Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

« Vorige berichten

CHOPIN Piano Concertos Nos. 1 & 2 – De May

Monday, November 21st, 2016

chopinCHOPIN
Piano Concertos Nos. 1 & 2
Stéphane De May, Piano
Slovak Sinfonietta, Jean-Bernard Pommier
Pavane Records ADW 7571 DDD 74’01

Waardering: 7

Als directeur van het Koninklijk Conservatorium van Luik, doceert Stéphane De May piano aan het Conservatorium van Rotterdam en op het HEMU van Sion in Zwitserland. Na zijn geprezen opname van de complete Nocturnes van Chopin en zijn ontmoeting met pianist-dirigent Jean-Bernard Pommier, kwam deze opname van de twee Chopin concerten tot stand. Over de grote romantische concerten is wellicht genoeg gezegd en geschreven. Vooral de hier opgenomen Chopin concerten mogen toch als het ijzeren repertoire gelden. En uiteraard is er veel concurrentie, maar dat toont maar eens hoe geliefd deze concerten nog steeds wel zijn. We denken aan Argerich, Zimerman, Rubinstein en ga zo maar door. Toch is De Mays spel boeiend en met groots gebaar, hoewel hij pleit voor een getrouwe benadering. Ook de mate van agogiek bevalt mij uitermate en doet me soms denken aan die van Argerich. Kort en goed: wie een hagelnieuwe opname van beide Chopin concerten zoekt, is goed af met deze Pavane CD. De opname is weliswaar niet spectaculair, maar de solist is – zij het soms wat diffuus – mooi ingebed in het ensemble dat uitermate alert reageert op Pommier. De klankbalans is bovendien prettig.

Emile Stoffels
Luster Magazine

VISIONS FUGITIVES – PROKOFIEV MEDTNER CHOPIN

Monday, March 7th, 2016

Visions Fugitives ECM263
VISIONS FUGITIVES
PROKOFIEV MEDTNER CHOPIN
Anna Gourari, piano
ECM New Series 2384 4811157 DDD 61’20

Uitvoering **** | Opname ****

ECM komt hier met een zeer uitgekiend en interessant programma. Om te beginnen, de Visions Fugitives van Prokofiev. Deze zijn geschreven tussen 1915 en 1917 en borduren verder op Debussy’s klavierwereld. Maar er zijn ook duidelijke stippellijnen met de Bagatellen op. 6 van Bartok en de Valses Nobles van Ravel. Helaas worden ze lang niet altijd integraal opgenomen en Anna Gourari laat zien dat dat geheel onterecht is. Dit is Gourari’s tweede opname voor ECM en ze zet de enig juiste atmosfeer en intimiteit neer, in deze miniaturen van Prokofiev. Ook de passie en het heilige vuur in Chopins meesterlijke 3de sonate, deed mij denken aan de jonge Martha Argerich. Evenzo lijkt alles te vloeien onder haar vingers en beschikt ze over een zeer groot kleurenpalet. Het Fairy Tale van Medtner vormt een mooie entr’acte tussen Prokofiev en Chopin. De opname is prachtig met een prima klankbalans en dito akoestiek. Ik heb met erg veel plezier naar deze schijf geluisterd. Van harte aanbevolen!

Emile Stoffels
Luister Magazine

DEBUSSY meets CHOPIN

Wednesday, April 8th, 2015

Debussy Chopin PerianesDEBUSSY meets CHOPIN
…les sons et les parfums
Javier Perianes
HARMONIA MUNDI HMC 902164 DDD 71:24 + 1 DVD

Uitvoering ***** | Opname ****

Het mag als bekend worden verondersteld dat Chopin een grote invloed heeft gehad op generaties na hem en zeer zeker ook op Debussy. Echter, de verbinding die gelegd wordt op deze cd tussen de twee genoemde grootheden, is opmerkelijk. Ook hier staat – net als de bespreking van Schumann en Janaček door Joathan Biss ergens anders in dit nummer – de programmering in dienst van die verbinding. Alleen met dit verschil, dat er evenveel stukken van Debussy worden gespeeld als van Chopin. Zodoende kan Javier Perianes de stukken echt tegenover elkaar zetten en de artistieke rode draad trekken. Is dit een nieuwe trend aan het worden? Hoe dan ook, deze set heeft mij volledig overtuigd. De bijgevoegde DVD is alleraardigst met ruim een kwartier aan interviews. Maar ook gezien als product is deze set helemaal af en heeft het door de uitleg in het boekje en de DVD, ook een toegevoegde educatieve waarde. De uitvoering is fenomenaal en Perianes lijkt inderdaad een vleugel te gebruiken, waarin geen hamers worden gebruikt (zie de DVD). Het spel is geschakeerd, vloeiend en spannend, maar tegelijkertijd mild. De opname heeft een voortreffelijke klankbalans en de vleugel staat mooi in de ruimte, zonder dat het te ver weg klinkt.

