Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen


Main | »

Bela Bartok

Geplaatst door: emile | December 14, 2010

Bela Bartok (1881 – 1945)
Muziek voor Snaarinstrumenten, Slagwerk en Celesta
Reiner/CSO
RCA 09026 61504-2

Mijns inziens het schoonste, evenwichtigste en indringendste orkestwerk van de 20ste eeuw. Dit is een van die zeldzame werken die zowel de ziel als het intellect streelt. Ondanks het feit dat we niet mogen klagen over de hoeveelheid opnames die in de loop der tijd zijn verschenen, krijgt dit werk nog steeds niet de waardering die het verdient. Zeer zeker als je het vergelijkt met de aandacht die een Beethoven of al helemaal een Mahler symfonie krijgt tegenwoordig.

Voor deze schepping, die in 1936 ontstond, heeft Bartok voor elk der vier delen, een andere instrumentale combinatie gebruikt, een andere vorm gekozen, andere klankbeelden gebruikt zodat het werk een buitengewone rijkdom van aspecten vertoont.

Los van de twee aparte strijkersgroepen die zijn voorgeschreven, dient – volgens de meester – ook de harp en het klavier tot de snarengroep verstaan te worden. Deze hoogst uitzonderlijke en vooral eigenzinnige orkestbezetting, vereist een speciale opstelling op het podium. Dit is ook door Bartok in de partituur nauwkeurig aangegeven. Het blijkt als volgt te moeten worden opgesteld: de percussie-instrumenten in een eerste boog rond de dirigent, de strijkers vormen een tweede boog.

Het eerste deel is een fuga, maar anders dan bij Bach. Een volgens Bartok’s eigen principes. Opvallend is dat de climax wordt bereikt niet alleen doordat het orkest luider speelt, maar ook door de innerlijke constructie (golden section principle). Dit stuk getuigt van de hoogste innerlijke beschaving en orde.

Het tweede deel – dat in sonatevorm staat – blijft verbazen, vooral als na een minuut of 4 de strijkers met het klavier een zeer merkwaardige atmosfeer neerzetten, verstrekt door de xylofoon en trom.

In het derde deel is het dit keer de betovering die de luisteraar eenvoudigweg niet kan ontgaan. Let vooral op de speciale glijd effecten van de pauken, zowel opgaand als neergaand in dialoog met de xylofoon.

De finale, die net zoals de vorige stukken uit meerdere secties bestaat, opent uitbundig en levendig en komt in de voorlaatste sectie op een wonderbaarlijke manier terug op het fuga thema van het eerste deel. De auteur Eduard Reeser spreekt hier terecht over een geniale sublimering der Hongaarse folklore.

Wat bij deze grote componist opvalt, is dat het bij hem nooit teveel of te weinig is. Zijn kunst is compact en toch spreekt hij zichzelf helemaal uit. Persoonlijk ervaar ik bij zijn muziek dat de tijd langzamer gaat en dan niet omdat het saai is, maar omdat er al zoveel is gebeurd. Waar Mahler anderhalf uur voor nodig heeft, lijkt hij in 5 minuten te doen.

Er zijn veel uitstekende uitvoeringen verkrijgbaar, maar die door Reiner op RCA blijft bijzonder; misschien doordat hij Bartok zelf gekend heeft. Over deze opname is al veel gezegd en geschreven. Wat ik er nog aan toe wil voegen is dat het tweede deel bij Reiner een mate van vinnigheid of zelfs agressiviteit heeft, die ik bij nogal wat uitvoeringen mis. Yehudi Menuhin zei: “Bartok had een intens gevoelsleven. Een vuurvreter. En hij had het constant onder controle”. Bij sommige dirigenten klinkt dit deel veelal te slap.

Ook het Concert voor Orkest waarmee de Muziek voor Snaren is gekoppeld, is een briljant geschreven stuk en heeft zich altijd in veel belangstelling weten te verheugen. Het ligt dan ook voor de hand dat er veel goede uitvoeringen van zijn. Ook hier gooit Reiner hoge ogen, ofschoon Solti op Decca met het LSO, stevige concurrentie biedt.

Voor de vinyl liefhebbers zijn deze bijzondere opnames een aantal jaren geleden heruitgegeven door Classic Records op 200 gram en door Bernie Grundman gemastered. Ze klinken inderdaad waanzinnig, vooral vergeleken met de oorspronkelijke persingen.

Ondanks dat de opname van de “Muziek…” uit 1957 stamt en die van het Concert van zelfs twee jaar daarvoor, sta ik iedere keer met open mond te luisteren hoeveel leven er in zit. Geschuifel, gestommel, gekraak, geritsel, het is er allemaal! Prachtig restoratie werk van de technici ook. Van Fritz Reiner was het bekend dat hij de opname in een take wilde doen. Voordeel was dat de musici op hoogspanning stonden en dat is te horen. Zaten er foutjes in, dan was dat maar zo. Tegenwoordig worden bijna alle foutjes weggepoetst, wat veelal ten koste gaat van de spanning. Dat is bij deze opname dus niet zo…

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

Reacties

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.