Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

« Vorige berichten

DUTILLEUX / DEBUSSY – Tout un monde lointain

Sunday, November 13th, 2016

dutilleuxDUTILLEUX DEBUSSY
Tout un monde lointain
Emmanuelle Bertrand (cello) Pascal Amoyel (piano)
Luzerner Sinfonieorchester, James Gaffigan
Harmonia Mundi HMC902209 DDD 47’

Waardering: 9

Harmonia Mundi komt hier met een uiterst boeiend Frans programma. Om te beginnen de cello sonate van Debussy uit 1915. Echter, centraal in dit programma is het voor Mstislav Rostropovich geschreven cello concert. ‘Tout un monde’ wordt beschouwd als een van de belangrijkste 20e-eeuwse bijdragen aan het cello repertoire en genoeg bekende cellisten hebben het al opgenomen. Elk van de vijf delen werd geïnspireerd door een citaat van Charles Baudelaire en het algemene gevoel dat dit werk oproept, is het mysterie van de droom. Het is een ontegenzeggelijk spirituele ervaring en dat komt zeker ook door de uitvoerenden. Emmanuelle Bertrand speelt met veel toewijding en zit geheel in de materie, maar ook Gaffigan en het Luzerner Sinfonieorchester hebben er zin in, zo te horen. Op het puntje van mijn stoel zat ik ook met de ‘Trois Strophes sur le nom de Sacher’ waarin we in het eerste deel een citaat horen uit het derde deel van Bartoks Muziek voor strijkers, slagwerk en celesta. Bertrand weet de tomeloze energie van deze stukken, probleemloos over te brengen. De hoeveelheid muziek is met 47 minuten wel wat aan de karige kant, maar de opname is fenomenaal: een enorm diep en breed stereobeeld vol kleur, dynamiek.

Emile Stoffels
Luister Magazine

ETUDES – DEBUSSY • BARTOK • PROKOFIEV

Monday, August 1st, 2016

13009_1ETUDES
DEBUSSY • BARTOK • PROKOFIEV
Garrick Ohlsson
Hyperion CDA 68080 DDD 66’38

Waardering: 8

Hyperion komt hier met een uiterst boeiend programma uit een fascinerende tijd: de Etudes van drie grootmeesters voor het klavier. Blij ben ik met de Etudes op. 2 van Prokofiev. Reeds in zijn prilste werken is al te horen dat hij gruwelde van imitatie en alles wat niet oorspronkelijk was. Zo ook zijn rebelse Etudes uit 1909. Het zijn – voor die tijd zeker – provocerende stukken en veeleisend voor de uitvoerende bovendien. Maar Ohlsson slaat zich ogenschijnlijk moeiteloos door de lastige materie heen. Evenzo ben ik blij met de weinig uitgevoerde en opgenomen Etudes op. 18 van Bela Bartok uit 1918. Deze stukken laten duidelijk Bartoks verwijdering van Debussy horen en gaat al wat meer richting atonaliteit. Ohlsson laat ons horen dat deze Etudes zich moeiteloos kunnen meten met die van Debussy, op het gebied van virtuositeit. Voor wat betreft de Etudes van Debussy, is het moeilijk kiezen tussen Ohlsson en Goerner op Zig Zag Territoires. Goerners gaf een uitgekiende selectie van de Etudes en zijn spel is enorm verfijnd. Ohlsson daarentegen is bont en krachtig. Doorslaggevend zou kunnen zijn dat deze Hyperion cd een breder programma biedt, dan de genoemde Zig Zag. Hoe dan ook, dit is een kostelijke cd en sympathiek klinkend bovendien.

