Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

De wederopstanding van vinyl – een met gewicht

Thursday, May 26th, 2011

De wederopstanding van vinyl – een met gewicht

Ofschoon langspeelplaten nooit echt helemaal weg zijn geweest, mag er tot op zekere hoogte toch wel gesproken worden van een comeback. De echte fijnproevers hebben er overigens nooit afscheid van genomen en met goede reden, want de plaat beschikt toch over een aantal charmes. Collega Ad Bijleveld wekte met de Clearaudio draaitafel in het vorige nummer onze eetlust al op, voor de platenspeler. De wereld der vinyl houdt evenwel niet op bij Clearaudio. Ook liefhebbers met een kleiner budget of die niet een dergelijke diepte investering willen doen, kunnen veel plezier beleven aan een platenspeler. Maar vooral het verzamelen van en luisteren naar vinyl is een belevenis.

Toen Robert Schumann eenmaal mijn jonge leven was binnengedrongen, stond de naald van de radio vastgespijkerd op Hilversum 4. Zo nu en dan kochten mijn ouders een plaat en ondanks dat dat meestal de ‘schlagers’ onder de klassieke muziek waren, ervoer ik dat toch als een bijzondere gebeurtenis. De emotionele binding met het zwarte goud werd onomkeerbaar en ik denk nog vaak terug aan de opwinding die ik voelde wanneer ik een LP thuis uit de hoes haalde en op het draaiplateau legde.

Ritus

Wat maakt vinyl voor velen nu zo aantrekkelijk? De mens is afhankelijk van het ritueel en zo dorst de vinyl addict naar het moment dat de naald de groef raakt. Het is een aardig schouwspel wanneer de naald de groeven aftast en we verbaasd staan hoe de muziek met liefde en kunde in het vinyl is gesneden. Het vervaardigen van een plaat heeft dan ook iets weg van een oude gilde.

Voordat de naald het plaatoppervlak correct aftast en de platenspeler de ware kwaliteiten van vinyl ontbloot, zal men de nodige tijd moeten investeren in de afregeling: waterpas, juiste toerental, fouthoek van het element, armhoogte, etc. Met de laatste parameter kan zelfs tot op zekere hoogte ook nog de klank getuned worden. Zodra deze vaardigheden beheerst worden, kan men ook eens gaan denken aan een upgrade van het element. Ook dit kan een buitengewoon boeiend avontuur zijn, aangezien er fikse stappen in aftastprestaties gemaakt kunnen worden. Zelfs op een punt, dat we versteld staan over wat er nog aan micro informatie in die groef zat.

Evenzo zal men de verworven zwarte schijf moeten onderhouden, ja zelfs liefkozen om het stof en krasvrij te houden. Dit noodzakelijke doch vermakelijke onderhoud, vormt een amusante interactie tussen ons en het medium. Ook op lange termijn.

Warm bad

De algemene klank van de plaat is iedere keer opnieuw een warm bad, vergeleken met de CD. Bij de laatste gaat veelal het middengebied toch ‘op de oren staan’, waardoor er relatief sneller luistermoeheid optreedt. Met name de strijkers vormen dikwijls een goede lakmoesproef. Te vaak horen we in dat geval bij de CD iets synthetisch in de hogere frequenties, ondanks dat meettechnisch de CD superieur zou moeten klinken. Het vinyl behoudt dan een soort van luchtigheid en glans, die wij kennelijk als behaaglijk ervaren. Ook in de lagere frequenties is de plaat veelal wat volumineuzer (niet noodzakelijkerwijs beter) waardoor er een volslanke klankbalans ontstaat die veel luisteraars als ‘warm’ ervaren.

