Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen


« | Main | »

De Romantiek II

Geplaatst door: emile | December 29, 2010

De Romantiek II

Het woord Romantiek is ons in de mond bestorven; het is onmogelijk zelfs bij benadering alles op te noemen wat heden als romantisch wordt gekwalificeerd; Shakespeare of Chopin evengoed als een zesde-rangs film of een van de duizend-en-een romannetjes, die al voor het ter perse gaan verouderd zijn. (Norbert Loeser).

Het mag duidelijk zijn dat de term Romantiek meestal verkeerd wordt gebruikt en begrepen, waardoor de juiste betekenis verloren dreigt te gaan van dit cultuurhistorische verschijnsel, waarvan de wortels al liggen in de 18de eeuw bij de poëzie, literatuur en filosofie. Het fenomeen Romantiek is veel complexer dan de meeste mensen vermoeden en heeft vooral een duistere nachtelijke kant zoals duidelijk blijkt uit de persoonlijke omstandigheden van diverse kunstenaars. De grootheidswaanzin van Wagner, de krankzinnigheid van Schumann, het fantastische van Berlioz, enz.

De grote tegenspeler van Wagner in Duitsland en generatiegenoot van Bruckner was Johannes Brahms (1833 – 1897). Uiteraard had ook hij te maken met de veranderde geestelijke houding in Europa die de componist min of meer dwong om van het traditionele vormschema af te wijken. Zelf behoorde Brahms bij een beweging in de Romantiek die tegen de stroom van de Wagneriaanse school inging en de 18de eeuwse traditie fel verdedigde. Hij trachtte de klassieke stijl te verbinden met de romantische ideeën. Een meester van de intimiteit en de kleine vormen zoals ballade, rapsodie en het lied. Ook wel eens de geniaalste knutselaar genoemd, omdat hij de “grote overgeleverde vorm met louter kleinere eenheden vult”. Dit bracht de grote denker Nietzsche ertoe Brahms’ stijl de “Melancholie des Unvermögens” te noemen.

Puur vormtechnisch gezien, ligt zijn grootste bijdrage in de kamermuziek. Echter, zijn symfonieën zijn toch indrukwekkend. In tegenstelling tot Wagner en Berlioz die het orkest behoorlijk hadden uitgebreid, gebruikt Brahms voor zijn symfonieën niet meer instrumenten dan Beethoven voor zijn negende.
Zijn eerste symfonie wordt wel eens Beethovens 10de genoemd en zou bij serieuze klassieke muziek liefhebbers niet mogen ontbreken. De overeenkomsten met Beethoven zijn duidelijk: de heroïsche strijd en overwinning, dit alles echter op zijn eigen lyrische manier. Het intro grijpt direct aan; het is een weemoedige klacht. Het tweede deel hoort bij Brahms’ mooiste stukken voor orkest, met een prachtige melodie in de hobo. In de finale klinkt wederom Beethoven door: verbroedering.

Er zijn in de loop der tijd heel veel goede uitvoeringen vastgelegd door de grote labels en ze hebben allemaal zo hun charmes. Solti en Chailly op Decca; Jochum, Klemperer en Boult op EMI; Böhm (2 keer), Giulini, Abbado en von Karajan (3 keer) op DG. Er is echter één uitvoering waar ik iedere keer weer op terugval. En dat is die door Haitink (Philips 416 661-1) met het Concertgebouw Orkest in topvorm. Vermeldenswaard is dat de heruitgave – die vreemd genoeg moeilijk te vinden is – een fractie transparanter klinkt dan de oorspronkelijke uitgave. Ofschoon Haitink dan net niet dat weemoedige, klagende, pathetische benadrukt zoals Giulini en von Karajan dat doen, verrast Haitink mij keer op keer door de elastische aanpak. Ritmisch klopt het altijd bij deze man. En een heerlijke opname ook.

Dan de vierde symfonie. De trant van dit mooie werk is wel eens gekarakteriseerd als een herfststemming. Het meeslepende openingsthema spreekt direct aan. De climax op het einde van deel 1 is ingetogen maar gloedvol en waardig. Voor de uitvoering valt hetzelfde te zeggen als voor de eerste symfonie. Opvallend is de opname door Kleiber (DG 2532 003) die een zeer gelaagde uitvoering geeft.

Brahms heeft enorm geworsteld met de symfonie als vorm. Het eerste pianoconcert op. 15 was aanvankelijk als symfonie bedoeld. Men noemt het wel eens symfonie met obligaat klavier. De opening is huiveringwekkend voor romantische begrippen. Het tweede deel hoort bij Brahms’ meest aangrijpende stukken, terwijl het derde deel weer opvalt in edelheid. Ook hier zijn weer heel veel goede uitvoeringen van. Twee uitvoeringen duiken vaak op in het 2de hands circuit: Curzon met Szell (SXL 6023) en Haitink met Ashkenazy (SXDL 7552) beide op Decca en ook nog op de goedkope serie ‘de klassieken’ te vinden.

