Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

« Vorige berichten

BRUCKNER Symphony No. 5 – Nikolaus Harnoncourt

Wednesday, September 16th, 2015

Bruckner 5BRUCKNER
Symphony No. 5
Royal Concertgebouw Orchestra – Nikolaus Harnoncourt
RCO LIVE RCO14106 Blu-ray disc DDD 67’43

Uitvoering * | Opname ****

De uitvoeringen en opnames onder Harnoncourt en zeker die met het CGO, heb ik doorgaans als boeiend ervaren. Er zit altijd wel iets tegendraads in zijn uitvoeringen en deze vormt daar geen uitzondering op. Echter, toen ik op de achterkant van het hoesje keek en de tijdsaanduiding zag van het Adagio (Sehr Langsam!), dacht ik aanvankelijk dat het een drukfout was. Maar nee, het was inderdaad 12:30 min. Harnoncourts vorige opname met de Weners op RCA was al amper 15 minuten, met zijn verantwoording en verwijzing (op de bonus cd) naar Knappertsbusch, die het Adagio ook zo snel deed. Vergeleken met andere recente opnames zoals die onder Blomstedt (17:20 min), is 12 minuten op z’n zachtst gezegd opvallend. De tempi van de andere delen, komen wel weer overeen met andere dirigenten; ofschoon Harnoncourt daar ook een soort gejaagdheid laat horen. Behalve in het Scherzo. Het moet van mijn hart dat ik bij het Adagio waarschijnlijk al na 3 minuten de zaal zou zijn uitgelopen. Uiteraard overwint Bruckners kunst alles en Harnoncourt zou het ongetwijfeld heel serieus bedoelen, maar dit heeft mijns inziens niets met Bruckner te maken. Järvi heeft overigens het record met 11:15 minuten. Op naar de 10 minuten…

Emile Stoffels
Luister Magazine 704

Bruckner unknown

Saturday, May 9th, 2015

Bruckner UnknownBRUCKNER
Bruckner unknown
Ensembles ViennAyres; Wien-Linz Hard-Chor • Linz Klavierduo Gröbner-Trisko Ricardo Luna
Preiser Records PR 91250 DDD 64:32

Uitvoering *** | Opname **

Preiser records komt hier met een aantal stukken van Bruckner die we – zoals de titel al aangeeft – nog niet kennen. De schets van een B majeur symfonie uit 1869, de originele versie van het Adagio en Scherzo van de 1ste symfonie, een vroeg trio uit het Scherzo van de Negende en de originele versie van het Christus factus est. Het zijn dus oudere – veelal onvoltooide – composities van delen, die het niet tot de definitieve versie hebben gemaakt en geven een kijkje in het proces van de meester. Ook is een fragment (22 minuten!) van de Finale van de Negende geprogrammeerd. Maar als men die reeds kent door Rattle op EMI, dan kan men hier niet meer naar luisteren. Dit komt omdat Ricardo Luna de stukken heeft gearrangeerd naar kamerensembles, maar de opname is ook raar: de pauzes (een zeer belangrijk stijlmiddel van Bruckner) die heel geraffineerd zijn voorgeschreven, komen hier onnatuurlijk over; voornamelijk voor wat betreft het uitklinken van de noten en het lijkt dan ook net of dat er een volslagen nieuw stuk begint. Denkelijk heeft dat met de akoestiek te maken. Samenvattend, best interessant voor Bruckner verzamelaars. Echter, het accent ligt m.i. toch meer op muziekwetenschap, dan goed is voor Bruckners muziek.

Emile Stoffels
Luister Magazine 703

Martha Argerich and Friends

Tuesday, December 23rd, 2014

ArgerichMartha Argerich and Friends
Live from the Lugano Festival 2013
WARNER CLASSICS 0825646312207 DDD 58.13 / 62.26 / 66.11

