Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Alan Parsons – Tales of Mystery and Imagination Edgar Allan Poe

Tuesday, July 30th, 2013

Persoonlijk heb ik Alan Parsons eersteling altijd zijn beste gevonden en beluister hem nog altijd graag. Deze plaat heeft voor de hand liggend door het onderwerp iets griezelig mystieks. Het werd opgenomen in de Abbey Road studio in 1975 en released het jaar daarop. Het idee voor het project kwam van manager en schrijver Eric Woolfson. In 1987 kwam er een re-mix met recitaties van Orson Welles en toegevoegde gitaarpartijen. Maar ook de algehele atmosfeer (galm toevoeging) zou wat veranderen. Het ligt dan ook voor de hand dat er twee kampen zijn: het ene voor de oorspronkelijke mix, het andere voor de re-mix. In dit stuk gaat het echter over mijn bevindingen van de verschillen in de diverse persingen van de oorspronkelijke mix.

Ik kwam al snel tot een short list van drie persingen die een interessant vergelijk bieden. De US gemastered door Doug Sax, de UK door Chris Blair en de Mobile Fidelity Sound Lab (MoFi). De relatief muf klinkende Duitse persing was in de eerste ronde al afgevallen en de veelvoorkomende Portugese persing zal geen hoogvlieger zijn, ofschoon ik die nooit gehoord heb. De Hollandse heb ik overigens ook nooit gehoord.
Uiteindelijk heeft de US, de beste klankbalans samen met de UK, die wat droger klinkt en iets minder geprofileerd en vol in het laag. In onder andere de Pavane op kant 2 blijkt de MoFi tot mijn grote teleurstelling minder ballen te hebben. Dat wijkt behoorlijk af van mijn ervaring met dit label. Veelal is bij de MoFi het laag overvloedig aanwezig. Zie “Powerful People” van Gino Vannelli en “Trick of the Tail” van Genesis. Wel is het midden iets opener en klinkt alles erg schoon. De UK is soms ook wat bas schuw, zoals blijkt op het laatste nummer van kant 1. Het is vooral het sub-laag dat opvalt bij de US persing en het gigantische beeld. Duidelijk de eerste keus dus. De UK en de MoFi strijden ieder om de tweede plaats. De prijzen van de MoFi op eBay in ogenschouw genomen, ben ik geneigd de UK dan het voordeel te geven.

De MoFi CD is een totaal ander verhaal: een volslagen andere klankbalans, maar zeker niet verkeerd. Minder gain met (soms te) veel laag. Ook iets minder open, maar het pakt veelal goed uit. Je zou niet zeggen dat dit hetzelfde masteringsbedrijf is als die, die de plaat heeft gesneden. Over de hele linie is dit een absolute aanrader.

De Luxe Edition (dubbelaar) die een aantal jaren geleden is uitgekomen, biedt zowel de oorspronkelijke mix als de re-mix uit 1987. De oorspronkelijke mix is – afgezien van de MoFi (uit 1994) – nooit eerder op cd uitgegeven en zou in die zin dus interessant kunnen zijn. Echter, slechts voor het bonusmateriaal (interview Parsons en Woolfson) en het mooie cd boekje met informatie, is deze uitgave aantrekkelijk. Helaas is voor de oorspronkelijke mix kennelijk een inferieure mastertape gebruikt. Het is in de verste verte geen vergelijk met de MoFi en zeker ook niet met de plaat (welke persing dan ook). De klankbalans is niet goed: droog, dor en grijs. De tweede schijf (de re-mix uit 1987 dus) was al veel eerder uitgegeven door (Mercury) en is een verhaal apart. De recitaties door Orson Welles zijn natuurlijk fantastisch. De klankbalans van de mix als geheel is echter minder bevredigend, vergeleken met de oorspronkelijke. Op de een of andere manier is er een hardere klank ontstaan die wat onnatuurlijk overkomt met een enigszins opgeblazen laag en artificieel hoog. Van dat laag is overigens in de eerste paar nummers niets te merken. Daar klinkt alles vooral dunner dan de oorspronkelijke mix.

Alles overziend kan men voor deze eersteling van Alan Parsons af met de US; al dat niet de reissue, zolang maar gesneden bij TML door Doug Sax. De MoFi cd uit 1994 is ook zeer aan te bevelen. Die doet het helaas zoals alle MoFi producten goed op eBay en zal wat moeilijker te bemachtigen zijn. Bovendien is die niet voor een habbekrats te  krijgen. En ten slotte op basis van de artistieke toevoegingen van Orsin Welles, de in 1987 uitgegeven re-mix; al dan niet op plaat. De Luxe Edition zou ik lekker vergeten.

