Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Melody AN211 Integrated tube amplifier

Thursday, May 19th, 2011

Melody AN211 – Wie het dichtst bij de buis zit…

In 1606 zette Willem Janszoon van de VOC als eerste Europeaan voet aan Australische wal. Wat hij toen niet vond, bleek later wel degelijk in overvloed aanwezig te zijn: goud, zilver en andere waardevolle grondstoffen. Deze grondstoffen vormen nu de belangrijkste reden voor de sterke groei van de Australische economie en heeft dit werelddeel de banden met China de laatste jaren behoorlijk versterkt.

Het Australische Melody Valve Hifi, dat producent is van hoogwaardige buizenversterkers, klopt al een tijdje terecht op de deur. Het bedrijf uit Melbourne heeft recentelijk een poging gedaan, vaste voet in Europa te krijgen door met Robytone als haar nieuwe exclusieve distributeur in zee te gaan. Dit werd bekrachtigd met een zesjarige distributieovereenkomst. Ondanks dat Melody top componenten gebruikt en jaren van research achter de rug heeft – het heeft een eigen research en development afdeling – weet het zijn producten toch betaalbaar te houden.

Uiterlijk

Tot nu toe was deze fabrikant uit Downunder vooral bekend door versterkers met een strak piano-zwart uiterlijk in hoogglans. Nu heeft dit merk – waarvan louter de assemblage in China geschiedt – haar nieuwe buizenversterker de AN211, een compleet nieuw gezicht gegeven.

De fraaie AN211 is breder dan hij diep is en met veel zorg afgewerkt. Zie daar het gedegen aluminium frame met de prachtige gelakte houten panelen aan de zijkant. Aan de voorkant vinden we de volume- en keuzeschakelaar, die beide uitermate degelijk aanvoelen. Op het chassis staan de twee machtige 211 eindbuizen die veel gezag inboezemen, met daar tussenin iets dat mij laat glimlachen: een voedingsbuis! En naar ik heb begrepen is deze gecombineerd met solid-state diodes. De genoemde gelijkrichtbuis is de 5AR4/GZ34 in een mooie ST uitvoering (geschouderd). Weliswaar is het ‘slechts’ nieuwe productie en dus geen ‘new old stock’, …maar toch. De input buis is een alledaagse ecc83/12AX7; laten we maar zeggen de Opel Kadet van de dubbeltriodes. Het is voor de potentiële koper erg interessant die buis een keer te vervangen door de 5751 of 6072. Of beter nog de 6829 van General Electrics of de E180cc van Mullard of Philips. Vandaar gaat het signaal naar een volgende dubbeltriode, de 4P1S7. Zo alledaags de ecc83 is, zo uitzonderlijk is deze 4P1S7 die de 211 uiteindelijk aanstuurt. Het is een buis waar weinig over te vinden is op het net en daardoor is het lastig te achterhalen waarom men voor dit  type koos.

Praktijk

De volumeregelaar gaat via een stappen potmeter die mijns inziens iets te grof is. Helaas heeft Melody niet voorzien in een afstandsbediening, maar de distributeur wist me echter te vertellen dat die wel beschikbaar komt. Wel is er keuze voor vier en acht ohms aansluiting en is er de mogelijkheid symmetrisch aan te sturen. De lichtnetschakelaar moest ik in het begin even zoeken en bevindt zich – althans voor mij – op een minder voor de handliggende plaats: rechts op het zijpaneel.

Geschiedenis

Wat mij uiteraard direct aansprak, was de gebruikte eindbuis: de GL 211. ‘Eindelijk’, dacht ik. Deze voormalige zendbuis wordt ook door Audio Note gebruikt in de wereldbefaamde Ongaku, maar ook Air Tight en Cary hebben prachtige versterkers gemaakt met deze eindbuis. Bij de laatste kon de koper kiezen tussen de 211 of 845 als eindpit. Deze wordt dan aangestuurd door een andere eindbuis, niet minder dan de 300B. Om maar even aan te geven op welk niveau de 211 buis zit…

De geschiedenis van de GL-211 buis – d.w.z. vóór de tweede wereld oorlog -, leert ons dat het oorspronkelijk een zendbuis is. Het waren toen de meest krachtige buizen en konden door de fabricage erg veel hebben. Aangezien we het hier over een direct verhitte triode hebben – wat wil zeggen dat de kathode tevens de gloeidraad is – ga ik er vanuit dat er niet of nauwelijks tegenkoppeling is toegepast.