The real thing

Daarbij kan men naar een LP ook als totaalproduct kijken. Het CD boekje volstaat qua informatie, maar met een prachtige platen hoes hebben we echt iets in handen. Zelfs al zou de muziek en/of de uitvoering niet naar de zin zijn, dan nog zwicht men gemakkelijk voor de vaak prachtige voorstelling op de hoes. Neem bijvoorbeeld die van Schoenbergs viool- en pianoconcert onder Kubelik, of het mooie ontwerp van Thomas Hart Benton voor de symfonie van Roy Harris. En laten we eerlijk zijn: of dat Martha Argerich nu op een klein CD hoesje staat of levensgroot op de voorkant van een LP, maakt toch wel iets uit…
Ook veel jonge consumenten onderkennen inmiddels deze kwaliteiten en zien de grammofoonplaat dan ook als een waar collectors’ item.
Tenslotte is er nog een groep verzamelaars die alle antiquariaten en beursen afloopt, op zoek naar de heilige eerste persing. Deze bijna agressieve verzamelwoede bespeurde ik eens lijfelijk in een Nijmeegs antiquariaat, waar een Aziatische man met het schuim op de mond letterlijk alles stond in te laden waar maar ‘Decca’ op stond. Klaarblijkelijk vindt men het platenlabel belangrijker dan den kunst zelve. Heruitgaven – hoe goed ook – worden door deze ‘first pressing fundamentalists’ uiteraard als inferieur gezien.

Oude wijn in nieuwe zakken

Sinds geruime tijd brengt Speakers Corner – onder licentie van de oorspronkelijke maatschappijen – door hen zelf geselecteerde titels opnieuw uit op het zwarte goud. Ook Clearaudio doet dat al enige jaren. Er is inmiddels een aardige catalogus ontstaan met diverse items van Deutsche Grammophon, Decca en Philips etc. heruitgegeven op 180 gram kwaliteitsvinyl en ik kan me met de beste wil van de wereld niet voorstellen dat er bij die producten net zo veel kwaliteitstrooiing is, als bij de oorspronkelijke productie persingen en heruitgaven uit het verleden. Gezien de kwaliteitsuitstraling, de oplage en de afwerking kunnen we daar m.i. gerust over zijn. Ofschoon men altijd van mening kan verschillen over de uitvoeringen bij dergelijke heruitgaven, zijn er niettemin onder deze audiofiele reissues ware parels te vinden.

Omdat Speakers Corner toegang heeft tot de archieven van veel labels, probeert het altijd de originele mastertapes op te sporen. Als die niet te vinden zijn, gebruikt men bij hoge uitzondering een eerste generatie kopie om de master te snijden. De claim is dat er louter analoge masters worden gebruikt en dat hun cutting engineers enkel de analoge Neumann snijdapparatuur gebruiken. De masters worden overigens op locatie gesneden door oude rotten in hun vak, zoals Tony Hawkins van Decca die nu voor Speakers Corner werkt en vaak nog betrokken is geweest bij het snijden van de eerste master van de oorspronkelijke uitgave.

Het is uiteindelijk de bedoeling met deze heruitgaven zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke intenties te komen van de musici en technici, hoewel die bedoelingen in hun tijd niet mogelijk waren door de technische beperkingen.

Hoezo 180 gram?

Waarmee zou volgens eigen zeggen een Speakers Corner LP zich onderscheiden? Uit ervaring weet ik wat de voordelen zijn van een kwaliteitsuitgave op 180 gram, over een gewone plaat. Ik heb behoorlijk wat van deze types in mijn bezit en ik kan naar alle eer en geweten zeggen dat de hier beneden opgesomde kenmerken in z’n algemeenheid inderdaad kloppen.

Een greep…

De catalogus ontstaat uit suggesties van klanten, dealers, de pers en de internationale distributeurs. Nadat er toestemming is verleend door de betreffende artiest(en), verschijnt de heruitgave. Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden uit die catalogus van Clearaudio en Speakers Corner.