Ten overvloede wijs ik er nog op dat zelfs als men een mooie door Doug Sax gesneden US persing heeft bemachtigd, dat nog geen garantie voor succes is. Het kan best zijn dat men de laatste uit de productie lijn heeft uit een inmiddels versleten matrijs.

Emile Stoffels

Genesis SACDs

Friday, December 17th, 2010

Hoe definitief is definitief

Dick Steffens besprak de Genesis 1970 – 1975 box al in het HVT januari nummer van 2009 en was zeer enthousiast. Ik moet zeggen dat ik als Genesis liefhebber ook reikhalzend heb uitgekeken naar deze luxe heruitgave. Tegelijkertijd dacht ik: maar we hebben toch al de Definitive Remasters? Hoe definitief is definitief? Toch klopt het wel: deze SACD’s zijn geen reMASTERS maar reMIXES.

Dat wordt duidelijk als je het interview met Nick Davis leest (http://www.genesis-news.com/genesis/reviews/sacds/interview-with-nick-davis.htm); de man die de vorige remasters heeft gedaan en nu dus de 2007 remixes.

Toen begin jaren 90 die remasters uitkwamen, dacht iedereen dat dat de laatste waren. Per slot heetten ze ‘definitive remaster’. Over het algemeen genomen waren ze beter dan de eerste generatie CD’s. Over Foxtrot en Trick of the Tail had ik zo mijn twijfels, maar Selling England… bijvoorbeeld was behoorlijk verbeterd, ofschoon mijn zwarte schijf (Duitse persing) toch aanzienlijk beter klonk. De hinderlijke brom op The Lamb… was weggepoetst, Genesis Live was aanzienlijk doorzichtiger en in mindere mate Nursery Cryme ook. And Then There Were Three had duidelijk meer ballen gekregen, maar Abacab bleef teleurstellend mat klinken, vooral in vergelijk met mijn US persing.

Toen de box via de post arriveerde, was Selling England By The Pound wat mij betreft het meest voor de hand liggend om als eerste te beluisteren. Ik weet nog dat ik in 1982 tijdens de CD show van Wim van Putten, halverwege Firth of Fifth erin kwam. Ik dacht: “wat is dit in hemelsnaam voor een muziek?”. Na het nummer vertelde van Putten gortdroog dat dit van Genesis’ LP Selling England by the Pound kwam. Ik was compleet in de war. Wat klonk Phil Collins vreemd en wat een verschil met Abacab en de andere single die ik van Genesis kende. Daar moest ik het mijne van weten. Sindsdien is dit album niet meer weg te denken uit mijn leven. Er zijn momenten aan te wijzen waarin de tekst op zodanige manier met de muziek samensmelt, dat het geheel meer is dan de som der delen. Sinds ik dit album ken, heeft het me nooit teleurgesteld en het is mijn vaste overtuiging dat het een van de absolute hoogtepunten is uit de popgeschiedenis. Dat is een hele kreet, maar zo denk ik er echt over.

Luisteren

Bij de remixes van Genesis moeten we niet direct denken aan ingrijpende veranderingen zoals Alan Parsons heeft gedaan op zijn eerste CD Tales of Mystery and Imaginations Edgar Allan Poe. Toen werden er nieuwe synthesizer en gitaar partijen toegevoegd. Nog los van de recitaties door Orson Welles. Toch is er hier meer veranderd dan op de andere albums: de post Gabriel SACD’s zullen we maar zeggen. Hieronder volgt slechts een fractie van opvallende zaken uit mijn aantekeningen die ik de moeite waard vond te melden.

Trespass heeft het minst geprofiteerd van de remix, omdat er toen nog met 8 sporen werd opgenomen. Maar Nursery Crime des te meer. De grootste winst op deze plaat bij deze remix is te horen aan het einde van de Musical Box wanneer Gabriel de rol van het oude mannetje vertolkt en declameert: “You stand there with your fixed expression, casting doubt on all I have to say…” Gabriel klinkt daar luider in die grootse climax en dat is echt cruciaal. Dat was vroeger veel te zacht gemixed waardoor dat fragment maar gedeeltelijk uit de verf kwam. Track 6 loopt nu over in 7 en dat vind ik irritant. De Foutain of Salmacis dient naar mijn smaak vanuit de stilte te openen.