Ik ken inmiddels veel kundige zelfbouwers van buizen apparatuur, maar de meesten durven de 211 buis niet te gebruiken vanwege de hoge spanning. We hebben het hier namelijk over – afhankelijk van de instelling – 1000 volt! Dat is niet zomaar iets. Gezien het gespecificeerde uitgangsvermogen van 16 watt in klasse-A van de AN211, zal de spanning zelfs nog wat hoger zijn. Ik vraag me weleens af hoe het zal voelen als men wordt blootgesteld aan een dergelijke spanning. De meeste buizen worden onder normale omstandigheden ingesteld op 250 tot 300 volt, soms wat meer. De 211 en zijn broertjes nemen daar dus geen genoegen mee…

Luisteren

Aangezien mijn exemplaar relatief langdurig voor shows is gebruikt, ging ik er vanuit dat het inspeelproces geen dominante rol van betekenis zou spelen. Toch zou de Melody in kleurenrijkdom toenemen tijdens zijn verblijf bij mij thuis.

Na een half uurtje opwarmen begon ik met de eerste Cd’s en eigenlijk vrijwel direct was me duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand was. Of misschien ook weer niet, want dit is nu eenmaal de sensatie van het luisteren naar een single-ended ontwerp. Het is die onversneden openheid en gemak, die ik van mijn eigen single-ended versterkers ken. Met dit verschil dat de 211, vermogen en autoriteit in spades levert. Allereerst was het wellicht de gecontroleerde roekeloosheid die mij trof van deze machine. De lage registers uit Bachs Prelude en Fuga BWV 544 rolden – weliswaar zonder de gelaagdheid van de ModWright KWA 100 – bruut, doch gearticuleerd de kamer binnen. Dat krachtige laag mis ik wel eens bij mijn eigen EL84 Single Ended versterker, maar dit is ook de aard van de 211 buis. Brittens War Requiem had de gewenste openheid: het kamerensemble was ook hier goed te lokaliseren, los van de rest van het orkest en had duidelijk een eigen plaats op het podium. Het Libera Me was schokkend reëel en mondde uiteindelijk uit in een waar Armageddon; vooral doordat het koor zo opvallend overeind bleef. Maar ook de manier waarop de AN211 intimiteit overbrengt. Bijvoorbeeld bij My Funny Valentine: Miles Davis In Concert. Reeds de opening van de eerste track met de piano, heeft een spanning die lang niet alle versterkers voor het voetlicht weten te brengen. Ook bij track 3 was de ‘uitnodiging’ van George Coleman naar het midden van het podium, buitengewoon makkelijk te volgen door de hoge doorluisterbaarheid. Zonder dogmatiek te willen nastreven, lijkt het erop of dat die betrokkenheid slechts is voorbehouden aan single-ended buizen versterkers. Het stereobeeld liep ver door tot achter de speakers. Opvallend was hierbij dat het beeld steeds breder werd, naarmate het zich naar achteren uitstrekte. Ofschoon het aan glans zeker niet ontbrak, had ik bij slagen op bekkens wel het idee dat duurdere solid state versterkers naar hun aard wat meer metaal laten horen. In Prokofievs 7de pianosonate waren de linker- en rechterhand gemakkelijk van elkaar te onderscheiden; erg belangrijk bij deze complexe muziek. Evenzo hoorde ik hier in de lagere registers meer nuance en elasticiteit dan met mijn eigen single-ended versterker. Bij ‘People’ op King Crimsons Thrack ging het helemaal los en kwam dat aspect in het laag, nog meer tot uitdrukking. Het had overvloedige drive en tegelijkertijd was het gearticuleerd. Dat gaat niet altijd samen, maar machines die dat wel kunnen zoals de Melody, klinken dan ook erg ritmisch.

Conclusie

De Melody AN211 is een droomversterker die me zelfs ‘s nachts wakker gehouden heeft, maar geen enkele keer heeft teleurgesteld. Welk materiaal ik ook aanbood: kamermuziek, groot koor of pop. Iedere keer was hij in staat een open en realistisch geluidsbeeld te reproduceren met een fabuleuze controle. De AN211 zal gezien het bescheiden vermogen evenwel het meest stralen met speakers vanaf 90 dB gevoeligheid. Een combinatie met grote paneelluidsprekers, zal dan ook minder gelukkig uitpakken. En ook bij de Melody AN211 geldt dat er moet worden geïnvesteerd in tijd en moeite mbt. luidspreker- en voedingskabels en interlinks, om tot een juiste afstemming met de rest van de installatie te komen. Inderdaad hebben we het hier over een waar topproduct uit downunder, tegen een uitermate betaalbare prijs. Uiteraard gaat het niet over een reep chocolade, maar in dit geval is €3950,- echt een koopje.