Prokofiev – Pianoconcert nr. 3 Argerich/Abbado op DG. Prokofievs pianoconcerten laten onderling relatief weinig ontwikkeling en groei horen. Toch hebben ze zeer terecht altijd repertoire gehouden, waarvan de derde het meest gespeeld en opgenomen wordt. Van de cycli is Beroff met Masur op EMI weliswaar mijn favoriet, maar van de losse opnames is deze uitvoering een must have. Vooral door de interessante koppeling met Ravels concert.

Schubert – Symfonieën 3 & 8 Kleiber op DG. Hij heeft weinig opgenomenmaar dat zijn dan ook allemaal opmerkelijke uitvoeringen geworden. Zo ook deze ‘Unvollendete’. Iedere keer treft ons de gelaagdheid in zijn interpretaties. Akkoord, er zijn veel opnames, maar die door Kleiber is te bijzonder om te laten lopen.

Brahms – Pianoconcert nr. 1 LondonCurzon/Szellop Decca. Van dit magistrale concert, dat oorspronkelijk als symfonie was bedoeld, zijn veeluitstekende opnames, maar het koppel Curzon – Szell blijft speciaal. Net als de opname, die buitengewoon transparant klinkt.

Dvorak – Symfonie nr. 7 Giulini op EMI. Deze plaat klonk op de oorspronkelijke uitgave al opvallend goed en zal dus nog beter klinken op de 180 gram uitvoering. Uiteraard is de uitvoering doorslaggevend. De inmiddels overleden Giulini heeft ook hier weer die natuurlijke puls met veel oog voor detail, zonder de grote lijn uit het oog te verliezen. Niet te versmaden deze mooie symfonie onder de baton van de meester uit Italië.

Dit is slechts een hele kleine greep uit de mooie catalogus, die iedere keer wat groter wordt. Speakers Corner moedigt op de website haar klanten aan, suggesties te doen voor nieuw te releasen heruitgaven. Of aan al onze wensen wordt voldaan is natuurlijk afwachten, maar als we dat nu met z’n allen doen, zal dat ongetwijfeld helpen. Ik heb al wel een aardig lijstje klaarliggen om in te leveren. U ook?

Emile Stoffels
Luister 675

De Romantiek II

Wednesday, December 29th, 2010

De Romantiek II

Het woord Romantiek is ons in de mond bestorven; het is onmogelijk zelfs bij benadering alles op te noemen wat heden als romantisch wordt gekwalificeerd; Shakespeare of Chopin evengoed als een zesde-rangs film of een van de duizend-en-een romannetjes, die al voor het ter perse gaan verouderd zijn. (Norbert Loeser).

Het mag duidelijk zijn dat de term Romantiek meestal verkeerd wordt gebruikt en begrepen, waardoor de juiste betekenis verloren dreigt te gaan van dit cultuurhistorische verschijnsel, waarvan de wortels al liggen in de 18de eeuw bij de poëzie, literatuur en filosofie. Het fenomeen Romantiek is veel complexer dan de meeste mensen vermoeden en heeft vooral een duistere nachtelijke kant zoals duidelijk blijkt uit de persoonlijke omstandigheden van diverse kunstenaars. De grootheidswaanzin van Wagner, de krankzinnigheid van Schumann, het fantastische van Berlioz, enz.

De grote tegenspeler van Wagner in Duitsland en generatiegenoot van Bruckner was Johannes Brahms (1833 – 1897). Uiteraard had ook hij te maken met de veranderde geestelijke houding in Europa die de componist min of meer dwong om van het traditionele vormschema af te wijken. Zelf behoorde Brahms bij een beweging in de Romantiek die tegen de stroom van de Wagneriaanse school inging en de 18de eeuwse traditie fel verdedigde. Hij trachtte de klassieke stijl te verbinden met de romantische ideeën. Een meester van de intimiteit en de kleine vormen zoals ballade, rapsodie en het lied. Ook wel eens de geniaalste knutselaar genoemd, omdat hij de “grote overgeleverde vorm met louter kleinere eenheden vult”. Dit bracht de grote denker Nietzsche ertoe Brahms’ stijl de “Melancholie des Unvermögens” te noemen.

