophysic gedurende 15 uur getest en belast worden in de fabriek voordat ze geassembleerd worden. Dit stelde mij weer eens in de gelegenheid te horen, hoe een systeem zich ontwikkelt tijdens het inspeelproces. Het proces dat wellicht is te vergelijken met de metamorfose van een onooglijke rups naar een prachtige vlinder. Altijd interessant! Toch schijnen er – om onbegrijpelijke redenen – nog steeds mensen te zijn, die vinden en/of denken dat dit onzin is. Maar dat is bijna niet voor te stellen na wéér de zoveelste ervaring, met een nieuw component in een audio keten.

Hoe dan ook, om toch maar snel meters te kunnen maken, werd het eerste duo door More Music omgeruild voor een volledig ingespeeld paartje. Niet dat ik het vervelend vond, een systeem langer dan normaal in huis te moeten hebben. Integendeel! Het leven is echter te kort en de kunst te lang…

Eenmaal uitgepakt en voorzien van de bijgeleverde spikes, kwam ik bij de eerste globale luistersessie uit op een sterk ingedraaide positie op ongeveer 30 centimeter van de achterwand. En dan moeten we toch denken aan een stand waarbij we – indien we het hoofd iets naar rechts of links verplaatsen – al snel de buitenste zijwand van de kasten kunnen zien. Als ik ze weer iets uit elkaar draaide, had dat uiteraard invloed op het stereobeeld. Stemmen en instrumenten waren in dat geval iets moeilijker te lokaliseren en werden dan gradueel groter afgebeeld. Anders gezegd: bij meer indraaien werd het beeld significant scherper en nam de doorluisterbaarheid fors toe. Het is dus de moeite waard enige tijd te investeren in het juist positioneren van de Sitara’s, maar de beloning is groot. Nu moet ik wel zeggen dat ik genoodzaakt was de speakers zo in te draaien, omdat ze 3 meter uit elkaar waren geplaatst door een dressoir. Ik vermoed dan ook dat als de Sitara’s wat dichterbij elkaar zouden staan, er ook geen sterke indraaiing nodig was. De ene luidspreker reageert daar gevoeliger op, dan de ander. Mijn Mission’s die altijd op diezelfde plek staan, hebben daar wat minder last van.

Aangestuurd door mijn Philips DVD 963A, replica Audio Note M7 en Charlize eindversterker, gaven de Sitara’s aanvankelijk een klankbalans die naar mijn zin ietwat tendeerde naar het midden-laag. Toevallig had ik ter recensie ook een aantal voeten uit het Harmonix programma in huis, die ik kon inzetten. Met de RF-900MKII voeten werd die tendens al grotendeels geneutraliseerd, al bleef het toch nog net iets teveel naar mijn smaak. Het voor de hand liggende advies in deze is dan ook om rand apparatuur te kiezen die dat compenseert. Ik kon op dat moment nog niet beschikken over mijn nieuwste referentie, de ModWright KWA 100. Die zou ongetwijfeld nog meer tonale balans hebben aangebracht en bovendien meer profiel. Feit blijft dat uiteindelijk de oren van de potentiële koper zelf tot gids moeten zijn.

Maar laten we vooral noemen waar de Sitara’s goed in waren, want die gedachte overheerst absoluut. Ondanks de genoemde geneigdheid naar het midden-laag, bleken ze behoorlijk ritmisch en bleef er meer dan voldoende elasticiteit over om snellebasloopjes en synthesizers accuraat en met het nodige profiel weer te geven. Dat bleek wel met Dancing Girls op Human Racing van Nik Kershaw. Maar vooral houtblazers werden mooi neergezet. De fagot in de opening van Le Sacre klonk gitzwart en met veel druk. Evenzo de basklarinet iets verderop in het stuk en de rest van het hout hadden het natuurlijke timbre. Het lag dan ook voor de hand dat ze makkelijk waren te identificeren. Een goede test is ook om de hobo van zijn grotere broer de cor-anglais te onderscheiden. Die proef werd ook goed doorstaan in de genoemde balletsuite van Stravinsky. Een ander voorbeeld is de opening van het tweede deel van Vaughan Williams’ 9de symfonie. Daar kan men namelijk gemakkelijk twijfelen tussen een trompet en een flugelhorn en ook hier lieten de Sitara’s het verschil overtuigend horen.

Ofschoon de Sitara’s qua klank iets aan de warme kant zitten, werden wel degelijk masteringsverschillen weergegeven. Dat bleek wel uit een vergelijk tussen de ‘Originals’ serie van Deutsche Grammophon en de eerste generatie Cd’s uit datzelfde huis. Ook veranderingen in de audio keten werden gemakkelijk opgemerkt door deze vloerstaanders. Van tijd tot tijd sluit ik een losse DAC aan op de digitale uitgang van mijn Philips DVD 963A en dat werd overduidelijk blootgelegd; net zoals de experimenten met andere voedingskabels, goed te horen waren.

Conclusie

De Audiophysic Sitara bleek een prettig en aangename speaker zonder dat het de verschillen in opnames nivelleert. Bij veel speaker systemen, sluiten deze aspecten elkaar veelal uit; maar niet bij de Sitara. Anders gezegd: meestal is het óf een aangename klank, óf hoge resolutie, openheid enz.

Zoals altijd dient de potentiële koper ook aandacht te besteden aan het zoeken naar een passende versterker die het enigszins volslanke karakter wat beteugelt. Verder denk ik dat er het beste bekabeling gebruikt wordt, die niet teveel de nadruk legt op het lage midden gebied.

Tot slot heb ik door de smetteloze uitstraling en afwerking ook genoten van de fysieke aanwezigheid van de Sitara’s in mijn huiskamer. D’accord, alles heeft ook z’n prijs maar een dergelijke afwerking is inderdaad zeldzaam en ik kan me voorstellen dat maar weinig echtgenotes een probleem hebben met het sierlijke design.

Emile Stoffels

Gebruikte Cd’s:
Nik Kershaw – Human Racing;
Prince – 3121;
Bartok – Piano Concertos – DG 457 909-2;
Beethoven – 9th Symphonie – DG 447 401-2;
Schönberg – Verklärte Nacht – DG 457 721-2;
Stravinsky – Le Sacre du Printemps – Philips 416 498-2;
Vaughan Williams – 9th Symphony – RCA GD 90508;