Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Recensies pop

« Vorige berichten

Music on Vinyl

Wednesday, February 11th, 2015

music-vinylMusic on Vinyl

Als het gaat over re-releases van vinyl, ben ik erg voorzichtig en sceptisch. Zeker nu er exceptioneel veel wordt uitgebracht en de ervaring leert, dat massaproductie veelal ten koste gaat van kwaliteit. Masteringsengineers kunnen steeds minder over goede analoge tapes beschikken, laat staan de originele mastertapes en moeten hun toevlucht nemen tot digitale files. Toch kan dat goed uitpakken, zoals het platenlabel Music on Vinyl laat zien. Uiteraard kan ik niet alle releases beluisteren, maar de enkele die ik laatst heb aangeschaft, vielen me bepaald niet tegen.

Record Industry Haarlem

Na mijn bezoek aan Record Industry Haarlem (Music on Vinyl laat hier bijna alles persen), was ik voor de hand liggend diep onder de indruk van deze plant en van de bevlogenheid van Rinus Hooning; de audio quality manager aldaar. Dit is een uitstervend ras, waar we m.i. zuinig op moeten zijn.

De dagen daarna heb ik wat titels op het label Music on Vinyl gekocht. Daar was in mijn geval ook wel een duidelijke reden voor. Zo zijn er genoeg platen die, of zelden worden aangeboden en dan voor belachelijke prijzen, of in een erbarmelijke staat ergens in de bakken staan. De debuut plaat van Earth & Fire, is er bijvoorbeeld zo een. Verder kreeg ik een tip van een bekende, dat de debuutplaat van Boston erg goed klonk op MOV en Marks van Alquin werd toevallig goedkoop aangeboden, bij Kroese in Nijmegen.

Earth & Fire

Eart and FireLeuk is ook dat Alquin en Earth & Fire uit “The Dutch Masters” serie komen van Music on Vinyl en dus op gekleurd vinyl zijn uitgegeven: rood, wit en blauw. Nu had ik niet de mogelijkheid om te vergelijken, omdat ik de debuut lp van Earth & Fire nooit heb gehad. Maar ik kon wel een aantal nummers vergelijken, die op een van hun verzamel platen staan: “Superstarshine Vol. 2”. En die klinkt toch zeker niet beroerd. Veel beter dan bijvoorbeeld “The Best Of”. Duidelijk was dat die nummers op MOV, een veel volumineuzer laag hadden en ook meer kleur in het midden. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar “Song of the Marching Children”. Deze stond op het punt geperst te worden, tijdens mijn bezoek voor Luister Magazine aan Record Industry Haarlem. En wat mij betreft mogen ze direct doorpakken naar “Atlantis”, “To the World of the Future” en “Gate to Infinity”.

Alquin

Marks AlquinDan “Marks” van Alquin. Ik had toevallig een rood gekleurde persing en moet zeggen, dat ik het stiekem toch erg mooi vind. Belangrijker is uiteraard hoe de release klinkt. Kort en goed: hij is beter dan de oorspronkelijke. Duidelijk frisser en opener. Bovendien heeft het laag meer punch. Wel apart dat MOV gekozen heeft voor de cover van de UK release van toen en niet de Nederlandse gatefold: de cover met de geschilde aardappels. Beetje jammer, maar dat mag de pret niet drukken. Overigens vind ik dat The Golden Earing oververtegenwoordigd is in “The Dutch Masters” serie. Graag zou ik wat meer titels zien van Focus, Kayak, Solution, en de rest van Alquin.

Boston

Boston S_TDe grootste verassing vond ik de re-release van Bostons debuut lp. Ik had al jaren de Nederlandse Epic (orange label) en tot volle tevredenheid… dacht ik. Dat bleek een vergissing. De Epic klonk ronduit grijs van kleur en schreeuwerig, vergeleken met de MOV. Het laag was ook een ware revelatie: diepe en strakke bassen, rolden de kamer binnen. Het hoog was tintelend en tegelijkertijd aangenaam. Het midden was absoluut schoon en vrij van gruis. Absolute aanrader dus!

