Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Vinyl

« Vorige berichten

BACH – Cello Suites

Sunday, August 23rd, 2015

vinyl_cd_mockupBACH – Cello Suites
Isang Enders
Berlin Records 0300609BC Vinyl 3 discs

Uitvoering **** | Opname ****

Bach schreef zijn Cello Suites in Cöthen, voor de gambist/cellist Abel. De Suites worden gezien als de uiterste consequentie van Bachs nadenken over de problematiek van de kamermuziek. Ofschoon in de cellosuites geen fuga voorkomt, wordt er hier met een enkel instrument, een vol en een uit meerdere lagen bestaand geluid bereikt. De beide laatste suites stellen technisch gezien de zwaarste eisen, waarvan nr. 6 oorspronkelijk bedoeld is voor een 5-snarig in plaats van een 4-snarig instrument. In de loop der tijd zijn er aardig wat fenomenale opnames verschenen: Fournier, Schiff, Bijlsma, Starker, Tortelier, Gendron, en Casals. De laatste ontrukte de Cellosuites aan de vergetelheid en nam ze voor het eerst compleet op. Toch verraste de 26 jarige Duits-Koreaanse Isang Enders mij, met een dynamische aanpak vol jeugdig elan. Op z’n negende kwam hij in aanraking met de cello, na aanvankelijk aan de piano te zijn begonnen. Het intensieve contact met de Amerikaanse cellist Lynn Harrell, heeft een grote invloed op hem gehad. “Bach is onsterfelijk” schrijft hij in het voorwoord van het boekwerk en dat is te horen, ook door de prachtige opname. Het vinyl is kundig gesneden en muisstil. Mooi product dus en voor vinylliefhebbers een begerenswaardige set.

Emile Stoffels
Luister Magazine 704

Origine Live Platenspeler Mat

Friday, March 27th, 2015

OL MatHet Britse merk Origine Live heeft zo z’n eigen filosofie en aanpak. Dat blijkt al duidelijk uit de eigenzinnige opvattingen die men huldigt, bij het ontwerpen van hun toon armen.  Vooral, in wat volgens hun de kritische plekken zijn in een arm, die de uiteindelijke klank beïnvloeden.

Nu komt Origine Live o.a. ook met een plateau mat. Dat is niet vreemd, als men bedenkt dat een mat direct onder het vinyl zit en dus grote invloed uitoefent op de demping. De Origine Live platenspeler mat bestaat, zoals het zich laat aanzien, deels uit rubber en kurk. Er zitten ook nog wat andere materialen in verwerkt, maar de precieze samenstelling is denkelijk het geheim van de kok.

Toen ik het matje van 1 mm binnenkreeg van Rik Stoet van VinylVinyl uit Den Haag en in mijn handen had, was ik er direct van overtuigd, dat het iets bijzonders was. Al heel wat jaren is het me duidelijk, hoe belangrijk een mat kan zijn. Matten met allerlei dikten en materialen hebben dan ook al op mijn platenspeler gelegen. Momenteel gebruik ik een rode vilten mat; het materiaal dat we in piano’s terugvinden. Hoe dan ook, een mat moet drie dingen doen. Het ontkoppelen van de plaat van trillingen die in een draaitafel ontstaan, door o.a. het lager en de motor. Het elimineren van de trillingen veroorzaakt door het element, die via de plaat zelf, weer terug worden gevoerd naar het element. En ten slotte, het voorkomen van de geringste vorm van jengel. Het voert hier te ver om in detail te gaan, maar een mat speelt een rol in hoeverre plaat en plateau één geheel vormen. Dit is vooral van belang wanneer het plateau in beweging wordt gezet.

Wat mij vrijwel direct opviel in vergelijk met mijn eigen mat, was de mate van zwart informatie en de klankbalans die duidelijk hoorbaar veranderde en gunstig uitpakte in mijn set. Ook het laag had ineens meer push en profiel, waardoor het middengebied voor de hand liggend opschoonde. “Nothing like the Sun” van Sting was een behoorlijke slag losser, terwijl de baspartijen in vlezigheid toenamen en “Flat Earth” van Thomas Dolby had een toegenomen snelheid in het midden-laag. Bovendien leek het stereobeeld breder en hoger. Ook leek de verstaanbaarheid van koren verbeterd. Veel platen passeerden de revue, maar vermeldenswaard is nog de toename van accuratesse van de snare drum. Brand X’ “Unorthodox Behaviour” leek daardoor nog ritmischer, dan dat het al was. Deze mat is een feest.

