Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

CARLO GESUALDO – een schurk van een componist

Thursday, February 13th, 2014

Jeroen Terlingen
Aantal pagina’s: 137
ISBN 9789081954389
Uitgeverij LetterRijn

CARLO GESUALDO – een schurk van een componist

Het was Hector Berlioz ook bijna overkomen: een crime de passionele. Maar hij kon zich nog net beheersen. Carlo Gesualdo kon dat niet en reeg zijn overspelige vrouw met haar minnaar aan de degen. Deze gewelddadige actie zou hem dan ook bijna opbreken, maar hij was de neef van de paus en kwam er uiteindelijk toch mee weg. Tegenwoordig zouden we zo iemand een foute man noemen.

Carlo Gesualdo vorst van Venosa en componist, werd op 8 maart 1566 geboren als tweede zoon van Fabrizio Gesualdo en Gerolama Borromeo. Zijn madrigalen boeien tot op de dag van vandaag, door de gewaagde harmonieën en modulaties. Sommigen noemen hem dan ook de Schönberg van de 16de eeuw. Het onderbreken van verwachtingen van toehoorders, was het effect dat Gesualdo beoogde.

Jeroen Terlingen beschrijft in zijn literaire biografie het dagelijks leven van de adel tijdens de renaissance, maar ook krijg de lezer een goed beeld van de politieke situatie in die tijd.

Hij gebruikt vier perspectieven om Gesualdo’s leven weer te geven. Ten eerste Gesualdo’s moeder. Zij is inmiddels ziek geworden, mist haar verongelukte zoon Luigi (oudere broer van) en is verslaafd aan de laudanum. Voor haar en zijn directe omgeving is Gesualdo een eenzaat, die uitsluitend leefde voor zijn muziek. Zijn fascinatie voor geweld openbaarde zich al vroeg in zijn jeugd. Zo bond hij olijftwijgen aan de staart van een kat en stak het geheel in brand. Toen zijn moeder hem betrapte, was de smoes dat de kat een handlanger van de duivel was.

Daarna komt Silvia, de kamermeid van de eerste echtgenote (donna Maria) van Gesualdo aan het woord. Zij noemde hem punthoofd, omdat Gesualdo ook zo ter wereld kwam. Ook zij heeft het niet gemakkelijk gehad en was een van de eersten die de verminkte lichamen zag van Maria en haar minnaar.

Dan is daar de zangeres Laura Peverara aan het hof, die meer vertelt over de muzikale kwaliteiten en duistere kanten van Gesualdo. Frappant genoeg lijkt hij haar nog het meest te respecteren dan wie ook en vertrouwt haar toe, dat hij vroeger misbruikt is door zijn oom.

Ten slotte Gesualdo’s tweede vrouw Eleanora d’Este, die hij behandelt als een voetveeg en alleen maar goed genoeg acht voor nakomelingen.

Ik heb het boek met rode oortjes gelezen. Vooral de hoofdtukken van de moeder van Gesualdo, waren kostelijk. Terlingens biografie zal voor iedereen een aanmoediging zijn, om de muziekwereld van Gesualdo te onderzoeken. Het boek is mooi hardcover uitgevoerd, met de illustratie op de flap zelf.

Emile Stoffels
Luister Magazine

Wereldberoemd in Nederland: De Kanzy KAAM -1000 amplifier

Saturday, July 7th, 2012

Het is inmiddels ruim een jaar geleden dat de recensie over de Kanzy KAAM 1000 versterker in het audioblad Hifi Video Test zou verschijnen: een waarlijk peperdure buizen versterker van Nederlandse bodem. Music Emotions had reeds in November van 2010 een artikel van deze extravagante versterker gepubliceerd. Een test die m.i. vlees nog vis was. Geen duidelijke uitspraken, laat staan harde conclusies. Uiteraard kon HiFi Video Test niet achterblijven en zou in april 2011 ook met een artikel komen. Ik had de eer deze klus op me te nemen, maar het liep allemaal ietsje anders. Neerlands oudste audioblad besloot namelijk in te grijpen, door eerst het interview – een essentieel onderdeel van het artikel – te schrappen. Dit was het slot interview dat ik met Lars en Paul Dam van Kanzy bij mij thuis had, nadat ik de test had afgerond. Uiteindelijk besloot HVT om het hele artikel maar niet te publiceren. De reden voor het schrappen van het artikel, houd ik maar voor me. Hoe dan ook: dit was voor mij dan ook het begin van het einde, voor wat betreft de samenwerking met HVT. Hier alsnog mijn recensie. Ruim een jaar te laat, maar beter laat…

Wereldberoemd in Nederland: De Kanzy KAAM -1000 amplifier

De Kanzy KAAM 1000 heeft geen introductie meer nodig in dit land. Niemand minder dan Jan Douwe Kroeske en Leo Blokhuis hebben de machine bij Polyhymnia in oktober 2010 met verve geïntroduceerd. Aan mij de eer om nadat het stof weer wat was opgetrokken, de heavy tube amplifier aan de tand te voelen. Want een eer is het, om een pretentieuze versterker van eigen bodem in huis te hebben.

Uiteraard wilde ik eerst wat meer van het bedrijf weten en dus toog ik naar IJsselstein bij Utrecht waar het bedrijfspand staat. Bovendien had ik nogal wat brandende vragen naar aanleiding van eerdere publicaties. Het interview duurde dan ook enkele uren.

Na een korte rondleiding en kennismaking, stak commercieel directeur Lars Dam van wal om uit te leggen wat hen motiveert en welke kant ze op willen. Om te beginnen wilde de firma Kanzy een amp met een uitstraling van absolute meesterschap; een gilde waarbij de reproduceerbaarheid volstrekt is gegarandeerd. Zo was een deugdelijk ontwerp van de kast een hele zoektocht, maar bijvoorbeeld ook de kwaliteit van de schroefjes voor de montage. Kanzy verwacht van haar toeleveringsbedrijven, de hoogste kwaliteit en dat ze dat over 10 jaar ook nog kunnen. Dat in zichzelf is niet eenvoudig en vergt veel overleg, tijd en afstemmen. Continuïteit moet dus gewaarborgd zijn en dat vereist dan ook een lange termijn visie.
Lars legde uit dat de Kanzy KAAM 1000 in de markt wordt gezet voor verzamelaars aangezien er slechts een gelimiteerde oplage zal zijn. Ook mikt men op de audiofiel die de centjes er voor over heeft en de zogenaamde “Wannahaves”, die naast een Porsche en een huisje in Monaco, ook een Kanzy willen hebben. Ten slotte is Kanzy zich nu aan het richten op de Aziatische markt. Al met al was mijn eerste indruk van de mannen van Kanzy er een van enthousiasme. Mensen met een drive, een commercieel geslaagd product neer te zetten. Aangezien Kanzy nog geen enkele reputatie heeft en daarmee een achterstand op de gevestigde merken en fabrikanten, wordt dit project terecht als een ware uitdaging ervaren door de grondleggers.