Nogmaals, ik ken niet alle releases van Music on Vinyl, maar dit smaakt naar meer. Bovendien heeft mijn bezoek aan Record Industry uit Haarlem mij veel vertrouwen gegeven over het vakmanschap bij het snijden en persen van hun platen. Ook voor wat betreft de kwaliteit van hun vinyl, want hun platen zijn echt dood en doodstil. En dat is niet onbelangrijk.

Emile Stoffels

Gentle Giant – Octopus

Monday, May 12th, 2014

Octopus wordt door veel fans als de favoriete Gentle Giant plaat gezien. En ik snap ook wel waarom, ofschoon ik het met deze band moeilijk kiezen vind. Hoe dan ook, dit is de laatste plaat met Phil Shulmann (oudere broer van Ray en Derek) die hierna meer tijd aan zijn gezin zou besteden. Ook werd er voor deze plaat een nieuwe drummer aangetrokken: John Weathers. Voor de rest bleef de bezetting hetzelfde. Waanzinnig goede muziek en werkelijk elk nummer op deze plaat is anders. Het heeft dan ook geen zin om over “sterkhouders” te spreken, want er staan geen zwakken nummers op. Ook de door Roger Dean (hoezen van Yes) ontworpen hoes, is prachtig.
Ik heb door de jaren heen, veel persingen en cd’s gehoord en kwam voor wat betreft het vinyl altijd terug op de UK (Vertigo ‘Swirl’ 1y//1 – 2y//1). Maar ook de US Columbia (Octopus in het glazen potje) heeft kwaliteiten: een weliswaar wat slanker laag vergeleken met de UK plaat, maar daarentegen een slagje opener midden-hoog. Wel heeft de UK meer gain.
Voor de cd gold de Duitse Line Records als mijn eerste keuze, hoewel de Repertoire ook goed klonk (en vooral luider). De laatste heeft echter een paar kleine foutjes (tikjes) en een zeer nare fout in het laatste nummer “River”. In tegenstelling tot de vinyl uitgave, dient de US Columbia CD vermeden te worden. Deze klinkt schel en dun. Niet om aan te horen.
Degenen die een uitstekende draaitafel hebben met een dito phono versterker, zullen gaan  – als ze dat al niet deden – voor de UK 1ste of 2de persing. Waarbij aangetekend moet worden, dat voor de 1ste persing echt de hoofdprijs betaald moet worden. Uit eigen ervaring echter, heb ik zelden grote verschillen gehoord tussen de eerste en tweede uitgaven binnen Vertigo opnames. Bovendien is de US Columbia een meer dan uitstekend alternatief. Dus een goed klinkend exemplaar hoeft dus geen arm of been te kosten.
Echter, ik kwam steeds meer forumleden tegen, die in hun posts laaiend enthousiast waren over de SHM SACD (niet te verwarren met de SHM CD). Ik besloot om de gok maar te wagen, toen ik een exemplaar op eBay aangeboden zag door een Japanse aanbieder. Met verzendkosten kwam ik uit op €36, wat toch een heel stuk minder is dan een gaaf UK vinyl exemplaar. Een vergelijking met de UK persing drong zich uiteraard op, maar ik was aangenaam verrast toen ik de eerste klanken van de SACD hoorde. Dit is uiteraard goed nieuws voor liefhebbers die geen platenspeler hebben. De SACD klinkt FENOMENAAL en lijkt erg veel op de oorspronkelijke UK uitgave. Sterker nog, ik had het gevoel dat ik naar een vroege generatie mastertape aan het luisteren was. Bij aandachtig door luisteren, klinkt de SACD zelfs nog wat ‘snappier’.

Jammer is alleen dat het een single layer SACD is, wat wil zeggen dat hij niet op gewone cd spelers af te spelen is. Maar ik ben geneigd te zeggen dat deze SACD alleen al de moeite waard is, om een leuke tweede hands SACD te scoren, of een multi speler die ook SACD ondersteunt.

