Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

England – Garden Shed

Tuesday, February 22nd, 2011

Ik kan me voorstellen dat deze plaat in 1977 als een bom moet zijn ingeslagen. Misschien ook niet, maar bij mij wel toen ik hem voor het eerst hoorde. Het is een door en door Engels product: zwarte galgen humor, verrassening en suspense. Het is een plaat die binnen de symfo-liefhebbers op handen wordt gedragen en met goede reden. De plaat ziet men slechts hoogst zelden en heeft inmiddels een kultstatus bereikt. Over de vraagprijzen zullen we maar zwijgen. Drie stukken springen er wat mij betreft uit: ‘Midnight Madness’‘Three Piece Suite’ en ‘Poisened Youth’. Al in het openingsnummer valt men van de ene in de andere verbazing door de muzikale invallen en spitsvondigheden. Opvallend is het volstrekt eigen geluid van deze band. Op de zelfde kant staat het ‘Three Piece Suite’ dat zachtjes begint met een fade-in. Al snel worden we overrompeld door een prachtige samenzang en een knorrende Hammond orgel. Diverse fases passeren de revue, totdat het dramatische slot zich aankondigt. De climax van dit stuk is van een onmetelijke schoonheid. Het laatste nummer, het pièce de résistance, is ‘Poisened Youth’. Iedere keer valt mijn mond open wat daar allemaal gebeurt. Het stuk begint al met een korte maar zeer merkwaardige openingsroffel, dat ritmisch – althans voor mij – moeilijk is thuis te brengen. Opvallend is het in ieder geval. Na deze roffel, wordt er een grimmige sfeer neergezet door de Mellotron en een begeleidend basfiguur. Ondertussen blijft het slagwerk de aandacht trekken. Ofschoon drummer Jode Leich een stijl van eenvoud hanteert, klinkt het slagwerk buitengewoon boeiend en zelfs spectaculair. Dit wordt door de mix ook wel benadrukt. Gaandeweg wordt het hoofdthema voorgesteld en na de nodige ontwikkelingen komt er een fase waaruit blijkt hoe geniaal deze jongens zijn. Dit gedeelte is qua atmosfeer volslagen uniek en wederom klinkt het slagwerk oorspronkelijk. Hieruit wordt weer aan een climax gebouwd, in de vorm van een gitaarsolo. Deze solo ebt uiteindelijk weer weg in een anticlimax, waarna de slotfase aanbreekt waarin de band alle registers lostrekt en uiteindelijk het hoofdthema als laatste climax verschijnt. De opbouw hier naar toe is ook weer opmerkenswaardig. Ik heb zelden een dergelijke climax gehoord en dit komt denk ik omdat deze muzikale jongens het kruit niet te snel verschieten en goed weten wat ons als luisteraar zo boeit: de techniek van spanning en ontspanning. Het zal een hele jacht worden om deze plaat te scoren, want hij is moeilijk te krijgen. Men zal zich dus tevreden moeten stellen met de CD, maar dat mag de pret niet drukken…

Emile Stoffels

David Sancious – True Stories

Friday, February 18th, 2011

Ik wil er geen gewoonte van maken om binnen zeer korte tijd twee LP’s te beschrijven van dezelfde artiest, maar deze keer maken we toch een uitzondering. Bij ‘Just as I Thought’ kwam terloops ‘True Stories’ al ter sprake, maar deze topplaat verdiend werkelijk alle lof. Het zijn die zeldzame parels uit de rock die nooit worden genoemd. Het is de overwegend hymnische gloed die afstraalt van deze muziek. Het instrumentale nummer Prelude #3 op kant 1, is van een verbluffende schoonheid en heeft Bach als voorbeeld. Ik weet dat ik de andere nummers onrecht doe, maar ik wil vooral twee nummer benadrukken: ‘Ever the Same’ en ‘Matter of Time’. Deze nummers op kant 2, zijn eigenlijk miniatuur symfonieën, vol vernuft en muzikaliteit en worden gescheiden door het serene ‘Interlude’. Alex Ligterwood is een vocaal kanon die iets weg heeft van een hogepriester die ons voorzingt, maar wat zou er van de muziek overblijven zonder het slagwerk van Ernest Carter? De plaat voert ons van de ene naar de andere climax, maar aan het slot van ‘Matter of Time’ als Ligterwood met het koortje ‘Time will heal you’ zingt, breekt de hemel werkelijk open. Net als in het geval van ‘Just as I thought’, is het waarschijnlijk moeilijker een Europese persing te bemachtigen dan een US exemplaar. En ook hier is het weer de uitstekende klinkende Masterdisk die het najagen waard is. Ik had de CD al lange tijd niet gedraaid, maar het viel mij op dat de plaat oneindig veel opener is. Bovendien is er een klankonbalans die te veel naar het laag neigt.

Emile Stoffels