Uitvoering **** | Opname ***

Sinds 2004 nodigt Martha Argerich jonge veelbelovende talenten uit, voor recitals en masterclasses met hun oudere collega’s. Over de keuze van dit programma kan men het hebben. Ik vond het in ieder geval voor een goed deel interessant, met een voorkeur voor de tweede en derde schijf. De tweede begint met de sonate voor viool en piano van Ottorino Respighi. Die heeft hier door Capuçon en Piemontesi het zelfde gewicht en autoriteit als die door het koppel Chung en Zimerman op DG, hoewel Chung toch wat meer vernuft laat horen in haar spel en dan vooral in de dubbelgrepen. Verder horen we de niet zo vaak uitgevoerde La lugubre gondola van Liszt voor viool en piano. Hij schreef het in Venetië eind 1882, nadat hij een voorgevoel kreeg (net als Bruckner) dat Wagner spoedig zou sterven. De cd eindigt met de in een nacht geschreven cello sonate van Shostakovisch uit 1934. Verder is het redelijk genieten op derde cd, met de postume vioolsonate van Ravel en de Petite Suite voor piano vierhandig van Debussy. De set besluit met het Carnaval des animaux. Het gehele programma in aanmerking genomen is zonder meer onderhoudend, maar ook niet meer dan dat.

Emile Stoffels
Luister Magazine 701

BRUCKNER – Symphony No. 9

Wednesday, December 10th, 2014

BRUCKNER
Symphony No. 9 Edition: Leopold Nowak
Lucerne Festival Orchestra – Claudio Abbado
DG 479 3441 DDD 63.09

Uitvoering **** | Opname ****

Ik vraag mij af of dirigenten het voorbeeld gaan volgen van Simon Rattle in de komende tijd, die ook de finale van Bruckners negende heeft opgenomen. Abbado in elk geval niet, aangezien die zijn laatste opname in augustus 2013 heeft gedaan van dit werk, samen met de Unvollendete van Schubert met het Lucerne Festival Orkest. Hierna overleed hij helaas. Abbado’s vorige uitvoering van Bruckners negende met de Wiener Philharmoniker (ook voor DG), vond ik een grote teleurstelling. En de hier besproken live opname is zeker ook niet de meest overdonderende en verpletterende uitvoering van Bruckners negende. Daarvoor moeten we toch naar Giulini, ook op DG met de Wiener Philharmoniker. Maar het is er wel een met visie en een fenomenale orkestklank. Het is waar dat vooral het adagio vergelijkbaar snel is gedaan als met zijn vorige opname, alleen met dit verschil dat er nu sprake is van een soort kalme alles overstijgende nobelheid. Het is een vergezicht geworden en daarmee een waardig afscheid van een geweldig dirigent. Dat is een belangrijke reden deze cd als gedenksteen aan te bevelen. Het belang van deze cd, acht ik dan ook zeer hoog. De opname is warm en diep, maar mist net het laatste beetje pit in met name de kopersectie.

Emile Stoffels
Luister Magazine 701

BRUCKNER – Symphony no. 7

Saturday, November 1st, 2014

BRUCKNER
Symphony no. 7
Ivan Fischer Budapest Festival Orchestra
Channel Classics CCSSA 33714 Hybrid SACD DDD 56’43

Uitvoering / Opname **** / ****

Van alle symfonieën is de zevende de meest stralende. Dit werk heeft dan ook niet die wrijvingen en contrasten, als in Bruckners andere symfonieën. Wellicht juist hierdoor is er voor het eerst een duurzaam succes voor Bruckner en gaat ook over hem de zon der roem schijnen. Het is ook de laatste symfonie, waar het Adagio nog voor het Scherzo komt. Fischer laat er in zijn commentaar geen misverstand over bestaan, hoe hij denk over de toondichter waarin de symfonie als vorm haar hoogtepunt vind. “De puurste onder de componisten en meest in staat tot religieuze extase. Alles gezien met de klaarste visie, gebouwd tot majestueuze proporties en gevoeld met de diepste emoties.” Fischer is inmiddels uitgegroeid tot een maestro, door keihard te studeren en zich alleen bezig te houden met de noten. Het hymnische eerste deel klinkt vergelijkbaar vanzelfsprekend en elastisch als de laatste live registratie door Barenboim. Het Scherzo heeft weliswaar niet die overrompelende kracht en scherpte van von Karajan met de Weners, maar ook hier veel precisie en soepelheid. Alles overziend, niet het laatste woord qua zeggingskracht, maar niettemin een uitstekende registratie.