Emile Stoffels

Alan Parsons – Tales of Mystery and Imagination Edgar Allan Poe

Tuesday, July 30th, 2013

Persoonlijk heb ik Alan Parsons eersteling altijd zijn beste gevonden en beluister hem nog altijd graag. Deze plaat heeft voor de hand liggend door het onderwerp iets griezelig mystieks. Het werd opgenomen in de Abbey Road studio in 1975 en released het jaar daarop. Het idee voor het project kwam van manager en schrijver Eric Woolfson. In 1987 kwam er een re-mix met recitaties van Orson Welles en toegevoegde gitaarpartijen. Maar ook de algehele atmosfeer (galm toevoeging) zou wat veranderen. Het ligt dan ook voor de hand dat er twee kampen zijn: het ene voor de oorspronkelijke mix, het andere voor de re-mix. In dit stuk gaat het echter over mijn bevindingen van de verschillen in de diverse persingen van de oorspronkelijke mix.

Ik kwam al snel tot een short list van drie persingen die een interessant vergelijk bieden. De US gemastered door Doug Sax, de UK door Chris Blair en de Mobile Fidelity Sound Lab (MoFi). De relatief muf klinkende Duitse persing was in de eerste ronde al afgevallen en de veelvoorkomende Portugese persing zal geen hoogvlieger zijn, ofschoon ik die nooit gehoord heb. De Hollandse heb ik overigens ook nooit gehoord.
Uiteindelijk heeft de US, de beste klankbalans samen met de UK, die wat droger klinkt en iets minder geprofileerd en vol in het laag. In onder andere de Pavane op kant 2 blijkt de MoFi tot mijn grote teleurstelling minder ballen te hebben. Dat wijkt behoorlijk af van mijn ervaring met dit label. Veelal is bij de MoFi het laag overvloedig aanwezig. Zie “Powerful People” van Gino Vannelli en “Trick of the Tail” van Genesis. Wel is het midden iets opener en klinkt alles erg schoon. De UK is soms ook wat bas schuw, zoals blijkt op het laatste nummer van kant 1. Het is vooral het sub-laag dat opvalt bij de US persing en het gigantische beeld. Duidelijk de eerste keus dus. De UK en de MoFi strijden ieder om de tweede plaats. De prijzen van de MoFi op eBay in ogenschouw genomen, ben ik geneigd de UK dan het voordeel te geven.

De MoFi CD is een totaal ander verhaal: een volslagen andere klankbalans, maar zeker niet verkeerd. Minder gain met (soms te) veel laag. Ook iets minder open, maar het pakt veelal goed uit. Je zou niet zeggen dat dit hetzelfde masteringsbedrijf is als die, die de plaat heeft gesneden. Over de hele linie is dit een absolute aanrader.

De Luxe Edition (dubbelaar) die een aantal jaren geleden is uitgekomen, biedt zowel de oorspronkelijke mix als de re-mix uit 1987. De oorspronkelijke mix is – afgezien van de MoFi (uit 1994) – nooit eerder op cd uitgegeven en zou in die zin dus interessant kunnen zijn. Echter, slechts voor het bonusmateriaal (interview Parsons en Woolfson) en het mooie cd boekje met informatie, is deze uitgave aantrekkelijk. Helaas is voor de oorspronkelijke mix kennelijk een inferieure mastertape gebruikt. Het is in de verste verte geen vergelijk met de MoFi en zeker ook niet met de plaat (welke persing dan ook). De klankbalans is niet goed: droog, dor en grijs. De tweede schijf (de re-mix uit 1987 dus) was al veel eerder uitgegeven door (Mercury) en is een verhaal apart. De recitaties door Orson Welles zijn natuurlijk fantastisch. De klankbalans van de mix als geheel is echter minder bevredigend, vergeleken met de oorspronkelijke. Op de een of andere manier is er een hardere klank ontstaan die wat onnatuurlijk overkomt met een enigszins opgeblazen laag en artificieel hoog. Van dat laag is overigens in de eerste paar nummers niets te merken. Daar klinkt alles vooral dunner dan de oorspronkelijke mix.

