Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Paganini en het artiestendom

Thursday, August 2nd, 2012

“Daar viert de bleke man met de donkere wilde haartooi, dit wandelende skelet met zijn viool, deze duivelsviolist nog steeds demonische triomfen; vrouwen – bij voorkeur jonge mooie adellijke vrouwen – aan de lopende band verleidend en door zijn spel in extase brengend.” Norbert Loeser

“Is het wel verantwoord”, vroeg Loeser zich af “om, de dag waarop Niccolo Paganini werd geboren, te herdenken? Leven hij en zijn werk nog buiten de film en de operette?” Het antwoord daarop is volmondig en zonder ook maar een spoortje van twijfel: JA! Paganini handhaaft zich taai in de muziekgeschiedenis. Was hij de eerste echte artiest en de stichter van het artiestendom? Werd hier de artiestenpose geïntroduceerd met het daarbij behorend uiterlijke vertoon? De over expressie, de maniertjes, de glamour?

De omgekeerde wereld

Als wij op weg zijn en een aanplakbiljet zien dat een concert aankondigt, dan ontgaat ons de naam van de uitvoerende musicus zeker niet. De naam van de componist is evenwel een stuk moeilijker te lezen. Een omgekeerde wereld: de uitvoerende is belangrijker geworden dan de componist. Het kunstwerk en de schepper daarvan, staan in dienst van de uitvoerende. En wat de zaak er bepaald niet gemakkelijker op maakt, is dat we maar al te vaak de termen artiest/musicus enerzijds en componist anderzijds door elkaar gebruiken. Veelal is dat ook geen probleem: Paganini was immers beide, maar dat geldt niet voor iedereen…

De toondichter en zijn tiran

De basis voor deze ontwikkeling werd al vroeg in de Romantiek gelegd. De tijd was aangebroken dat de componist hoofdzakelijk voor de burger schreef. De bourgeoisie met zijn ambities om de aristocratie naar de kroon te steken. De burger die overal in het openbare leven de leiding heeft genomen en tevens verlangt dat er met zijn smaak, behoeften en verlangens rekening wordt gehouden. Onverschillig over welke werken en onderwerpen het gaat: de burger dient het middelpunt van iedere artistieke inspanning te zijn. Hierdoor wordt hij tevens de kleingeestige onderdrukker van de kunstenaar. Tegelijkertijd werd de componist voor de uitvoering van zijn werk, steeds afhankelijker van de welwillendheid van dirigenten, solisten, ensembles etc. Kortom het concertwezen, dat op zijn beurt evenzo rekening moest houden met de smaak van het publiek: de ontwikkeling van het ijzeren repertoire. Nog steeds was er wel een mate van harmonie tussen kunstenaar en publiek; pas later zou er een koude oorlog ontstaan.

De duivelskunstenaar

De belangrijkste figuur op instrumentaal gebied voor Italië in deze periode (1800- 1850) is ontegenzeggelijk Niccolo Paganini. Ook op hem was de oudtestamentische spreuk van toepassing die stelt dat een meester in welk beroep of discipline dan ook, voor koningen zal worden geleid. Van 1805 tot 1813 was hij muziekdirecteur in dienst van Napoleons zuster Elisa Baciocchi, de prinses van Lucca. Deze stad werd in 1805 geannexeerd door Frankrijk en Paganini werd hofviolist. In 1807 werd Baciocchi Groothertogin van Toscane en zodoende verhuisde zij en haar hof naar Florence. Paganini hoorde bij deze entourage, maar tegen het einde van 1809 verliet hij Baciocchi om zijn freelance carrière weer op te pakken.

Ofschoon zijn 24 Caprices voor viool solo waardevolle en bij momenten geniale muziek bevat, zien we hem eigenlijk meer als de onsterfelijke virtuoos, dan als componist. De bewondering van de Schumann’s, Chopin en Liszt bewijzen dat ook hij een groot kunstenaar was, hoewel ook de grote geesten uit het verleden zich soms lelijk kunnen vergissen. Afgezien van Liszt heeft geen virtuoos ooit zo sterk tot de verbeelding van toehoorders gesproken, als Niccolo Paganini. Pas nadat de genoemde meesters hem live gezien hadden op het podium, stippelden zij hun solocarrière uit. Wisten zij welke richting ze op moesten. In Paganini’s werk komen voor het eerst de specifiek muzikale waarden en de elementen van pure virtuositeit bij elkaar.

Echter, hij blijft vooral een verschijning van symbolische betekenis. Zijn wonderlijke uiterlijk en verbluffende techniek, als ook het effectbejag bij zijn optreden schiepen tal van mythen, onder andere dat hij een verbond met de duivel had. Hij was zo’n magiër met zijn viool dat hij – overal waar hij kwam – sensatie teweegbracht. Het effect werd nog eens versterkt door zijn lange, smalle, spookachtige gestalte, zijn wassen gezicht en lange zwarte haar. Hij speelde vrijwel uitsluitend eigen werk, speciaal geschreven om zijn verbluffende viooltechniek te etaleren.

