Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

« Vorige berichten

NIELSEN Complete Symphonies – John Storgårds

Saturday, August 20th, 2016

NielsenNIELSEN
Complete Symphonies
BBC Philharmonic, John Storgårds
Chandos CHAN 10859(3) DDD 66:44/73:20/71:34

Waardering: 7

Na de succesvolle opname van de Sibelius symfonieën, komt Chandos nu met de integrale opname van de Nielsen symfonieën onder John Storgårds. Het lag voor de hand deze set met die onder Blomstedt te vergelijken. De Decca opnames met het San Fransisco Symphony, vormen voor mij sinds de release de ruggengraat voor de symfonieën van Nielsen. Bij Storgårds’ eerste beluistering, was de ervaring positief. Vooral bij de eerste symfonie heeft Storgårds een aanstekelijke puls en is erg precies in de frasering. Mede hierdoor ontstaat er een lichtvoetigheid die zeer aanspreekt. Het BBC Philharmonic reageert uitermate alert. Echter, in de 4de mis ik toch de overdonderende directheid van Blomstedt. Vooral in het laatste deel missen de pauken het gewicht. Ik ben dan ook van mening dat de opname bij deze set een grote rol heeft gespeeld. Het orkest staat erg (te?) diep in het stereobeeld, zoals we van Chandos gewend zijn. Toch is er veel detail te horen. Maar het koper, het slagwerk en de lage strijkers, missen de nodige substantie. Zeker in vergelijk met de genoemde Decca’s. Hierdoor lijkt het, of dat continue de handrem wordt aangetrokken. Jammer: hier had meer in gezeten.

Emile Stoffels
Luister Magazine

DVORAK – Alisa Weilerstein

Thursday, November 13th, 2014

DVORAK
Alisa Weilerstein
Czech Philharmonic Orchestra Jiri Belohlavek • Alisa Weilerstein, cello • Anna Polonsky, piano
DECCA 478 5705 DDD 67’08

Uitvoering / Opname *** / ***

Er zijn in de loop der tijd ontzaggelijk veel opnames van Dvoraks celloconcert verschenen en het is de vraag of we weer op een zoveelste uitgave zitten te wachten. Voor wat betreft deze opname: ik werd bepaald niet uit mijn sokken geblazen, door deze ietwat sentimentele en theatrale uitvoering. Althans, door de solist. Van het orkest onder Belohlavek kreeg ik eerder een tegenovergestelde indruk. Hierdoor klinkt het geheel ook niet echt homogeen. En qua registratie had ik het idee dat het orkest in een andere locatie was opgenomen dan de solist. De opname klinkt dan ook op zijn zachtst gezegd gemanipuleerd: de cello staat levensgroot in het stereobeeld, ten opzichte van het orkest. Niet dat het vermoeiend klinkt, maar natuurlijk is het niet. Wat de cd toch nog interessant maakt zijn de extra werken, gearrangeerd voor cello en piano. Ten slotte moet van mijn hart dat ik zo langzamerhand misselijk word van de glamour poses van de dames en heren solisten, op de voor en achterkant van de CD hoesjes. Zeker als in dit geval de foto’s zijn gemaakt, op de herdenkingsplaats van de componist. Bah!

Emile Stoffels
Luister Magazine 700

NIELSEN – Symphonies Nos 4 & 5

Tuesday, July 22nd, 2014

NIELSEN
Symphonies Nos 4 & 5
Sakari Oramo, Royal Stockholm Philharmonic Orchestra
BIS BIS-SACD-2028 DDD 69’46

Uitvoering **** | Opname *****

Van deze symfonieën zijn in de loop der tijd al diverse meer dan uitstekende opnames verschenen, waarvan die onder Blomstedt op Decca waarschijnlijk de beste is. Dat blijft wat mij betreft ook zo. Ook na beluistering van deze registratie, maar ik moet zeggen dat ik aangenaam verrast ben door wat ik op deze fenomenale SACD hoor. De opening van de “Onuitblusbare” komt als een komeet binnen. Het tweede deel heeft wat mij betreft het ideale tempo en in het derde deel bouwt Sakari Oramo heel doordacht de climax op, zowel dynamisch als qua tempo. De hoornpartij wordt er mooi uitgelicht in dit zielsdoorklievende deel, maar opvallend is ook Oramo’s oog voor de melodielijnen in het hout. Verder heeft hij niet de neiging het ‘kruit te snel te verschieten’ zoals ik eens eerder bij Colin Davis op LSO hoorde. Het laatste deel is dan ook zeer ingenieus opgebouwd en het slot is een ware ontlading. Oramo en het Royal Stockholm Philharmonic Orchestra, lijken een perfecte combinatie en hebben me overtuigd. De opname op deze SACD is in de meest letterlijke zin ongehoord. Zelden heb ik een dergelijk diep, breed en natuurlijk podium gehoord. De klank van de strijkers, smelt op de tong.