Emile Stoffels
Luister Magazine

DE FALLA – Luis Fernando Pérez

Thursday, March 17th, 2016

La Falla Mirare264DE FALLA
Basque National Orchestra • Carlo Rizzi
Luis Fernando Pérez, piano
Mirare MIR 219 DDD 56’00

Uitvoering **** | Opname ****

Ook Spanje heeft een zeer rijke en gevarieerde volksmuziek van grote oorspronkelijkheid en vol van ritmische eigenaardigheden. Deze Zigeuner en Arabische overblijfselen zijn in Falla’s kunst – zowel melodisch als harmonisch – dan ook goed te horen. Een taal die omschreven kan worden als enerzijds lyrisch, maar die tegelijkertijd hand in hand gaat met een felle droge klank en ritmiek. In Noches en los jardines de Espana geven deze drie symfonische impressies een prachtige staalkaart van Andalusische volksmuziek en herinneringen aan Debussy. Luis Fernando Pérez speelt op deze mooie schijf met beroemde werken, uiteraard een ‘thuiswedstrijd’ en doet volledig recht aan De Falla’s kleurenspel vol spitsvondigheden en wendingen. En dat geldt ook voor het Baskisch Nationaal Orkest, die spelen of het leven ervan afhangt. Van El amor brujo, met het beroemde “Danza ritual del Fuego”, is hier de suite voor piano opgenomen. De Falla publiceerde het in 1921. Verder op deze opname het bekende El sombrero de tres picos en Fantasia Bética, die door Rubinstein in 1920 in New York ten doop werd gehouden. Een kolfje naar de hand van Pérez en de zijnen. Deze Mirare opname is zoals wel vaker, zeer geslaagd en klinkt aanstekelijk.

Emile Stoffels
Luister Magazine

SCHUMANN • CLARKE • VIËTOR – Piano Trios

Tuesday, June 23rd, 2015

SCHUMANN • CLARKE • VIËTOR
Piano Trios
Storioni Trio
ARS production ARS 38 162 SACD DDD 64:55

Uitvoering **** | Opname ***

We kunnen vooral blij zijn, dat deze cd volledig is gewijd aan vrouwelijke componisten. Men kan alleen maar diep respect voelen, voor dit soort heldinnen die lijnrecht ingingen tegen de gevestigde sociale opvattingen van die tijd en daarbij dan ook nog eens hogeschool werk afleverden. Petje af! Een vrouw behoorde in die tijd niet te toondichten, maar creativiteit en het scheppen van lijn en kleur laat zich nu eenmaal niet insnoeren door externe factoren. Dat wordt dan ook wel duidelijk, wanneer we naar het trio uit 1921 van Rebecca Clarke luisteren. Het is of dat we met een stuk van Maurice Ravel van doen hebben. Een vrouwelijke Ravel dus met een vleugje Debussy, die hier en daar Bartokiaanse stijlmiddelen gebruikt (glissando’s). Onbegrijpelijk dat ze haar werk nauwelijks gepubliceerd kreeg. Genieten is het ook met de twee aanstekelijke werken van Alba Rosa Viëtor, die op deze schijf hun wereld première opname krijgen. Wat ben ik blij met deze muziek en het Storioni Trio geeft vol gas. Ten slotte mist Clara Schumanns trio, vergeleken met de recent verschenen opname door het Swiss Piano Trio op Audite, net wat warmte. De registratie mist in z’n geheel wat kleur en volheid, maar laat dat de muziekliefhebber niet weerhouden, want het belang van deze schijf is hoog.

Emile Stoffels
Luister Magazine 703

DEBUSSY meets CHOPIN

Wednesday, April 8th, 2015

Debussy Chopin PerianesDEBUSSY meets CHOPIN
…les sons et les parfums
Javier Perianes
HARMONIA MUNDI HMC 902164 DDD 71:24 + 1 DVD