Alles overziend kan men voor deze eersteling van Alan Parsons af met de US; al dat niet de reissue, zolang maar gesneden bij TML door Doug Sax. De MoFi cd uit 1994 is ook zeer aan te bevelen. Die doet het helaas zoals alle MoFi producten goed op eBay en zal wat moeilijker te bemachtigen zijn. Bovendien is die niet voor een habbekrats te  krijgen. En ten slotte op basis van de artistieke toevoegingen van Orsin Welles, de in 1987 uitgegeven re-mix; al dan niet op plaat. De Luxe Edition zou ik lekker vergeten.

Ten overvloede wijs ik er nog op dat zelfs als men een mooie door Doug Sax gesneden US persing heeft bemachtigd, dat nog geen garantie voor succes is. Het kan best zijn dat men de laatste uit de productie lijn heeft uit een inmiddels versleten matrijs.

Emile Stoffels

Gentle Giant – Free Hand (EMI heruitgave 2012)

Thursday, May 9th, 2013

Gentle Giant – Free Hand

Eén ding heb ik de afgelopen jaren wel geleerd: wees voorzichtig met het kopen van heruitgaven op vinyl. Ook de zogenaamde Audiofiele 180 gram platen kunnen erg teleurstellend zijn. Zelfs de MoFis. Het is niet alles goud dat er blinkt! Maar er zijn mooie uitzonderingen: de heruitgave door EMI van Free Hand bijvoorbeeld. De zevende studio plaat van Gentle Giant. Die is zonder enige twijfel de moeite van het aanschaffen waard .

Voor mijn gevoel is de muziek van deze unieke rock band uit Schotland (oorspronkelijk uit Wales) in drie periodes te verdelen: de eerste periode die mi. eindigt met “Octopus” uit 1972, gevolgd door een tweede periode die besluit met “Interview” (1976). Daarna komt helaas een derde periode van artistiek verval. De hier besproken plaat hoort bij de tweede periode, met als denkelijk hoogtepunt “The power and the glory“. “Free Hand” kwam net daarna uit in 1975 en is ook een topper, met nummers als “On Reflection”, “His last voyage” en uiteraard het titelstuk. Intussen was de band voor de tweede keer overgestapt op een nieuwe platenmaatschappij: Chrysalis. Wat iedere keer opvalt bij Gentle Giant is dat deze complexe muziek altijd verrassend is, met geniale invallen. Soms klinkt deze muziek ook grappig.

Mijn nieuwe exemplaar was mooi vlak en bovendien stil. Toen ik de naald in de groef liet zakken en het vinger geklik van het eerste nummer hoorde, wist ik voldoende. Deze versie is met afstand en in alle opzichten beter dan alle anderen die ik gehoord heb. US, Canadese en Duitse persingen: van alles had ik geprobeerd, maar nooit tot volle tevredenheid. De oorspronkelijke UK persing is zeker niet slecht, maar ook die haalt het niet bij deze nieuwe EMI uitgave uit 2012. Meer dan 25 jaar heb ik de Duitse persing gehad en dacht altijd dat het aan de opname lag: modderig laag, dof middengebied en versluierd hoog. Het is nu eenmaal niet anders, dacht ik. Ik vroeg me dan ook af hoe de bandleden toen, met de release akkoord konden gaan. Blijkbaar heb ik al die jaren naar de verkeerde persing geluisterd. Daar is nu dus verandering in gekomen. Een schitterend product! Deze nieuwe plaat is een mooie kans om de wonderlijke muziek van Gentle Giant te (her)ontdekken.

Bij “Interview” is het omgekeerde het geval. Alleen zijn de verschillen veel minder groot. Aanvankelijk was ik zeer onder de indruk van deze reissue door EMI. En dat ben ik nog steeds, maar de originele Duitse persing (groen Chrysalis label) speelt hem er toch af: die heeft toch wat meer sublaag en drive. De reissue daarentegen is wel schoner en stiller. Wellicht iets meer toepassing van compressie en/of noise reduction. Alles overziend is dus voorzichtigheid geboden, bij de aanschaf van nieuw vinyl. Gentle Giant doet het goed op eBay en de tweede hands prijzen reizen soms ook de pan uit, dus ook deze reissue zou een goede aanschaf kunnen zijn.