Wat later schoof de technische man aan tafel: Ir. Paul Dam, de vader van… Paul heeft zich in zijn ontwerp niet laten leiden, neen zelfs niet laten inspireren door andere ontwerpers en fabrikanten. Dat verklaart sommige eigenzinnige keuzes bij deze machine. Die eigenzinnigheid geldt niet zozeer voor het gekozen schema. Ik vroeg hem bijvoorbeeld waarom er een push-pull ontwerp is gebruikt. Hij antwoordde dat push-pull intrinsiek – in tegenstelling tot single-ended – de even harmonische vervorming elimineert. Bovendien is een push-pull een veiligere keuze, met het oog op wat de consument thuis aan weergevers heeft. Ook is er gekozen voor nieuwe productiebuizen en geen NOS (new old stock). “Tegenwoordig is men in staat om een betrouwbaardere buis te fabriceren door betere technieken die ze vroeger niet hadden. De keuze voor de KT88 is een pragmatische.”, vervolgt Paul. “Het is een veel voorkomende buis die behoorlijk wat vermogen kan leveren en we hebben de eindbuis zo ingesteld, dat we slechts het meest steile gedeelte van het werkgebied van de buis gebruiken. Daarom maakt het eigenlijk niet uit welke buis gebruikt wordt. Het zijn juist die minder steile gebieden in het werkgebied van de buis, die het zogenaamde eigen karakter geven van zeg een EL34, een KT88, een EL84 enz.” Deze aanpak zou ook de neutrale weergave van de versterker ten goede komen. Uiteraard heeft deze keuze een keerzijde: een beperkter vermogen. Vandaar dat Paul heeft gekozen voor parallel push-pull. Dus, vier buizen per kanaal in plaats van twee. De Kanzy onderscheid zich ook al niet door de keuze van de stuurbuizen: ‘slechts’ de nederige ecc83. De Opel Kadet onder de dubbeltriodes. Ook dit was een praktische keuze: net als de KT88 is dit een veel voorkomende buis die daardoor de reproduceerbaarheid garandeert. Het doorselecteren van de aangeleverde dubbeltriodes was volgens Paul een hele toer die en passant ook nog even een buizentester hiervoor heeft ontwikkeld. Volgens Paul moeten er vanwege de ongelijkheid tussen de twee helften binnen de dubbeltriode, minstens 8 of zelfs 9 van de 10 ecc83’s verworpen worden om aan de hoge standaard te voldoen.
Het tot elke prijs door willen voeren van buizentechniek, is een opvatting van Paul die mij wel kan bekoren. Zo is er voor de gelijkrichting gekozen voor vier EZ81 gelijkrichtbuizen per kanaal. Dit uiteraard omdat de gehele machine volledig dubbel mono is opgebouwd. Graag had Paul Dam gekozen voor de GZ34 op die plek, maar dit is een aanzienlijk forsere buis en zou moeilijk passen in het chassis; dat al niet klein is. Aan het einde van mijn bezoek kreeg ik ook nog de binnenkant te zien van de Kanzy, wat weer de nodige vragen opriep bij me. En zo vloog de tijd om…

Uiterlijk

Na een tijdje was het dan zover. De Kanzy KAAM 1000 werd bij mij afgeleverd door Lars Dam. Direct zag ik dat er ook de nodige aandacht is besteed aan de wijze waarop de versterker vervoerd moet worden. Het is een kist van massief eikenhout en bovendien zit er een leren flap bij, die onder de versterker geschoven kan worden om het plaatsen van de machine te vergemakkelijken. Dat is met 40 kilogram schoon aan de haak, geen overbodige luxe. Ten slotte levert Kanzy een leren etui met een complete reserve buizenset met de EL34 van Electro Harmonix als eindpit. Deze zijn technisch vergelijkbaar met de KT88 en dus moeiteloos uit te wisselen.
Tja, waar moet je beginnen bij een versterker van dit kaliber? Ik weet dat er mensen zijn die hem spuuglelijk vinden, maar ook zijn er lieden die hem prachtig vinden. Dat in zichzelf is al een positieve indicatie: het ontlokken van een reactie. Dat is waar de kunstenaar – en bij uitbreiding de ontwerper – naar op zoek is. Het laatste dat men wil is, helemaal geen reactie. Persoonlijk vind ik de versterker inderdaad vrij groot, maar de verhouding klopt naar mijn gevoel aardig. Hierdoor wordt in elk geval de uitgebreide buizenbezetting (8 KT88’s en 8 ecc83’s) op het chassis, toch geen rommelig ‘glasservies’ zoals we weleens vaker zien. En dat is wat mij vaak zo stoort. Mijn demo exemplaar was overigens donkergrijs, maar ik neem aan dat de koper hier een keuze heeft.