Uitvoering ***** | Opname ****

Het mag als bekend worden verondersteld dat Chopin een grote invloed heeft gehad op generaties na hem en zeer zeker ook op Debussy. Echter, de verbinding die gelegd wordt op deze cd tussen de twee genoemde grootheden, is opmerkelijk. Ook hier staat – net als de bespreking van Schumann en Janaček door Joathan Biss ergens anders in dit nummer – de programmering in dienst van die verbinding. Alleen met dit verschil, dat er evenveel stukken van Debussy worden gespeeld als van Chopin. Zodoende kan Javier Perianes de stukken echt tegenover elkaar zetten en de artistieke rode draad trekken. Is dit een nieuwe trend aan het worden? Hoe dan ook, deze set heeft mij volledig overtuigd. De bijgevoegde DVD is alleraardigst met ruim een kwartier aan interviews. Maar ook gezien als product is deze set helemaal af en heeft het door de uitleg in het boekje en de DVD, ook een toegevoegde educatieve waarde. De uitvoering is fenomenaal en Perianes lijkt inderdaad een vleugel te gebruiken, waarin geen hamers worden gebruikt (zie de DVD). Het spel is geschakeerd, vloeiend en spannend, maar tegelijkertijd mild. De opname heeft een voortreffelijke klankbalans en de vleugel staat mooi in de ruimte, zonder dat het te ver weg klinkt.

Emile Stoffels
Luister Magazine 702

STRAVINSKY • DEBUSSY • RAVEL – Scholtes & Janssens

Sunday, March 15th, 2015

Scholtes Janssens Paris202STRAVINSKY • DEBUSSY • RAVEL
PARIS!
Piano Duo Scholtes & Janssens
ET’CETERA KTC 1497 DDD 63:45

Uitvoering **** | Opname ****

Stravinsky bewerkte zowel zijn eerste versie als zijn gereviseerde versie van Petrushka voor piano vier handen. Hij nam beide dus serieus. Het duo Scholtes & Janssens zegt in het boekje: “Tijdens onze ontdekkingsreis van dit werk hebben we ons in zowel de orkest- als de pianoversie verdiept. Naar aanleiding hiervan hebben wij enkele kleine veranderingen aangebracht in de vier-handenversie van Stravinsky, om zo een betere verklanking van de orkestrale kleuren te kunnen benaderen.” Mijn voorkeur gaat uit naar de orkestversie, maar zoals wel vaker geeft een transcriptie naar piano veelal meer inzicht in motieven en melodieën die normaal in een orkestversie wat ondergesneeuwd raken. Dat is bij dit duo zeker het geval. Ondanks dat Ravels’ Rapsodie espagnole in de gebruikelijke orkest uitvoering veel kleur heeft, is het met de pianoversie vierhandig bepaald niet behelpen. Per slot is die versie ook de oorspronkelijke. De opname had wat mij betreft ietsje droger mogen zijn, maar neemt niet weg dat deze cd erg geslaagd is. Mooie accurate uitvoeringen door een duo dat als een eenheid speelt. Mijn recensie exemplaar heeft overigens een tik tijdens track 4 op 6:42 en ik vermoed dat deze fout in de productie zit.

Emile Stoffels
Luister Magazine 702

Martha Argerich and Friends

Tuesday, December 23rd, 2014

ArgerichMartha Argerich and Friends
Live from the Lugano Festival 2013
WARNER CLASSICS 0825646312207 DDD 58.13 / 62.26 / 66.11

Uitvoering **** | Opname ***

Sinds 2004 nodigt Martha Argerich jonge veelbelovende talenten uit, voor recitals en masterclasses met hun oudere collega’s. Over de keuze van dit programma kan men het hebben. Ik vond het in ieder geval voor een goed deel interessant, met een voorkeur voor de tweede en derde schijf. De tweede begint met de sonate voor viool en piano van Ottorino Respighi. Die heeft hier door Capuçon en Piemontesi het zelfde gewicht en autoriteit als die door het koppel Chung en Zimerman op DG, hoewel Chung toch wat meer vernuft laat horen in haar spel en dan vooral in de dubbelgrepen. Verder horen we de niet zo vaak uitgevoerde La lugubre gondola van Liszt voor viool en piano. Hij schreef het in Venetië eind 1882, nadat hij een voorgevoel kreeg (net als Bruckner) dat Wagner spoedig zou sterven. De cd eindigt met de in een nacht geschreven cello sonate van Shostakovisch uit 1934. Verder is het redelijk genieten op derde cd, met de postume vioolsonate van Ravel en de Petite Suite voor piano vierhandig van Debussy. De set besluit met het Carnaval des animaux. Het gehele programma in aanmerking genomen is zonder meer onderhoudend, maar ook niet meer dan dat.