Glamour

Paganini luidde hiermee het tijdperk van het artiestendom in. De ster die alle PR en reclame middelen gebruikt, ter wille van de roem, het succes en de mammon. Dat, wat wij tegenwoordig zo wijdverbreid binnen de popmuziek zien. Maar ook binnen de klassieke muziek, zien wij deze ontwikkeling. De verheerlijking van de uitvoerende musicus in de media en ook in het cd boekje dat we wellicht op dit moment in onze hand houden, neemt inmiddels misselijkmakende vormen aan. De uitvoerende heeft al lang niet meer het voorkomen van een nederige dienaar in dienst van de kunst. Deze glamour wereld wordt evenwel mede in stand gehouden door het publiek, die de artiest min of meer heeft gemaakt en voedt…

Emile Stoffels
Luister 683

LISZT – Études d’exécution transcendante

Wednesday, July 27th, 2011

LISZT
Études d’exécution transcendante
Vladimir Ovchinnikov
EMI CLASSICS 50999 02950822 DDD 64’

Uitvoering/Registratie *****/***

Dit is een indrukwekkende heruitgave van 1989, die toen al de Franse Diapason prijs heeft gekregen. En dat is zeer terecht. Deze prijs is niet de enige op Vladimir Ovchinnikovs CV, die erg lang lijkt. Niet zozeer van de muziek, maar van zijn spel heb ik genoten. Het lijkt me dan ook een ware bezienswaardigheid hem aan het werk te zien, vooral met dit soort muziek. Deze Études d’exécution transcendante zijn hem op het lijf geschreven en het is bewonderenswaardig hoe hij deze moeilijke stukken met de grootst mogelijke overtuiging en tegelijkertijd fijnzinnigheid speelt. Zijn frasering en tempo zijn een schot in de roos. Evenzo komen we onder de indruk van de absolute controle en beheersing die hij over de materie heeft. De opname was voor die dagen erg goed, maar tegenwoordig zijn we een stuk verder. De piano is helder en open, maar ik miste wat voluminositeit in de lage registers. Hierdoor klonk het instrument wat aan de dunne kant. Voor Liszt aanbidders mag dit evenwel geen enkele belemmering vormen. Deze EMI heruitgave, is een opgelegde kans.

Emile Stoffels
Luister 676

De Romantiek III

Wednesday, December 29th, 2010

De Romantiek III

Met deze maand sluiten we de laatste grote Duitse componisten uit de Romantiek af. We bespraken al eerder dat men in deze generatie kunstenaars, een universele verschijning zag. Een tijdsperiode waarin wijsbegeerte, literatuur en poëzie een toenemende inwerking uitoefenen op de toonkunst. Maar ook de industrialisering en daarmee ook het ontstaan van het socialisme, begint het psychische klimaat van de kunstenaar te bepalen.

Het fenomeen Richard Wagner (1813 – 1883) en diens invloed is al in vorige artikelen besproken. Zijn belang en inwerking op de muziek van de 19de eeuw is nauwelijks te overschatten en hij is lang gezien als degene die aan de wieg stond van de moderne muziek. Aangezien zijn grootste en voornaamste bijdrage aan de opera is en deze artikelen als belangrijkste speerpunt de symfonie hebben, valt Wagner eigenlijk buiten het bestek van deze serie. Dat geldt ook voor Verdi (1813 – 1901) die zijn grote tegenspeler in Italië was. Het geldt uiteraard voor alle componisten die voornamelijk opera’s hebben geschreven. Berlioz komt later wel aan de beurt op basis van zijn Symfonie Fantastique. Maar laat duidelijk zijn dat Wagner een van de grootste hemellichamen in ons stelsel is.
Voor Wagner’s opera’s adviseer ik om (eerst) de ouvertures te beluisteren. In de 19de eeuw legde men een duidelijk thematisch verband tussen de ouverture en de belangrijkste episoden van de opera. Deze kunnen dus als een soort synopsis dienen en worden regelmatig 2de hands aangeboden evenals de dwarsdoorsneden en hoogtepunten. Solti op Decca, Böhm en von Karajan op DG zijn de grote namen in deze.

Ook Franz Liszt (1811 -1886) geboren in Hongarije maar de grootste muzikale wereldburger van deze eeuw, mag uiteraard niet ontbreken. Al was het alleen om het feit dat hij de schepper van het symfonische gedicht is en zodoende in meer vrijheid voor de componist voorzag. Velen hebben zich hiervan bediend: Strauss, Smetana, Dvorak, Saint-Saens en zelfs Debussy’s La Mer is ondenkbaar zonder Liszts ontdekkingen.
Tijdens zijn verblijf in Parijs heeft hij zich ingeleefd in de Franse cultuur en zich onder andere op dichter Victor Hugo geïnspireerd. Vandaar ook de Franse titels zoals zijn Les Preludes die het meest populair gebleven is van zijn symfonische gedichten. In Weimar kwam hij weer in contact met de Duitse cultuur waaruit de Faust Symfonie uit 1854 ontstond. Uitstekende keus hier is Bernstein op DG (2707 100) met de BSO. Maar ook Italië was een vaderland voor hem en inspireerde hem tot de Dante Symfonie.
Van zijn klavierwerken staat de sonate in b centraal. De pianoconcerten door Arrau (solist) en Davis (Philips 412 926-1) worden vaak aangeboden en klinken overrompelend. Samen met Wagner is hij de hoofdrolspeler van de Norddeutsche Schule.