Het lijkt enigszins zweverig, maar veel kenners beweren vaak dat een component klinkt zoals het eruit ziet, of aanvoelt. Dit keer lijkt dat juist en ik kan dan ook niet anders zeggen dat deze mat klopt, zowel qua klank, als hoe het aanvoelt. Voor €49,- is dit een heel aardige en vooral effectieve upgrade van een platenspeler. Van harte aanbevolen!

Emile Stoffels

Music on Vinyl

Wednesday, February 11th, 2015

music-vinylMusic on Vinyl

Als het gaat over re-releases van vinyl, ben ik erg voorzichtig en sceptisch. Zeker nu er exceptioneel veel wordt uitgebracht en de ervaring leert, dat massaproductie veelal ten koste gaat van kwaliteit. Masteringsengineers kunnen steeds minder over goede analoge tapes beschikken, laat staan de originele mastertapes en moeten hun toevlucht nemen tot digitale files. Toch kan dat goed uitpakken, zoals het platenlabel Music on Vinyl laat zien. Uiteraard kan ik niet alle releases beluisteren, maar de enkele die ik laatst heb aangeschaft, vielen me bepaald niet tegen.

Record Industry Haarlem

Na mijn bezoek aan Record Industry Haarlem (Music on Vinyl laat hier bijna alles persen), was ik voor de hand liggend diep onder de indruk van deze plant en van de bevlogenheid van Rinus Hooning; de audio quality manager aldaar. Dit is een uitstervend ras, waar we m.i. zuinig op moeten zijn.

De dagen daarna heb ik wat titels op het label Music on Vinyl gekocht. Daar was in mijn geval ook wel een duidelijke reden voor. Zo zijn er genoeg platen die, of zelden worden aangeboden en dan voor belachelijke prijzen, of in een erbarmelijke staat ergens in de bakken staan. De debuut plaat van Earth & Fire, is er bijvoorbeeld zo een. Verder kreeg ik een tip van een bekende, dat de debuutplaat van Boston erg goed klonk op MOV en Marks van Alquin werd toevallig goedkoop aangeboden, bij Kroese in Nijmegen.

Earth & Fire

Eart and FireLeuk is ook dat Alquin en Earth & Fire uit “The Dutch Masters” serie komen van Music on Vinyl en dus op gekleurd vinyl zijn uitgegeven: rood, wit en blauw. Nu had ik niet de mogelijkheid om te vergelijken, omdat ik de debuut lp van Earth & Fire nooit heb gehad. Maar ik kon wel een aantal nummers vergelijken, die op een van hun verzamel platen staan: “Superstarshine Vol. 2”. En die klinkt toch zeker niet beroerd. Veel beter dan bijvoorbeeld “The Best Of”. Duidelijk was dat die nummers op MOV, een veel volumineuzer laag hadden en ook meer kleur in het midden. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar “Song of the Marching Children”. Deze stond op het punt geperst te worden, tijdens mijn bezoek voor Luister Magazine aan Record Industry Haarlem. En wat mij betreft mogen ze direct doorpakken naar “Atlantis”, “To the World of the Future” en “Gate to Infinity”.

Alquin

Marks AlquinDan “Marks” van Alquin. Ik had toevallig een rood gekleurde persing en moet zeggen, dat ik het stiekem toch erg mooi vind. Belangrijker is uiteraard hoe de release klinkt. Kort en goed: hij is beter dan de oorspronkelijke. Duidelijk frisser en opener. Bovendien heeft het laag meer punch. Wel apart dat MOV gekozen heeft voor de cover van de UK release van toen en niet de Nederlandse gatefold: de cover met de geschilde aardappels. Beetje jammer, maar dat mag de pret niet drukken. Overigens vind ik dat The Golden Earing oververtegenwoordigd is in “The Dutch Masters” serie. Graag zou ik wat meer titels zien van Focus, Kayak, Solution, en de rest van Alquin.

Boston

Boston S_TDe grootste verassing vond ik de re-release van Bostons debuut lp. Ik had al jaren de Nederlandse Epic (orange label) en tot volle tevredenheid… dacht ik. Dat bleek een vergissing. De Epic klonk ronduit grijs van kleur en schreeuwerig, vergeleken met de MOV. Het laag was ook een ware revelatie: diepe en strakke bassen, rolden de kamer binnen. Het hoog was tintelend en tegelijkertijd aangenaam. Het midden was absoluut schoon en vrij van gruis. Absolute aanrader dus!

Nogmaals, ik ken niet alle releases van Music on Vinyl, maar dit smaakt naar meer. Bovendien heeft mijn bezoek aan Record Industry uit Haarlem mij veel vertrouwen gegeven over het vakmanschap bij het snijden en persen van hun platen. Ook voor wat betreft de kwaliteit van hun vinyl, want hun platen zijn echt dood en doodstil. En dat is niet onbelangrijk.