Functionaliteit

Eenmaal op zijn plek nam ik de tijd om het beest wat van dichterbij te bekijken. Over de functionaliteit had ik nogal wat op- en aanmerkingen die ik net als mijn luister indrukken uitvoerig en eerlijk besproken heb met Lars en Paul, toen de amp weer werd opgehaald. Een beknopt verslag staat aan het einde van dit artikel.
Om te beginnen ontbreekt helaas een afstandsbediening. Dat is één ding. Wat de machine nog lastiger te bedienen maakt, is dat er gekozen is voor een mono potmeter per kanaal. En of dat al niet lastig genoeg is, er is zelfs geen schaalverdeling aangebracht. Het enige houvast in deze is dat er zich op de volumeknoppen meerdere gaatjes bevinden, waardoor men bij benadering een idee heeft. Ik moet zeggen dat me dat in het begin niet meeviel, maar alles went zullen we maar zeggen…
Iets dat mij in hoge mate bevreemde of op zijn minst opviel, was het volgende. Er is namelijk gekozen voor een bajonetaansluiting voor het lichtnet. En ofschoon dit een chiquere en meer solide oplossing is dan de gangbare euro entree, wordt hiermee wel de mogelijkheid voor de audiofiel teniet gedaan om eventjes met andere voedingskabels te experimenteren. Iets wat in de audiowereld inmiddels als vanzelfsprekend wordt gezien. En dat vind ik zwaarder wegen dan dat een bajonetaansluiting een betere oplossing is dan een euro entree. De meegeleverde kabel is van een gemiddelde kwaliteit, maar daar kom ik straks op terug.

Op de achterkant waar ook de lichtnetschakelaar en de UL/Triode schakelaar zit, zit een aardeschroefje voor de platenspeler. Ik had daar persoonlijk liever een draaiknopje gehad. Overigens is de MC trap afgesloten met een 47K weerstand. Dat is m.i. een schier oneindige waarde. Zaak in deze is dat de vinylliefhebber hier de juiste waarde doorgeeft aan Kanzy, opdat het element correct wordt afgesloten.
Ten slotte zijn de speaker terminals van onberispelijke kwaliteit. Op mijn model zaten ‘slechts’ Cardas aansluitingen. Omdat dit bedrijf volgens Lars niet altijd aan de specs kan voldoen die Kanzy stelt hiervoor, is men verder gegaan met WBT. Deze staan boven iedere discussie. Voor dit heeft Kanzy dus voor de hoogste kwaliteit gekozen. Dan zou men hetzelfde verwachten voor de cinch ingangen, maar vreemd genoeg heeft men hier gekozen voor eenvoudige Neutrics. Niets mis met deze ingangen. Voldoen prima, maar waarom dan hier ook niet de hoogste standaard?

De ingewanden

Iets dergelijk had ik ook met sommige toegepaste componenten in het binnenste van de versterker. Voor de weerstanden heeft men kosten noch moeite gespaard. En met goede reden! Ook ik heb ervaren dat weerstanden – soms afhankelijk van de plek – een gigantische invloed op de klank hebben. Kanzy heeft de weerstanden speciaal bij een bedrijf laten ontwikkelen dat ook aan de luchtvaart en de medische industrie levert. Als Kanzy een order plaatst, dan begint daar pas de productie. We kunnen ons voorstellen dat dat een dure aangelegenheid is. Deze moeite had ik dan ook verwacht op andere kritische plekken zoals de koppelcondensators (die Paul gebruikt ipv. van interstage trafo’s). Echter daar heeft men voor relatief eenvoudige Auricaps gekozen. En ook hier geldt weer: niets mis met Auricaps, maar de verhouding met de speciaal op bestelling ontwikkelde weerstanden is m.i. een beetje zoek. Op zijn minst mogen we op deze kritische plaatsen de top exemplaren van topmerken verwachten. Iets dat men verwacht in een buizen versterker van 60K. Overigens, voor de ontkoppeling van de kathodes is wel voor bi-polaire Mundorf elco’s gekozen. Men zou daar evenwel zelfs kunnen gaan voor (olie in papier) condensatoren ipv. elco’s. Echter, omdat Paul Dam daar de min of meer extreme waarde van 470 uF gebruikt, zouden de genoemde condensatoren te groot worden om te plaatsen. Overigens is alles hard-wired en heeft men consequent gebruik gemaakt van zilverdraad en zilversoldeer. Voor de uitgangstrafo’s heeft men gekozen voor de ringkern types van Ir. Menno van der Veen. Ofschoon er voor- en tegenstanders van ringkern trafo’s zijn, zijn deze types met veel succes toegepast in veel goede versterkers met een uitstekende reputatie.

Welke cd als eerste te draaien?

Na een uur opwarmen achtte ik de tijd rijp om een geluidsimpressie te krijgen; indachtig dat een buizenmachine nog een hele tijd te gaan heeft voordat hij zijn top bereikt. De algemene indruk was er een van aangenaamheid en de nodige rust. Bovendien was er een behoorlijke stage. Murcofs Martes was wat minder elastisch en ritmisch dan me lief was. Bovendien kwam het op mij over met een meer getemperde snelheid en openheid. Ook de vijf stukken voor orkest van Schoenberg, klonk minder spits en tastbaar, maar dat zou zich ongetwijfeld in de komende uren wel oplossen. En anders de komende dagen wel. Peter Gabriel had wel voldoende punch, maar dat lag in de lijn der verwachting. Ik weet uit ervaring wat een KT88 in UL schakeling kan brengen in dat opzicht. Een dergelijke substantie in het laag had ik bijvoorbeeld ook al bij de Cayin gehoord, alleen net niet met die articulatie en autoriteit. Toch had ik een meer gebeitelde bas verwacht.

De Hoofdronde

De volgende dagen was het tijd voor de luistersessies waaruit we graag definitieve conclusies willen trekken. Ook heb ik gemeend in dit geval een nog bredere selectie afspeel materiaal te gebruiken dan ik doorgaans al doe. Dit, omdat ik inmiddels wel weet dat ook vaste referentie opnames tot een vorm van bedrijfsblindheid kunnen leiden. Bovendien komt het soms voor, dat zelfs referentie opnames uiteindelijk door de mand kunnen vallen en daarmee het gehele luisterkader op losse schroeven zet. Waakzaamheid is hierin dan ook een voorwaarde. Een recensent mag in deze nooit op zijn lauweren rusten!