Emile Stoffels

Genesis – Seconds Out

Saturday, January 26th, 2013

Seconds Out van de Britse band Genesis is denkelijk een van de best opgenomen live concerten ooit. Het was hun tweede live plaat uit 1977, maar dit keer zonder aartsengel Peter Gabriel. Voor deze tour waren er al twee albums verschenen sinds het vertrek van Gabriel: “Trick of the Tail” en “Wind and Wuthering”. Een aantal jaren geleden kwamen de remixes van de studio opnames op SACD al uit met DVD. Recentelijk bracht Rhino alles op vinyl uit, met gemixte reacties. Nu brengt gigant EMI ook Seconds Out uit, maar nu mag het resultaat er echt wezen.  Ik was de laatste tijd wat voorzichtig geworden mbt. heruitgaven, maar EMI heeft me tot nu toe nog niet teleurgesteld. Hoogtepunt is wat mij betreft kant 3 en 4 met de Cinema Show, Dance on a Vulcano en Los Endos. Een waar feest, vooral omdat op de Cinema Show ook Bill Bruford meedoet. Wat willen we nog meer? De kardinale vraag is nu: moeten degenen die de oorspronkelijke uitgave (originele mix) op vinyl, of cd reeds hebben, nu naar de winkel hollen om deze heruitgave te kopen? JA! Wat is er dan veranderd ten opzichte van de oorspronkelijke releases? Om te beginnen loop het laag onenindig verder door en is bovendien luider dan de uitgaven die ik heb: Nederlandse, Britse en US persingen. Dit komt de algemene klankbalans ten goede. Ook is het diepte perspectief sterk verbeterd. Dit is zo’n typische manier van masteren waardoor men de neiging heeft om steeds luider af te spelen. En toch blijft het aangenaam. Deze dubbelaar zal in de meeste winkels net over de 30 euro kosten. Geen geld.

Emile Stoffels

England – Garden Shed

Tuesday, February 22nd, 2011

Ik kan me voorstellen dat deze plaat in 1977 als een bom moet zijn ingeslagen. Misschien ook niet, maar bij mij wel toen ik hem voor het eerst hoorde. Het is een door en door Engels product: zwarte galgen humor, verrassening en suspense. Het is een plaat die binnen de symfo-liefhebbers op handen wordt gedragen en met goede reden. De plaat ziet men slechts hoogst zelden en heeft inmiddels een kultstatus bereikt. Over de vraagprijzen zullen we maar zwijgen. Drie stukken springen er wat mij betreft uit: ‘Midnight Madness’‘Three Piece Suite’ en ‘Poisened Youth’. Al in het openingsnummer valt men van de ene in de andere verbazing door de muzikale invallen en spitsvondigheden. Opvallend is het volstrekt eigen geluid van deze band. Op de zelfde kant staat het ‘Three Piece Suite’ dat zachtjes begint met een fade-in. Al snel worden we overrompeld door een prachtige samenzang en een knorrende Hammond orgel. Diverse fases passeren de revue, totdat het dramatische slot zich aankondigt. De climax van dit stuk is van een onmetelijke schoonheid. Het laatste nummer, het pièce de résistance, is ‘Poisened Youth’. Iedere keer valt mijn mond open wat daar allemaal gebeurt. Het stuk begint al met een korte maar zeer merkwaardige openingsroffel, dat ritmisch – althans voor mij – moeilijk is thuis te brengen. Opvallend is het in ieder geval. Na deze roffel, wordt er een grimmige sfeer neergezet door de Mellotron en een begeleidend basfiguur. Ondertussen blijft het slagwerk de aandacht trekken. Ofschoon drummer Jode Leich een stijl van eenvoud hanteert, klinkt het slagwerk buitengewoon boeiend en zelfs spectaculair. Dit wordt door de mix ook wel benadrukt. Gaandeweg wordt het hoofdthema voorgesteld en na de nodige ontwikkelingen komt er een fase waaruit blijkt hoe geniaal deze jongens zijn. Dit gedeelte is qua atmosfeer volslagen uniek en wederom klinkt het slagwerk oorspronkelijk. Hieruit wordt weer aan een climax gebouwd, in de vorm van een gitaarsolo. Deze solo ebt uiteindelijk weer weg in een anticlimax, waarna de slotfase aanbreekt waarin de band alle registers lostrekt en uiteindelijk het hoofdthema als laatste climax verschijnt. De opbouw hier naar toe is ook weer opmerkenswaardig. Ik heb zelden een dergelijke climax gehoord en dit komt denk ik omdat deze muzikale jongens het kruit niet te snel verschieten en goed weten wat ons als luisteraar zo boeit: de techniek van spanning en ontspanning. Het zal een hele jacht worden om deze plaat te scoren, want hij is moeilijk te krijgen. Men zal zich dus tevreden moeten stellen met de CD, maar dat mag de pret niet drukken…

