Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Volledig in Harmonix

Friday, December 17th, 2010

Volledig in Harmonix

Wanneer het tunings merk Harmonix ter sprake komt, is de algemene reactie meestal: “oh ja…; het doet zeker wel wat, maar het is zo (lees “te”) duur”. En eerlijk gezegd was dat ook mijn opvatting, totdat ik de kans kreeg de Harmonix producten eens in diepte te onderzoeken. Er is bij mij toch altijd een sluimerende wens geweest deze producten uitgebreid te testen, omdat Harmonix nooit stil staat en zijn programma ook door blijft ontwikkelen.

Wat de zaak des te aantrekkelijker maakte is dat distributeur Ed Doggen van Daluso Audio met raad en daad klaar staat en zelfs ter plekke bij klanten langskomt, om waardevolle wenken en aanwijzingen te geven. Dit alles met een oprechte geïnteresseerdheid en bevlogenheid. Een service die men tegenwoordig maar zelden aantreft…

Zo’n dertig jaar geleden onderzochten Harmonix technici hoe resonanties zich gedroegen bij beroemde vioolmerken als Stradivarius, Guarneri en Amati. Uiteraard heeft ieder apparaat resonanties. Ze worden veroorzaakt door het apparaat zelf, het gekozen materiaal, de interne onderdelen: trafo’s, elco’s enz. Deze resonanties kunnen behoorlijk wat roet in het eten gooien. Uiteraard geldt dat ook voor muren, plafonds en vloeren. Simpel gezegd heeft Harmonix dit opgelost door de frequenties waarin deze hinderlijke resonanties zich bevinden, over te zetten naar een gebied waar ze meewerken in plaats van tegenwerken.

In Gods naam geen demping

Ed Doggen vertelde dat Harmonix vaak op de verkeerde manier wordt toegepast; wat de reactie bovenaan dit artikel voor een zeer groot deel verklaart. Het moet namelijk niet in combinatie worden gebruikt, met andere tuning middelen en al helemaal niet met dempingmiddelen. “Demping is sowieso iets dat je niet moet willen”, doceert Ed. “Het probleem met demping is dat er veel wezenlijke muziekinformatie verloren gaat”. In den lande hebben we daar een mooi gezegde voor: ‘het kind met het badwater weggooien’. Demping dus alléén indien het echt niet anders kan, is Eds devies. Overigens, Audio Note speakers zijn ontworpen met dunne ongedempte wandjes die meetrillen…

Het Harmonix programma is behoorlijk omvangrijk. Nog los van het kabelprogramma, zijn er kegels, diverse modellen voeten (ook voor onder spikes of kegels), twee platenklemmen en een mat, tuningsheets voor op cd’s, room tuning disks om op de muur aan te brengen, en tot slot nog de pastille-vormige tuning Base Devices.

Voor wat betreft de platenmat en de laatste drie producten: daar komen we nog graag op terug in een volgend artikel.

Lieflijke voetjes

Ik ben met de speakers begonnen omdat ik vermoedde, dat daar de duidelijkste veranderingen zouden optreden en dat bleek ook wel. Overigens adviseert Harmonix in hun brochure dit als eerste stap.

De RF-900-serie is ontworpen voor gebruik onder luidsprekers en apparatuur met spikes of kegels. Allereerst plaatste ik de RF-900MK2 voetjes. Aanvankelijk waren mijn plannen om drie per speaker te gebruiken, omdat ik nu eenmaal sinds jaar en dag drie (aluminium) kegels gebruik. Toch werd mij door Ed ten sterkste aangeraden, vier kegels te gebruiken en dus vier voeten. Dit, opdat Harmonix zijn werk beter kan doen.

Na het plaatsen viel direct op dat er meer kleur en textuur in het middengebied was te bespeuren alsmede het uitsterven van klanken. Bij Miles Davis’ In Concert track drie, viel ineens op dat George Coleman als het ware werd uitgenodigd en al spelend vanaf rechts het podium opliep. Dat heeft te maken met de toegenomen hoeveelheid ruimtelijke informatie, die meer van de zaal en entourage laat horen. Tevens liep het laag verder door en was er veel opgeschoond in het midden-laag. Stemmenmateriaal werd tastbaarder en alles werd een slag ritmischer.

Dergelijke resultaten werden ook bereikt – zij het iets minder spectaculair – met de TU 606Z onder mijn CD loopwerk en versterker. De 600-serie zijn voeten die direct contact maken, zonder tussenkomst van een spike of kegel. Hopelijk zal ik te zijner tijd ook het topmodel uit deze serie – de TU-666ZX – kunnen testen.