Puur vormtechnisch gezien, ligt zijn grootste bijdrage in de kamermuziek. Echter, zijn symfonieën zijn toch indrukwekkend. In tegenstelling tot Wagner en Berlioz die het orkest behoorlijk hadden uitgebreid, gebruikt Brahms voor zijn symfonieën niet meer instrumenten dan Beethoven voor zijn negende.
Zijn eerste symfonie wordt wel eens Beethovens 10de genoemd en zou bij serieuze klassieke muziek liefhebbers niet mogen ontbreken. De overeenkomsten met Beethoven zijn duidelijk: de heroïsche strijd en overwinning, dit alles echter op zijn eigen lyrische manier. Het intro grijpt direct aan; het is een weemoedige klacht. Het tweede deel hoort bij Brahms’ mooiste stukken voor orkest, met een prachtige melodie in de hobo. In de finale klinkt wederom Beethoven door: verbroedering.

Er zijn in de loop der tijd heel veel goede uitvoeringen vastgelegd door de grote labels en ze hebben allemaal zo hun charmes. Solti en Chailly op Decca; Jochum, Klemperer en Boult op EMI; Böhm (2 keer), Giulini, Abbado en von Karajan (3 keer) op DG. Er is echter één uitvoering waar ik iedere keer weer op terugval. En dat is die door Haitink (Philips 416 661-1) met het Concertgebouw Orkest in topvorm. Vermeldenswaard is dat de heruitgave – die vreemd genoeg moeilijk te vinden is – een fractie transparanter klinkt dan de oorspronkelijke uitgave. Ofschoon Haitink dan net niet dat weemoedige, klagende, pathetische benadrukt zoals Giulini en von Karajan dat doen, verrast Haitink mij keer op keer door de elastische aanpak. Ritmisch klopt het altijd bij deze man. En een heerlijke opname ook.

Dan de vierde symfonie. De trant van dit mooie werk is wel eens gekarakteriseerd als een herfststemming. Het meeslepende openingsthema spreekt direct aan. De climax op het einde van deel 1 is ingetogen maar gloedvol en waardig. Voor de uitvoering valt hetzelfde te zeggen als voor de eerste symfonie. Opvallend is de opname door Kleiber (DG 2532 003) die een zeer gelaagde uitvoering geeft.

Brahms heeft enorm geworsteld met de symfonie als vorm. Het eerste pianoconcert op. 15 was aanvankelijk als symfonie bedoeld. Men noemt het wel eens symfonie met obligaat klavier. De opening is huiveringwekkend voor romantische begrippen. Het tweede deel hoort bij Brahms’ meest aangrijpende stukken, terwijl het derde deel weer opvalt in edelheid. Ook hier zijn weer heel veel goede uitvoeringen van. Twee uitvoeringen duiken vaak op in het 2de hands circuit: Curzon met Szell (SXL 6023) en Haitink met Ashkenazy (SXDL 7552) beide op Decca en ook nog op de goedkope serie ‘de klassieken’ te vinden.

Bij het schrijven van het Vioolconcert sprak Brahms vaak met violist Joachim over de technische eisen. De laatste introduceerde het werk in verschillende steden. Toch werd het werk over het algemeen een “Konzert gegen die Violine” genoemd. We zijn nu zo’n 130 jaar verder en het heeft terecht repertoire gehouden. Krebbers met Haitink op Philips (6599 435) is er een waar je bijna mee doodgegooid wordt en voor kringloopprijzen, maar wat een geweldige uitvoering! Weer dezelfde lof als voor de symfonieën. Ik zou op vinyl niet verder zoeken. Overigens klinkt de CD erg goed en zit ook in de budget lijn van Philips.