Emile Stoffels
Luister Magazine 702

Nederlandse muziek bij Nederlandse symfonieorkesten 1945-2000

Friday, August 22nd, 2014

Nederlandse muziek bij Nederlandse symfonieorkesten 1945-2000
Auteur: Emanuel Overbeeke
ISBN: 978-90-75879-60-5

In November 1969 werd de opmaat van een concert van het Concertgebouworkest verstoord door een groepje componisten met o.a. Peter Schat, Louis Andriessen en Reinbert de Leeuw. Zij protesteerden tegen het feit dat de orkesten veel te weinig hedendaagse muziek brachten. Echter, een eerste inventarisatie van de uitvoeringen van Nederlandse muziek door Nederlandse orkesten op basis van publicaties van Donemus, deed vermoeden dat er na 1970 eerder minder dan meer hedendaagse muziek werd gespeeld.
Deze en andere feiten waren voor Emanuel Overbeeke aanleiding zich meer structureel te verdiepen in de vraag, wat de professionele Nederlandse symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 gedaan hebben aan de verbreiding van de Nederlandse Muziek. Overbeeke onderzocht het beleid van de orkesten in deze periode in de context van de rol van de overheid, de gecomponeerde muziek, de publicaties erover en de opstelling van Donemus; de uitgever van de meeste door de orkesten gespeelde muziek.

Aan de hand van de programmalijsten heeft Overbeeke vast kunnen stellen hoe ongeveer twintig Nederlandse professionele symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 omgingen met werken van Nederlandse componisten. Ook ging hij na in hoeverre de orkesten moeite deden dit repertoire aan de man te brengen en hoe het publiek erop reageerde. Evenzo beschrijft hij de reactie van de orkesten op nieuwe muziekstijlen en de komst van ensembles voor kleinere bezetting. Hij zocht dan ook naar antwoorden op onder andere, de volgende vragen: Wat speelden de Nederlandse professionele symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 aan orkestmuziek van eigen bodem? Welke componisten werden tussen 1945 en 2000 het meest gespeeld? Welke typen componisten waren wanneer ‘in’ en wanneer ‘uit’? Wat zijn bij deze kwesties de overeenkomsten en verschillen tussen de orkesten? Welke verschuivingen in het repertoire hebben zich in deze ruim vijf decennia voorgedaan?
Omdat de programma’s van de orkesten de basis vormen voor dit onderzoek, is aan het boek een cd-rom toegevoegd met daarop alle programma’s met één of meer Nederlandse werken. Ook zijn overzichten van de meest gespeelde componisten per orkest en per tijdvak opgenomen.

Overbeeke houdt zich in zijn dissertatie bezig met de kernvraag: hoe zijn wij omgegaan met onze eigen componisten en muziek? Het belang van dit proefschrift lijkt me duidelijk en programmeurs en artistiek leiders, zullen hier graag notie van nemen.

Emanuel Overbeeke is musicoloog en dit boek is de handelseditie van zijn proefschrift. Eerder publiceerde hij onder meer boeken over Stravinsky, Chopin, Debussy, Vestdijk en de muziek, en Entartete Musik.

Emile Stoffels
Luister Magazine 699

BEETHOVEN & SCHUMANN – Yundi

Monday, July 14th, 2014

BEETHOVEN • SCHUMANN
Piano Concerto No.5 in E flat major Op.73 -“Emperor” • Fantasie in C, Op.17
Berliner Philharmoniker • Daniel Harding • Yundi
DG Classics 481 0710 DDD 67’01

