Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

CD recensies klassiek

« Vorige berichten

BRUCKNER – Symphony Nr. 9 with completed finale (revised version)

Friday, April 17th, 2020

Philharmonie Festiva, Gerd Schaller
Profil/Hänssler PH18030 (2 CDs) DDD 87:22

Waardering: 10

Over de opname door Simon Rattle op EMI uit 2012 – die ook met de gereconstrueerde finale kwam – was ik niet onverdeeld enthousiast, omdat zijn aanpak van de eerste drie delen mij niet helemaal beviel. Nu komt Gerd Schaller op Profil met zijn eigen uitgave van de finale, waarin nog meer vrijgegeven materiaal uit de Weense bibliotheken is verwerkt. 734 maten in totaal, tegenover de uitgave met 653 maten die Rattle gebruikte. Schaller heeft overigens al twee opnames vastgelegd van de gefinaliseerde 9de (de laatste was in 2016), maar voelde kennelijk toch de noodzaak om met een herziening te komen. Zonder te beweren dat dit het definitieve zegel des grootmeesters draagt – want dat zullen we nooit weten – moet ik zeggen dat het eindresultaat zeer overtuigend is. In het lijvige boekje lezen we Schallers verantwoordingen voor zijn keuzes en kunnen we per sectie volgen hoe deze reusachtige finale zich ontplooit. Keer op keer komen we – voor zover we dat al niet waren – nog meer onder de indruk van het constructief vermogen van deze geweldenaar. De fuga bijvoorbeeld met zijn rijke ornamentuur is uitermate indrukwekkend. Na een ferme inzet door de celli en bassen smoort het eventjes om vervolgens met hernieuwde kracht weer op te bouwen en zich helemaal uit te spreken, waarbij het materiaal tot uitputting wordt bewerkt. Ook zijn er talrijke verwijzingen naar het eerste deel, horen we thema’s uit het Te Deum en wordt de schreeuwende dissonant uit het adagio geciteerd. Nadat het koraal heeft geklonken komt een apotheose die elke omschrijving tart en ons met een gevoel achterlaat: “naar welke symfonie zullen we in hemelsnaam hierna nog luisteren?” Dit is wat mij betreft de absolute sluitsteen in de symfonische literatuur. We kunnen ons in allerlei superlatieven uitdrukken, maar niet een daarvan zal toereikend zijn. Ik kan het slechts van de daken schreeuwen! 

Emile Stoffels

TIPPETT – Symphonies Nos. 3 & 4, B flat

Saturday, April 4th, 2020

Rachel Nicholls
BBC Scottish Symphony Orchestra, Martyn Brabbins
HYPERION CDA68231/2 DDD 57:49/62:48

Waardering: 8

Lang geleden maakte ik kennis met Sir Michael Tippetts symfonieën cyclus via de Decca opnames van Solti, maar ben daarna zijn muziek een beetje uit het oog verloren. Nu stelt Hyperion ons weer in de gelegenheid om Tippetts werk met hernieuwde interesse te beluisteren. Dat is hard nodig, aangezien er in het algemeen weinig belangstelling is voor deze componist. Voor wie Tippett slechts kent van zijn Concert voor Dubbel Strijkorkest, is dit programma wel even wennen. Martyn Brabbins verstaat zich goed met deze complexe materie en smeedt de derde tot een geheel. Dat is een hele prestatie, want de derde heeft in dat opzicht een eigen wil. Het werk duurt bijna een uur; wat voor een symfonie uit de 20ste eeuw toch wel opmerkelijk is. Dit is niet de makkelijkste muziek en die weerbarstigheid is nog meer aanwezig in Tippetts vierde. Het vormt dan ook een uitdaging, niet slechts voor uitvoerenden, maar zeker ook voor de luisteraar. De symfonie in Bes uit de jaren 30 vormt daarmee een groot contrast en ontvangt hier de première opname. Het werk doet veelal denken aan William Waltons 1ste symfonie en vooral de invloed van Sibelius is voelbaar. Dit is een interessant programma van Hyperion en de opname is overweldigend.