Wat mij enigszins bevreemde was dat ik het meeste in UL schakeling afluisterde. Dat is raar want ik had bij alle versterkers die deze schakel optie hadden, tot nu toe precies het omgekeerde. In triode werd het laag iets weker en bovendien werd de algemene klanksignatuur minder spannend. Wel werd overgeproduceerd materiaal aangenamer en minder vermoeiend. Feit blijft dat er in UL, meer ‘snap’ was. Meer levendigheid dus, ten koste van een ietwat ingesnoerd stereobeeld en separatie.
Random Acts of Happiness van Bruford had wel een opvallende autoriteit, maar ik miste toch teveel inner detail en alles in het midden-hoog gebied leek aan het oor ontrokken door een soort nevel. Dat bleek ook het geval bij Miles Davis’ Decoy en Sacred Love van Sting. In z’n algemeenheid klonk het mij allemaal te bruin en besloot daarop de meegeleverde voedingskabel uit te wisselen voor mijn NordOst Valhalla. Daarvoor moest wel ‘even’ de bajonet aansluiting omgewisseld worden. Het bleek een buitengewoon nuttige exercitie. De Kanzy werd weer ingeschakeld en alles was bij toverslag anders. Ten eerste: de ‘nevel’ was goeddeels opgelost en er was ineens de nodige inner detail. Snelheid en openheid was nu overduidelijk meer aanwezig. Bovendien was er meer hoogte in het stereobeeld gekomen. Overigens was het totale stereobeeld in z’n algemeenheid een behoorlijke slag uitgebreid. Evenzo leken de zaken langer uit te klinken en ritmisch leek er veel gewonnen, ten koste van een prettige bulk volume in het midden-laag. Maar er was nu wel meer voelbaar sublaag. Kort gezegd, de gehele klanksignatuur van de versterker was totaal veranderd. Het leek of dat de Kanzy on steroïds was, die voor de nodige gespierdheid zorgde. Opvallend was dat mijn voorkeur voor de UL stand was omgebogen naar triode schakeling. Toch had ik nog steeds mijn bedenkingen over het beperkt doorlopende hoog en was het midden en midden-hoog naar mijn smaak nog steeds iets te bruin. Maar deze actie liet wel zien hoe belangrijk een goede voedingskabel is.

De grootste kritiek evenwel bleef dat ik nog steeds niet het idee had, volledig in de muziek gezogen te worden. Iets dat ik bijvoorbeeld wel bij de Kronzilla had en in iets mindere mate bij de Melody AN211. Schumans vioolconcert klonk niet spannend genoeg en ook vond ik het kleurenpalet relatief te beperkt. Nog steeds was er het gevoel dat het geen versterker is die de mond vanaf de eerste minuut snoert en iedere poging tot discussie ontmoedigt. Iets dat zich eigenlijk al moet manifesteren bij de eerste luisterindruk. Wellicht was mijn verwachtingspatroon te hoog…?

Uiteraard heb ik in dit geval een paar mensen uitgenodigd om hun mening te horen zonder ze te souffleren, maar ook zij kwamen onafhankelijk van elkaar tot een vergelijkbare conclusie. De rode draad was ook hier: relatief te weinig spannend en betrokkenheid. De laatste dag heb ik ook nog de reserve buizenset beluisterd met de EL34, maar al vrij snel werd duidelijk dat de beste resultaten met de KT88’s te halen zijn. De EL34 set klonk veel te bruin en te sompig. Dat kan ook liggen aan het merk. Ik weet dat meerderen deze ervaring hebben met Electro Harmonix.

Eindconclusie

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat de Kanzy mij totaal niet heeft weten te overtuigen. Te weinig had ik tijdens het doorluisteren het idee, dat ik naar een bijzondere versterker aan het luisteren was. Noch had ik het gevoel dat deze amp vanaf het begin af aan geen enkele ruimte zou laten voor discussie. Ook niet de dagen erna en dat was wel wat ik verwacht had, gezien het prijskaartje. Waar de Kanzy m.i. wel bijzonder in was, was de mate van autoriteit en rust waarmee alles werd neergezet. Dit is denkelijk het resultaat van de compromisloos opgebouwde voeding.
Ik bleef dan ook met het gevoel zitten dat we hier met een versterker te maken hebben met een zeer grote potentie, maar klankmatig nog lang niet is uitontwikkeld. De vraag was dan ook: heeft men tijdens de ontwikkeling wel een luister panel ingeroepen, die de nodige sturing kon geven hierin? En zo ja, hoe is dit panel gebruikt? Waarom bijvoorbeeld wel peperdure weerstanden met spectaculaire specificaties, maar niet de koppelcondensatoren? Overigens, de specs zijn één ding, maar wat doen ze klankmatig? Zijn ze vergeleken met andere op audio gebied gerenommeerde weerstanden zoals Takman, Audio Note tantaal enz? Redenen genoeg om deze zaken terug te koppelen naar de mannen van Kanzy. Deze vragen en bevindingen zouden dan ook het eindgesprek dicteren.

Terugkoppeling

Hier volgt een samenvatting van het gesprek dat ik had met Lars en Paul Dam toen ze de Kanzy weer kwamen ophalen. Uiteraard heb ik het koren van het kaf gescheiden.

