Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Muziek ervaren – Essays over muziek en filosofie.

Wednesday, April 29th, 2015

Muziek ervaren203Uitgeverij: DAMON
ISBN: 9789460361678
Aantal pagina’s: 216

Muziek beantwoordt aan verschillende soorten emoties en kent diverse functies. Zo zullen ‘Die Vier Letzte Lieder’ van Richard Strauss een geheel andere emotionele respons oproepen, dan de Matthäus Passion. Maar als achtergrond voor bij een romantisch etentje, zal een strijkkwartet van Béla Bartók vermoedelijk niet de juiste keuze zijn. Daarentegen zal Andre Hazes het in een kroeg of voetbalstadion prima doen, ofschoon veel lezers van dit tijdschrift er niet over zullen piekeren een cd van de populaire volkszanger op een zondagochtend te draaien; als ze die al in huis hebben.

Kortom: Hoe ervaren wij muziek? Als uitlaatklep, als geestelijke voeding, als vermaak of slechts als decoratie? Hoe delen wij het met anderen? Tien auteurs hebben gepoogd in dit boek vanuit verschillende disciplines (cultuur- en kunstfilosofie, musicologie, sociologie etc.), iets zinnigs te zeggen over muziek. Maar ook vragen als: Welke invloed heeft het gebruik van elektronica op het componeren? Waarom drukken wij ons veelal in metaforen uit, als wij over muziek spreken?

Deze verzameling van essays is ontstaan nav. een in Amsterdam gehouden studiedag in 2012 genaamd “Punt en contrapunt: stemmen uit de muziekfilosofie in de Lage Landen.” De studiedag had als doel, de actuele ontwikkelingen in de muziekfilosofie en haar rol te inventariseren en evt. aan te vullen. Zes lezingen van die dag zijn in dit boek verwerkt, plus nog bijdragen van anderen.

Fascinerend is bijvoorbeeld hoe Oane Reitsma de vraag vanuit theologisch perspectief beziet en betoogt dat de notie van incarnatie, de verschijning van God in de persoon van Christus, een model biedt waarmee de grotere dimensie van muziek begrepen kan worden. “Muziek is geen autonoom object dat in stilte genoten dient te worden, maar een gebeurtenis die zich in de zintuiglijkheid voordoet en zo in de werkelijkheid geworteld is.” En dan het boeiende hoofdstuk van Erik Heijerman dat de vraag behandelt waarom wij nauwelijks letterlijk over muziek kunnen spreken en wat de metaforen betekenen die wij gebruiken. Uiteindelijk zijn de metaforen op te vatten als suggesties over hoe men naar die muziek kan luisteren.

In deze essaybundel wordt er een aantal rake dingen gezegd over muziek. Ik heb het dan ook als bijzonder nuttig ervaren. Vooral ook om onze taal, die wij bezigen bij het spreken over muziek, in kaart te brengen. Echter, de lezer moet niet de illusie hebben na dit boek, de muziek ervaringen helemaal te kunnen omschrijven. Veel zaken laten zich immers niet in woorden vangen…

Emile Stoffels

GERHARD – Complete String Quartets

Thursday, June 27th, 2013

GERHARD
Complete String Quartets Chaconne
Arditti quartet
AEON AECD 1225 DDD 54’33

Uitvoering/opname *****/****

De Catalaan Roberto Gerhard (1896 – 1970) werd een leerling van Schönberg en verhuisde naar Cambridge. Zijn bijdrage daar aan de seriële muziek, is verdienstelijk te noemen. Gerhards taal verraadt de invloeden van zijn landgenoten Albeniz, Granados – met wie hij studeerde – en de Falla, maar draagt ook de Spaanse folklore in zich. Net als Bela Bartok verzamelde en verwerkte ook hij volksmuziek en de oude Spaanse muziek. De hier besproken kwartetten geven daar een aardige dwarsdoorsnede van. Dit is niet de gemakkelijkste muziek. De overeenkomst met kwartet meester Bartok is dat mij hier ook weer dat corrosieve component ja, zelfs antilyrische treft, uit de middelste kwartetten van de Hongaar. Het tweede kwartet is rijper en oorspronkelijker dan het eerste kwartet. De Chaconne voor viool solo, sprak mij enorm aan. Al was het alleen maar omdat het moed vergt, voor slechts één instrument te schrijven. Alleen de groten doen dat. Het Arditti Kwartet speelt met veel brille en bovenal de hoogste toewijding. De opname kwaliteit zorgt mede voor veel spanning en avontuur met dit soort muziek. Het boekje is ook prachtig afgewerkt. De speeltijd van slechts 55 minuten, lijkt in dit geval extra weinig, doordat het hier muziek betreft met een hoge dichtheid…