De volgende dag al, besloot ik de grotere broertjes te plaatsen: de RF-999 MT MK2. Het verschil tussen deze en de RF-900MK2, was zelfs in bepaalde facetten nog groter dan de stap van geen voeten naar de 900MK2. Ik geloof dan ook oprecht dat de toegenomen verbetering, het prijsverschil tussen beide rechtvaardigt. Levins basloop bijvoorbeeld op Peter Gabriels So, was op Don’t Give Up voor het eerst echt helemaal schoon en had eindelijk het beoogde profiel. Iets dat ik in mijn set nog niet had weten te bereiken. Ook Brand-X’ Live Stock had meer live sensatie. In z’n algemeenheid werd er meer kleur losgeweekt. De midden regionen werden rijker aan informatie en hadden meer diepte en nauwkeurigheid. Track vijf op Simply Reds debuut was door de toegenomen precisie, oneindig meer ritmischer geworden.

Platenklem

Helaas was ik niet in de gelegenheid de mat van Harmonix te testen, maar wel de TU-812MK2 klem waarvan er twee in het programma zitten. Van echt klemmen is overigens geen sprake en de ervaring leert dat in dergelijke gevallen een hoorbare ‘stress’ optreedt in de geluidsreproductie.

Aanvankelijk had ik het idee dat de platenklem relatief weinig deed, dus nam ik hem mee naar een zeer gewaardeerde vriend die een Verdier draaitafel en inmiddels een hele collectie heeft van allerlei soorten en maten platenklemmen. Zijn platenspeler heeft een metalen plateau en het lag voor de hand dat de Harmonix platenklem daar veel mooie dingen zou doen. En dat deed het inderdaad. Het was opvallend hoeveel tonale rijkdom er vrijkwam. Bij mijn eigen draaitafel was het effect nog steeds iets minder spectaculair, aangezien mijn plateau van acryl is en dus zo dood als een pier. Echter, mijn aanvankelijk getemperd enthousiasme bleek achteraf aan de geselecteerde software te liggen. Bij Bartoks Sonate voor twee piano’s en slagwerk (Philips 9500434), was er wel degelijk meer accuratesse en snelheid te bespeuren. Ook waren er meer ondertonen waar te nemen, waardoor de algehele klankbalans prettiger aandeed. Bij William Schumans vioolconcert (DG 2530103) kwam er nog meer ruimte-informatie vrij terwijl de toegenomen separatie de solist volledig losweekte van het orkest. Bovendien nam bij dit alles het kleurenpalet zowel in omvang als kwaliteit toe.

Conclusie

Dat de Harmonix producten in veel gevallen meer invloed hadden op de klank dan kabeltje zus en snoertje zo, staat voor mij als een paal boven water. Bovendien moet dit ook in het licht worden gezien, van wat men zoal uitgeeft aan kabels en interlinks. Ik had dan ook de onuitwisbare indruk dat het gebruik van deze producten waren te vergelijken met de verbetering van een component. Laten we zeggen, de lift die een versterker van 5K geeft over die van 1K. Het is dan ook duidelijk dat na toepassing van de Harmonix producten de hele audioset opnieuw moet worden bekeken, aangezien ze verborgen zwakheden in zowel opstelling van de speakers als opname ontbloten. Inderdaad: enkele van mijn geroemde referentie cd’s vielen door de mand. Het is echter ook goed mogelijk dat na de inzet van Harmonix, de luisteraar erachter komt dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt mbt. luidspreker kabels en/of interlinks. Dit is de impact zoals ik die ervaren heb en die was volledig in harmonie met de prijs. Ja, Harmonix is niet goedkoop, maar realiseert – mits juist toegepast – zeer grote stappen in de audioketen.

Afscheid

Toen de dag aanbrak dat de spullen zouden worden opgehaald en ik stap voor stap de Harmonix producten weghaalde, moest ik denken aan de afscheidssymfonie van Joseph Haydn. Bij de première van deze tragische 45ste symfonie, liepen de musici een voor een weg tijdens het slot van het laatste deel. Ze namen hun kaars met standaard, die de partituur moest verlichten, met zich mee en tegen de tijd dat de allerlaatste noten waren gespeeld, was het een stukje donkerder in de kamer. Nu, dat gevoel had ik ook: er leek een soort van licht weg te vloeien uit mijn installatie…

Emile Stoffels

Pass Labs INT-30A

Thursday, December 16th, 2010

Pass Labs INT-30A

De CV van meneer Pass mag indrukwekkend genoemd worden. In een van de vorige nummers lazen we een interessant artikel over deze pionier van de audiowereld. Zijn ontwerpen en patenten vormen zonder enige twijfel sterke geloofsbrieven en door de samenwerking met o.a. Treshold, Adcom en Mobile Fidelity, kon deze moderne aartsvader der techniek uiteindelijk zijn eigen producten ontwikkelen. Deze keer voelen we de Pass Labs INT-30A aan de tand, een geïntrigeerde 30 watt klasse-A versterker; de kleinste en meest recente uit de Pass familie.