Emile Stoffels

David Sancious – True Stories

Friday, February 18th, 2011

Ik wil er geen gewoonte van maken om binnen zeer korte tijd twee LP’s te beschrijven van dezelfde artiest, maar deze keer maken we toch een uitzondering. Bij ‘Just as I Thought’ kwam terloops ‘True Stories’ al ter sprake, maar deze topplaat verdiend werkelijk alle lof. Het zijn die zeldzame parels uit de rock die nooit worden genoemd. Het is de overwegend hymnische gloed die afstraalt van deze muziek. Het instrumentale nummer Prelude #3 op kant 1, is van een verbluffende schoonheid en heeft Bach als voorbeeld. Ik weet dat ik de andere nummers onrecht doe, maar ik wil vooral twee nummer benadrukken: ‘Ever the Same’ en ‘Matter of Time’. Deze nummers op kant 2, zijn eigenlijk miniatuur symfonieën, vol vernuft en muzikaliteit en worden gescheiden door het serene ‘Interlude’. Alex Ligterwood is een vocaal kanon die iets weg heeft van een hogepriester die ons voorzingt, maar wat zou er van de muziek overblijven zonder het slagwerk van Ernest Carter? De plaat voert ons van de ene naar de andere climax, maar aan het slot van ‘Matter of Time’ als Ligterwood met het koortje ‘Time will heal you’ zingt, breekt de hemel werkelijk open. Net als in het geval van ‘Just as I thought’, is het waarschijnlijk moeilijker een Europese persing te bemachtigen dan een US exemplaar. En ook hier is het weer de uitstekende klinkende Masterdisk die het najagen waard is. Ik had de CD al lange tijd niet gedraaid, maar het viel mij op dat de plaat oneindig veel opener is. Bovendien is er een klankonbalans die te veel naar het laag neigt.

Emile Stoffels

Refugee – Refugee

Monday, February 14th, 2011

Refugee  werd opgericht in augustus 1973, door ex Nice leden Brian Davison en Lee Jackson. Helaas zou het  bij deze ene plaat blijven. Toetsenist Patrick Moraz verdween een jaar later alweer, om Rick Wakeman in Yes te vervangen. Maar wat een geweldige plaat is dit. De twee lange stukken ‘Grand Canyon Suite’ en ‘Credo’ zijn de absolute hoogtepunten, maar de kortere stukken mogen er ook wezen. ‘Credo’ is het langste stuk en wat mij betreft een van de hoogtepunten uit de progressieve rock periode. Met gemak kan het zich meten met ‘The Gates of Delirium’, ‘The Cinema Show’ etc.
Na een lange onheilspellende opening, ontwikkelt er zich een duidelijk thema. Als dat eenmaal ontvouwd is, slaat de atmosfeer ineens om en wordt er een versnelling ingezet waarin Davisons slagwerk de hoofdrol opeist. Wanneer deze grimmige periode volkomen is uitgewerkt, breekt een hymnische fase aan die zich helemaal uitspreekt en uitmondt in een geweldige climax. Daarna keert de snelle passage weer terug om bijna ongemerkt over te gaan in een exotische en vooral enerverende slotfase die buitengewoon ritmisch aandoet en reeds vooruit wijst naar ‘The Story of I’; Moraz‘ magnifieke soloplaat uit 1976. Refugee is een van mijn absolute favorieten, waarin Patrick Moraz zich van zijn beste kant laat zien. Een onwaarschijnlijk knappe en creative toetsenist die zich ook nog als een groot componist  ontpopt.