ES: Is dit model het prototype? LD: neen, dit is het demomodel. ES: ik vraag dat, omdat mij een aantal dingen opvielen. Er zijn relatief goedkope cinch aansluitingen ten opzichte van dure speaker terminals gebruikt. LD: Dat klopt. Ofschoon de Neutrics prima zijn, kan ik me voorstellen dat de toplijn van WBT meer passend is. Wij staan daar wel voor open om daar naar te kijken. ES: ik vroeg het ook ivm. de afwezigheid van de afstandsbediening en schaalverdeling rond de volume regeling. PD: vanuit puristisch oogpunt hebben we niet gekozen voor een afstandsbediening, omdat er dan gebruik gemaakt moet worden van een motortje. Dat zorgt weer voor storingen en dat willen we niet. ES: gemak en purisme hoeven elkaar tegenwoordig niet noodzakelijkerwijs uit te sluiten. Toch? LD: een andere overweging was dat we de gebruiker graag betrokken willen houden bij de muziek. Bovendien als ik zie wat voor een ritueel sommige vinylliefhebbers moeten doorlopen voordat ze eens kunnen luisteren, dan moet dit geen probleem zijn. ES: dat klopt, maar door dit is men nog meer tijd kwijt. Bovendien vinden veel mensen het fijn of zelfs belangrijk, om tijdens een muziekstuk vanwege de dynamische verschillen het volume aan te passen. Overigens maakt de keuze voor twee mono potmeters, de zaak nog lastiger af te stemmen. LD: Dat begrijp ik, maar er zit altijd wel een links rechts verschil in zelfs de beste stereopotmeters. En dan heb je toch weer een balansknop nodig om het verschil recht te trekken. Maar als de koper liever een balansknop heeft met een stereo potmeter, dan kan dat. ES: dat is goed om te weten.
ES: dan iets anders. Waarom hebben jullie gekozen voor een bajonetaansluiting voor het lichtnet? PD: dit is de beste manier. De euro entree is eigenlijk gemaakt voor het strijkijzer en biedt een inferieur contactoppervlak. ES: nooit geweten van het strijkijzer, maar hiermee wordt wel de mogelijkheid voor de audiofiel teniet gedaan om met andere voedingskabels te experimenteren. Iets wat in de audiowereld inmiddels als vanzelfsprekend wordt gezien. Dat vind ik eerlijk gezegd zwaarder wegen dan dat een bajonetaansluiting een betere oplossing is dan een euro entree. LD: wij willen hierin ook een bepaalde eigenzinnigheid betrachten. ES: alles goed en wel, maar de kwaliteit van de meegeleverde voedingskabel is vrij gemiddeld. Ik ben zo vrij geweest om mijn NordOst Valhalla kabel aan de bajonetaansluiting te laten zetten en was blij dat ik die vrijheid had genomen. Het plaatste de versterker in een aantal facetten klankmatig op een ander plan. LD: wij zijn geen kabelfabrikant en voelen ons niet verantwoordelijk voor de audiofiele kwaliteit van de kabel. Anders gezegd: het moet technisch volstaan en meer niet. Dat wil niet zeggen dat we blind willen zijn voor ontwikkelingen op dat gebied. Wij zijn inmiddels ook wel bezig om daar eens naar te kijken. Wellicht dat we de markt wat in beweging kunnen brengen zodat fabrikanten van hoge kwaliteitskabels zich gaan richten op bajonetaansluitingen. ES: ben benieuwd. Misschien een samenwerkingsverband met NordOst? PD: Je gebruikt op die plek weliswaar een mooie voedingskabel, maar ik zag in jouw luisterruimte geen scheidingstrafo voor het lichtnet. Dan moet je dat eigenlijk ook doen. En geloof jij nu echt dat dat stukje kabel invloed heeft op de weergave? Dat is technisch onmogelijk. Is het niet meer een stukje emotie? ES: noem het hoe je wilt, maar kennelijk heeft het invloed op de klank en niet zo weinig ook en ik sta daar bepaald niet alleen in. Ik snap ook wel dat een techneut zaken wil kunnen meten, maar wellicht dat we in de toekomst wel hiertoe in staat zijn. Voor wat betreft de scheidingstrafo: ik geloof niet dat de meeste audiofielen en recensenten een scheidingstrafo hebben. En die zullen die verschillen in kabels toch ook opmerken. Dat neemt niet weg dat het een goed idee is om over een scheidingstrafo na te denken. Alles in dienst voor de verbetering, zou ik zeggen…
ES: Ik moet zeggen dat de Kanzy me ook klankmatig niet meeviel. Wellicht dat mijn verwachtingspatroon te hoog was, maar ik kreeg geen blosjes op mijn wangen. En in de loop van de dagen bekroop mij het gevoel dat ik met een versterker te maken had die in potentie uitstekend is, maar klankmatig nog niet geheel is uitontwikkeld. Ik zeg dat, met het oog op de enigszins onbalans in kosten en moeite tussen bijvoorbeeld de koppel condensatoren en weerstanden. En zelfs weerstanden met verpletterende specificaties, zijn nog geen garantie voor voortreffelijke klankeigenschappen. LD: Het is uiteraard de mening van een recensent, waar ik moeite mee heb is de suggestie dat de KAAM 1000 nog niet is uitontwikkeld. We hebben een behoorlijke tijd gestoken in het doorluisteren van de gebruikte componenten. We hebben daar en aantal serieuze luisteraars voor gebruikt en moesten uiteindelijk een keuze maken. Uiteindelijk zijn het de Auricaps geworden. Ik weet dat het altijd weer beter kan, maar wij staan volstrekt achter de keuze die we hebben gemaakt. PD: Het kan zeker beter. Ik weet dat Menno van der Veen een condensator aan het ontwikkelen is die volstrekt compromisloos is. Ik heb hier veel vertrouwen in en wordt wellicht in de Kanzy toegepast. ES: interessante ontwikkeling. Het is mijn ervaring dat de klanksignatuur enorm beïnvloed wordt op deze plek.
ES: Ik weet ook dat Menno van der Veen silverwired uitgangstrafo’s heeft. Heb je daar over nagedacht? PD: Uiteraard! Maar uit ervaring weet ik dat silverwired UGT’s de neiging hebben om scherp te klinken, maar ik heb ze niet geprobeerd. ES: niets op tegen om dat alsnog te doen. Toch? En wellicht ook UGT’s van andere fabrikanten proberen?

Emile Stoffels

Aurexx Crystal 1 – een buizen avontuur

Monday, March 21st, 2011

Aurexx Crystal 1 – een buizen avontuur

Kunnen we ons een wereld voorstellen, zonder Marktplaats? Hoe vaak zitten we niet te gluren naar de advertenties tegen die overbekende zachtgele achtergrond? ‘Kijke kijke nie kopuh’ is wat ons Nederlanders op vakantie weleens wordt verweten. Trouwens, ikzelf doe dat ook hoor…

Hoe dan ook, er zijn zo van die koopjes die werkelijk de moeite waard zijn. Een tijdje terug bijvoorbeeld werden we overspoeld met aanbiedingen van de Aurexx Crystal 1, die voor ware spotprijzen werd aangeboden: als bouwkit of reeds afgebouwd. Het is een EL84 single-ended versterkertje met slechts één dubbeltriode voor de aansturing. Simpeler kan het gewoon niet en dat is de kracht van dit ontwerp. Strikt genomen zouden we moeten spreken van een eindversterkertje met een volumeregeling. Het moppie wordt overigens ook regelmatig tweedehands op ‘s Nederlands meest bezochte website aangeboden voor een slordige honderd euro. Het vermogen is 3 a 4 watt; voorwaarde is dus wel een luidspreker met een gevoeligheid vanaf 92 dB.