Uitvoering *** | Opname ***

Inmiddels is Yundi’s naam als virtuoos wel gevestigd en bouwt hij nu langzamerhand zijn repertoire uit binnen de Romantiek. Zijn vorige Chopin en Liszt opnames werden bejubeld en ook in deze opname onderscheid de chinees zich, door een vurig en precies spel. In het Beethoven concert krijgt hij niet altijd de rest mee in zijn brandende pleidooi. Harding en de Berliners blijven hierin helaas wat achter en dus ontbreekt de balans een beetje. In het langzame deel is dat minder duidelijk en laat Yundi een opvallend zachte en milde toon horen. In Schumanns fantasie gaat hij uiteraard helemaal zijn eigen gang en het resultaat mag er zeker wezen. Toch lijkt het haast of dat Yundi een beetje de wedijver tussen solist en orkest mist, want hier is hij duidelijk minder nadrukkelijk en assertief. In z’n geheel genomen is deze opname dus niet het laatste woord voor deze topwerken. Bovendien is er erg veel concurrentie binnen deze genres. Vooral Schumann wordt veel opgenomen de laatste tijd en ook zijn er zeer veel goede opnames van het Keizers concert. De opname is schoon maar tevens wat inspiratieloos.

Emile Stoffels
Luister Magazine 699

EINAUDI – Nightbook

Tuesday, July 9th, 2013

LUDOVICO EINAUDI
Nightbook
Hanna Devich, piano
Challenge Classics CC72581 DDD 49’33

Uitvoering/opname ***/***

De Italiaan Ludovico Einaudi mag zich inmiddels in een toenemende belangstelling verheugen. Ik heb pas nog wat elektronische stukken van hem op het net gehoord en moet zeggen dat dat wel werkte. Dit hoegenaamd niet. Hanna Devich heeft nog de euvele moed, om de vergelijking met de nocturnes van Chopin te maken. Maar deze muziek kan onmogelijk in een ademtocht genoemd worden, met die meesterwerken. Het ontbreekt de muziek niet aan sfeer, maar gaat erg snel vervelen. Kunst moet de geest voeden en dat gebeurt hier niet. Vlees noch vis wat mij betreft. De hoeveelheid muziek op deze cd is erg karig: nog geen 50 minuten. Aan de andere kant was deze cd al uitzitten voor mij en moet ik er niet aan denken, dat het nog langer zou duren. De opname en uitvoering zijn in orde, maar eigenlijk doet dat er niet toe. Uiteraard moet de koper beslissen, maar ik zie geen enkel belang in deze cd.

Emile Stoffels
Luister Magazine 690

DEBUSSY – 24 Préludes (orch. Breiner)

Wednesday, June 19th, 2013

ORKEST
DEBUSSY
24 Préludes (orch. Breiner)
Royal Scottish National Orchestra, Jun Märkl
Naxos 8.572584 DDD 76’31

Uitvoering/opname ****/****

“Debussy heeft de luiken van een muffe en lichtloze concertzaal wagenwijd geopend en ons met vergezichten op bloeiende landschappen, op hemel en zee verrast.” Aldus Karol Szymanowski over de Franse grootmeester. Na 1888 breken de vruchtbare jaren van zijn pianomuziek aan en ondergaan we de verdroomde klank, de ijle tinten van het Debussyisme. Een wereld die ruist, af- en aanzwelt en tegelijkertijd zo klaar is… Met de Preludes (voorspelen) schenkt Debussy ons de meest uiteenlopende uitzichten: sprookjesachtige atmosferen, dichterlijke indrukken en visioenen, maar ook spot. Echter, men zou zich – net als bij Chopin – kunnen afvragen: Voorspelen tot wat? Niet tot een Fuga, zoals bij Bach waarmee de Prelude een eenheid vormt. Nee, de Prelude eindigt zoals André Gide terecht zegt “Zoals een vogel neerstrijkt. Alles zwijgt.” Bij ieder stuk heeft de meester een literaire analogie geschreven, die bij de luisteraar ruimte laat tot fantasie, waardoor de preludes voorafgaan aan een dagdroom. Deze juwelen horen we dit keer in de orkestversie van de Slowaakse componist Peter Breiner. Het is niet zo dat de Preludes deze orkestratie nodig hebben, maar het is zeerzeker een welkome aanvulling. Net als de andere opnames uit deze serie, bevalt Märkls aanpak mij uitermate. De opname heeft een aardig diepteperspectief en doet qua klankkleur volledig recht aan de pastelwereld van Claude Debussy.