Emile Stoffels

De Origin Live Silver MK III tonearm

Thursday, September 4th, 2014

De ervaring leert dat er door vinyl liefhebbers doorgaans onevenredig veel in het element wordt geïnvesteerd, t.o.v. de toonarm en zelfs loopwerk. Dat is ook niet zo vreemd, aangezien er veelal geredeneerd wordt dat de naald – en dus het element – het directe contact vormt met de bron. Het mag evenwel als bekend worden verondersteld, dat de arm een gigantische invloed heeft op het gedrag van een element. Zozeer zelfs dat volgens kenners en techneuten het volgende principe aldus geldt: een hoogwaardige arm met een middelmatig element, zal betere prestaties leveren, dan een middelmatige arm met een hoogwaardig element.

Zelf draaide ik al wat jaartjes met de door Jean Allaerts gerestaureerde Kiseki Purple Heart in een Origin Live uitvoering van de Rega RB 250 (de OL1). Verder had ik het contragewicht vervangen door een zwaarder, brons, concentrisch type waardoor het zwaarte punt gunstiger kwam te liggen en daardoor nog eens hoorbare verbeteringen opleverde. Ik dacht dan ook dat ik geen omkijken meer had naar dat deel van mijn audio set. Dat bleek een vergissing.

De techniek staat zelden stil en Origin Live uit Engeland heeft los van de modificaties, inmiddels zijn eigen indrukwekkende lijn van toonarmen ontwikkeld. Ik werd daar op geattendeerd door een vriend die Thorens draaitafels opknapt en daarbij regelmatig de toon arm vervangt door een Origin Live type. Het viel ons al een paar keer op, dat zelfs het instapmodel – de Alliance – van deze fabrikant fenomenaal klinkt. Ik besloot daarop zelf het duurdere model de Silver (die op de fora bejubeld wordt) aan te schaffen via VinylVinyl uit Den Haag.

Herevaluatie

Aangezien ik eerder met een op Rega gebaseerde arm speelde, was het uitwisselen in een handomdraai gedaan. Om kort te gaan: er komt heel wat meer muziek uit deze arm dan mijn vorige. Zozeer zelfs dat ik genoodzaakt ben om de lp’s die ik had afgetest op basis van marginale – niettemin hoorbare – versmering, korreliger hoog etc. weer opnieuw zal moeten beoordelen. Platen die ik al bij mijn verkoopstapel had gezet, moest ik weer opnieuw evalueren. Zo ervoer ik bijvoorbeeld bij de Nederlandse uitgave van 10cc “The Original Soundtrack”, de hi-hat op het eerste nummer altijd onnatuurlijk en vervuild. En in z’n algemeenheid was er een overbelichting in het midden-hoog. Nu moet wel aangetekend worden dat de SHM SACD ook een voorkeur in die richting laat horen. Interviews met Eric Stewart over de opname, bevestigen dit ook. Overigens klinkt de MFSL CD weer totaal anders. Hoe dan ook, de vervuiling was goeddeels weg en daarvoor kwam een aangenaam tintelend midden-hoog voor terug.

Ook was er een versmering te horen op Ravels pianoconcerten door Werner Haas op de oorspronkelijke uitgave. Aanvankelijk wijdde ik dit aan inferieure en/of gedateerde snijprocessen, omdat ik het niet hoorde op de heruitgave. De versmering was weg met de Silver en alles klonk verbluffend schoon. De verbetering ten opzichte van het laag en midden-laag zijn ook overduidelijk. Zo was Unorthodox Behaviour van Brand-X een openbaring voor wat betreft de extra aplomb en substantie die Percy Jones nog bracht, vergeleken met de vorige arm. En dat terwijl de arm –  vanuit mechanisch oogpunt – nog (lang) niet is ingespeeld.

Conclusie

Het mag duidelijk zijn: ik kan iedere vinylliefhebber deze arm aanbevelen. Zelfs lieden die al met een min of meer exotische arm spelen, zoals de duurdere Rega modellen, SME’s en Linn armen. Met name de snelheid en openheid zijn opvallende aspecten. Maar evenzo het zeer ver doorlopende laag is opmerkelijk, alsmede het gigantische podium. De Silver schijnt ook weinig moeite te hebben met de probleemgebieden van de plaat (aan het einde). Zoals gezegd moet ik weer opnieuw door mijn collectie heen, omdat de arm mijn vorige bevindingen behoorlijk overhoop heeft gehaald.
De arm kan overigens nog verder geüpgraded worden met een carbon armbuis, alvorens naar een duurdere arm over te gaan. Onder de omstandigheden kan ik me haast niet voorstellen dat het nog beter kan. Maar het zal er toch eens van komen, want alles went…