Emile Stoffels
Luister Magazine 690

Bartok – Complete works for violin Vol. 2

Monday, September 10th, 2012

BARTOK
Complete works for violin Vol. 2
Sonata for solo violin 44 Duos for two violins
Antal Zalai Valery Oistrakh
Brilliant Classics 9270

Uitvoering/opname */****

Tijdens een televisie interview vertelde Yehudi Menuhin – de opdrachtgever van dit buitengewoon veeleisende meesterwerk – dat Bartok iemand was met een gevoelsleven dat constant tegen het kookpunt aanzat en toch had hij alles onder controle. Van die vurigheid heb ik met name in de eerste twee delen volstrekt niets gemerkt. Veel te traag en te ingetogen wordt de Chaconne gespeeld. Ook de Fuga is ronduit saai en gezapig. Het derde deel – de Melodia – heeft daar wat minder last van en het laatste deel speelt Zalai opvallend energieker dan de eerste twee stukken. Het blijft echter te weinig opwindend. Ik dacht dat dit grootse werk door zijn vorm en inhoud niet saai of futloos kon klinken, maar het moet worden gezegd: het is Zalai gelukt. Alles overziend, is dit dus een grote teleurstelling. De gemaakte opname in de Westvestkerk te Schiedam, is overigens prima. Voor degenen die ook de 44 duo’s willen, is de Naxos met Gyorgy Pauk een veel betere keuze. En anders de recente opname op EMI door Vilde Frang, die met een Edison is bekroond.

Emile Stoffels
Luister 684

Tsjechische gloed

Sunday, February 5th, 2012

Naar aanleiding van een optreden van het Elias kwartet op 12 Januari in de Vereeniging in Nijmegen, werd de onderstaande recensie geschreven. Op het programma stonden het strijkkwartet nr. 10 op. 51 uit 1879 en het pianokwintet nr. 2 op. 81 uit 1887, van Antonín Dvorak. De avond opende met Meditation voor strijkkwartet over de oud-Tsjechische hymne ‘St. Wenceslaus’, opus 35a uit 1914 van Josef Suk.

“A human life, I think, should be well rooted in some area of native land where it may get the love of tender kinship from the earth, for the labors men go forth to, for the sounds and accents that haunt it, for whatever will give that early home a familiar unmistakable difference amidst the future widening of knowledge.” George Eliot

Deze gedachte is ontegenzeggelijk van toepassing op componisten van de nationalistische stroming die in Centraal- en Oost-Europa ontstond en uiteindelijk zijn wortels heeft in de Franse revolutie. Het nationalisme werd de nieuwe niet te stuiten religie en zou ook een grote voedingsbodem blijken te zijn voor de toonkunst. Een opvallend kenmerk van de laatromantiek is dan ook, een grote bloei van op nationale factoren en volksmuziek geïnspireerde muziek. Daar uit volgde dat de componist maatschappelijk een steeds belangrijkere rol is gaan spelen in de samenleving.

Antonín Dvoraks kunst, heeft dat alles in zich. Deze meester der idylle oriënteerde zich in de symfonie en kamermuziek voornamelijk op Johannes Brahms. Het strijkkwartet nr. 10 op. 51 uit 1879 van deze Tsjechische meester en het pianokwintet nr. 2 op. 81 uit 1887, stonden op het programma In de Nijmeegse Vereeniging door het Elias kwartet.

Meditatie

De avond werd echter afgetrapt met de Meditation voor strijkkwartet over de oud-Tsjechische hymne ‘St. Wenceslaus’, opus 35a uit 1914 van Josef Suk. Centraal in deze koraal zijn de woorden: “Laat onze natie en toekomstige generaties niet vergaan.” Suk was leerling van Dvorak en later nog diens schoonzoon. Zijn Meditation is een overwegend lamenterend stuk, dat zowel als strijkorkest als kwartet wordt uitgevoerd. Het jeugdige Elias kwartet zat volledig in de muziek en spreidde veel toewijding ten toon. Bij de eerste inzet door de alt, was het al duidelijk dat het een gedenkwaardig avondje zou worden. Indachtig het belang van dit werk.