Emile Stoffels
Luister Magazine 699

PROKOFIEV – Piano Concertos Nos. 1 – 5

Thursday, June 26th, 2014

PROKOFIEV
Piano Concertos Nos. 1 – 5 (Complete)
Jean-Efflam Bavouzet (piano), (piano), BBC Philharmonic o.l.v. Gianandrea Noseda
Chandos CHAN10802(2) • DDD-2.01′
Uirvoering *** | Registratie ***

Het is een regelmatig geuite kritiek dat er weinig tot geen ontwikkeling is te horen, in de vijf pianoconcerten van Prokofiev. Toch schenken deze concerten stuk voor stuk veel voldoening. Het spel van Bavouzet is zeker verfijnd en licht. Dat laatste kan erg goed uitpakken, maar de dirigent geeft hier ook een soort lichtheid aan deze concerten. En dat is hier net iets te veel van het goede. Het lijkt wel of de muziek nooit echt los komt, terwijl die meeslepende en stuwende momenten er toch zeker wel zijn. Ook in het populaire derde concert mis ik – vooral in het laatste deel – de bitsheid en grimmigheid. Het eerste concert is wat mij betreft nog het beste geslaagd, mede doordat het inzichtelijk wordt gedaan. Indien het echter een complete set moet zijn, dan zou ik kiezen voor de heruitgave uit hetzelfde huis met Järvi en het CGO. Deze is een paar jaar geleden nog opnieuw verdoekt uitgebracht. Die opname geeft ook veel inzicht, maar heeft ook de nodige opwinding. Vooral die met Gutiérrez als solist. Verder is de wat oudere Decca-opname met Ashkenazy een uitstekende keuze, hoewel uiteindelijk overall Béroff op EMI mijn absolute favoriet blijft.

Emile Stoffels
Luister Magazine 698

BRAHMS – Violinconcerto

Monday, January 13th, 2014

BRAHMS • BARTOK
Violinconcerto • Rapsodies • Hungarian Dances
Gewandhausorchester, Riccardo Chailly • Leonidas Kavakos • Peter Nagy
DECCA 4785342 DDD 74’15

Uitvoering/opname ***/***

Bij het schrijven van het vioolconcert sprak Brahms vaak met Joseph Joachim over de technische eisen. We kunnen het ons wellicht moeilijk voorstellen nu, maar toch werd het werk over het algemeen een “Konzert gegen die Violine” genoemd. Het mag als bekend worden verondersteld, dat Chailly een geweldenaar is vooral mbt. tempo keuze en Kavakos’ uitvoering van Brahms’ vioolconcert heb ik dan ook als zeer precies ervaren. In echte vervoering raakte ik evenwel nimmer. Vooral het heilige vuur miste ik. Dat kan te maken hebben met Kavakos’ relatief dunne klank, die waarschijnlijk niet iedereen zal bekoren. Ook de opname in zijn geheel van vooral het eerste deel, heeft een bepaalde grauwheid en futloosheid. Bovendien is het stereobeeld vrij smal. Bepaald niet des Decca’s. Vreemd genoeg lijkt het alsof die grauwe nevel in het derde deel, deels opklaart. Hoe dan ook: voor mij blijft Krebbers met Haitink op Philips onovertroffen. Geheel anders is het met de Bartok Rapsodieën en de Hongaarse dansen van Brahms in de transcriptie van Joachim. Daar is wel degelijk de nodige opwinding en levensvreugde te horen. De drie sterren zijn dan ook een gemiddelde. Al met al een mooi programma, maar van een middelmatig belang.