Emile Stoffels
Luister Magazine 689

Paganini en het artiestendom

Thursday, August 2nd, 2012

“Daar viert de bleke man met de donkere wilde haartooi, dit wandelende skelet met zijn viool, deze duivelsviolist nog steeds demonische triomfen; vrouwen – bij voorkeur jonge mooie adellijke vrouwen – aan de lopende band verleidend en door zijn spel in extase brengend.” Norbert Loeser

“Is het wel verantwoord”, vroeg Loeser zich af “om, de dag waarop Niccolo Paganini werd geboren, te herdenken? Leven hij en zijn werk nog buiten de film en de operette?” Het antwoord daarop is volmondig en zonder ook maar een spoortje van twijfel: JA! Paganini handhaaft zich taai in de muziekgeschiedenis. Was hij de eerste echte artiest en de stichter van het artiestendom? Werd hier de artiestenpose geïntroduceerd met het daarbij behorend uiterlijke vertoon? De over expressie, de maniertjes, de glamour?

De omgekeerde wereld

Als wij op weg zijn en een aanplakbiljet zien dat een concert aankondigt, dan ontgaat ons de naam van de uitvoerende musicus zeker niet. De naam van de componist is evenwel een stuk moeilijker te lezen. Een omgekeerde wereld: de uitvoerende is belangrijker geworden dan de componist. Het kunstwerk en de schepper daarvan, staan in dienst van de uitvoerende. En wat de zaak er bepaald niet gemakkelijker op maakt, is dat we maar al te vaak de termen artiest/musicus enerzijds en componist anderzijds door elkaar gebruiken. Veelal is dat ook geen probleem: Paganini was immers beide, maar dat geldt niet voor iedereen…

De toondichter en zijn tiran

De basis voor deze ontwikkeling werd al vroeg in de Romantiek gelegd. De tijd was aangebroken dat de componist hoofdzakelijk voor de burger schreef. De bourgeoisie met zijn ambities om de aristocratie naar de kroon te steken. De burger die overal in het openbare leven de leiding heeft genomen en tevens verlangt dat er met zijn smaak, behoeften en verlangens rekening wordt gehouden. Onverschillig over welke werken en onderwerpen het gaat: de burger dient het middelpunt van iedere artistieke inspanning te zijn. Hierdoor wordt hij tevens de kleingeestige onderdrukker van de kunstenaar. Tegelijkertijd werd de componist voor de uitvoering van zijn werk, steeds afhankelijker van de welwillendheid van dirigenten, solisten, ensembles etc. Kortom het concertwezen, dat op zijn beurt evenzo rekening moest houden met de smaak van het publiek: de ontwikkeling van het ijzeren repertoire. Nog steeds was er wel een mate van harmonie tussen kunstenaar en publiek; pas later zou er een koude oorlog ontstaan.

De duivelskunstenaar

De belangrijkste figuur op instrumentaal gebied voor Italië in deze periode (1800- 1850) is ontegenzeggelijk Niccolo Paganini. Ook op hem was de oudtestamentische spreuk van toepassing die stelt dat een meester in welk beroep of discipline dan ook, voor koningen zal worden geleid. Van 1805 tot 1813 was hij muziekdirecteur in dienst van Napoleons zuster Elisa Baciocchi, de prinses van Lucca. Deze stad werd in 1805 geannexeerd door Frankrijk en Paganini werd hofviolist. In 1807 werd Baciocchi Groothertogin van Toscane en zodoende verhuisde zij en haar hof naar Florence. Paganini hoorde bij deze entourage, maar tegen het einde van 1809 verliet hij Baciocchi om zijn freelance carrière weer op te pakken.

Ofschoon zijn 24 Caprices voor viool solo waardevolle en bij momenten geniale muziek bevat, zien we hem eigenlijk meer als de onsterfelijke virtuoos, dan als componist. De bewondering van de Schumann’s, Chopin en Liszt bewijzen dat ook hij een groot kunstenaar was, hoewel ook de grote geesten uit het verleden zich soms lelijk kunnen vergissen. Afgezien van Liszt heeft geen virtuoos ooit zo sterk tot de verbeelding van toehoorders gesproken, als Niccolo Paganini. Pas nadat de genoemde meesters hem live gezien hadden op het podium, stippelden zij hun solocarrière uit. Wisten zij welke richting ze op moesten. In Paganini’s werk komen voor het eerst de specifiek muzikale waarden en de elementen van pure virtuositeit bij elkaar.

Echter, hij blijft vooral een verschijning van symbolische betekenis. Zijn wonderlijke uiterlijk en verbluffende techniek, als ook het effectbejag bij zijn optreden schiepen tal van mythen, onder andere dat hij een verbond met de duivel had. Hij was zo’n magiër met zijn viool dat hij – overal waar hij kwam – sensatie teweegbracht. Het effect werd nog eens versterkt door zijn lange, smalle, spookachtige gestalte, zijn wassen gezicht en lange zwarte haar. Hij speelde vrijwel uitsluitend eigen werk, speciaal geschreven om zijn verbluffende viooltechniek te etaleren.