Emile Stoffels

Bill Bruford – One of a Kind

Friday, February 4th, 2011

Na grote successen met Yes, King Crimson en UK, verscheen in 1979 Brufords tweede soloplaat: One of a Kind. Na ‘Feels Good to Me’, waar de stem van Annette Peacock nog te bewonderen valt, is deze plaat geheel instrumentaal. Maar om nu te zeggen dat we het missen? Nou, dacht het niet. Toetsenist Stewart ondervangt dat overtuigend met de nodige atmosfeer en niet te vergeten gitarist Allan Holdsworth, die was meegekomen van UK. Hier en daar hoort men overigens de naweeën van UK, en schenken ze ons enig inzicht in Brufords bijdrage aan de eerste LP van UK.
Het meest opvallende is uiteraard Brufords slagwerk, per slot van rekening was het zijn soloplaat. Toch is alles in balans en klinken de composities als vanzelfsprekend. Nooit wordt het klinisch en het is altijd verrassend. “Fainting in Coils,” “Five G”, “Hell’s Bells” en het tweedelige “The Sahara of Snow”, zijn denkelijk de sterkhouders van deze plaat. Toch zijn het allemaal stuk voor stuk, sterke composities. “Fainting in Coils” onderscheidt zich door een interessante opbouw en het is ronduit aanstekelijk hoe Bruford alles ritmisch omlijst. “Five G” begint met een volstrekt authentieke basssolo van Jeff Berling en eindigt met een hemelse gitaarsolo van Holdsworth. Op het pakkende “Hell’s Bells” waar de LP mee opent, wordt overigens wel een vrouwenkoortje gebruikt. En wat een uitsmijter is het slot van de plaat: “The Sahara of Snow”. Na het geheimzinnige eerste deel, barst het tweede deel los en gaat het dak er letterlijk af. Heerlijke plaat dit, die regelmatig op mijn draaitafel ligt. Ben in afwachting van een US mastering die ik op e-Bay heb gekocht. Ben benieuwd hoe die klinkt t.o.v. mijn Nederlandse en Japanse exemplaren…

David Sancious – Just As I Thought

Thursday, February 3rd, 2011

Negroïde zwier samengesmolten met de klassieke tradities. Dat is wat hier op boeiende wijze wordt gedaan. De multi instrumentalist Sancious haalt na andere schitterende platen, weer alles uit de kast.
David begon op 7 jarige leeftijd klassieke piano te studeren en leerde zichzelf gitaar spelen. Na samengewerkt te hebben met Bruce Springsteen, vormde hij in 1974  zijn eigen band ‘Tone’. In het jaar daarop verscheen zijn debuut LP Forest of Feelings geproduceerd door Billy Cobham. De volgende plaat Transformation – The Speed of Love uit 1976 biedt ons een waar concept nummer van 20 minuten. Met True Stories uit 1978 kwam er meer accent op het vocale aspect door onder andere zanger Alex Ligertwood, die daarna naar Santana vertrok. Op Just as I thought is de bandsamenstelling wat anders maar dat mag de pret niet drukken. Khabir Ghani, had Ligertwood vervangen en bassist Jeff Berlin, Gerald Carboy. Drummer Ernest Carter is – net als op de andere LP’s – weer nadrukkelijk aanwezig. Wat een slagwerker!
Pièce de résistance wat mij betreft, is toch Suite (For the End of an Age). De opening komt direct binnen waarna een boeiend motief wordt ingezet, dat de rest van het nummer bepaalt. Woorden schieten de kort voor de rest van de ontwikkeling van het nummer. Het ene hoogtepunt wordt afgewisseld door het andere. Luister ook naar het stuwende element door de ritmesectie, niet in de laatste plaats door Ernest Carter. Het luisterrijke Again is een prachtige love song die ons altijd zal bijblijven. Geweldige plaat dit! Klinkt ook lekker. Probeer de Masterdisk master te krijgen. Dat zal niet moeilijk zijn, aangezien ik nog nooit een Europese persing heb gezien.

« Previous Entries