Emile Stoffels
Luister Magazine 695

BEETHOVEN – Violin Sonatas

Friday, June 14th, 2013

BEETHOVEN
Violin Sonatas
Leonidas Kavakos, Enrico Pace
Decca 3 CD 478 3523 DDD 80:12/78:20/77:39

Uitvoering/opname ***/****

Op de laatste na, schreef Beethoven alle vioolsonates binnen 6 jaar: van 1798 tot 1803. Van zijn gehele kamermuziek, zijn alleen de vijf strijkertrio’s, korter op elkaar gecomponeerd. In dat opzicht vertonen deze sonates niet die ontwikkeling zoals de strijkkwartetten, die over een veel langere periode zijn geschreven. Niettemin, is dit grootse muziek. We denken dan als eerste aan de “Kreutzersonate” op. 47, die in omvang en spanning alle vorige sonates overtreft en waarin Beethoven een stap verder zet richting zijn nieuwe weg. De eerste belangrijke opnamen van deze werken als cyclus, verschenen reeds in de jaren vijftig en zestig met Schneiderhan/Kempff en Grumiaux/Haskil. In 1975 verscheen de gouden standaard door Perlman/Ashkenazy, gevolgd door een uitermate bevlogen cyclus van Kremer/Argerich. Leonidas Kavakos is inmiddels een bekend gezicht. Hij maakte zijn KCO-debuut al in 2002. Het grote talent van de Griek kwam al tot uiting in zijn tienerjaren, met het winnen van het Sibelius en Paganini Concours. Sindsdien werkt hij met belangrijke dirigenten als Boulez, Chailly, Gergiev en Mehta en leidt in het Megaron van Athene zijn eigen kamermuziekfestival. Dit is Kavakos’ premiere voor Decca. Ik vond deze interpretaties zeker niet slecht, maar wel wat gewoontjes. De opname is fraai in balans.

Emile Stoffels
Luister Magazine nr 689

PROKOFIEV SCHÖNBERG SCHUBERT

Wednesday, May 15th, 2013

PROKOFIEV SCHÖNBERG SCHUBERT
Boris Brovtsyn, Itamar Golan, Janine Jansen
London Philharmonic Orchestra, Vladimir Jurowski

Decca 2 CD 00289 4806687 DDD 80:12/78:20

Uitvoering/opname ****/****

Decca komt hier met een boeiend programma over twee cd’s, waarvan een geheel is gewijd aan Sergei Prokofiev. Op de andere cd vinden we Schuberts strijkkwintet in C, D.956 en Schonbergs Verklärte Nacht in de oorspronkelijke sextet uitvoering. Om te beginnen Prokofievs vioolconcert nr. 2. De opening is werkelijk adembenemend. Janssen trekt ons vanaf de eerste noot in de muziek. Ik heb dat zelden zo gehoord, in de opnames die ik ken. Diezelfde spanning horen we ook in de dubbel sonate. Dan de eerste vioolsonate Op. 80. Over de noodzakelijkheid van dit stuk kunnen we kort zijn: het is een van de beste kamerstukken uit de 20ste eeuw. Hier hoor ik helaas niet die doorleving, bezonkenheid en spanning, die ik ervaar bij Mintz/Bronfman of Kremer/Argerich; beide op DG. En als het hoogtepunt aanbreekt in het vierde deel, wanneer er teruggegrepen wordt op het pizzicato thema van het eerste deel, gaat het mij te snel en heeft het voor mijn gevoel te weinig drama. Ook ben ik hier niet zo te spreken over de balans tussen de twee instrumenten. De piano is mijns inziens (veel) te luid. Niettemin valt er in z’n geheel veel te genieten op deze dubbel cd en de opname is voortreffelijk.

Emile Stoffels
Luister 689

BRUCKNER SIBELIUS NIELSEN – Gustavo Dudamel

Sunday, January 1st, 2012

BRUCKNER SIBELIUS NIELSEN
Gothenburg Symphony Orchestra Gustavo Dudamel
DG 00289 477 9449 DDD 179:24

Uitvoering/Registratie ***/***

Drie uur met grootse symfonieën, verdeeld over drie cd’s en live opgenomen. Natuurlijk was ik erg benieuwd naar deze set, na Dudamels formidabele Le Sacre met het Simón Bolívar Youth Orchestra of Venezuela op hetzelfde label. Nu dus met de Gothenburgers, waar hij sinds 2007 chef-dirigent van is. Dit is echter andere muziek die een volslagen andere benadering vereist. En vooral Anton Bruckner staat ver af van Stravinsky. Op het moment van schrijven realiseer ik me overigens dat morgen (11 oktober) de sterfdag is van Anton Bruckner; nu dus 115 jaar geleden. Ofschoon Dudamel de negende mooi laat vloeien, waren er niettemin een aantal momenten die wat gekunsteld of op zijn minst eigenaardig overkwamen en zodoende storend werkte voor mij. Voor het adagio neemt hij ruim de tijd: bijna een half uur. En dat is net zo lang als bij Giulini. De symfonieën van Carl Nielsen kunnen die eigenaardigheden tot op zekere hoogte iets beter hebben. Helaas was hier de opname niet altijd even doorzichtig en klonken met name de bassen erg groezelig. Ook kwamen de climaxen niet helemaal uit de verf. Alles overziend: degenen die voor Bruckners negende Giulini op DG hebben, voor de Nielsen symfonieën Blomstedt op Decca en Sibelius tweede door Davis en/of Szell (beiden op Philips) behoeven zich geen zorgen te maken…