Bij Watcher of the Skies op Foxtrot blijft Steve’s gitaar links in de speaker hangen, net als de klokjes op Supper’s Ready van het Apocalypse gedeelte. Verder is het op dit 23 minuten durende stuk, niet meer mogelijk om gebruik te maken van de index. Vooral Get ‘Em Out by Friday vaart wel bij deze oppoets beurt. Het is een feest te luisteren naar Gabriels stembuigingen en fratsen. Ook valt op dat de bassen en vooral de bas pedaal beter te horen is en dientengevolge meer impact heeft. De basloopjes van Rutherfort zijn veel makkelijker te volgen, door dat extra beetje reliëf en contour.

Dat is in overtreffende mate aanwezig op Selling England…maar daar staat tegenover dat het hoge midden soms wat te uitgesproken klinkt.
Op de opening van The Battle of Epping Forest is nu minder ruimte te horen. Bij de vorige mix kon je de aan marcherende straatbende van links achter naar je toe horen komen, om vervolgens naar rechtsachter weg te sterven. Echter, het meest schokkende ontwaarde ik op de opening van Dancing with the Moonlit Knight. Voor de zinsnede “Time goes by” (0.56’) is blijkbaar heel even een ander spoor gebruikt. Niet alleen zingt Gabriel het minder lekker en in een ander register, maar er is ook goed te horen dat dat spoor onbewerkt is qua omgevingsatmosfeer. Het heeft ongetwijfeld met Nick Davis’ verhaal in de voetnoot te maken. Ik begrijp werkelijk niet dat dat onopgemerkt is gebleven.

Bij The Lamb… hoor je toch dat deze plaat in de basis al niet super was. Het is wat plat allemaal. Aan het slot van het titelstuk horen we dat de andere sporen die Gabriel heeft ingezongen nu luider zijn gemixed. Dit overstemt echter de cadans waar dit nummer het goeddeels van moet hebben. Mooi is wel dat op de Chamber of 32 Doors de achtergrond stemmen van Gabriel en Collins veel beter te horen zijn, net als bij Lilywhite Lilith.

Extra’s

Naast de geluidstechnische zaken zijn de interviews van de bandleden als extra’s ook interessant. Ze werpen licht op een aantal zaken. Jammer dat er geen Nederlandse ondertiteling is, want soms moet je toch moeite doen om de jongens goed te volgen.

In het 2007 Reissues interview op de bonus disk, zijn de bandleden unaniem lovend over de remix. Terugkijkend vertellen Collins en Rutherford dat het vroeger erg moeilijk was om een goede mix te maken. Het was meer een kwestie van geluk, bovendien was er toen veel tijdsdruk. Banks is buitengewoon lyrisch over de 5.1 mix van The Cinema Show en dan vooral het eerste stuk.

Op de bonus CD in hetzelfde groene boekje, staan o.a. ook nog drie nummers die ons aardig bekend voorkomen: Provocation (vgl. Fountain Of Salmacis), Frustration (vgl. Anyway) en Manipulation (vgl. Musical Box).

Conclusie

Alles overziend, moet ik zeggen dat het wel een belevenis was deze remixes. Toch geloof ik dat we gezond kritisch moeten blijven. Een aantal zaken hebben duidelijk geprofiteerd van deze heruitgave, andere zaken minder. De vocalen zijn luider en meer naar voren geschoven; meer op de speakerlijn. Dat geldt ook voor achtergrondstemmen. Hoog en laag lopen verder door. Of dat altijd een zegen is, valt te betwijfelen. Het midden is soms wat teveel van het goede en het hoog soms (te) scherp. Over het geheel is de klank wat harder geworden en minder warm. Ook is er veel meer gain, wat direct A-B vergelijk met de vroegere CD’s bemoeilijkt. Anders gezegd: ik vind het geen onverdeeld succes, maar wel de moeite waard. De oude CD’s verkopen raad ik niet aan.

Wat we nog moeten afwachten is of de Live CD’s ook nog aan de beurt komen: Three Sides Live, Seconds Out en Genesis Live. Daarna, op naar de Definitive Remixes?

Emile Stoffels

Noot: The hardest work is something else. The paperwork in those early days wasn’t really good. So trying to find the track sheets is a lot harder. So I have a perfect multitrack, I know what song it is but I have no idea which tracks were used for the song. I can work out most of them but – I just did a recall of More Fool Me as we speak and there are three lead vocals and no track sheet so we didn’t know which was used for the lead vocal. So we had to analyze which track sings which line.