Volume

Opvallend was de verbluffende voluminositeit dat een strijkkwartet bereikt in deze zaal. Er blijkt eenvoudigweg geen kleine zaal nodig te zijn. Ik had het kunnen weten, omdat ik hier al eerder de sonate voor twee piano’s en slagwerk van Bela Bartok hoorde. En dat was een onvergetelijk middagje. De akoestiek hier in de Vereeniging wordt door velen geroemd en naast die van het concertgebouw in Amsterdam gesteld. Niet vreemd dat diverse grote musici hier kwamen opnemen: Martha Argerich met Nelson Freire en Frans Brüggen, die hier met het orkest van de 18de eeuw enkele Beethoven symfonieën opnam voor Philips. Zelf was een van mijn mooiste ervaringen hier het War Requiem van Benjamin Britten, in het kader van de 65 jarige herdenking van de bevrijding van Nijmegen.

Feest

In Dvoraks strijkkwartet, ontblootte het Elias de in cultuur gebrachte volksdansen met veel zwier. Dit folkloristisch feest bereikte een hoogtepunt in het tweede deel: de Dumka, een dans uit de Oekraïne van lyrisch melancholisch karakter. Echter in het derde deel – het Andante con moto -, is er zelfs sprake van sublimatie van het materiaal. Onze Elias vrienden brachten dit belangrijke aspect, ruim voldoende voor het voetlicht.

Na de pauze restte nog het glorieuze pianokwintet nr. 2. Dit stuk is nog wat expressiever en uiteraard kleurrijker, door de toevoeging van de piano. De Amerikaanse pianist Andrew Armstrong en het Elias trakteerden ons, op energiek en tegelijk verfijnd spel. De balans was overigens volmaakt tussen het strijkkwartet en de piano. De timbres der instrumenten mengden opvallend fraai. Nimmer was er een hinderlijke nadruk. Ja, het werd een feestelijke afsluiting van een schitterende avond.

Nagloei

Nadat de laatste noten waren uitgeklonken, applaudisseerden de toehoorders hun handen warm. Ook alle complimenten aan de mensen die de inrichting van het podium hebben verzorgd, dat eenvoudig doch smaakvol was ingericht. Een mooi bloemstuk in de ruimte en de belichting met het logo van de Nijmeegse stichting voor kamermuziek fraai geprojecteerd op de wand. Fijn was ook te zien dat de zaal nagenoeg vol zat.

Napraten met de musici over de voorstelling, leerde dat het Elias kwartet ook de kwartetten Nos. 2 en 3 van Britten aan het opnemen is. Ik hoop dit internationale gezelschap met onder andere deze werken, spoedig weer in het Concertgebouw de Vereeniging te horen…

Emile Stoffels

Diskotabel – de vergelijking

Tuesday, January 25th, 2011

Afgelopen zondag was er weer een leuke Diskotabel op Radio 4. Dit keer was het Bartoks Concert voor Orkest. Een briljant geschreven werk van vijf delen uit 1943. Serge Koussevitzky gaf met de Boston Symphony Orchestra de premiere. Er zijn, zoals in het programma al werd verteld, zeer veel uitstekende opnamen en het panel had het niet makkelijk met de keuze. Er werden negen uitvoeringen besproken.

Afgetrapt werd er met een oude radio opname onder van Beinum, gevolgd door die van Boulez op DG. De derde was een SONY opname door Esa-Pekka Salonen. Deze drie waren geselecteerd voor het eerste deel. De laatste kwam er hier het beste vanaf, ofschoon er veel waardering was voor die van van Beinum. Die door Boulez, werd uiteindelijk als te glad ervaren.

Dan het tweede deel met het trommeltje. Hiervoor koos Diskotabel Fritz Reiner op RCA als opname D, gevolgd door Dorati met het CGO op Philips. Rattle op EMI met het City of Birmingham Symphony Orchestra sloot het rijtje. Ook deze keer maakte de laatste opname de meeste indruk, maar ook Reiners precisie en Dorati’s idiomatische uitvoering werden gelauwerd. Overigens meen ik me te herinneren dat de Hongaars-Amsterdamse samenwerking in die dagen werd afgebrand bij Discotabel, maar wel met een Edison werd bekroond.