Glamour

Paganini luidde hiermee het tijdperk van het artiestendom in. De ster die alle PR en reclame middelen gebruikt, ter wille van de roem, het succes en de mammon. Dat, wat wij tegenwoordig zo wijdverbreid binnen de popmuziek zien. Maar ook binnen de klassieke muziek, zien wij deze ontwikkeling. De verheerlijking van de uitvoerende musicus in de media en ook in het cd boekje dat we wellicht op dit moment in onze hand houden, neemt inmiddels misselijkmakende vormen aan. De uitvoerende heeft al lang niet meer het voorkomen van een nederige dienaar in dienst van de kunst. Deze glamour wereld wordt evenwel mede in stand gehouden door het publiek, die de artiest min of meer heeft gemaakt en voedt…

Emile Stoffels
Luister 683

DEVAERE – Complete Works

Friday, December 9th, 2011

DEVAERE
Complete Works
Hans Reyckelynck Inge Spinette Ignace Michiels Hilde Coppé Werner van Mechelen
ET’CETERA KTC 1425 DDD 78:07

Uitvoering/Registratie ****/****

Wie vindt dat Mozart en Chopin te vroeg zijn gestorven; André Devaere stierf nog jonger: hij werd slechts 24 jaar. De vraag is waar zou deze jonge Vlaamse componist zijn uitgekomen, als hij niet aan zijn verwondingen zou zijn bezweken in 1914? We zullen het nooit weten. Hoe dan ook, als we luisteren naar zijn sonate in E en dan vooral de eerste twee stukken, kunnen we niet anders dan onder de indruk komen van zijn ogenschijnlijk grensloze talent. Het is qua harmonie en stemvoering in de traditie van Johannes Brahms en César Franck en doet bijwijlen denken aan de Prelude, Koraal en Fuga voor piano, van zijn illustere voorloper. Ook de eendelige sonate opus 2 spreidt een opvallende vanzelfsprekendheid en helderheid ten toon. Evenzo laat deze Cd Devaere’s veelzijdigheid zien. De Preludium en Fugue voor orgel is ronduit indrukwekkend en straalt, maar de Songs opus 1 zijn daarentegen weer broos en intiem. Kortom: wat mogen we dankbaar zijn voor deze ontdekking. De voorzichtige vier sterren waardering is omdat er – zover ik weet – geen eerdere werken van Devaere zijn opgenomen. Voor wat betreft de betekenis van deze schijf kan er geen misverstand bestaan: hoogste belang! Ook het boekje met de informatie is helemaal af.

Emile Stoffels
Luister 679

CHOPIN LISZT RAVEL – Benjamin Grosvenor

Friday, November 18th, 2011

CHOPIN LISZT RAVEL
Benjamin Grosvenor
DECCA 478 3206 DDD 75’

Uitvoering/Registratie ****/*****

Een waar topprogramma! De Scherzi van Chopin, zijn ontstaan uit des meesters’ geestesziekte. Zwarte parels worden ze terecht genoemd. De opus 20 is bijna godslasterlijk te noemen, waarin Chopin God ter verantwoording roept omdat hij niets doet aan de Russische onderdrukking van Polen en de inname van Warschau. Dit blijkt uit zijn dagboek tijdens zijn verblijf in Stuttgart. Het blijft moeilijk te bevatten, hoe een toondichter een dergelijke verscheurdheid en pijn kan omzetten in noten. Waarom men overigens voor deze volgorde van de Scherzi heeft gekozen (1, 4, 3, 2), begrijp ik niet zo goed. Benjamin Grosvenor had al twee optredens dit jaar voor de Proms. Bovendien had hij dit jaar ook de eer de BBC Promenade Concerts seizoen te openen, met Liszts 2de pianoconcert op de eerste avond. Hij doet zijn naam eer aan omdat hij de jongste musicus ooit is, die een Decca contract tekende en dit is zijn CD debuut. Allicht zijn er interpretaties van de oudere garde die nog meer bezonkenheid demonstreren, maar ik heb me verbaasd over de maturiteit van deze jongeman. Ook de Gaspard de la nuit klinkt doorleefd. De opname is van de hoogste standaard. De vleugel staat groots in de ruimte met een fenomenale autoriteit, zonder een spoortje van hardheid of scherpte.

Emile Stoffels
Luister 678

« Previous Entries