AREXX Engineering uit Zwolle die dus regelmatig die kits en afgebouwde exemplaren aanbiedt voor zachte prijzen, wist me te vertellen dat ze bij onze oosterburen als warme broodjes over de toonbank gaan.

Radio Bulletin

Het begon allemaal in 1998 met het elektronica tijdschrift RB Elektronica. RB stond toen voor Radio Bulletin. Er werd toen in dat blad een single-ended buizenversterkertje gepresenteerd, gebaseerd op de EL84. De Jama RB-010. Het kitje kostte toen in de voorinschrijving 374 gulden en het afgebouwde model, vijf  tientjes meer. In datzelfde jaar kwam RB – dat toen al bijna 70 jaar bestond – ook nog met een push-pull uitvoering. Later is de naam veranderd in Aurexx en is de productie naar Azië gegaan, naar ik heb begrepen.

‘Wolf in schaapsklederen’

Het is algemeen bekend dat de EL84 buitengewoon makkelijk is aan te sturen. Er is dus geen complexe stuurtrap nodig om de EL84 open te trekken, in tegenstelling tot veruit de meeste direct verhitte triodes. Maar zelfs ook in vergelijk met veel tetrodes en penthodes. Ik heb inmiddels nogal wat versterkertjes met deze buis gehoord, maar ben nog nooit teleurgesteld door deze eindpit. D’accord, de ene was wat opvallender dan de andere, maar wat al deze versterkers kenmerkte, was de typische EL84 kwaliteit: een aanstekelijke, frisse, open klank met de nodige verfijning die direct aanspreekt en ook aan blijft spreken. Er wordt altijd een beetje denigrerend over deze buis gedaan, omdat het slechts een indirect verhitte penthode is. Wat veel mensen blijkbaar ontgaat, is dat de El84 in de jaren 50 door Philips als een echte audiobuis ontworpen is. En dat is te horen. Toch lees ik inmiddels steeds vaker op  forums, dat veel hobbyisten en ontwerpers deze buis wel degelijk bejubelen. Peter Qvortrup de grote man van Audio Note zegt er over:
”I like the EL84, in fact I prefer it to all the more powerful pentodes/tetrodes”.

De EL84 – de Amerikaanse equivalent is de 6BQ5 – wordt wel eens ‘the baby with the bite’ of ‘een wolf in schaapsklederen’ genoemd. Dat komt door het pittige karakter en het relatief kleine formaat. Hij is vingerdik en 68 mm hoog. Een kleine glaskolf dus, waardoor hij ook behoorlijk heet wordt. Koeling kan nog wel eens een aandachtspunt zijn. Oppassen geblazen dus met kleine kinderen.

Ofschoon het dingetje uit de doos al opvallend goed klinkt, ligt de kracht van deze versterker vooral ook in de potentie. De onderdelen die erbij worden geleverd zijn van gemiddelde kwaliteit. De potmeter is tegenwoordig een Alps, niet de toplijn maar toch. De uitgangstrafo’s echter zijn verassend goed en behoorlijk fors. Echt leuk wordt het als de andere componenten op de kritische plaatsen worden vervangen. Ik kan het weten, want ik heb er veel mee geëxperimenteerd. Vooral de volgende stappen zijn de moeite waard.

Glas voor glas

Voor degenen die voorlopig niet zoveel zin hebben het chassis los te draaien, kan een buizenuitwisseling al erg leuke verbeteringen geven. Oorspronkelijk worden er EL84 Sovteks meegeleverd en een ecc83; veelal van EI. Op Amerikaanse sites wordt de TAD EL84 geroemd. Die heb ikzelf nog niet gehoord, maar die ga ik zeker een keer proberen aangezien dit nieuwe productie betreft. Met NOS (new old stock) El84’s heb ik prima resultaten behaald met de Philips Miniwatt en Tungsram. De grote klapper – in mijn beleving althans – was het uitwisselen van de ecc83. Ik heb hier van alles geprobeerd: 5751’s en 6072’s van allerlei soorten en merken, maar de eyeopener was de 6829 van General Electrics. Op een goede tweede plaats kwam de e180cc van Philips. Deze types trekken wel iets meer gloeispanning, maar dan heb je ook iets zullen we maar zeggen. Aangezien er maar eentje nodig is, lopen de kosten niet zo op. Op e-Bay worden ze regelmatig aangeboden en dan kun je zien dat enkele buizen verhoudingsgewijs goedkoper zijn dan paartjes.

De binnenkant

Gelijkrichtdiodes

Dit zijn hoorbare verbeteringen: minder structuur in het signaal dus meer schoonheid, sneller en gearticuleerder laag en verder doorlopend hoog. Probeer de ultra-fast-soft-recovery typen. Let wel op de maximaal toelaatbare spanning! Een aantal betere typen beginnen vaak met de letters BYV of BYT in het typenummer. Op een forum las ik dat de Vishay 1n5062 waanzinnig moeten klinken, maar ik heb daar geen ervaring mee. Van een aantal hobbyisten heb ik begrepen dat de silicium carbide typen van Infineon Technologies, de vergelijking met een buizengelijkrichter kunnen doorstaan. Verder raad ik aan te googelen op Eddie Vaughn. Dit is een echte goeroe met veel verstand van zaken en een indrukwekkende ervaring.

Weerstanden

Rondom de stuurbuis. Ofschoon een aantal zeer gerespecteerde goeroes het niet eens met me zullen zijn, heb ik ervaren dat deze plek na de kwaliteit van de uitgangstrafo’s, de meest kritische plek is. Zelf heb ik de beste resultaten behaald met een Riken Ohm weerstand voor de anode en een Audio Note tantaal voor de kathode. Takman weerstanden klinken het meest neutraal, maar aangezien de EL84 wel wat voluminositeit in het laag kan gebruiken, zijn de tantaal weerstanden hier wel op hun plaats.

Ook de kathodeweerstand van de eindbuizen is de moeite van het aanpakken waard. Daar zou inderdaad een robuuste weerstand gezet kunnen worden met goede klankeigenschappen, zoals de Kiwane of een dikke Audio Note Tantaal.