Armbekabeling

Ten slotte nog een vaak over het hoofd gezien aspect: het inspelen van de armbekabeling. Dus nog los van het mechanische inspeel proces. Uit een recensie van de OL Silver – uiteraard geldt dat voor alle toon armen – op de 6moons site is duidelijk op te maken dat onder normaal gebruik de arm bekabeling nooit zal inspelen, door de minuscule spanningen afgegeven door het element. En dan is er nog een significant verschil tussen mm en mc elementen: de laatste geeft nog aanzienlijk minder spanning af dan een mm element, getuige het feit dat het signaal uit een mc element extra versterkt moet worden. “[Alan Kafton of CableCooker fame would agree because of the minuscule voltage output from cartridges which never break in tone arm wiring under regular use – Ed].” Als dat inderdaad waar is dan moeten we concluderen dat daardoor iedere toonarm die dat proces niet volledig heeft doorlopen, dus nog steeds niet is ingespeeld. Vandaar dat OL ook “burn-in” cables levert om dat proces niet alleen te versnellen, maar ook om de kabel vollédig in te spelen. Iedere vinyl liefhebber zal dus zijn eigen situatie moet herbeoordelen en denkelijk alsnog de toonarm kabel moet inspelen. Stof tot nadenken dus…

Emile Stoffels

WER IST IVICA STRAUSS?

Thursday, August 7th, 2014

IVICA STRAUSS
WER IST IVICA STRAUSS?
Preiser Records PR 90824

Uitvoering nvt | Opname *****

“Dit project is opgedragen aan de terecht in de vergetelheid geraakte muziek van Ivica Strauss, een familielid van Johan Strauss.” Ik moest het eerst goed lezen toen ik de website bezocht van deze musici die zich: “Wer ist Ivica Strauss?” noemen. Maar het staat er toch echt. Deze drie komische muzikanten Tomasso Huber (Accordeon en zang), Sebastian Gürtler (viool en zang) en George Breinschmid (contrabas en zang) proberen via een muzikale reis uit te vinden, waarom Ivica door zijn familie werd verbannen naar Montenegro en aldaar een triest bestaan leidde. Een mengeling van klucht, cabaret en humor. De humor is denk ik niet voor iedereen, maar de opname is fenomenaal en levensecht. De registratie kwam tot stand toen Preiser Records aan George Breinschmid vroeg, een opname te doen in de net gerenoveerde legendarische studio het Casino Baugarten in Wenen. Overigens speelde George Breinschmid ook nog in het Amadeus Ensemble en houdt zich de laatste tijd veel bezig met Jazz. In hoeverre we deze muziek serieus moeten nemen, is moeilijk te zeggen. Maar ik heb zo’n vermoeden dat dat ook niet echt de bedoeling is van deze lieden…

Emile Stoffels
Luister Magazine 699

TCHAIKOVSKY PROKOFIEV – The Sleeping Beauty

Monday, April 21st, 2014

TCHAIKOVSKY PROKOFIEV
The Sleeping Beauty Ballet Transcriptions
Claire Huangci, piano
BERLIN Classics 0300562BC

Uitvoering / Opname **** / *****

Ze speelde op 10-jarige leeftijd voor president Bill Clinton, maar pas laat tijdens haar tiener jaren, besloot Claire Huangci volledig voor de piano te gaan. Een rode draad in haar ontwikkeling is de muziek van Frederic Chopin. Aanvankelijk was ze terughoudend voor zijn muziek, door de moeilijkheidsgraad van de Etudes. Toch was het met Chopins’ muziek, waarmee ze internationaal doorbrak. Haar debuut opname is hier echter met de piano transcripties van Doornroosje van Tchaikovsky en Romeo en Julia van Prokofiev. Maar een feest is het! Tchaikovsky’s leerling, Alexander Ziloti, maakte al een complete pianoversie van het ballet. Maar in 1970 kwam Mikail Pletnev met de transcripties, die we nu horen. Persoonlijk vind ik de transcripties van Romeo en Julia beter geslaagd. Wellicht komt dat, doordat Prokofiev er zelf een piano-uittreksel van heeft gemaakt. Zoals wel vaker horen we zaken, die we bij de orkestversie moeilijker horen. Het spel van Huangci is veelbelovend: helder, opwindend en opvallend weinig exhibitionistisch. Het gaat in deze bespreking om vinyl en wel een dubbel LP op 180 gram geperst. Bovendien op 45 toeren gesneden. Uiteraard zit er een download bij op mp3 format. De opname is fenomenaal: zelden heb ik een weldadige rust en tegelijkertijd dynamiek in een piano gehoord.