Emile Stoffels
Luister Magazine 701

HINDEMITH – Complete Viola Works

Sunday, October 19th, 2014

HINDEMITH
Complete Viola Works
Vol. 2: Sonatas for Viola, Piano and Solo Viola
Tabea Zimmermann, Viola Thomas Hoppe, piano
Myrios Classics MYR 011 SACD DDD 65’25/52’02

Uitvoering / Opname ***** / *****

Eerder bespraken we vol. 1 in deze serie van Hindemiths werken voor altviool en was ik zeer gecharmeerd van Zimmermanns vertolkingen. Dat is nu niet anders. En wéér ben ik onder de indruk van Hindemiths muziek voor altviool. Hij schreef deze werken vooral toen hij door Europa reisde als altist, van het door hem opgerichte Amar Kwartet. Veelal schreef hij in de trein of in de hotelkamer. Hindemith heeft in een razend snel tempo een enorme hoeveelheid werken geschreven en critici vinden dat er nogal wat kaf onder het koren zit. Iets dat vaak hand in hand gaat met veelschrijvers. Hoe dan ook, ik ben het kaf nog niet tegengekomen. De Sonate voor viool en piano opus 11 nr. 4. uit 1919 waar de cd mee aftrapt, is tevens een van de hoogtepunten van deze dubbel cd. Een juweel met opvallende verwijzingen naar de taal van Debussy en Reger. Aangenaam verrast was ik ook door de solo sonates voor altviool. Vooral op. 11 nr. 5. Geen makkelijke opgave voor een toondichter om met slechts één instrument de aandacht van de luisteraar vast te houden. Slechts de Goden kunnen dit. En ook hier – net als de grandioze sonate van Bartok – die onvermijdelijke verwijzing naar Bachs sonate BWV 1004. Hoe kan het ook anders! Zimmermanns rijpe visie en spel staan volledig in dienst van de muziek. Kortom: een uiterst boeiend altvioolprogramma en ofschoon er reeds soortgelijke programma’s zijn uitgegeven door ASV, ECM en BIS, kan ik me niet voorstellen dat die Zimmermanns gestelde norm overtreffen. De SACD opname is net als de volume 1, ronduit voortreffelijk. Vooral bij de solo sonates, ademt de opname een weldadige rust uit.

Emile Stoffels
Luister Magazine 700

Nederlandse muziek bij Nederlandse symfonieorkesten 1945-2000

Friday, August 22nd, 2014

Nederlandse muziek bij Nederlandse symfonieorkesten 1945-2000
Auteur: Emanuel Overbeeke
ISBN: 978-90-75879-60-5

In November 1969 werd de opmaat van een concert van het Concertgebouworkest verstoord door een groepje componisten met o.a. Peter Schat, Louis Andriessen en Reinbert de Leeuw. Zij protesteerden tegen het feit dat de orkesten veel te weinig hedendaagse muziek brachten. Echter, een eerste inventarisatie van de uitvoeringen van Nederlandse muziek door Nederlandse orkesten op basis van publicaties van Donemus, deed vermoeden dat er na 1970 eerder minder dan meer hedendaagse muziek werd gespeeld.
Deze en andere feiten waren voor Emanuel Overbeeke aanleiding zich meer structureel te verdiepen in de vraag, wat de professionele Nederlandse symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 gedaan hebben aan de verbreiding van de Nederlandse Muziek. Overbeeke onderzocht het beleid van de orkesten in deze periode in de context van de rol van de overheid, de gecomponeerde muziek, de publicaties erover en de opstelling van Donemus; de uitgever van de meeste door de orkesten gespeelde muziek.