Emile Stoffels

BEETHOVEN – Symphonie Nr. 3 Es-Dur op. 55 „Eroica“

Friday, March 27th, 2020

Sächsische Staatskapelle Dresden, Myung-Whun Chung
Profil/Hänssler PH15050 DDD 52:10

Waardering: 9

Van Beethovens Eroica zijn al meer dan genoeg uitstekende opnames gemaakt in de loop der tijd. De concurrentie is enorm en het is dan ook zaak dat een uitvoerende zich onderscheidt van anderen. Ik moet eerlijk zeggen dat de Zuid Koreaan Myung-Whun Chung daar toch veelal wel in slaagt. Dat deed hij ook al bij bijvoorbeeld Berlioz’ Fantastique (DG). En ook hier veroorlooft hij zich soms wat vrijheden, maar wel degelijk binnen de grenzen en in dienst van het werk bovendien. Hij zorgt ook voor scherpte en grimmigheid op de momenten waar dat nodig is en geeft in het langzame deel een bijna apocalyptische visie op deze klassieker. Alles klinkt soepel doordat de Sächsische Staatskapelle Dresden alert reageert en tegemoet komt aan al Chungs wensen. Het mag duidelijk zijn: ik kan uitstekend leven met deze opname van de Eroica. Apart is wel dat deze live opname zelf al bijna 15 jaar oud is en pas in 2016 is gereleased. Hoe dan ook, een interessante Eroica dus en voor wie een moderne opname zoekt, is Chungs opname die op de shortlist moet. De Profil opname is zeer gedetailleerd en heeft veel kleur. Van harte aanbevolen!

Emile Stoffels            

BRUCKNER – Symphony No. 6

Thursday, March 19th, 2020

Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, Robin Ticciati
Linn CKD 620 DDD 51:30

Waardering: 7

Het opvallende bij Bruckners zesde is dat de spanning sneller opgebouwd wordt dan in de andere symfonieën, doordat de doorwerking min of meer samensmelt met de recapitulatie. En het is altijd weer een genot het openingsthema van de celli en bassen tegen het metrisch begeleidingsfiguur van de violen te horen, waarna het hele orkest het hoofdthema unisono inzet. Robin Tacciati is een zeer getalenteerd dirigent en bij een nieuwe opname van hem, ben ik altijd weer benieuwd. Zijn opname van Debussy’s La Mer bijvoorbeeld was onderscheidend, maar ook zijn Brahms symfonieën cyclus was verrassend fris en vooral anders dan anders. Echter, Bruckner is toch een volslagen ander verhaal: daar gelden andere wetten. Ik vind de opening dan ook enigszins teleurstellend. Het mist niet alleen de overrompeling en grandeur van Klemperers EMI opname, maar is bovendien veel te snel naar mijn smaak. Het Scherzo heeft daar door het intrinsieke karakter, minder last van en precies daar onderscheidt Tacciati zich niet ten opzichte van andere interpreten. Opvallend is dat hij het Adagio juist weer rustiger neemt dan Klemperer. Concluderend: van de meer recentere opnames prefereer ik nog steeds van Zweden. Een goed alternatief zou Blomstedt op Querstand kunnen zijn en anders wel diens Decca opname.

Emile Stoffels

MOZART – CHURCH SONATAS – “Sonates all’Epistola”

Sunday, March 8th, 2020

Dutch Baroque Orchestra o.l.v. Gerard de Wit
Dutch Baroque Records 7 436957 641608 DDD 78:43

Waardering: 8

Mozart componeerde tussen 1772 en 1780, zeventien kerksonates, ook bekend als “Epistle Sonatas”. Dit waren korte stukken bedoeld om in de Dom in Salzburg, gespeeld te worden tijdens de Mis. Drie van de sonates bevatten een meer uitgebreide bezetting; de andere werden gecomponeerd voor orgel en strijkers, zonder altviolen. Deze sonates zijn een beetje in de vergetelheid geraakt, maar het Dutch Baroque Orchestra (opgericht in 2014) onder oprichter en artistiek leider Gerard de Wit (studeerde o.a. bij Ton Koopman) nam ze op voor het Dutch Baroque Records label. Er staat veel moois op deze cd, variërend van kamermuziek voor twee violen en continuo tot meer orkestrale stukken en een klein concert allegro voor orgel. In acht van de sonates heeft het orgel een obligate solopartij, maar in de andere negen heeft het orgel ‘slechts’ een ondersteunende rol. Juist die stukken profiteren van de extra body van het orgel, wat weer de klankbalans ten goede komt. Alles overziend: de Wit en de zijnen hebben er een waar feest van gemaakt. De registratie is gemaakt in de Sint Martinuskerk in Sint-Oedenrode, waar het prachtige Smits orgel is gebruikt. De opname is mooi doortekend en gedetailleerd.