Bij het schrijven van het Vioolconcert sprak Brahms vaak met violist Joachim over de technische eisen. De laatste introduceerde het werk in verschillende steden. Toch werd het werk over het algemeen een “Konzert gegen die Violine” genoemd. We zijn nu zo’n 130 jaar verder en het heeft terecht repertoire gehouden. Krebbers met Haitink op Philips (6599 435) is er een waar je bijna mee doodgegooid wordt en voor kringloopprijzen, maar wat een geweldige uitvoering! Weer dezelfde lof als voor de symfonieën. Ik zou op vinyl niet verder zoeken. Overigens klinkt de CD erg goed en zit ook in de budget lijn van Philips.

Degene die de grootste en ingrijpendste invloed op Brahms heeft gehad is Robert Schumann (1810 -1856). Wellicht mogen we hem het archetype romanticus noemen. Een romantische dromer, literair begaafd en politiek geëngageerd. Typisch voor deze tijdsperiode: de kunstenaar die zich breed oriënteerde. Een tragisch verhaal van een genie die de dood op relatief jonge leeftijd zou vinden door krankzinnigheid en uitputting. Dit is een van die nachtelijke kanten van de romantiek.
De Manfred ouverture gebaseerd op het dramatische gedicht van Lord Byron is waarschijnlijk zijn mooiste orkestwerk. Schumann zei er zelf het volgende over: “Nog nooit heb ik mij met zoveel liefde en met zoveelconcentratie van al mijn krachten aan een compositie gegeven als aan de Manfred”. Literair begaafd als hij zelf ook was, zal hij zich direct aangetrokken hebben gevoeld tot dit gedicht waarin “de demonische held van Byron, een wonderlijk mengsel is van de bespiegelende Faust en de misdadige door wroeging gekwelde Macbeth”, zoals verwoord door Höweller. In deze ouverture horen we inderdaad de verscheurdheid, het bitterzoete en de fatale schoonheid van de Romantiek. Ik persoonlijk denk dat er geen werk in de romantiek te vinden is, die deze nachtelijke aspecten zo voor het voetlicht brengt. Maar ook de nobele fluitmelodie aan het einde laat me iedere keer weer sterven. Er zijn twee uitvoeringen die de zoektocht waard zijn. Barenboim en Giulini beiden op DG. Bij de laatste is goed te horen dat het werk met een opmaat begint. Door kenners een witte raaf onder de orkestwerken genoemd.

Net als Barenboim (DG 2530 940) koppelt Giulini (DG 2532 040) deze ouverture aan de derde symfonie (Reinißche). Een mooiere koppeling kun je je niet voorstellen. Maar er zijn meerdere uitstekende uitvoeringen van deze symfonie. Bijvoorbeeld die door Kubelik ook op DG (138908).  Bernstein (DG 415 358-1) geeft ook op zijn manier weer een bevlogen uitvoering met op kant 2 het pianoconcert op. 54 dat tot de mooiste pianoconcerten hoort. De godin Argerich (DG 415 721-1) met Rostropovich als dirigent, laat weer zien dat dit repertoire voor haar geschreven lijkt te zijn.
In dezelfde Barenboim DG cyclus is de tweede symfonie ook erg mooi (2530 939) en gekoppeld met het weinig uitgevoerde en vastgelegde Concertstuk voor vier hoorns. Een andere interessante optie m.b.t. de tweede is die van Bernstein (DG 419 190-1). Nu is de koppeling met het schitterende Celloconcert, met Maisky als solist. In het werk ontmoet de laatste wel veel concurrentie in de oude rot Rostropovich. De heruitgave in de Klassieken serie (DG 7399 070), klinkt hoorbaar beter dan de oorspronkelijke.
Toch is Schumann vooral ook een kamercomponist geweest. Het Pianokwintet op. 44 is een van de hoogtepunten. Een mooie uitvoering geeft het Alban Berg Kwartet met Entremont op piano op EMI (27 0447-1) een opvallend mooie live opname, met als koppeling het dissonanten kwartet van Mozart. Een ander over het hoofd gezien werkje van Schumann, maar met een ongehoorde schoonheid zijn de drie Romanzen voor hobo en piano op. 94. De enige vertolking die ik op vinyl ken is die door Hansjörg Schellenberger (hobo) en Rolf Koenen (piano) op DG in de Debut serie (2555 013).

De volgende keer zullen we de generatiegenoten van Robert Schumann bespreken. Een generatie die in de kunstenaar een universele verschijning zag. Een tijdsperiode waarin wijsbegeerte, literatuur en poëzie een toenemende invloed uitoefenen op de toonkunst.

Categorie: Muziekgeschiedenis, Vinyl | Reageer »

Reacties

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.