Emile Stoffels
Luister Magazine 697

Alan Parsons – Tales of Mystery and Imagination Edgar Allan Poe

Tuesday, July 30th, 2013

Persoonlijk heb ik Alan Parsons eersteling altijd zijn beste gevonden en beluister hem nog altijd graag. Deze plaat heeft voor de hand liggend door het onderwerp iets griezelig mystieks. Het werd opgenomen in de Abbey Road studio in 1975 en released het jaar daarop. Het idee voor het project kwam van manager en schrijver Eric Woolfson. In 1987 kwam er een re-mix met recitaties van Orson Welles en toegevoegde gitaarpartijen. Maar ook de algehele atmosfeer (galm toevoeging) zou wat veranderen. Het ligt dan ook voor de hand dat er twee kampen zijn: het ene voor de oorspronkelijke mix, het andere voor de re-mix. In dit stuk gaat het echter over mijn bevindingen van de verschillen in de diverse persingen van de oorspronkelijke mix.

Ik kwam al snel tot een short list van drie persingen die een interessant vergelijk bieden. De US gemastered door Doug Sax, de UK door Chris Blair en de Mobile Fidelity Sound Lab (MoFi). De relatief muf klinkende Duitse persing was in de eerste ronde al afgevallen en de veelvoorkomende Portugese persing zal geen hoogvlieger zijn, ofschoon ik die nooit gehoord heb. De Hollandse heb ik overigens ook nooit gehoord.
Uiteindelijk heeft de US, de beste klankbalans samen met de UK, die wat droger klinkt en iets minder geprofileerd en vol in het laag. In onder andere de Pavane op kant 2 blijkt de MoFi tot mijn grote teleurstelling minder ballen te hebben. Dat wijkt behoorlijk af van mijn ervaring met dit label. Veelal is bij de MoFi het laag overvloedig aanwezig. Zie “Powerful People” van Gino Vannelli en “Trick of the Tail” van Genesis. Wel is het midden iets opener en klinkt alles erg schoon. De UK is soms ook wat bas schuw, zoals blijkt op het laatste nummer van kant 1. Het is vooral het sub-laag dat opvalt bij de US persing en het gigantische beeld. Duidelijk de eerste keus dus. De UK en de MoFi strijden ieder om de tweede plaats. De prijzen van de MoFi op eBay in ogenschouw genomen, ben ik geneigd de UK dan het voordeel te geven.

De MoFi CD is een totaal ander verhaal: een volslagen andere klankbalans, maar zeker niet verkeerd. Minder gain met (soms te) veel laag. Ook iets minder open, maar het pakt veelal goed uit. Je zou niet zeggen dat dit hetzelfde masteringsbedrijf is als die, die de plaat heeft gesneden. Over de hele linie is dit een absolute aanrader.

De Luxe Edition (dubbelaar) die een aantal jaren geleden is uitgekomen, biedt zowel de oorspronkelijke mix als de re-mix uit 1987. De oorspronkelijke mix is – afgezien van de MoFi (uit 1994) – nooit eerder op cd uitgegeven en zou in die zin dus interessant kunnen zijn. Echter, slechts voor het bonusmateriaal (interview Parsons en Woolfson) en het mooie cd boekje met informatie, is deze uitgave aantrekkelijk. Helaas is voor de oorspronkelijke mix kennelijk een inferieure mastertape gebruikt. Het is in de verste verte geen vergelijk met de MoFi en zeker ook niet met de plaat (welke persing dan ook). De klankbalans is niet goed: droog, dor en grijs. De tweede schijf (de re-mix uit 1987 dus) was al veel eerder uitgegeven door (Mercury) en is een verhaal apart. De recitaties door Orson Welles zijn natuurlijk fantastisch. De klankbalans van de mix als geheel is echter minder bevredigend, vergeleken met de oorspronkelijke. Op de een of andere manier is er een hardere klank ontstaan die wat onnatuurlijk overkomt met een enigszins opgeblazen laag en artificieel hoog. Van dat laag is overigens in de eerste paar nummers niets te merken. Daar klinkt alles vooral dunner dan de oorspronkelijke mix.

Alles overziend kan men voor deze eersteling van Alan Parsons af met de US; al dat niet de reissue, zolang maar gesneden bij TML door Doug Sax. De MoFi cd uit 1994 is ook zeer aan te bevelen. Die doet het helaas zoals alle MoFi producten goed op eBay en zal wat moeilijker te bemachtigen zijn. Bovendien is die niet voor een habbekrats te  krijgen. En ten slotte op basis van de artistieke toevoegingen van Orsin Welles, de in 1987 uitgegeven re-mix; al dan niet op plaat. De Luxe Edition zou ik lekker vergeten.