Emile Stoffels

BACH – Concertos for Organ and Strings

Sunday, March 1st, 2020

Les Muffatti, Bart Jacobs (organ)
Ramée RAM 1804 DDD 79’59

Waardering: 10

Ofschoon Bach een ontzagwekkend oeuvre voor orgel komposities heeft nagelaten en net als zijn cantates een wereld op zichzelf vormen, zijn er geen werken voor orgel met begeleiding aan ons overgeleverd. Wel gebruikte de meester het orgel bijvoorbeeld als solo-instrument in sommige van zijn cantates; veelal als voorspel. Deze waren op hun beurt weer een bewerking van verloren gegane viool- en hoboconcerten. Kortom: genoeg aanleiding voor de Belgische organist Bart Jacobs om hier iets mee te willen doen. Het Ramée label komt hier dan ook met een prachtig programma van gereconstrueerde werken voor orgel met strijkers en klavecimbel: vier driedelige concerten en drie sinfonia’s (voorspelen). Met name het tweede concert op deze schijf – dat via een aantal omwegen een reconstructie is van het klavecimbelconcert BWV 1052 – heeft een absolute meerwaarde. Het orgel brengt hier meer vlees op de botten, dan het ons bekende klavecimbel als solo instrument. Dat gevoel heb ik dan weer niet bij het siciliano van het eerste concert, waar het m.i. bij beluistering toch duidelijk wordt, dat hier eigenlijk een zangstem beter past dan een orgel. Dat doet overigens volstrekt niets af aan het belang van dit fantastische project. Het strijkers ensemble Les Muffatti – vernoemd naar de in Frankrijk geboren Barok componist Georg Muffatt – vormt een natuurlijke en vooral intieme eenheid met Jacobs’ orgel. Uiteraard heeft Bart Jacobs in de archieven moeten duiken, maar dit alles klinkt als puur muziek en niet als dorre muziekwetenschap. Hopelijk gaan Bart Jacobs en Ramée hiermee door, want de snoeppot is vermoedelijk nog niet leeg. De opname is uitermate doorzichtig en ruimtelijk. Dus evenzeer een pluim voor de technici. Ook de gedetailleerde documentatie over de totstandkoming van deze bewerkingen is indrukwekkend. We kunnen er niet omheen qua waardering: hoogste belang en lof!

Emile Stoffels

TCHAIKOVSKY / MUSSORGSKY – Symphony No. 4 / Pictures at an Exhibition

Monday, February 24th, 2020

London Symphony Orchestra, Gianandrea Noseda
LSO LIVE LSO0810 DDD 74:18

Waardering: 7

Tchaikovsky zelf schreef weinig opbeurende woorden over de vierde symfonie in een brief aan mevr. von Meck: “De inleiding is tevens de kern van de gehele symfonie en bevat tevens de hoofdgedachte. Deze stelt het noodlot voor… een macht die als het zwaard van Damokles voortdurend boven ons hoofd zweeft en onophoudelijk de ziel vergiftigt.” De manier waarop dit noodlot motief – waar het eerste deel mee opent – wordt neergezet, vormt meestal al een goede indicatie waar de uitvoering naar toe gaat. Die robuuste koper fanfare is bij Noseda weliswaar wat aan de ingetogen kant, maar Noseda en het LSO moeten even op stoom komen. Want op de momenten dat het moet spoken en kolken, gebeurt dat ook wel. Kort en goed: een bevredigende vierde van Tchaikovsky, gekoppeld met de Ravel versie van de Schilderijen tentoonstelling. De opname is zeker niet slecht maar ook niet ideaal. Het is wat aan de diffuse kant, ondanks dat het een SACD is. Hoe dan ook, voor degenen die een hagelnieuwe opname zoeken van deze prachtige symfonie met een dergelijke koppeling, worden goed bediend. De toets voor mij blijft evenwel, Jansons op Chandos, von Karajan op DG (jaren 70) en Marketvich op Philips met hetzelfde orkest.

Emile Stoffels

BEETHOVEN – Messe C-dur / Leonoren-Ouvertüre Nr. 3

Monday, February 17th, 2020

Kuhmeier / Romberger / Schmitt / Pisaroni
Chor und Symphonieorchester des Bayersichen Rundfunks, Mariss Jansons
BR Klassik 900170 DDD 58’37