In 1991 kwam Nelson Pass met zijn moedermodel, de Pass Aleph 0; een single-ended transistor ontwerp in klasse-A schakeling. Hiervan zijn uiteindelijk de X modellen afgeleid. Er zijn sindsdien nogal wat modellen verschenen van Pass’ hand, maar de rode draad is toch wel het simplisme in zijn ontwerpen. Minder kan inderdaad meer zijn: hoe minder versterkingstrappen, hoe minder het signaal wordt bezoedeld. Daaruit volgt weer, dat er niet of nauwelijks gecorrigeerd moet worden met feedback en de nodige gain om de feedback weer te compenseren. Deze simplistische aanpak is uiteraard ook toegepast bij Pass’ nieuweling.

Introductie

Bij de INT-30A heeft Pass Labs de bejubelde XA30.5 eindversterker onder één dak

samengebracht met de XP10 voorversterker. Een opvallende ontwikkeling, gezien Pass’ jarenlange ‘weigering’ geïntegreerde versterkers te vervaardigen. Nu zijn er dan ineens twee geïntegreerde modellen: het testmodel en de INT-150 (geen klasse-A), die qua uiterlijk en functionaliteit identiek is aan de INT-30A. Bij de eindversterking is gebruik gemaakt van de Supersymmetric topology. Een gepatenteerde methode die werd geïntroduceerd met de X1000 uit 1998 en hier is gecombineerd met de klasse-A instelling en andere verworvenheden van de Aleph generatie. Althans, tot 30 watt. Daarna schakelt hij over op klasse AB om uiteindelijk een slordige 100 watt aan vier en 150 watt aan acht ohm te leveren. Dat maakt hem breed toepasbaar voor veel luidsprekers. Men hoeft dus niet noodzakelijkerwijs op zoek naar gevoelige speakers, ofschoon ik me dan wel kan voorstellen dat de krachtiger INT-150 iets nadrukkelijker in de keuze betrokken zou worden.

Uiterlijk

De uitstraling van deze jongste telg is sober, maar krachtig en verzorgd. Het front is van fraai bewerkt aluminium, met een horizontale uitsparing over de gehele voorzijde waar de keuzetoetsen zich bevinden: Power, Mute, en de vier Inputs. Aan de rechterkant bevindt zich de volumeregelaar, die uitermate soepel draait. Ook het blauwe display is overzichtelijk en toont ons alleen datgene wat we nodig hebben. Handig is bijvoorbeeld de mogelijkheid, gescheiden de links-rechts balans te kunnen aflezen.

De koelvinnen aan de zijkant, zijn mooi geïntegreerd opdat de behuizing niet lomp oogt. Klasse-A versterkers hebben overigens de reputatie stroomvreters en smeltovens te zijn, maar van dat laatste heb ik niets gemerkt.

Uiteraard heb ik het deksel er niet af gehaald, maar ik heb alle reden te geloven dat het van binnen tot in de puntjes is afgewerkt.

In tegenstelling tot veel huidige versterkers, is er bij de Pass geen keuze tussen 4 en 8 ohm uitgangen, maar is er wel de mogelijkheid hem symmetrisch aan te sturen. Ook zit er een pre-out aansluiting op voor degenen die in de toekomst toch nog een losse eindversterker willen aanschaffen. Verder wordt er een eenvoudige, maar robuuste en uitstekend werkende afstandsbediening bijgeleverd. Hiermee kan onder andere, de balans worden geregeld. Tot slot zit er 3 jaar garantie op deze machine.

Luisteren

Aangezien deze machine door de gekozen schakeling uiteindelijk over een overvloedig uitgangsvermogen beschikt, besloot ik de Pass Labs maar direct aan te sluiten op mijn hoog rendement systeem in mijn luisterkamer en niet eerst te toetsen aan lastigere luidsprekers. Zodoende kon de Pass makkelijk binnen zijn klasse-A kader blijven werken. Zoals al eerder gezegd, draai ik doorgaans met de EL84 eindbuis in single-ended klasse-A schakeling. We hebben het dan over een kleine 3 watt, wat zou betekenen dat de Pass geen enkel zweetdruppeltje zou plengen en de belasting van mijn luidsprekers niet eens zou opmerken.

