Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

SCHUMANN – Works for piano and orchestra

Sunday, June 24th, 2012

SCHUMANN
Works for piano and orchestra
Gerhard Oppitz Bamberger Symphoniker Marc Andreae
TUDOR 7181 SACD DDD 77’11

Uitvoering/opname ***/*****

Robert Schumann componeerde in fases: eenmaal bezig met een bepaalde vorm of genre, putte hij dit helemaal uit en ging daarna verder met het volgende. Zo was 1840 zijn jaar der liederen – waarin overigens de piano nog steeds een prominente rol speelde – en 1842 het jaar van zijn kamermuziek met de kwartetten en het kwintet. Het waren serieuze pogingen om geheel los te komen van de piano. Zijn concertante werken voor piano zijn een bijproduct van een bepaalde scheppingsfase of werden geschreven buiten deze genre periodes. Deze SACD programmeert het Konzert für Klavier op. 54, het Konzert Allegro op. 134, het Konzertstück für Klavier op. 86 en het Introduktion und Allegro Appassionato op. 92. Over het pianoconcert op. 54 kunnen we kort zijn: hiervan zijn in de loop der tijd al genoeg schitterende uitvoeringen van verschenen. Wat deze SACD aantrekkelijk maakt zijn de andere werken die niet zo vaak worden opgenomen en hier prima worden uitgevoerd. Dit programma – maar dan nog uitgebreider – is al eens op een driedubbel cd uitgebracht in 2010 door RCA en is nog steeds een prachtig archief. Dit is echter een SACD en dat is wel te horen. De opname onderscheid zich door een overvloedige hoeveelheid micro-informatie en een beangstigend realistisch podium.

Emile Stoffels
Luister 683

Diskotabel – de vergelijking

Saturday, March 12th, 2011

Op 27 februari werd in de vergelijking van Diskotabel op Radio 4, Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky besproken. Liefst negen uitvoeringen werden met elkaar vergeleken naar aanleiding van een nieuwe opname onder Andrew Litton op Bis. Ofschoon de commentaren een vertekend beeld geven, was het wel weer nuttig dit o zo belangrijke werk te bespreken.

Uit de eerste ronde bleek dat opname A een toporkest is met de nodige articulatie en balans. Opname B was wat langzamer, maar ook meeslepender en grillig. Opname C kwam er wat minder positief vanaf. Hier vond men het toch wat vlakker en minder pakkend. Ook de openingssolo van de fagottist was minder aansprekend en speelde meer op safe.

A. Bergen Philharmonic Orchestra, Litton BIS
B. Bamberger Symphoniker Nott, Jonathan Tudor
C. Cleveland Orchestra, Chailly Decca

Bij de tweede ronde was een panellid erg te spreken over D aangezien deze opname het meest authentiek overkwam. E bleek weer wat vlakker te zijn en te voorzichtig. Dit zou door de opname kunnen komen. Opname F werd weliswaar als eigenzinnig ervaren, maar was erg opwindend. Er was veel drive te bespeuren.

D. Koninklijk Concertgebouw Orkest Jansons, RCO Live RCO
E. London Philharmonic Orchestra, Haitink DECCA (oorspronkelijk op Philips uitgebracht)
F. Kirov Orkest, Gergiev PHILIPS

Bij de laatste ronde werd de opening van het tweede deel beluisterd. Hier werd vrij snel duidelijk en was men unaniem van mening dat opname H het hoogtepunt van de uitzending vormde. Alles leek hier te kloppen.

G. Detroit Symphony Orchestra, Dorati DECCA
H. Cleveland Orchestra, Boulez Deutsche Grammophon
I. Columbia Symphony Orchestra, Stravinsky Sony

Aan het slot waren het voor twee panelleden, opname H en F die er uitsprongen en voor een panellid opname H en D. Boulez op Deutsche Grammophon dus de kampioen, Gergiev op Philips op de tweede plaats en Jansons op RCO Live kreeg brons.

Voor mij persoonlijk blijft die onder Davis op Philips met het Concertgebouw Orkest uit 1977 nog steeds de toetssteen.