Degene die de grootste en ingrijpendste invloed op Brahms heeft gehad is Robert Schumann (1810 -1856). Wellicht mogen we hem het archetype romanticus noemen. Een romantische dromer, literair begaafd en politiek geëngageerd. Typisch voor deze tijdsperiode: de kunstenaar die zich breed oriënteerde. Een tragisch verhaal van een genie die de dood op relatief jonge leeftijd zou vinden door krankzinnigheid en uitputting. Dit is een van die nachtelijke kanten van de romantiek.
De Manfred ouverture gebaseerd op het dramatische gedicht van Lord Byron is waarschijnlijk zijn mooiste orkestwerk. Schumann zei er zelf het volgende over: “Nog nooit heb ik mij met zoveel liefde en met zoveel concentratie van al mijn krachten aan een compositie gegeven als aan de Manfred”. Literair begaafd als hij zelf ook was, zal hij zich direct aangetrokken hebben gevoeld tot dit gedicht waarin “de demonische held van Byron, een wonderlijk mengsel is van de bespiegelende Faust en de misdadige door wroeging gekwelde Macbeth”, zoals verwoord door Höweller. In deze ouverture horen we inderdaad de verscheurdheid, het bitterzoete en de fatale schoonheid van de Romantiek. Ik persoonlijk denk dat er geen werk in de romantiek te vinden is, die deze nachtelijke aspecten zo voor het voetlicht brengt. Maar ook de nobele fluitmelodie aan het einde laat me iedere keer weer sterven. Er zijn twee uitvoeringen die de zoektocht waard zijn. Barenboim en Giulini beiden op DG. Bij de laatste is goed te horen dat het werk met een opmaat begint. Door kenners een witte raaf onder de orkestwerken genoemd.

Net als Barenboim (DG 2530 940) koppelt Giulini (DG 2532 040) deze ouverture aan de derde symfonie (Reinißche). Een mooiere koppeling kun je je niet voorstellen. Maar er zijn meerdere uitstekende uitvoeringen van deze symfonie. Bijvoorbeeld die door Kubelik ook op DG (138908).  Bernstein (DG 415 358-1) geeft ook op zijn manier weer een bevlogen uitvoering met op kant 2 het pianoconcert op. 54 dat tot de mooiste pianoconcerten hoort. De godin Argerich (DG 415 721-1) met Rostropovich als dirigent, laat weer zien dat dit repertoire voor haar geschreven lijkt te zijn.
In dezelfde Barenboim DG cyclus is de tweede symfonie ook erg mooi (2530 939) en gekoppeld met het weinig uitgevoerde en vastgelegde Concertstuk voor vier hoorns. Een andere interessante optie m.b.t. de tweede is die van Bernstein (DG 419 190-1). Nu is de koppeling met het schitterende Celloconcert, met Maisky als solist. In het werk ontmoet de laatste wel veel concurrentie in de oude rot Rostropovich. De heruitgave in de Klassieken serie (DG 7399 070), klinkt hoorbaar beter dan de oorspronkelijke.
Toch is Schumann vooral ook een kamercomponist geweest. Het Pianokwintet op. 44 is een van de hoogtepunten. Een mooie uitvoering geeft het Alban Berg Kwartet met Entremont op piano op EMI (27 0447-1) een opvallend mooie live opname, met als koppeling het dissonanten kwartet van Mozart. Een ander over het hoofd gezien werkje van Schumann, maar met een ongehoorde schoonheid zijn de drie Romanzen voor hobo en piano op. 94. De enige vertolking die ik op vinyl ken is die door Hansjörg Schellenberger (hobo) en Rolf Koenen (piano) op DG in de Debut serie (2555 013).

De volgende keer zullen we de generatiegenoten van Robert Schumann bespreken. Een generatie die in de kunstenaar een universele verschijning zag. Een tijdsperiode waarin wijsbegeerte, literatuur en poëzie een toenemende invloed uitoefenen op de toonkunst.