Voor het laatste jubelende deel kwamen Solti op Decca met het LSO, Chailly met het CGO uit dezelfde stal en Fischer op Philips aan bod. Hier was het iets makkelijker voor het panel, had ik de indruk. Duidelijke winnaar was Chailly. Voor de klassieker door Solti, had men wel ontzag vanwege de nog net in toom gehouden roekeloosheid. Fischer ten slotte vond men wat aan de slordige kant.

Persoonlijk zou ik het in dit prachtige werk niet willen doen zonder Solti, Reiner en niet te vergeten de Mercury opname van Dorati met het LSO.

De Modernen (I)

Thursday, December 23rd, 2010

De modernen (I)

De klassieke muziekliefhebber, die in het begin al moeite genoeg heeft zich te oriënteren temidden van de klassieke muziek vóór 1900, moet toch welhaast in een totale staat van verwarring verkeren als hij of zij de toonkunst van de 20ste eeuw betreedt. Er zijn in die voorgaande eeuwen nog nooit zoveel stromingen en substromingen geweest als in die bewuste eeuw.
Volgens een aantal scherpe denkers wijst dit eerder op muzikale armoede dan op rijkdom. Het blijkt namelijk dat de componisten uit dit tijdsvak, de traditie en de tonale verworvenheden van de Romantiek eerder als last dan als zegen hebben ervaren. Vandaar dat sommige moderne kunstenaars zich van radicale stijlmiddelen hebben bediend om maar vooral niet tot slechts een navolger te worden betiteld.
De meest radicale toonzetter uit deze tijd is ongetwijfeld Arnold Schönberg. Ofschoon hij met zijn atonale systeem en definitieve breuk met het verleden ontegenzeggelijk tot de grootste vernieuwers gerekend moet worden, ervaar ik deze kunst persoonlijk eerder als notenschikking dan muziek. De zgn. 2de Weense School (Schönberg, Berg en Webern) en haar navolgers zullen hier dan ook niet behandeld worden.

Over welke tijdsperiode hebben we het in dit artikel? We beginnen met de generatie kunstenaars die grofweg geboren zijn in de periode 1875 -1905 en in hun taal aanknopen bij het verleden, maar toch buitengewoon vernieuwend zijn gebleken.

Bela Bartok (1881 -1945)

Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta

Dit is een van die zeldzame werken die zowel de ziel als het intellect streelt en van de hoogste innerlijke beschaving getuigt. Voor deze schepping – die in 1936 ontstond – heeft Bartok voor elk der vier delen, een andere instrumentale combinatie gebruikt, een andere vorm gekozen en andere klankbeelden gebruikt zodat het werk een buitengewone rijkdom van aspecten vertoont.
Los van de twee aparte strijkersgroepen die zijn voorgeschreven, dient – volgens de meester – ook de harp en het klavier tot de snarengroep verstaan te worden. Deze hoogst uitzonderlijke en vooral eigenzinnige orkestbezetting vereist een speciale opstelling op het podium, die ook door Bartok in de partituur nauwkeurig is aangegeven.
Het eerste stuk is een fuga, maar anders dan bij Bach. Een volgens Bartok’s eigen principes. Opvallend is dat de climax wordt bereikt niet alleen doordat het orkest luider speelt, maar ook door de innerlijke constructie.
Het tweede deel blijft verbazen, vooral als na een minuut of 4 de strijkers met het klavier een zeer merkwaardige atmosfeer neerzetten, verstrekt door de xylofoon en trom.
In het derde deel is het dit keer de betovering die de luisteraar eenvoudigweg niet kan ontgaan. Let vooral op de speciale glijd effecten van de pauken, zowel opgaand als neergaand in dialoog met de xylofoon.
De finale, die net zoals de vorige stukken uit meerdere secties bestaat, opent uitbundig en levendig en komt in de voorlaatste sectie op een wonderbaarlijke manier terug op het fuga thema van het eerste deel.