Emile Stoffels
Luister Magazine 700

BRUCKNER – Symphony No. 4 in E-flat “Romantic”

Tuesday, June 10th, 2014

BRUCKNER
Symphony No. 4 in E-flat “Romantic”
Orchestre de la Suisse Romande, Marek Janowski
Pentatone PTC 5186 450 DDD 63’27

Opname / Uitvoering **** / ****

Of dat er inmiddels nog niet genoeg uitvoeringen van de populairste symfonie van Anton Bruckner zijn. Nog niet heel lang geleden bespraken we nog de uitvoering door Blomstedt op Querstand en Haitink op LSO (beide ook op SACD). Met deze opname van de vierde, besluit Janowski zijn Bruckner cyclus. Over het geheel genomen een nogal wisselende reeks die m.i. bepaald niet de ruggengraat voor de Bruckner symfonieën zou moeten vormen. Toch is deze opname een van de beste uit de cyclus. Janowski’s tempi liggen beduidend hoger dan die van Haitink, maar hij bereikt toch bevredigende resultaten en zorgt voor het nodige inzicht. De grandeur die we bij Blomstedt en Haitink horen, ontbreek evenwel. Dat uit zich bij Janowski vooral in het laatste deel, die net als Blomstedt en Haitink de finale uit 1880 gebruikt. De opname is echter fraai en laat de nodige separatie tussen de verschillende instrumentengroepen horen. Al met al een lonende opname, maar als we een recente uitvoering zoeken van de ‘Romantische”, dan moeten we bij Maestro Haitink op LSO zijn.

Emile Stoffels
Luister Magazine 698

BRUCKNER Symphony no. 6

Sunday, September 29th, 2013

BRUCKNER
Symphony no. 6
Netherlands Radio Philharmonic Orchestra – Jaap van Zweden
Challenge Records SACD CC72552 DDD 57’14

Uitvoering/Opname *****/****

Het interessante bij de zesde van Bruckner is dat hij de spanning sneller opbouwt dan in zijn andere symfonieën, door de doorwerking samen te laten smelten met de recapitulatie. Het is altijd weer een belevenis het openingsthema van de celli en contrabassen tegen het metrisch begeleidingsfiguur van de violen te horen, waarna het hele orkest het hoofdthema unisono inzet. Van Zweden geeft weer een heel aparte uitvoering, met voor mij nieuwe inzichten. Vooral de middelste delen en dan met name het Scherzo met zijn fantastische karakter, is weer een waar feest net als dat bij de achtste het geval is. Ik moet zeggen dat de hoekdelen mijn ietsje minder aanspreken. Aan de tempi ligt het niet, want van Zwedens keuze in deze bevalt mij uitermate. De grandeur van het eerste deel zet hij dan ook uitstekend neer, maar in de opening bijvoorbeeld, had ik graag iets meer scherpte en profiel gehoord. De pauk mist net de precisie en vinnigheid van de opname van von Karajan op DG. Ik wijd dit aan de ietwat wollige akoestiek/opname. Al met al een schitterende zesde. Ik ben de opname door Klemperer op EMI eerlijk gezegd helemaal vergeten.

Emile Stoffels
Luister Magazine 692

RABAUD – Symphonie No 2

Saturday, September 7th, 2013

RABAUD
Symphonie No 2 • La procession nocturne • Églogue
Orchestre Philharmonique de Sofia • Nicolas Couton
Timpani 1C1197 DDD 64’35

Uitvoering/Opname ***/***

Het is wellicht wat flauw te zeggen dat de tand des tijds zijn werk doet, maar een cliché wordt niet voor niets een cliché. Het is inderdaad zo dat met het spitten en graven in het verleden naar verloren gegane muziek, dikwijls grint en gruis naar boven komt. Hoogst zelden vinden we een prachtige agaat of smaragd, zoals de symfonie van Hans Rott of Carl Klughardt. Ik heb het idee dat het symfonische gewaad als vorm, Rabaud hier een beetje te ruim zit. Alsof er te weinig materiaal was voor een hele symfonie. Ik mis dan ook een beetje de spitsvondigheden en invallen die een symfonie boeiend maken/houden. Het eerste deel opent veelbelovend en is m.i. het beste geslaagd, maar blijft toch wat smeulen. In het langzame deel zitten ontegenzeggelijk liefelijke momenten. Rabaud werkt m.i. wel duidelijk naar het laatste deel toe, zoals Bruckner dat doet in zijn latere symfonieën. Maar we kunnen nu eenmaal niet allemaal Bruckner heten. Ik kan me niet voorstellen dat een opwindendere uitvoering, mij wel in vuur en vlam had gezet voor deze symfonie uit 1900. De opname is bevredigend.