Ten overvloede wijs ik er nog op dat zelfs als men een mooie door Doug Sax gesneden US persing heeft bemachtigd, dat nog geen garantie voor succes is. Het kan best zijn dat men de laatste uit de productie lijn heeft uit een inmiddels versleten matrijs.

Emile Stoffels

Gentle Giant – Free Hand (EMI heruitgave 2012)

Thursday, May 9th, 2013

Gentle Giant – Free Hand

Eén ding heb ik de afgelopen jaren wel geleerd: wees voorzichtig met het kopen van heruitgaven op vinyl. Ook de zogenaamde Audiofiele 180 gram platen kunnen erg teleurstellend zijn. Zelfs de MoFis. Het is niet alles goud dat er blinkt! Maar er zijn mooie uitzonderingen: de heruitgave door EMI van Free Hand bijvoorbeeld. De zevende studio plaat van Gentle Giant. Die is zonder enige twijfel de moeite van het aanschaffen waard .

Voor mijn gevoel is de muziek van deze unieke rock band uit Schotland (oorspronkelijk uit Wales) in drie periodes te verdelen: de eerste periode die mi. eindigt met “Octopus” uit 1972, gevolgd door een tweede periode die besluit met “Interview” (1976). Daarna komt helaas een derde periode van artistiek verval. De hier besproken plaat hoort bij de tweede periode, met als denkelijk hoogtepunt “The power and the glory“. “Free Hand” kwam net daarna uit in 1975 en is ook een topper, met nummers als “On Reflection”, “His last voyage” en uiteraard het titelstuk. Intussen was de band voor de tweede keer overgestapt op een nieuwe platenmaatschappij: Chrysalis. Wat iedere keer opvalt bij Gentle Giant is dat deze complexe muziek altijd verrassend is, met geniale invallen. Soms klinkt deze muziek ook grappig.

Mijn nieuwe exemplaar was mooi vlak en bovendien stil. Toen ik de naald in de groef liet zakken en het vinger geklik van het eerste nummer hoorde, wist ik voldoende. Deze versie is met afstand en in alle opzichten beter dan alle anderen die ik gehoord heb. US, Canadese en Duitse persingen: van alles had ik geprobeerd, maar nooit tot volle tevredenheid. De oorspronkelijke UK persing is zeker niet slecht, maar ook die haalt het niet bij deze nieuwe EMI uitgave uit 2012. Meer dan 25 jaar heb ik de Duitse persing gehad en dacht altijd dat het aan de opname lag: modderig laag, dof middengebied en versluierd hoog. Het is nu eenmaal niet anders, dacht ik. Ik vroeg me dan ook af hoe de bandleden toen, met de release akkoord konden gaan. Blijkbaar heb ik al die jaren naar de verkeerde persing geluisterd. Daar is nu dus verandering in gekomen. Een schitterend product! Deze nieuwe plaat is een mooie kans om de wonderlijke muziek van Gentle Giant te (her)ontdekken.

Bij “Interview” is het omgekeerde het geval. Alleen zijn de verschillen veel minder groot. Aanvankelijk was ik zeer onder de indruk van deze reissue door EMI. En dat ben ik nog steeds, maar de originele Duitse persing (groen Chrysalis label) speelt hem er toch af: die heeft toch wat meer sublaag en drive. De reissue daarentegen is wel schoner en stiller. Wellicht iets meer toepassing van compressie en/of noise reduction. Alles overziend is dus voorzichtigheid geboden, bij de aanschaf van nieuw vinyl. Gentle Giant doet het goed op eBay en de tweede hands prijzen reizen soms ook de pan uit, dus ook deze reissue zou een goede aanschaf kunnen zijn.

Emile Stoffels

De wederopstanding van vinyl – een met gewicht

Thursday, May 26th, 2011

De wederopstanding van vinyl – een met gewicht

Ofschoon langspeelplaten nooit echt helemaal weg zijn geweest, mag er tot op zekere hoogte toch wel gesproken worden van een comeback. De echte fijnproevers hebben er overigens nooit afscheid van genomen en met goede reden, want de plaat beschikt toch over een aantal charmes. Collega Ad Bijleveld wekte met de Clearaudio draaitafel in het vorige nummer onze eetlust al op, voor de platenspeler. De wereld der vinyl houdt evenwel niet op bij Clearaudio. Ook liefhebbers met een kleiner budget of die niet een dergelijke diepte investering willen doen, kunnen veel plezier beleven aan een platenspeler. Maar vooral het verzamelen van en luisteren naar vinyl is een belevenis.