Aanknopend bij de klassieken met een heldere, klare bijna ijle klank is Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 – 1847). Een vroegrijpe geest die op 17 jarige leeftijd al de sprookjesachtige ouverture Midzomernachtsdroom (Szell op Philips Sequenza 6527 056!) componeerde. Mendelssohn – Joods van geboorte maar gedoopt in de Gereformeerde kerk – was het die Bachs Mattheus Passie weer op de kaart zette en alleen daarom al een standbeeld verdient. Nietzsche zei: “Felix Mendelssohn’s muziek is de muziek van de goede smaak, voor al het goede dat reeds geweest is: zij wijst steeds achter zich”. Vergeleken met Schumann – zij waren goede vrienden – is Mendelssohns muziek helderder en sprankelender.  Ook even edel, maar minder diep. Over Schumanns kunst ligt een soort van patina.
De slanke lenige pianoconcerten zijn een mooi voorbeeld hiervan. CBS heeft beide pianoconcerten gekoppeld met Perahia (solist) en Marriner (CDS 76576). De hoes is aartslelijk, maar de uitvoering en klank zijn buitengewoon. Mendelssohn is echter het meest beroemd om het prachtige vioolconcert uit 1845 waar ontelbare uitvoeringen van zijn. Hoog aangeschreven staat nog altijd die door Mutter (solist) en von Karajan (DG 2532 016).
Het beeldige octet door I Musici (Philips Sequenza 6527 076) zie je regelmatig in het 2de hands circuit. Schitterende opname met twee van zijn twaalf jeugd symfonieën voor strijkers. In deze vroege composities zitten verrassende momenten van zeldzame schoonheid die naar Bach wijzen. Ook zijn strijkkwartetten opus 12 en 13 zijn niet te versmaden. Het LaSalle Kwartet (DG 2530 053) geeft vurige vertolkingen van deze stukken.

Zijn derde symfonie heeft als bijnaam de Schotse en valt op door de donker en herfstig gekleurde harmonieën. De uitvoering door Peter Maag op de budget serie Ace of Diamonds van Decca (SDD 145) is zondermeer de zoektocht waard. Zeldzaam mooie opname en Maag doet alles goed. De koppeling is met de prachtige Ouverture de Hebriden, dat een soort concentraat is van de Schotse. Een werk van een verbluffende oorspronkelijkheid en het sublieme in de natuur blootlegt. Het is het pendant van de Manfred Ouverture van Schumann. Voor de Schotse zijn er prima alternatieven: Haitink met het LPO (Philips 9500 535) en Dohnányi op Decca met het VPO, maar voor de Hebriden Ouverture wordt dat een stuk lastiger.
Hoe anders is zijn vierde met als bijnaam de Italiaanse. Volslagen andere wereld dan de vorige symfonie. De opening kennen we allemaal. Het zijn van die “Oh ja…” melodieën die blijkbaar diep in onze west Europese vezels zitten.
Voor wat betreft de koppeling met zijn andere symfonieën zijn Abbado (Decca en DG), Leppard (Erato STU 71064) en Maazel (DG 138 684) aan te bevelen. De laatst genoemden koppelen de vierde en de Reformation (de vijfde). De bekende 3de en 4de symfonie worden meestal gekoppeld, maar lang niet altijd. Als ik een top 3 zou moeten maken van meest voorkomende platen in het tweede hands circuit, dan staat de volgende plaat daar zeker in: de uitvoering van de ‘Italiaanse’ door Sinopoli (DG 410 862-1) gekoppeld met de Unvollendete van Schubert. Wat een fantastische uitvoering, opname en cover!
Overigens het ‘probleem’ Schubert – een van de grootste geesten van de Europese toonkunst – zullen we binnen de stijlperiode behandelen voorafgaand aan de Romantiek.

We zagen ook weer in deze periode dat er in Duitsland verschillende generaties tegelijkertijd actief zijn. Enerzijds kunstenaars die door hun hoge leeftijd toch nog steeds een aanzienlijke invloed hebben op de laatromantiek en in de tweede helft van de 19de eeuw tot volle wasdom komen. Anderzijds een generatie die nog wortelt in de periode voorafgaand aan de Romantiek: het Classicisme. En er is een middengroep die zich ontplooide tijdens de eerste helft van de 19de eeuw. In Frankrijk en Italië – de andere twee dominante naties – was dat niet anders. Volgende maand komen de grote Franse Romantische componisten aan bod: Berlioz, Franck en Chopin. De Franse romantici die zich later zouden verzetten tegen de Duitse invloed.