Wat mij betreft zijn er drie meer dan uitstekende uitvoeringen op vinyl verkrijgbaar: Marriner op Argo, Reiner op RCA en Haitink op Philips. Marriner is veruit het makkelijkst te scoren én voor weinig geld. Haitink is al wat moeilijker, maar zeker niet onmogelijk en Reiner is ook verschenen op een 180 gram audiofiele heruitgave die werkelijk schitterend klinkt, maar ik vind hier de midprice cd een uitstekend alternatief. Bovendien wordt dit werk op cd gekoppeld met het Concert voor Orkest.
Bij Marinner is de (logische) koppeling met het “Divertimento voor strijkers”. Typisch voor Argo is de ruimtelijke warme strijkersklank en het realistische slagwerk; vooral de xylofoon helemaal aan het einde van het derde deel is LETTERLIJK tastbaar.
Van de oorspronkelijke uitgave (Argo ZRG657) is een uitstekende en betaalbare Nederlandse heruitgave gemaakt (Argo 6557 556), die ietsje scherper klinkt maar zeker niet onprettig.
Dan de uitvoering van Haitink. Prachtige akoestiek! In het eerste deel, zijn er melodielijnen te horen die weer onhoorbaar zijn bij andere dirigenten. Bij het slaan op de snaren in het laatste deel, is waar te nemen hoe natuurlijk de oude Philips opnames toen waren en ook hier heeft Haitink weer een bijzondere puls te pakken die hem tot zo’n groot dirigent maakt. De oorspronkelijke uitgave wordt gekoppeld met de Harry Janos Suite van Kodaly, later is deze gekoppeld met het 2de pianoconcert van Bartok, hetgeen ik logischer vind. Ook is er een uitgave verschenen in de spotgoedkope serie “Muziek onder Woorden”. Daar is een behoorlijk verschil in klanksignatuur vast te stellen. Deze klinkt wat donkerder, maar wel erg mooi.

Tot slot Reiner, die Bartok zelf gekend heeft, met het CSO op RCA. Over deze uitvoering is al veel gezegd en geschreven. Wat ik er nog aan toe wil voegen is dat het tweede deel bij Reiner een mate van vinnigheid of zelfs agressiviteit heeft die ik bij nogal wat uitvoeringen mis. Yehudi Menuhin zei: “Bartok had een intens gevoelsleven. Een vuurvreter. En hij had het constant onder controle”.
Samenvattend: begin met Marriner, ga daarna op zoek naar Haitink en koop Reiner op (SA)CD. Als zeer goede alternatieven wil ik hier ook nog de beide von Karajan uitvoeringen (DGG en EMI) noemen.

Concert voor Orkest

Zover ik weet is dit het eerste concertante werk voor een orkest en bovendien is het 5-delig, net als zijn 4de en 5de strijkkwartet. Dit briljant geschreven stuk, heeft zich altijd in veel belangstelling weten te verheugen. Dit komt wellicht door het humoristische vierde deel, het Intermezzo Interrotto. Het ligt dan ook voor de hand dat er veel uitvoeringen van zijn en ook zeer goede. Solti(Decca), Dorati (Mercury en Philips) en Reiner (RCA) voeren de lijst aan. Solti met het LSO (SXL 6212) heeft uiteindelijk mijn voorkeur, maar hij heeft het later met het CSO (SXDL 7536) nog eens overgedaan en die is ook erg goed. Je ziet hem regelmatig aangeboden voor weinig geld.
Reiner is net als het vorige werk ook op een audiofiele heruitgave verschenen. Zie hierboven.
Dorati met het LSO Fontana (Grandioso 894 020 ZKY) is oorspronkelijk op Mercury verschenen maar veel opnames zijn op Philips en Fontana heruitgegeven. Dit is zo’n voorbeeld. Mooie opname: helder, diep, hoog, breed enz. Alles schittert. Ook Dorati heeft het een tweede keer opgenomen en wel met het CGO op Philips (411 132-1), die met een Edison is bekroond.

Pianoconcerten No. 1 en 2.

In het eerste concert, valt het middendeel op doordat het slagwerk een voorname rol inneemt en de piano als slagwerkinstrument wordt gebruikt. Het melodische materiaal gaat terug op de Arabische volksmuziek. Verder valt op dat dit concerto buitengewoon grondig bewerkt is, waarin thema’s voortdurend van gedaante verwisselen.
Dan het tweede concert uit 1931. Het was een poging een ‘meer toegankelijk’ concert te schrijven vergeleken met het vorige. In het oog springend is dat in het eerste deel, de strijkers zwijgen. Van alle uitvoeringen die ik intussen gehoord heb, is de uitvoering door Abbado met Pollini (DG 2530 901) met afstand de beste. Zij zijn een waar koningskoppel en bovendien is deze plaat gemakkelijk te krijgen voor weinig geld. Regelmatig zie je hem in een antiquariaat en anders heeft eBay het wel. Kovacevich en Davis op Philips zijn een goede tweede keus, ondanks dat de opnames een correcte klankbalans ontberen.