Toen Robert Schumann eenmaal mijn jonge leven was binnengedrongen, stond de naald van de radio vastgespijkerd op Hilversum 4. Zo nu en dan kochten mijn ouders een plaat en ondanks dat dat meestal de ‘schlagers’ onder de klassieke muziek waren, ervoer ik dat toch als een bijzondere gebeurtenis. De emotionele binding met het zwarte goud werd onomkeerbaar en ik denk nog vaak terug aan de opwinding die ik voelde wanneer ik een LP thuis uit de hoes haalde en op het draaiplateau legde.

Ritus

Wat maakt vinyl voor velen nu zo aantrekkelijk? De mens is afhankelijk van het ritueel en zo dorst de vinyl addict naar het moment dat de naald de groef raakt. Het is een aardig schouwspel wanneer de naald de groeven aftast en we verbaasd staan hoe de muziek met liefde en kunde in het vinyl is gesneden. Het vervaardigen van een plaat heeft dan ook iets weg van een oude gilde.

Voordat de naald het plaatoppervlak correct aftast en de platenspeler de ware kwaliteiten van vinyl ontbloot, zal men de nodige tijd moeten investeren in de afregeling: waterpas, juiste toerental, fouthoek van het element, armhoogte, etc. Met de laatste parameter kan zelfs tot op zekere hoogte ook nog de klank getuned worden. Zodra deze vaardigheden beheerst worden, kan men ook eens gaan denken aan een upgrade van het element. Ook dit kan een buitengewoon boeiend avontuur zijn, aangezien er fikse stappen in aftastprestaties gemaakt kunnen worden. Zelfs op een punt, dat we versteld staan over wat er nog aan micro informatie in die groef zat.

Evenzo zal men de verworven zwarte schijf moeten onderhouden, ja zelfs liefkozen om het stof en krasvrij te houden. Dit noodzakelijke doch vermakelijke onderhoud, vormt een amusante interactie tussen ons en het medium. Ook op lange termijn.

Warm bad

De algemene klank van de plaat is iedere keer opnieuw een warm bad, vergeleken met de CD. Bij de laatste gaat veelal het middengebied toch ‘op de oren staan’, waardoor er relatief sneller luistermoeheid optreedt. Met name de strijkers vormen dikwijls een goede lakmoesproef. Te vaak horen we in dat geval bij de CD iets synthetisch in de hogere frequenties, ondanks dat meettechnisch de CD superieur zou moeten klinken. Het vinyl behoudt dan een soort van luchtigheid en glans, die wij kennelijk als behaaglijk ervaren. Ook in de lagere frequenties is de plaat veelal wat volumineuzer (niet noodzakelijkerwijs beter) waardoor er een volslanke klankbalans ontstaat die veel luisteraars als ‘warm’ ervaren.

The real thing

Daarbij kan men naar een LP ook als totaalproduct kijken. Het CD boekje volstaat qua informatie, maar met een prachtige platen hoes hebben we echt iets in handen. Zelfs al zou de muziek en/of de uitvoering niet naar de zin zijn, dan nog zwicht men gemakkelijk voor de vaak prachtige voorstelling op de hoes. Neem bijvoorbeeld die van Schoenbergs viool- en pianoconcert onder Kubelik, of het mooie ontwerp van Thomas Hart Benton voor de symfonie van Roy Harris. En laten we eerlijk zijn: of dat Martha Argerich nu op een klein CD hoesje staat of levensgroot op de voorkant van een LP, maakt toch wel iets uit…
Ook veel jonge consumenten onderkennen inmiddels deze kwaliteiten en zien de grammofoonplaat dan ook als een waar collectors’ item.
Tenslotte is er nog een groep verzamelaars die alle antiquariaten en beursen afloopt, op zoek naar de heilige eerste persing. Deze bijna agressieve verzamelwoede bespeurde ik eens lijfelijk in een Nijmeegs antiquariaat, waar een Aziatische man met het schuim op de mond letterlijk alles stond in te laden waar maar ‘Decca’ op stond. Klaarblijkelijk vindt men het platenlabel belangrijker dan den kunst zelve. Heruitgaven – hoe goed ook – worden door deze ‘first pressing fundamentalists’ uiteraard als inferieur gezien.

Oude wijn in nieuwe zakken

Sinds geruime tijd brengt Speakers Corner – onder licentie van de oorspronkelijke maatschappijen – door hen zelf geselecteerde titels opnieuw uit op het zwarte goud. Ook Clearaudio doet dat al enige jaren. Er is inmiddels een aardige catalogus ontstaan met diverse items van Deutsche Grammophon, Decca en Philips etc. heruitgegeven op 180 gram kwaliteitsvinyl en ik kan me met de beste wil van de wereld niet voorstellen dat er bij die producten net zo veel kwaliteitstrooiing is, als bij de oorspronkelijke productie persingen en heruitgaven uit het verleden. Gezien de kwaliteitsuitstraling, de oplage en de afwerking kunnen we daar m.i. gerust over zijn. Ofschoon men altijd van mening kan verschillen over de uitvoeringen bij dergelijke heruitgaven, zijn er niettemin onder deze audiofiele reissues ware parels te vinden.