Emile Stoffels

Gebruikte CD’s:

Organ Works – J.S. Bach/Hurford – Decca;
War Requiem – Britten/Rattle – EMI;
My Funny Valentine: Miles Davis In Concert – Sony;
Pianosonate No. 7 – Prokofiev/Pollini – DG;
King Crimson – Thrack Virgin Records;
Vienna: Schoenberg, Berg, Webern/Dorati – Mercury;

Volledig in Harmonix

Friday, December 17th, 2010

Volledig in Harmonix

Wanneer het tunings merk Harmonix ter sprake komt, is de algemene reactie meestal: “oh ja…; het doet zeker wel wat, maar het is zo (lees “te”) duur”. En eerlijk gezegd was dat ook mijn opvatting, totdat ik de kans kreeg de Harmonix producten eens in diepte te onderzoeken. Er is bij mij toch altijd een sluimerende wens geweest deze producten uitgebreid te testen, omdat Harmonix nooit stil staat en zijn programma ook door blijft ontwikkelen.

Wat de zaak des te aantrekkelijker maakte is dat distributeur Ed Doggen van Daluso Audio met raad en daad klaar staat en zelfs ter plekke bij klanten langskomt, om waardevolle wenken en aanwijzingen te geven. Dit alles met een oprechte geïnteresseerdheid en bevlogenheid. Een service die men tegenwoordig maar zelden aantreft…

Zo’n dertig jaar geleden onderzochten Harmonix technici hoe resonanties zich gedroegen bij beroemde vioolmerken als Stradivarius, Guarneri en Amati. Uiteraard heeft ieder apparaat resonanties. Ze worden veroorzaakt door het apparaat zelf, het gekozen materiaal, de interne onderdelen: trafo’s, elco’s enz. Deze resonanties kunnen behoorlijk wat roet in het eten gooien. Uiteraard geldt dat ook voor muren, plafonds en vloeren. Simpel gezegd heeft Harmonix dit opgelost door de frequenties waarin deze hinderlijke resonanties zich bevinden, over te zetten naar een gebied waar ze meewerken in plaats van tegenwerken.

In Gods naam geen demping

Ed Doggen vertelde dat Harmonix vaak op de verkeerde manier wordt toegepast; wat de reactie bovenaan dit artikel voor een zeer groot deel verklaart. Het moet namelijk niet in combinatie worden gebruikt, met andere tuning middelen en al helemaal niet met dempingmiddelen. “Demping is sowieso iets dat je niet moet willen”, doceert Ed. “Het probleem met demping is dat er veel wezenlijke muziekinformatie verloren gaat”. In den lande hebben we daar een mooi gezegde voor: ‘het kind met het badwater weggooien’. Demping dus alléén indien het echt niet anders kan, is Eds devies. Overigens, Audio Note speakers zijn ontworpen met dunne ongedempte wandjes die meetrillen…

Het Harmonix programma is behoorlijk omvangrijk. Nog los van het kabelprogramma, zijn er kegels, diverse modellen voeten (ook voor onder spikes of kegels), twee platenklemmen en een mat, tuningsheets voor op cd’s, room tuning disks om op de muur aan te brengen, en tot slot nog de pastille-vormige tuning Base Devices.

Voor wat betreft de platenmat en de laatste drie producten: daar komen we nog graag op terug in een volgend artikel.

Lieflijke voetjes

Ik ben met de speakers begonnen omdat ik vermoedde, dat daar de duidelijkste veranderingen zouden optreden en dat bleek ook wel. Overigens adviseert Harmonix in hun brochure dit als eerste stap.

De RF-900-serie is ontworpen voor gebruik onder luidsprekers en apparatuur met spikes of kegels. Allereerst plaatste ik de RF-900MK2 voetjes. Aanvankelijk waren mijn plannen om drie per speaker te gebruiken, omdat ik nu eenmaal sinds jaar en dag drie (aluminium) kegels gebruik. Toch werd mij door Ed ten sterkste aangeraden, vier kegels te gebruiken en dus vier voeten. Dit, opdat Harmonix zijn werk beter kan doen.

Na het plaatsen viel direct op dat er meer kleur en textuur in het middengebied was te bespeuren alsmede het uitsterven van klanken. Bij Miles Davis’ In Concert track drie, viel ineens op dat George Coleman als het ware werd uitgenodigd en al spelend vanaf rechts het podium opliep. Dat heeft te maken met de toegenomen hoeveelheid ruimtelijke informatie, die meer van de zaal en entourage laat horen. Tevens liep het laag verder door en was er veel opgeschoond in het midden-laag. Stemmenmateriaal werd tastbaarder en alles werd een slag ritmischer.