Emile Stoffels
Luister 679

CHOPIN LISZT RAVEL – Benjamin Grosvenor

Friday, November 18th, 2011

CHOPIN LISZT RAVEL
Benjamin Grosvenor
DECCA 478 3206 DDD 75’

Uitvoering/Registratie ****/*****

Een waar topprogramma! De Scherzi van Chopin, zijn ontstaan uit des meesters’ geestesziekte. Zwarte parels worden ze terecht genoemd. De opus 20 is bijna godslasterlijk te noemen, waarin Chopin God ter verantwoording roept omdat hij niets doet aan de Russische onderdrukking van Polen en de inname van Warschau. Dit blijkt uit zijn dagboek tijdens zijn verblijf in Stuttgart. Het blijft moeilijk te bevatten, hoe een toondichter een dergelijke verscheurdheid en pijn kan omzetten in noten. Waarom men overigens voor deze volgorde van de Scherzi heeft gekozen (1, 4, 3, 2), begrijp ik niet zo goed. Benjamin Grosvenor had al twee optredens dit jaar voor de Proms. Bovendien had hij dit jaar ook de eer de BBC Promenade Concerts seizoen te openen, met Liszts 2de pianoconcert op de eerste avond. Hij doet zijn naam eer aan omdat hij de jongste musicus ooit is, die een Decca contract tekende en dit is zijn CD debuut. Allicht zijn er interpretaties van de oudere garde die nog meer bezonkenheid demonstreren, maar ik heb me verbaasd over de maturiteit van deze jongeman. Ook de Gaspard de la nuit klinkt doorleefd. De opname is van de hoogste standaard. De vleugel staat groots in de ruimte met een fenomenale autoriteit, zonder een spoortje van hardheid of scherpte.

Emile Stoffels
Luister 678

Avantgarde Uno – een State of the art weergever

Wednesday, August 3rd, 2011

‘Ik hoef het beeld alleen van het overtollig steen te bevrijden’, sprak de beeldhouwer Auguste Rodin, toen hem iets over een van zijn kunstwerken werd gevraagd. In navolging van zijn grote voorbeeld Michelangelo, wist deze erfgenaam der Barok en tegelijkertijd erflater der moderne plastiek, menselijke figuren ‘uit steen te verlossen’ op een wijze die aannemelijk maakt dat geen ander resultaat denkbaar zou zijn. Het is een soort van onvermijdelijkheid die wij ook ondervinden in de muziek van Ludwig von Beethoven.

Iets dergelijks ervoer ik ook bij het zien en horen van de Avantgarde speakers, die ik een tijd geleden voor het eerst hoorde bij Audio-Life in Buren. Ik was direct onder de indruk van de verpletterende live presentatie en probeerde me in te beelden hoe deze jongens bij mij thuis zouden klinken. Interessant in deze is dan ook de definitie dat Avantgarde Acoustic van het begrip puurheid geeft, in verband met hun producten: “Een functioneel ontwerp dat noodzakelijkerwijs ontstaat uit zijn toepassing.”

De voorhoede

Avant-garde is sedert de jaren ’20 van de vorige eeuw een gebruikte term ter aanduiding van internationaal gerichte groepen revolutionaire kunstenaars, die experimenteren met nieuwe kunstvormen en de artistieke procedés van hun voorgangers radicaal afwijzen. De term werd voor het eerst toegepast op een groep links-pacifistische kunstenaars die in 1916 bijeenkwamen in het Cabaret Voltaire te Zürich. Sindsdien wordt de term gebruikt voor een aantal groepen van vernieuwers, van voor de Tweede Wereldoorlog. De term kan eigenlijk gebruikt worden voor elke vooruitstrevende groep kunstenaars die breekt met de traditie en kan het best toegepast worden op een bepaalde levensopvatting, of meer specifiek voor een kunstenaarshouding waarin het experimenteren met nieuwe vormen centraal staat.