Omdat Speakers Corner toegang heeft tot de archieven van veel labels, probeert het altijd de originele mastertapes op te sporen. Als die niet te vinden zijn, gebruikt men bij hoge uitzondering een eerste generatie kopie om de master te snijden. De claim is dat er louter analoge masters worden gebruikt en dat hun cutting engineers enkel de analoge Neumann snijdapparatuur gebruiken. De masters worden overigens op locatie gesneden door oude rotten in hun vak, zoals Tony Hawkins van Decca die nu voor Speakers Corner werkt en vaak nog betrokken is geweest bij het snijden van de eerste master van de oorspronkelijke uitgave.

Het is uiteindelijk de bedoeling met deze heruitgaven zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke intenties te komen van de musici en technici, hoewel die bedoelingen in hun tijd niet mogelijk waren door de technische beperkingen.

Hoezo 180 gram?

Waarmee zou volgens eigen zeggen een Speakers Corner LP zich onderscheiden? Uit ervaring weet ik wat de voordelen zijn van een kwaliteitsuitgave op 180 gram, over een gewone plaat. Ik heb behoorlijk wat van deze types in mijn bezit en ik kan naar alle eer en geweten zeggen dat de hier beneden opgesomde kenmerken in z’n algemeenheid inderdaad kloppen.

Een greep…

De catalogus ontstaat uit suggesties van klanten, dealers, de pers en de internationale distributeurs. Nadat er toestemming is verleend door de betreffende artiest(en), verschijnt de heruitgave. Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden uit die catalogus van Clearaudio en Speakers Corner.

Prokofiev – Pianoconcert nr. 3 Argerich/Abbado op DG. Prokofievs pianoconcerten laten onderling relatief weinig ontwikkeling en groei horen. Toch hebben ze zeer terecht altijd repertoire gehouden, waarvan de derde het meest gespeeld en opgenomen wordt. Van de cycli is Beroff met Masur op EMI weliswaar mijn favoriet, maar van de losse opnames is deze uitvoering een must have. Vooral door de interessante koppeling met Ravels concert.

Schubert – Symfonieën 3 & 8 Kleiber op DG. Hij heeft weinig opgenomenmaar dat zijn dan ook allemaal opmerkelijke uitvoeringen geworden. Zo ook deze ‘Unvollendete’. Iedere keer treft ons de gelaagdheid in zijn interpretaties. Akkoord, er zijn veel opnames, maar die door Kleiber is te bijzonder om te laten lopen.

Brahms – Pianoconcert nr. 1 LondonCurzon/Szellop Decca. Van dit magistrale concert, dat oorspronkelijk als symfonie was bedoeld, zijn veeluitstekende opnames, maar het koppel Curzon – Szell blijft speciaal. Net als de opname, die buitengewoon transparant klinkt.

Dvorak – Symfonie nr. 7 Giulini op EMI. Deze plaat klonk op de oorspronkelijke uitgave al opvallend goed en zal dus nog beter klinken op de 180 gram uitvoering. Uiteraard is de uitvoering doorslaggevend. De inmiddels overleden Giulini heeft ook hier weer die natuurlijke puls met veel oog voor detail, zonder de grote lijn uit het oog te verliezen. Niet te versmaden deze mooie symfonie onder de baton van de meester uit Italië.

Dit is slechts een hele kleine greep uit de mooie catalogus, die iedere keer wat groter wordt. Speakers Corner moedigt op de website haar klanten aan, suggesties te doen voor nieuw te releasen heruitgaven. Of aan al onze wensen wordt voldaan is natuurlijk afwachten, maar als we dat nu met z’n allen doen, zal dat ongetwijfeld helpen. Ik heb al wel een aardig lijstje klaarliggen om in te leveren. U ook?

Emile Stoffels
Luister 675

MASTERINGSVERSCHILLEN

Thursday, January 6th, 2011

In aansluiting op mijn artikel over masteringsverschillen, werd ik getipt door een vriend die een boeiende site in de VS zag, waar men platen door selecteert op superieure klankeigenschappen. Vervolgens wordt daar een verkoopwaarde aan gekoppeld en gooit men nogal wat heilige huisjes omver. Uiteraard heeft de aanbieder wel een belang, maar de gedachtegang van deze mensen is interessant genoeg. De site heet Better records.

« Previous Entries