Ten slotte geeft een kwaliteitsverbetering van de roosterlek weerstand ook de nodige verbeteringen.

Elco’s

Dan de ontkoppel elco die over de kathodeweerstand van de eindbuis staat. Hier zitten oorspronkelijk Nichecons. Er is inmiddels wel een soort van consensus ontstaan dat op die bewuste plek, een Blackgate FK type buitengewoon mooie dingen doet. Aangezien de Black Gates tamelijk zeldzaam worden, is de Elna Cerafine of Silmic II een goed alternatief. Uiteraard net als de weerstanden wel de oorspronkelijke waardes aanhouden.

Koppel condensators

Buitengewoon heilzaam is het  de koppel condensators te vervangen. Er zijn ontzettend veel mogelijkheden, maar ik heb toen de Jensens koperfolies gebruikt. Ik kan me echter voorstellen dat een mooie Mundorfs daar ook goed werk verricht. Deze zijn heden ten dage zeer populair en daar is goede reden voor.

Tegenkoppeling

Last but not least is er mijn inziens teveel tegenkoppeling toegepast in het concept. Dit kan gemakkelijk verlaagd worden. Oorspronkelijk zit daar een 12K weerstand, maar ik heb daar toen een 25K ingezet. Dit geeft minder versmering en meer openheid. En meer gain bovendien. Het zal me overigens niet verbazen dat het ook zinnig is ook daar een kwaliteitsweerstand te plaatsen.

Helemaal leuk wordt het, indien de EL84 triode wordt geschakeld. Dat houd in dat het schermrooster met de anode wordt verbonden. De El84 in triode klinkt werkelijk schitterend, daar zijn de meesten het wel over eens. De klank lijkt dan erg veel op een echte triode, maar toch anders. Tevens valt dan de noodzakelijkheid weg van tegenkoppeling. De keerzijde is dat het vermogen met ruim 60% wordt verminderd en pas interessant wordt voor speakers vanaf 95 dB gevoeligheid. Ik heb dat lange tijd gedaan en werkt goed. Oké, de IJzergieterij van Mosolov – om maar een dwarsstraat te noemen – wordt wat lastig. Maar kamermuziek, jazz en kleine bezettingen in het algemeen, gaat prima.

Uitbesteden

Voor degenen die niet zo geweldig met de soldeerbout overweg kunnen of simpelweg niet de gelegenheid hebben te knutselen, die raad ik aan met een beetje goed netwerken in contact te komen met handige hobbyisten. Er zal wel iets betaald moeten worden, maar uit ervaring weet ik dat deze mensen het gewoon ontzettend leuk vinden in een versterker op een verantwoorde manier te graven. Die kosten zullen dus echt wel meevallen, net als de genoemde onderdelen.

Op deze manier kunnen we een relatief goedkoop versterkertje naar een ongekend niveau tillen die veel duurdere concurrenten en merken van naam, ernstig in verlegenheid brengt. Ook kan op deze manier de versterker op persoonlijke smaak worden getuned. Zolang het vermogen maar geen dominerende rol van betekenis speelt. Veel plezier met het avontuur.

Emile Stoffels

ModWright KWA 100

Thursday, December 16th, 2010

De KWA 100 eindversterker van ModWright

Dan Wright begon in 2000 met het modificeren van bestaande apparatuur en oogstte daarmee wereldwijde bekendheid. Maar wat als het modificeren niet meer de gewenste uitdaging biedt? Logischerwijs gaat men dan zelf over tot het ontwerpen en fabriceren van een eigen product. Dhr. Wright is blijven ontwerpen en met de opening van de nieuwe fabrieksfaciliteit, kunnen we in de toekomst nog meer interessante producten verwachten. Ook condensatoren worden in eigen huis ontwikkeld.

Ik had nog nooit van het merk gehoord, wat uiteraard niet alles zegt en in het begin – ik moet nu nog steeds goed nadenken – had ik het iedere keer over ModBright, i.p.v. ModWright; vraag aub. niet waarom. Hoe dan ook, de naam is een samentrekking van modifications en Dan Wright; de oprichter van deze firma.

Aangezien luidsprekers in de loop der tijd door de materiaalkeuze van de units en de filtering steeds gecompliceerder werden en dientengevolge meer vermogen eisten van versterkers, begon het versterkers landschap er anders uit te zien. Er kwam een toenemende behoefte aan meer werkkracht. Uiteindelijk verschenen er in de jaren tachtig in de VS versterkers met veel vermogen die ook de nodige stroom konden leveren. Dit zorgde voor een toegenomen controle, die de meest grillige en exotische luidsprekers wist te temmen. Wellicht dat het befaamde Krell hier de belangrijkste exponent van was, maar uiteraard waren er meer merken.

Vermogen of muzikaliteit?

Het mag wellicht voor sommigen vreemd in de oren klinken, maar hoog vermogen versterkers beschikken doorgaans niet over de meest verfijnde klank. Dat heeft uiteraard een reden. Kort gezegd komt het erop neer dat, hoe meer vermogen er nagestreefd wordt, hoe meer componenten er nodig zijn. Des te gecompliceerder zal de schakeling worden en z’n neerslag hebben op de geluidsreproductie. Verder zal een dergelijk ontwerp ook weer eisen stellen aan de voeding en de kostprijs omhoog stuwen. Zodoende verdwijnt er veel kostbare informatie en daarmee muzikaliteit. Enkele merken evenwel slagen er in een goede balans te vinden tussen kracht en finesse. ModWright is daar een goed voorbeeld van.

Kennismaking

Voor ons staat Dan Wrights nieuwe eindversterker: de KWA 100. KWA staat voor Kimmel, Wright en Amplifier; ook verwijzend naar de gelauwerde ontwerper Allen Kimmel. Het vermogen zit enigszins in de naam besloten: 100 watt hoofdzakelijk werkend in klasse A/B, maar eigenlijk levert hij meer: 140 bij 8 en 190 bij 4 ohm. In tegenstelling tot zijn grote broer, zijn voor de KWA 100 Mosfets gebruikt, in plaats van Thermal Trak Bipolars. Wel is er de krachtige voedingstransformator van 500VA, waar de KWA 150 er twee van heeft en voor de rest ook hier hoogwaardige componenten. Op de overzichtelijke printplaat ontwaren we merken als Lundahl en Tamura trafo’s, Panasonic elco’s enz.