Ondanks dat de dealer me verzekerde dat de amp volledig was ingespeeld, heb ik hem toch eerst een aantal dagen aan het net gehangen voordat ik ging luisteren. Na een week begon ik met een globale luistersessie, om een eerste impressie te krijgen. In mijn eerste aantekeningen staat: “niet slecht, maar teveel grijstinten”. Na een half uur echter begint het kleurenpalet zich geleidelijk uit te breiden, om vervolgens na een paar uur zich geheel te ontwikkelen.

De Pass openbaarde een verbazingwekkend gemak en het vermogen een groot podium neer te zetten. Bill Brufords Random Acts Of Happiness werd volslagen geloofwaardig voor het voetlicht geplaatst. De basklarinet op track 5 had een presentatie zoals ik die slechts sporadisch heb gehoord. Met veel druk in het midden-laag zonder dat het op de oren ging staan. Ook het applaus – veelal een goede graadmeter – droeg bij aan de live ervaring.

Wynton Marcalis Kwartet was een totaal andere sensatie. Ofschoon de Pass de neiging heeft enigszins terughoudend te zijn in het laag, had de contrabas genoeg punch en accuratesse. De snaredrum in het linkerkanaal was inderdaad hout op vel en klonk vitaal, zonder dat het agressief werd. Ook de stem van Dianne Reeves, die bij tijd en wijle snel in luidheid toeneemt, leek de Pass niet te deren. Moeiteloos werd de jazz diva op het podium gepresenteerd. Brand X’ Live Stock was enerverend, waarbij de basloopjes van Percy Jones buitengewoon makkelijk waren te volgen.

Zoals alle goede versterkers, onthulde ook de Pass hoogte in het stereobeeld met een lichtelijk concaaf vormend dieptebeeld. Dat was goed te horen op Berlioz’ Fantastique.

Vergeleken met de Quad II Classic Integrated – die ik eerder testte -, heeft de Pass een iets soberder kleurenpalet en lijkt een tikkeltje minder betrokken. Maar laten we wel wezen: die aanstekelijke betrokkenheid – het gevoel hebben in de muziek gezogen te worden – is in mijn ervaring iets dat slechts is weggelegd voor goede buizenversterkers en dan in het bijzonder de single-ended typen. De Pass is eerder beschouwend van aard. Het meest opvallend van de Pass was wellicht dat hij – nog duidelijker dan bij de Quad – nauwelijks voorkeur gebieden liet horen. Dat bleek ook uit de mondharmonica solo op de eerste track van Spirit of Eden. Sommigen zullen deze homogeniteit interpreteren als eentonig of saai, maar ik vind dat een kwaliteit. Men kan uren achtereen luisteren. Luistermoeheid zal de potentiële consument volstrekt niet overkomen met deze uitgewogen versterker.

Kort en goed. De Nelson Pass INT-30A is indrukwekkend: neutraal, mild en MET behoud van detail. Hij kan luid zonder ook maar ergens geprononceerd te klinken.

Conclusie

Het is alweer even geleden dat ik me bezig hield met solid-state versterkers, behalve dan met de laatste generaties klasse-D versterkers die tegenwoordig behoorlijk wat furore maken. Ten onrechte! De Pass heeft bij mij een aantal weken gestaan en bood mij weer een totaal andere kijk op muziek reproductie. Dat in zichzelf is al een belangrijke kwalificatie en daarvoor verdient de INT-30A het predicaat: authentiek. Deze jongste loot moet 6900 euro kosten en is daarmee niet de goedkoopste in zijn klasse. Echter, de koper haalt er dan ook bijzonder veel muziek mee in huis en een versterker die zich niet laat beïndrukken door inefficiënte speakers. Toen de Pass weer werd opgehaald, had ik de neiging de dealer op mijn knieën te smeken of de amp nog een paar weken bij mij zou kunnen blijven. Ik heb van mijn ouders evenwel geleerd, dat smeken meestal geen zin heeft…

Emile Stoffels

Gebruikte CD’s:

Berlioz – Symfonie Fantastique Philips/Davis;
Bill Brufords – Random Acts Of Happiness;
Brand X – Live Stock;
Miles Davis In Concert – My Funny Valentine;
Talk Talk – Spirit of Eden;
Wynton Marsalis Quartet – The Magic Hour;