Emile Stoffels
Luister Magazine 692

BRUCKNER Sinfonie Nr. 4 – Herbert Blomstedt

Thursday, December 13th, 2012

BRUCKNER
Sinfonie Nr. 4 Es-dur
Gewandhausorchester Leipzig • Herbert Blomstedt
Querstand SACD VKJK 1018 DDD 67:05

Uitvoering/opname ****/***

Pas nog hadden we de vierde door Haitink op LSO, die bekroond werd met een Luister 10. En dat blijft wat mij betreft ook zo. Blomstedt – die inmiddels een doorgewinterde Bruckner interpreet is – doet er twee minuten korter over. Dat verschil zit louter in het eerste deel, maar dat onderscheidt de twee dan ook aanzienlijk. Haitink pakt de opening spannender aan en werkt het allemaal wat meer uit. Blomstedt heeft weer zo zijn merites in het scherzo. Beiden gebruiken overigens de Nowak uitgave uit 1953 met de 1880 finale. Ik ben dan ook ietsje minder enthousiast over deze vierde dan over Blomstedts uitvoering van de vijfde op hetzelfde label, bijna twee jaar geleden. Blijft staan dat de vierde oververtegenwoordigd is in de catalogus. Een overbodige uitgave? Strikt genomen wel. De opname is prettig: nooit scherp, altijd aangenaam met een overvloed aan details maar mist wat glans. Ook voor wat betreft de secundaire kwaliteiten houden de twee producten elkaar in evenwicht: beide zijn SACD, Multi Channel en Live opgenomen. Alles overziend blijft Haitink dus duidelijk mijn favoriet binnen de moderne opnames, hoewel met die van Blomstedt prima te leven is.

Emile Stoffels
Luister 686

BRUCKNER – Symphony No. 9 Four Movement Version

Friday, August 17th, 2012

BRUCKNER
Symphony No. 9 Four Movement Version
Berliner Philharmoniker Simon Rattle
EMI Classics 9 52969 2 DDD 82.10

Uitvoering/opname ***/****

Slechts twee maanden kwam Bruckner te kort om het laatste deel van de negende symfonie te finaliseren, maar het was deze reus niet gegund. De eerste schetsen van deze symfonie met het janushoofd dateren al van 1887, maar Bruckner onderbrak het werken eraan om zich bezig te houden met andere zaken. Er heeft zich in de loop der tijd een hardnekkige mythe ontwikkeld dat er slechts wat schetsen bestaan van het laatste deel, maar er is wel degelijk een bijna complete partituur. Van de 653 maten in totaal, waren er bijna 600 als volledige partituur uitgeschreven of die uitgewerkt konden worden aan de hand van Bruckners uitgebreid gedetailleerde schetsen. En zelfs in het geval van lege bladzijden, kon men putten uit reeds bestaand materiaal dat Bruckner had genoteerd. Het onderzoeksteam Samale, Mazzuca, Philips en Cohrs, heeft de afgelopen jaren sinds de eerste draft versie uit 1984 (Inbals uitvoering op Teldec) bepaald niet stil gezeten. Rattle verzekert ons dat hier meer Bruckner in zit, dan Mozart in diens Requiem. Opende de finale van de achtste met het paardentafereel van Openbaring, hier horen we duidelijk het ontstaan der materiële wereld: het samenpersen van energie tot materie. Na een koraal van onmetelijke schoonheid verschijnt als met een schok het openingsthema van het eerste deel en neemt ons begrip van de reeds bekende delen toe, naarmate het vierde deel zich ontvouwt. Ik ben het overigens niet helemaal eens met Rattles aanpak. Vooral in het eerste deel drijft hij het tempo van tijd tot tijd te ver op en speelt hij veelal te legato. Toch kan er geen misverstand bestaan over het belang van deze cd. Dat meer dirigenten moge volgen…

Emile Stoffels
Luister 684

« Previous Entries