Precies die pioniersgeest ademt het Duitse Avantgarde Acoustic ook uit. Een bezoek aan hun website maakt dat snel duidelijk. Het bedrijf stond vorig jaar onder een nieuw motto op de High-End show in München: “Purity meets Performance”; een bedrijfsfilosofie die op bewonderingwaardige wijze in alle speakersystemen is doorgevoerd. Dus ook in het hier geteste model: de Uno. Er zijn diverse modellen in het programma, maar dit is het instapmodel en het ligt dan ook voor de hand dat er nog een Duo en een Trio is. Verder is er nog een geheel actief speakersysteem, de Solo en een indrukwekkende bashoorn.

Uiteindelijk nam ik contact op met Number 4; de importeur van Avantgarde en werden de 70 kilo zware speakers in delen in mijn huiskamer gebracht en in elkaar gezet. Dat verliep allemaal rimpelloos en toen de eerste speaker was geplaatst werd dan ook de gepaste kreet geslaakt: “Uno!”.

De afwerking is fantastisch en het design zou wat mij betreft in aanmerking komen voor een grote prijs. Juist omdat het qua design geen alleman vriendje is. Ik was in elk geval geheel overdonderd door de vormgeving. Het is opvallend in z’n eenvoud en dat maakt het zo bijzonder. Toch zijn er mensen die deze speakers om onbegrijpelijke redenen wanstaltig noemen. Verder zijn de Avantgardes in allerlei kleuren te krijgen, opdat er een goede afstemming mogelijk is met de omgeving waar ze komen te staan.

De Uno heeft een 20 inch sferische hoorn die het gebied weergeeft van 300 Hz tot 3 kHz. Daarboven neemt een 5 inch hoorntweeter het over. Het laag wordt actief gedaan met aparte 250 watt versterkers in het baskabinet, die twee 10 inch drivers per kant aansturen. Er is dus alleen een versterker nodig voor het midden en hoog. Deze beide hoorns hebben bij elkaar een gevoeligheid 104 dB en kan er met slechts enkele watts een orkaan aan geluid geproduceerd worden.

Funcionaliteit

Functioneel en logisch zijn de Avantgardes ook. Aan elke hoek van de speaker kan eenvoudig de hoogte ingesteld worden en derhalve de luidspreker laten kantelen of overhellen, wat erg veel invloed op het stereobeeld heeft. Evenzo is het mogelijk het werkgebied van de hoorns in te stellen. Aangezien het laag actief is, kon ik het goed aanpassen. In mijn huiskamer bevindt zich een lichte vorm van compressie die mij in sommige gevallen parten speelt. Maar dus niet in het geval van de Avantgardes. Ook bleken ze niet overmatig kritisch bij het plaatsen. Wel gaat er enige tijd zitten ik het in- en uitdraaien en het naar voren en achteren laten hellen van de speakers. Eenmaal naar tevredenheid opgesteld, kon het luisteren beginnen. Voor het midden en hoog gebruikte ik mijn ‘old warhorse’ de EL84 single ended buizen versterker. De Philips SACD 963 gebruikte ik zowel als bron en als loopwerk voor mijn NOS DAC’s.

Speaker bekabeling was aanvankelijk een solidcore type van AudioQuest. Ik begon hiermee omdat uit mijn ervaring sommige hoornsystemen wat nadruk kunnen hebben in het midden tot het midden-hoog. Deze ‘bruin’klinkende kabel zou dat dan moeten neutraliseren. Maar al gauw bleek dat dat niet nodig was, omdat deze weergevers een toonbeeld zijn van neutraliteit. Later werd dan ook de Heimdall van NordOst gebruikt die in mijn ondervinding volstrekt neutraal en homogeen klinkt en een mooie match bleek met de Avantgardes. Dat bleek wel uit Martes van Murcof. Het laag was aanzienlijk sneller en preciezer en toch kon ik zelfs nog wat extra laag bijdraaien.

Luisteren

De ritmische potentie was wat me als eerste opviel. Zo was Dancing Girls op Human Racing ongekend elastisch en snel. In het begin wilde ik echter vooral overdonderd worden en selecteerde daar dan ook mijn muziek op. Om een paar voorbeelden te noemen: Ouverture 1812 van Tchaikovsky, De IJzergieterij van Mosolov, de Scytische Suite van Prokofiev en het Requiem van Berlioz. Ik wilde echter aftrappen met iets zeer passends: Requiem für einen jungen Dichter van Bernd Alois Zimmermann. Deze Duitse componist die in 1967 vrijwillig uit het leven stapte, heeft een klein maar interessant oeuvre nagelaten. Belangrijker evenwel voor dit thema is, dat hij behoorde tot de Avantgarde.