Vioolconcert no. 2

Een waarlijk schitterend vioolconcert met een overvloed aan melodische invallen. Met dit werk voltooid in 1938, slaat Bartok weer een andere weg in. Het vitale en krachtige eerste deel, dat contrasteert met het dromerige middendeel, knoopt qua vorm duidelijk aan bij de Romantiek met een virtuoze cadens die haar weerga niet kent. Hieruit zou blijken hoe goed de meester op de hoogste was met het karakter en de mogelijkheden van de viool. In het laatste deel keren elementen van het eerste deel in gewijzigde vorm terug.
Solti met Chung op Decca (SXL 6802) is relatief gemakkelijk te krijgen en een prima uitvoering. Szyring met Haitink op Philips is nog natuurlijker, maar wel lastiger te krijgen.

Igor Stravinsky (1882 – 1971)

Le Sacre du Printemps

Is er een werk te noemen dat historisch gezien zo belangrijk is? De première was in 1913 onder Pierre Monteux en het mag als algemeen bekend worden verondersteld, dat het een muzikale aardbeving veroorzaakte. Dit ballet verklankt een tafereel in het voorchristelijke Rusland waar uiteindelijk een door de oudsten uitgekozen maagd zich dood danst. C. Höweler schrijft dat dit barbaarse werk “zich niet bekommert om de verheerlijking van de lente door de tederheid van bloesems, maar op gaat in wild stortende stromen en lawines, in de kiemkracht, die rotsen laat splijten door zaad”. Hoe waar is dit! Het gaat hier inderdaad niet om schoonheid, maar om een artistiek verantwoorde weergave van lelijkheid*; het huiveringwekkende, het sublieme in de natuur volgens Schopenhauer.

Ofschoon sommige auteurs dit werk nog steeds betitelen als een laatste uitloper der Romantiek, maakt het nog steeds een hyper moderne indruk. Dit werk, dat grotendeels steunt op de ritmiek, is blijkbaar voor veel orkesten nog steeds een uitdaging. Vooral het slot, waarin het metrum constant verandert.

Binnen wat er relatief eenvoudig te krijgen is, zijn er drie uitvoeringen interessant: Davis met het CGO op Philips (9500 323), Bernstein met de Israel Philharmonic Orchestra op DG (2532 075) en Boulez met Cleveland op CBS (S 72607). De laatste is qua klank verreweg de minste. De opname mist kleur en fundament, maar het is een zeer goede uitvoering. Boulez trekt de luisteraar direct het werk binnen. Heel spannend gedaan. Bernstein drukt zijn stempel maar doet dat hier geloofwaardig én met goede smaak. Er zijn erg veel orkestdetails te horen. Davis, moet even “op stoom” komen, maar is daarna niet te houden. Uiteindelijk mijn favoriet.

Symphony in three movements

Door velen de zogenaamde “neosacre” genoemd, omdat dit werk is ontstaan in Stravinsky’s neoclassicistische periode en bij vlagen in ritmisch en harmonisch opzicht aan zijn Le Sacre doet denken.
Los van de uitvoering door de meester zelf, is Charles Dutoit met de Suisse Romande op Decca onverslaanbaar. Alles klopt op deze uitvoering. De plaat wordt regelmatig op het net aangeboden. Colin Davis met de Bayerische Rundfunk op Philips mag er ook wezen.

Symphony of Psalms

Het hoogtepunt in Stravinsky’s neoclassicistische periode en van een indringende schoonheid. Geïnspireerd op Psalm 38, 39 en 150. Opvallend is hier het gekozen instrumentarium: geen violen en altviolen, geen klarinetten, maar wel twee piano’s, een uitgebreide koper- en houtsectie en uiteraard het vierdelige koor dat de Psalm teksten in het Latijn zingt. Is het een terugkeer naar de God van het oude testament of integendeel naar de engel des lichts?
Het meest voor de hand liggende is uiteraard de uitvoering door de meester zelf op CBS, die de ene keer met de Symfonie in C, de andere keer met de Symfonie in drie delen gekoppeld wordt. Bernstein heeft het ook opgenomen voor hetzelfde label. Voor deze uitvoering zult u naar E-Bay moeten.
Deze maand heb ik me bewust beperkt tot de twee belangrijkste toonzetters uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Volgende maand zal ik meer componisten uit deze tijd bespreken alsook enkele minder bekende werken.