Over het algemeen zijn dergelijke machines zwaar en dat geldt zeker ook voor de KWA 150, maar deze Benjamin is verassend licht. De aluminium afgewerkte behuizing oogt degelijk doch elegant en is sinds kort ook in zwart leverbaar. Vermeldenswaard is dat nadat de stand-by hoofdschakelaar op de achterkant is ingeschakeld, er nog een microschakelaar op een minder voor de hand liggende plek moet worden ingeschakeld: linksvoor onder de behuizing. Dat was even zoeken in het begin… Achterop zit ook een schakelbare hoog en laag bias, net als bij de KWA 150. Bij de latere modellen, is die functie echter achterwege gelaten. Nu wordt die schakelaar gebruikt om de enigszins overdadige blauwe led verlichting, die ons via de koelspleten tegemoet komt, uit te kunnen zetten.

Er is overigens ook nog een special edition verkrijgbaar met uitgebreide voedingscapaciteit, verhoogd vermogen door extra mosfets, de in-house ontwikkelde condensators en Takman carbon weerstanden op de kritische plekken in de schakeling. Van de laatste weten we inmiddels dat ze uitermate neutraal klinken. Tot nu toe was ik zeer onder de indruk van de Audio Note Tantaal weerstanden… en dat ben ik nog steeds, maar ik heb me laten inlichten dat de Takmans absoluut niets toevoegen aan het geluid.

Luisteren

Het hoge rendement en vooral de relatief gunstige impedantie karakteristiek van mijn speakers indachtig, meende ik aanvankelijk dat een krachtige eindversterker niet echt veel aan controle en kracht zou toevoegen vergeleken met de versterkers die ik de laatste tijd thuis heb getest. Dat bleek een vergissing.

Nadat de KWA 100 al een paar weken had ingespeeld bij de distributeur, had ik de mogelijkheid deze versterker te testen. Omdat ik niet kon beschikken over mijn eigen replica Audio Note M7 voorversterker, mogelijk vanwege een aardprobleem, moest ik op zoek naar iets anders. Gelukkig stelde een vriend zijn Bryston ter beschikking.

FETs hebben veelal de neiging – net als buizen – om de frequentie uitersten ietwat warm af te ronden. Iets wat Amerikanen Roll-off noemen en wat ik ook enigszins bij de Nelson Pass hoorde. Toch manifesteerde het tintelende hoog bij de KWA 100 zich op een energieke manier. De klavecimbel op Boys For Pele van Tori Amos klonk schoon en aangenaam, doordat de boventonen uiterst correct werden gereproduceerd. Deze tinteling werd bevestigd door Bachs Chromatische Fantasie en Fuga BWV 903, waarbij – FETs eigen – nooit luistermoeheid optrad.

Opvallend genoeg leek het laag wel degelijk ver door te lopen, met een bijna bovennatuurlijke controle. Bij ‘People’ op King Crimsons Thrack sprong de gelaagdheid in de basweergave in het oog, die ik slechts bij tamelijk exotische versterkers ervaar. Zelfs in de laagste registers, was ruimte voor elasticiteit en gemak. Ook bij track 9 op Random Acts of Happiness werd de contrabas manshoog afgebeeld met een onversneden gezag.

Op track 5 van dezelfde cd had de basklarinet – net als de Nelson Pass INT-30A – de vereiste buikigheid en souplesse, maar ook de handclaps op het einde van dat nummer hadden veel snelheid en klonken verbijsterend open. De KWA 100 deed me hierin dan ook denken aan de Sphinx Project 14 die ik ooit had.

Het was echter het voor een transistor relatief sterk vloeiende middengebied dat mij zo trof en zorgde voor een waar kleurenfeest. Talk Talks Spirit of Eden klonk uiterst tastbaar en gedetailleerd met al die verschillende percussie instrumenten. Peter Gabriels bronzen stem had een intimiteit en betrokkenheid die ik alleen ken van een goed buizenontwerp. Ook violen en altviolen hadden de beoogde klanksignatuur, zoals bleek op Roy Harris’ symfonie. Het koper in het derde deel van Arthur Honeggers Di Te Re, was aanstekelijk pregnant.

Ritmisch, een groot en precies beeld – dat dieper is dan breed – zijn andere kwalificaties die we moeten noemen. In het tweede deel van de solo vioolsonate van Bela Bartok, leken de gaten in het fugathema natuurlijker dan ooit. Groots inderdaad klonk de opening van Bruckners negende door Giulini op DG, zonder dat de KWA 100 buiten adem raakte.

Conclusie

Het mag duidelijk zijn, dat ik behoorlijk onder de indruk ben van deze machine. De presentatie was zeer overtuigend; een uiterst verfijnde klank, ondanks het relatief hoge vermogen. Deze muzikale versterker gaat 3795,- kosten, wat aanzienlijk goedkoper is dan de KWA 150. Belangrijker evenwel is, dat ik deze eindversterker als de referentie beschouw in dit metier. Uiteraard blijft het een kwestie van smaak en persoonlijke omstandigheden, maar ik geloof toch echt dat er in deze prijsklasse een nieuwe standaard is gezet. In de komende tijd zal ModWright ook een nieuwe voorversterker op de markt brengen, die ook in HVT aan de tand zal worden gevoeld. Overigens staat er ook een geïntrigeerde versterker in de pijplijn…

Emile Stoffels

Gebruikte CD’s:
Boys For Pele – Tori Amos;
Clavierfantasien/Andreas Staier – Bach;
Thrack – King Crimson;
Random Acts of Happiness – Bill Bruford;
Spirit of Eden – Talk Talk;
UP – Peter Gabriel;
Symphony No. 3/Bernstein/DG – Roy Harris;
Symphonies No. 3/No. 5 “Di Tre Re”/Charles Dutoit/Erato – Arthur Honegger;
Sonata for solo violin/Annar Follesø/2L – Béla Bartók;
Symphony No. 9/ Carlo Maria Giulini/DG – Anton Bruckner