Dit Requiem is een huiveringwekkend document, met een uitdrukkingskracht die de omschrijving bijna tart. Het is een Gesamtkunstwerk voor groot orkest, drie koren, solisten, sprekers, jazz combo, orgel en elektronische tapes met citaten van de grote filosofen en literatoren en geluidsfragmenten van belangrijke gebeurtenissen uit de vorige eeuw. Het slot met citaten uit o.a. Beethoven’s negende, Hey Jude van de Beatles en Joseph Goebbels’ opzwepende redevoering over de totale oorlog in februari 1943, kwam mijn huiskamer binnen op een manier die bijna fysiek was. Dat kwam niet in de laatste plaats door de luisterrijke stage die de Uno’s neerzetten.

Bij Mosolovs IJzergieterij was het net of dat de roestige fabrieksdeuren opengingen en we de arbeiders aan het werk zagen met de bewerking van het metaal. De natuurlijke resonantie en het geweld van deze noeste arbeid, was adembenemend. Zo groots en imposant! Even groots was Bruckners achtste. Wanneer de slotpassage in de finale aanbreekt, zou men bijna tot het Christendom bekeerd worden. Geen enkele stichtende literatuur of exegese kan overbrengen wat Bruckners kunst doet in deze. Het koper was pregnant en massief zonder dat het op de oren ging staan. Zelfs op geluidsvolumes die we elkaar doorgaans niet willen aanbevelen.

In de praktijk bleken de Avantgardes alles te kunnen. Groot waar het groot, klein waar het klein moet zijn. Ook kamermuziek in alle combinaties werd op de juiste schaal gepresenteerd. Zeer intiem was bijvoorbeeld Francks sonate. Chung had de correcte afbeelding en Lupu’s piano stond vrij in de ruimte zonder kleuring. Wat me keer op keer opviel was dat ik na ieder afzonderlijk stuk muziek, niet direct naar het volgende stuk ging. Blijkbaar was er behoefte aan rust of zelfs verwerking. Bijkomen moest ik ook van Poulencs Orgelconcert. Deze orgelthriller was een ervaring op zich met de Uno’s. Buitengewoon veel micro-informatie bespeurde ik op deze opname. De lucht die door de pijpen stroomt, de kleppen, de ambiance: alles was aanwezig.

Maar de realistische weergave had ook een duidelijke schaduwzijde. Om maar even af te dalen naar triviaal amusement: mijn kinderen hadden op Playstation 3 de grootste schik met deze alleseters. Call of Duty was zo realistisch dat we ons moeten afvragen of dit soort spellen nog wel verantwoord zijn. De kogels en granaten vlogen me om de oren op een manier die ik niet gewend was. De kroost vond het uiteraard geweldig, maar ik voelde me wat ongemakkelijk. Het kwam allemaal zo dichtbij…

Conclusie

Ja, ik ben inderdaad enigszins uit mijn sokken geblazen. Met lede ogen zag ik dat de Uno’s weer werden opgehaald. Ik heb dan ook bewust een week gewacht met het weer aansluiten van mijn eigen speakers. Ik kan volstaan met te zeggen dat dit de meest indrukwekkende luidsprekers zijn die ik de laatste jaren gehoord heb. De Avantgardes waren dynamisch, groots, intiem en tegelijkertijd spectaculair zonder dat het een kermis werd. Ook het design droeg bij aan de muziekbeleving. Deze weergevers zijn inderdaad ware kunststukken en ik vraag me af hoe de topmodellen klinken…

Emile Stoffels

Gebruikte CD’s:

Tchaikovsky – Ouverture 1812/Philips;
Mosolov – IJzergieterij/Decca;
Prokofiev – Scytische Suite/DG;
Berlioz – Requiem/Philips;
Zimmermann – Requiem für einen jungen Dichter/Wergo;
Franck – Sonate voor Viool en Piano/Decca;
Martinu – 4de strijkkwartet/Briljant Classics;
Poulenc – Orgelconcert/Erato;
Jungen – Symphonie Concertante/Telarc;
Nik Kerhaw – Human Racing/MCA;
King Crimson – Three of a perfect pair/EG records;
Genesis – A Trick of the Tail/Virgin 2007 remix;
Murcof – Martes/ Leaf Spain

Prijs: €13.500,-

Informatie: http://www.avantgarde-acoustic.de/

« Previous Entries