*Noot: We moeten […] onderscheid maken tussen manifestaties van het lelijke an sich (uitwerpselen, een lijk in ontbinding een mens vol walgelijke zweren), het formeel lelijke, oftewel de wanverhouding tussen de delen van een geheel en de artistieke weergaven van beide. Umberto Eco, De geschiedenis van de lelijkheid.

BARTOK SAYGUN Violin sonatas

Wednesday, December 22nd, 2010

Béla Bartók Ahmed Adnan Saygun
Tim Vogler, violin. Jascha Nemtsov, piano
Profil Hänssler PH09001. 70′

Uitvoering *****/ Opname****

Om met de deur in huis te vallen: ik ben blij met deze zilveren schijf. Vooral ook vanwege het belang. Saygun heeft met Bartok nauw samengewerkt met het verzamelen van Anatolische boeren en nomaden liederen, totdat de Hongaarse grootmeester noodgedwongen naar de VS moest emigreren. Ik was aangenaam verrast door deze Turkse componist, die de grondlegger van de moderne Turkse school zou worden. Zijn muziek is ferm en krachtig, iets dat hij deelt met Bartok. Zijn vioolsonate, die hier voor het eerst is vastgelegd, is een ware openbaring. Interessant te horen hoe de folkloristische elementen – die overvloedig aanwezig zijn – zijn samengesmolten met de Europese vorm van de 20ste eeuw. De musiceervreugde bij Vogler en Nemtsov spat ervan af. Dat is ook zo bij de meesterlijke tweede vioolsonate van Bartok. Zeer welkom, want zo veel uitvoeringen hiervan, zijn er nu ook weer niet. Onvoorwaardelijke aanbeveling deze CD en zoals gezegd, qua belang de hoogste waardering.

Emile Stoffels
Luister 657

BARTOK JANACEK String quartets

Tuesday, December 21st, 2010

BENNEWITZ QUARTET
String quartets by Leoš Janáček and Béla Bartók
Coviello Classics COV 50802 speeltijd 64’

Uitvoering **** / Opname *****

In de laatste elf jaar van zijn leven, schreef Janacek ongeveer achthonderd liefdesbrieven aan zijn leerlinge Kamilla Stosslova. De onbeantwoorde liefde zou het beste in hem naar boven halen, waaronder deze twee brandende kwartetten. De eerste is in slechts één week geschreven maar het blijkt dat er al een piano trio bestond dat verloren is gegaan, met de titel Kreuzer Sonate. Klaarblijkelijk is het materiaal van dat trio gebruikt. Beide partituren vormen een getuigenis van zijn persoonlijk leven, waardoor ze een unieke plaats innemen in de kwartet literatuur. Gezien de reputatie van het Bennewitz kwartet, was mijn verwachting hooggespannen. Ik ben niet teleurgesteld. Althans, in het Janacek gedeelte. Over Bartok’s vierde kwartet, ben ik minder enthousiast. Slechts één partikel van dit kwartet, is voldoende voor een literflacon geconcentreerd zwavelzuur. Het corrosieve aspect heb ik niet gehoord. Het agressieve, ascetische, ja het antilyrische ontbrak wat mij betreft. De waardering geldt dus voor de Janacek kwartetten.

Emíle Stoffels
Luister 660

Bela Bartok

Tuesday, December 14th, 2010

Bela Bartok (1881 – 1945)
Muziek voor Snaarinstrumenten, Slagwerk en Celesta
Reiner/CSO
RCA 09026 61504-2

Mijns inziens het schoonste, evenwichtigste en indringendste orkestwerk van de 20ste eeuw. Dit is een van die zeldzame werken die zowel de ziel als het intellect streelt. Ondanks het feit dat we niet mogen klagen over de hoeveelheid opnames die in de loop der tijd zijn verschenen, krijgt dit werk nog steeds niet de waardering die het verdient. Zeer zeker als je het vergelijkt met de aandacht die een Beethoven of al helemaal een Mahler symfonie krijgt tegenwoordig.