Waardering: 8

De première van deze Mis in C majeur op. 86 van Beethoven uit 1807 werd aanvankelijk een fiasco door gebrek aan repetitie, maar zou nochtans de standaard zetten voor de missen die in de negentiende eeuw nog zouden volgen. Het werk staat begrijpelijkerwijs een beetje in de schaduw van de Missa Solemnis, maar is een volslagen op zichzelf staand opus. De opdracht voor dit werk kwam van Prins Nikolaus Esterházy. Haydn was hem al voorgegaan en had de lat al bijzonder hoog gelegd. Niettemin ging Beethoven de uitdaging aan: “Ik zal deze mis met enige bezorgdheid afleveren, Majesteit, aangezien Uwe Doorluchtige Hoogheid gewend is aan de onnavolgbare meesterwerken van de grote Haydn”. Mariss Jansons heeft het nu opgenomen voor het BR Klassik label, met het koor en orkest van de Beierse Omroep. Het resultaat mag er wezen: dit is musiceren op top niveau en het koor straalt onder Jansons. De onberispelijke klank en accurate respons op Jansons is treffend. Dat geldt overigens ook voor het kwartet vocalisten. De klank balans van de opname is uitstekend en maakt deze uitgave tamelijk belangrijk. De Leonoren Ouverture nr. 3 vormt nog een welkome aanvulling. Een andere optie wellicht is die onder Bernius op het Carus label; verschenen ruim 5 jaar geleden. 

Emile Stoffels

ZIMMERMANN – Violin Concerto / Photoptosis / Die Soldaten Vocal Symphony

Sunday, February 9th, 2020

Leila Josefowicz / Anu Komsi / Jeni Packalen / Hilary Summers / Peter Tantsits / Ville Rusanen /Juha Uusitalo
Finnish Radio Symphony Orchestra, Hannu Lintu
Ondine ODE 1325-2 DDD 73:45

Waardering: 9

Bernd Alois Zimmermann is veelal een onbegrepen componist geweest. Echter, volgens Michael Gielen is hij de sluitsteen, ‘eine Endfigur’ die de westerse muziek tussen Bach en Schönberg samenvat en alles verankert in het verleden. Als we de hier opgenomen werken beluisteren, vragen we ons af of het allemaal wel van dezelfde toondichter is. Het vioolconcert uit 1950 opent op een vergelijkbare abrupte manier als de “Sinfonie in einem satz”, om vervolgens in die grimmige sfeer te blijven. Het derde deel heeft evenwel een ander karakter: een volksmuziekachtige frivoliteit, om toch weer op macabere wijze te besluiten. Aanvankelijk gedacht als driedelige sonate voor viool en piano, heeft Zimmermann met dit werk het naoorlogse vioolconcert weer op de kaart gezet. Hoe dan ook, het spel van Josefowicz is ronduit imponerend; die de tragiek blijkbaar goed aanvoelt. In de meer bekende Photoptosis uit 1968, komen we citaten tegen uit onder andere Beethovens negende (opening van het laatste deel). De Vocal Symphony versie van de opera Die Soldaten is een stuk taaier, maar dat komt waarschijnlijk doordat Zimmermann het 12-toonssysteem hier consequenter heeft doorgevoerd dan in zijn andere werken. De Ondine opname is spectaculair en dendert de huiskamer binnen. 

Emile Stoffels

WOLF – Italienisches Liederbuch

Monday, February 3rd, 2020

Diana Damrau, soprano / Jonas Kaufmann, tenor / Helmut Deutsch, piano
Erato 0190295658663 DDD 76:34

Waardering: 8

Het lied behoort ongetwijfeld tot de vroegste uitingen van de muziek en is denkelijk als de wortel en oorsprong van de gehele ontwikkeling der toonkunst te beschouwen. Zowel het eenvoudige volksliedje als de artistieke bewerking daarvan, vergezelt volkeren en generaties sinds mensenheugenis. Hugo Wolf is de laatste grote meester van het Duitse lied. Ook bij hem zien we dat het woord de melodische lijn dicteert. En in dit opzicht is de invloed van Wagner duidelijk, ofschoon hij in zijn taal dichter bij Schubert en Schumann staat. Wat opvalt is dat Wolf in tegenstelling tot Wagner meer naar comprimering en intimiteit streeft. In zijn Italienisches Liederbuch horen we dan ook de menselijke emoties rondom de liefde: de prille verliefdheid, de extase, maar ook de jaloezie, vervolgens de ruzie, en het bijleggen er van. De bron voor deze bundel zijn Italiaanse dichters (Leopardi, Giusti, Carducci en Negri), vertaald naar het Duits door Paul Heyse. Het grappige is dat de uitvoerenden zelf de volgorde mogen bepalen, zolang ze maar beginnen en eindigen met “Auch kleine Dinge,…” respectievelijk “Ich hab’ in Penna…”. Kaufmann en Damrau zijn geheel aan elkaar gewaagd en luisteren naar deze twee is dan ook een feest. Uitstekende expressie en uitspraak. Aanrader!

Emile Stoffels

« Previous Entries