Aan de hand van de programmalijsten heeft Overbeeke vast kunnen stellen hoe ongeveer twintig Nederlandse professionele symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 omgingen met werken van Nederlandse componisten. Ook ging hij na in hoeverre de orkesten moeite deden dit repertoire aan de man te brengen en hoe het publiek erop reageerde. Evenzo beschrijft hij de reactie van de orkesten op nieuwe muziekstijlen en de komst van ensembles voor kleinere bezetting. Hij zocht dan ook naar antwoorden op onder andere, de volgende vragen: Wat speelden de Nederlandse professionele symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 aan orkestmuziek van eigen bodem? Welke componisten werden tussen 1945 en 2000 het meest gespeeld? Welke typen componisten waren wanneer ‘in’ en wanneer ‘uit’? Wat zijn bij deze kwesties de overeenkomsten en verschillen tussen de orkesten? Welke verschuivingen in het repertoire hebben zich in deze ruim vijf decennia voorgedaan?
Omdat de programma’s van de orkesten de basis vormen voor dit onderzoek, is aan het boek een cd-rom toegevoegd met daarop alle programma’s met één of meer Nederlandse werken. Ook zijn overzichten van de meest gespeelde componisten per orkest en per tijdvak opgenomen.

Overbeeke houdt zich in zijn dissertatie bezig met de kernvraag: hoe zijn wij omgegaan met onze eigen componisten en muziek? Het belang van dit proefschrift lijkt me duidelijk en programmeurs en artistiek leiders, zullen hier graag notie van nemen.

Emanuel Overbeeke is musicoloog en dit boek is de handelseditie van zijn proefschrift. Eerder publiceerde hij onder meer boeken over Stravinsky, Chopin, Debussy, Vestdijk en de muziek, en Entartete Musik.

Emile Stoffels
Luister Magazine 699

DEBUSSY – Nelson Goerner

Saturday, April 26th, 2014

DEBUSSY
L’isle Joyeuse • Images Book I • Etudes Book II • Estampes
Nelson Goerner, piano
Zig Zag Territoires ZZT326 DDD 62’05

Uitvoering / Opname ***** / *****

In Frankrijk werd aan het eind van de 19 de eeuw de behoefte om te vernieuwen sterker gevoeld, dan waar ook. Toch zocht men juist aansluiting bij de oude Franse meesters der klavecimbelmuziek uit de 18 de eeuw. Het was dan ook Debussy’s bedoeling om “aan de Franse muziek haar oorspronkelijke lenigheid en bevalligheid terug te schenken. Niet door middel van oude werkwijzen, doch door scheppende vernieuwing.” Debussy’s klaviermuziek is hierin representatief. De Argentijn Nelson Goerner schenkt ons een intelligente recital en niet zomaar een willekeurige selectie uit de Images en de Etudes. Uit de eerste bundel van Images is het “Reflets dans l’eau” het belangrijkst, maar ook het “Hommage à Rameau” is terecht gekozen door Goerner. Ook is er een uitgekiende selectie uit de twaalf Etudes, maar Goerner trapt af met de Estampes. Dit pianostuk is een raadsel, maar vernieuwend naar vorm en inhoud dat zich verzet tegen iedere analyse. De meester zei hier zelf over: “ik tracht aan de hand van de werken, inzicht te krijgen in de veelvuldige aanleidingen welke deze werken hebben doen ontstaan en wat zij aan innerlijk leven omsluiten. Is dat niet veel belangwekkender dan het spelletje, dat erin bestaat de kunstwerken uit elkaar te halen, alsof het uurwerken waren?” Gewoon lekker luisteren dus. Dat is precies wat de Goerner er uit heeft gehaald. Ook het L’isle Joyeuse is een genot om naar te luisteren.  Zijn spel in enorm verfijnd en geschakeerd. Goerner neemt ons mee in de verdroomde klank, de ijle tinten van het Debussyisme. Hij ontsluit voor ons de pastelwereld en de vergezichten van Claude Debussy. Het is de wereld die ruist, af- en aanzwelt en tegelijkertijd zo klaar is. De opname is uitstekend in balans: niet teveel galm en niet te droog. Hoogste lof voor deze CD.

Emile Stoffels
Luister Magazine 697

« Previous Entries