Voor deze schepping, die in 1936 ontstond, heeft Bartok voor elk der vier delen, een andere instrumentale combinatie gebruikt, een andere vorm gekozen, andere klankbeelden gebruikt zodat het werk een buitengewone rijkdom van aspecten vertoont.

Los van de twee aparte strijkersgroepen die zijn voorgeschreven, dient – volgens de meester – ook de harp en het klavier tot de snarengroep verstaan te worden. Deze hoogst uitzonderlijke en vooral eigenzinnige orkestbezetting, vereist een speciale opstelling op het podium. Dit is ook door Bartok in de partituur nauwkeurig aangegeven. Het blijkt als volgt te moeten worden opgesteld: de percussie-instrumenten in een eerste boog rond de dirigent, de strijkers vormen een tweede boog.

Het eerste deel is een fuga, maar anders dan bij Bach. Een volgens Bartok’s eigen principes. Opvallend is dat de climax wordt bereikt niet alleen doordat het orkest luider speelt, maar ook door de innerlijke constructie (golden section principle). Dit stuk getuigt van de hoogste innerlijke beschaving en orde.

Het tweede deel – dat in sonatevorm staat – blijft verbazen, vooral als na een minuut of 4 de strijkers met het klavier een zeer merkwaardige atmosfeer neerzetten, verstrekt door de xylofoon en trom.

In het derde deel is het dit keer de betovering die de luisteraar eenvoudigweg niet kan ontgaan. Let vooral op de speciale glijd effecten van de pauken, zowel opgaand als neergaand in dialoog met de xylofoon.

De finale, die net zoals de vorige stukken uit meerdere secties bestaat, opent uitbundig en levendig en komt in de voorlaatste sectie op een wonderbaarlijke manier terug op het fuga thema van het eerste deel. De auteur Eduard Reeser spreekt hier terecht over een geniale sublimering der Hongaarse folklore.

Wat bij deze grote componist opvalt, is dat het bij hem nooit teveel of te weinig is. Zijn kunst is compact en toch spreekt hij zichzelf helemaal uit. Persoonlijk ervaar ik bij zijn muziek dat de tijd langzamer gaat en dan niet omdat het saai is, maar omdat er al zoveel is gebeurd. Waar Mahler anderhalf uur voor nodig heeft, lijkt hij in 5 minuten te doen.

Er zijn veel uitstekende uitvoeringen verkrijgbaar, maar die door Reiner op RCA blijft bijzonder; misschien doordat hij Bartok zelf gekend heeft. Over deze opname is al veel gezegd en geschreven. Wat ik er nog aan toe wil voegen is dat het tweede deel bij Reiner een mate van vinnigheid of zelfs agressiviteit heeft, die ik bij nogal wat uitvoeringen mis. Yehudi Menuhin zei: “Bartok had een intens gevoelsleven. Een vuurvreter. En hij had het constant onder controle”. Bij sommige dirigenten klinkt dit deel veelal te slap.

Ook het Concert voor Orkest waarmee de Muziek voor Snaren is gekoppeld, is een briljant geschreven stuk en heeft zich altijd in veel belangstelling weten te verheugen. Het ligt dan ook voor de hand dat er veel goede uitvoeringen van zijn. Ook hier gooit Reiner hoge ogen, ofschoon Solti op Decca met het LSO, stevige concurrentie biedt.

Voor de vinyl liefhebbers zijn deze bijzondere opnames een aantal jaren geleden heruitgegeven door Classic Records op 200 gram en door Bernie Grundman gemastered. Ze klinken inderdaad waanzinnig, vooral vergeleken met de oorspronkelijke persingen.

Ondanks dat de opname van de “Muziek…” uit 1957 stamt en die van het Concert van zelfs twee jaar daarvoor, sta ik iedere keer met open mond te luisteren hoeveel leven er in zit. Geschuifel, gestommel, gekraak, geritsel, het is er allemaal! Prachtig restoratie werk van de technici ook. Van Fritz Reiner was het bekend dat hij de opname in een take wilde doen. Voordeel was dat de musici op hoogspanning stonden en dat is te horen. Zaten er foutjes in, dan was dat maar zo. Tegenwoordig worden bijna alle foutjes weggepoetst, wat veelal ten koste gaat van de spanning. Dat is bij deze opname dus niet zo…