Dergelijke resultaten werden ook bereikt – zij het iets minder spectaculair – met de TU 606Z onder mijn CD loopwerk en versterker. De 600-serie zijn voeten die direct contact maken, zonder tussenkomst van een spike of kegel. Hopelijk zal ik te zijner tijd ook het topmodel uit deze serie – de TU-666ZX – kunnen testen.

De volgende dag al, besloot ik de grotere broertjes te plaatsen: de RF-999 MT MK2. Het verschil tussen deze en de RF-900MK2, was zelfs in bepaalde facetten nog groter dan de stap van geen voeten naar de 900MK2. Ik geloof dan ook oprecht dat de toegenomen verbetering, het prijsverschil tussen beide rechtvaardigt. Levins basloop bijvoorbeeld op Peter Gabriels So, was op Don’t Give Up voor het eerst echt helemaal schoon en had eindelijk het beoogde profiel. Iets dat ik in mijn set nog niet had weten te bereiken. Ook Brand-X’ Live Stock had meer live sensatie. In z’n algemeenheid werd er meer kleur losgeweekt. De midden regionen werden rijker aan informatie en hadden meer diepte en nauwkeurigheid. Track vijf op Simply Reds debuut was door de toegenomen precisie, oneindig meer ritmischer geworden.

Platenklem

Helaas was ik niet in de gelegenheid de mat van Harmonix te testen, maar wel de TU-812MK2 klem waarvan er twee in het programma zitten. Van echt klemmen is overigens geen sprake en de ervaring leert dat in dergelijke gevallen een hoorbare ‘stress’ optreedt in de geluidsreproductie.

Aanvankelijk had ik het idee dat de platenklem relatief weinig deed, dus nam ik hem mee naar een zeer gewaardeerde vriend die een Verdier draaitafel en inmiddels een hele collectie heeft van allerlei soorten en maten platenklemmen. Zijn platenspeler heeft een metalen plateau en het lag voor de hand dat de Harmonix platenklem daar veel mooie dingen zou doen. En dat deed het inderdaad. Het was opvallend hoeveel tonale rijkdom er vrijkwam. Bij mijn eigen draaitafel was het effect nog steeds iets minder spectaculair, aangezien mijn plateau van acryl is en dus zo dood als een pier. Echter, mijn aanvankelijk getemperd enthousiasme bleek achteraf aan de geselecteerde software te liggen. Bij Bartoks Sonate voor twee piano’s en slagwerk (Philips 9500434), was er wel degelijk meer accuratesse en snelheid te bespeuren. Ook waren er meer ondertonen waar te nemen, waardoor de algehele klankbalans prettiger aandeed. Bij William Schumans vioolconcert (DG 2530103) kwam er nog meer ruimte-informatie vrij terwijl de toegenomen separatie de solist volledig losweekte van het orkest. Bovendien nam bij dit alles het kleurenpalet zowel in omvang als kwaliteit toe.

Conclusie

Dat de Harmonix producten in veel gevallen meer invloed hadden op de klank dan kabeltje zus en snoertje zo, staat voor mij als een paal boven water. Bovendien moet dit ook in het licht worden gezien, van wat men zoal uitgeeft aan kabels en interlinks. Ik had dan ook de onuitwisbare indruk dat het gebruik van deze producten waren te vergelijken met de verbetering van een component. Laten we zeggen, de lift die een versterker van 5K geeft over die van 1K. Het is dan ook duidelijk dat na toepassing van de Harmonix producten de hele audioset opnieuw moet worden bekeken, aangezien ze verborgen zwakheden in zowel opstelling van de speakers als opname ontbloten. Inderdaad: enkele van mijn geroemde referentie cd’s vielen door de mand. Het is echter ook goed mogelijk dat na de inzet van Harmonix, de luisteraar erachter komt dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt mbt. luidspreker kabels en/of interlinks. Dit is de impact zoals ik die ervaren heb en die was volledig in harmonie met de prijs. Ja, Harmonix is niet goedkoop, maar realiseert – mits juist toegepast – zeer grote stappen in de audioketen.

Afscheid

Toen de dag aanbrak dat de spullen zouden worden opgehaald en ik stap voor stap de Harmonix producten weghaalde, moest ik denken aan de afscheidssymfonie van Joseph Haydn. Bij de première van deze tragische 45ste symfonie, liepen de musici een voor een weg tijdens het slot van het laatste deel. Ze namen hun kaars met standaard, die de partituur moest verlichten, met zich mee en tegen de tijd dat de allerlaatste noten waren gespeeld, was het een stukje donkerder in de kamer. Nu, dat gevoel had ik ook: er leek een soort van licht weg te vloeien uit mijn installatie…

Emile Stoffels