Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

CD recensies klassiek

« Vorige berichten

BEETHOVEN – Messe C-dur / Leonoren-Ouvertüre Nr. 3

Monday, February 17th, 2020

Kuhmeier / Romberger / Schmitt / Pisaroni
Chor und Symphonieorchester des Bayersichen Rundfunks, Mariss Jansons
BR Klassik 900170 DDD 58’37

Waardering: 8

De première van deze Mis in C majeur op. 86 van Beethoven uit 1807 werd aanvankelijk een fiasco door gebrek aan repetitie, maar zou nochtans de standaard zetten voor de missen die in de negentiende eeuw nog zouden volgen. Het werk staat begrijpelijkerwijs een beetje in de schaduw van de Missa Solemnis, maar is een volslagen op zichzelf staand opus. De opdracht voor dit werk kwam van Prins Nikolaus Esterházy. Haydn was hem al voorgegaan en had de lat al bijzonder hoog gelegd. Niettemin ging Beethoven de uitdaging aan: “Ik zal deze mis met enige bezorgdheid afleveren, Majesteit, aangezien Uwe Doorluchtige Hoogheid gewend is aan de onnavolgbare meesterwerken van de grote Haydn”. Mariss Jansons heeft het nu opgenomen voor het BR Klassik label, met het koor en orkest van de Beierse Omroep. Het resultaat mag er wezen: dit is musiceren op top niveau en het koor straalt onder Jansons. De onberispelijke klank en accurate respons op Jansons is treffend. Dat geldt overigens ook voor het kwartet vocalisten. De klank balans van de opname is uitstekend en maakt deze uitgave tamelijk belangrijk. De Leonoren Ouverture nr. 3 vormt nog een welkome aanvulling. Een andere optie wellicht is die onder Bernius op het Carus label; verschenen ruim 5 jaar geleden. 

Emile Stoffels

ZIMMERMANN – Violin Concerto / Photoptosis / Die Soldaten Vocal Symphony

Sunday, February 9th, 2020

Leila Josefowicz / Anu Komsi / Jeni Packalen / Hilary Summers / Peter Tantsits / Ville Rusanen /Juha Uusitalo
Finnish Radio Symphony Orchestra, Hannu Lintu
Ondine ODE 1325-2 DDD 73:45

Waardering: 9

Bernd Alois Zimmermann is veelal een onbegrepen componist geweest. Echter, volgens Michael Gielen is hij de sluitsteen, ‘eine Endfigur’ die de westerse muziek tussen Bach en Schönberg samenvat en alles verankert in het verleden. Als we de hier opgenomen werken beluisteren, vragen we ons af of het allemaal wel van dezelfde toondichter is. Het vioolconcert uit 1950 opent op een vergelijkbare abrupte manier als de “Sinfonie in einem satz”, om vervolgens in die grimmige sfeer te blijven. Het derde deel heeft evenwel een ander karakter: een volksmuziekachtige frivoliteit, om toch weer op macabere wijze te besluiten. Aanvankelijk gedacht als driedelige sonate voor viool en piano, heeft Zimmermann met dit werk het naoorlogse vioolconcert weer op de kaart gezet. Hoe dan ook, het spel van Josefowicz is ronduit imponerend; die de tragiek blijkbaar goed aanvoelt. In de meer bekende Photoptosis uit 1968, komen we citaten tegen uit onder andere Beethovens negende (opening van het laatste deel). De Vocal Symphony versie van de opera Die Soldaten is een stuk taaier, maar dat komt waarschijnlijk doordat Zimmermann het 12-toonssysteem hier consequenter heeft doorgevoerd dan in zijn andere werken. De Ondine opname is spectaculair en dendert de huiskamer binnen. 

Emile Stoffels

WOLF – Italienisches Liederbuch

Monday, February 3rd, 2020

Diana Damrau, soprano / Jonas Kaufmann, tenor / Helmut Deutsch, piano
Erato 0190295658663 DDD 76:34

Waardering: 8

Het lied behoort ongetwijfeld tot de vroegste uitingen van de muziek en is denkelijk als de wortel en oorsprong van de gehele ontwikkeling der toonkunst te beschouwen. Zowel het eenvoudige volksliedje als de artistieke bewerking daarvan, vergezelt volkeren en generaties sinds mensenheugenis. Hugo Wolf is de laatste grote meester van het Duitse lied. Ook bij hem zien we dat het woord de melodische lijn dicteert. En in dit opzicht is de invloed van Wagner duidelijk, ofschoon hij in zijn taal dichter bij Schubert en Schumann staat. Wat opvalt is dat Wolf in tegenstelling tot Wagner meer naar comprimering en intimiteit streeft. In zijn Italienisches Liederbuch horen we dan ook de menselijke emoties rondom de liefde: de prille verliefdheid, de extase, maar ook de jaloezie, vervolgens de ruzie, en het bijleggen er van. De bron voor deze bundel zijn Italiaanse dichters (Leopardi, Giusti, Carducci en Negri), vertaald naar het Duits door Paul Heyse. Het grappige is dat de uitvoerenden zelf de volgorde mogen bepalen, zolang ze maar beginnen en eindigen met “Auch kleine Dinge,…” respectievelijk “Ich hab’ in Penna…”. Kaufmann en Damrau zijn geheel aan elkaar gewaagd en luisteren naar deze twee is dan ook een feest. Uitstekende expressie en uitspraak. Aanrader!

Emile Stoffels

RESPIGHI – Roman Trilogy

Sunday, January 26th, 2020

Buffalo Philharmonic Orchestra, JoAnn Falletta
NAXOS 8 574013 DDD 62:13

Waardering: 8

Ottorino Respighi (1879 – 1936) was uiterst productief en nog de enige representatieve componist uit Italië van kamer- en orkestmuziek, uit de laatromantiek. Veelal de Italiaanse Richard Strauss genoemd, die zowel bij diens symfonische gedichten, als bij de in Frankrijk heersende stromingen aanknoopte. Hij kiest veelal uitgesproken nationale onderwerpen met een doordachte weelderige instrumentatie. Deze Naxos cd omvat het bekende symfonische gedichten programma van Respighi onder JoAnn Falletta. Ze is weliswaar vooral een voorvechtster van Amerikaanse muziek, maar ook hier toont zij duidelijk haar affiniteit. Falletta mag zo langzamerhand dan ook wel een alleseter genoemd worden en is een toonbeeld van bevlogenheid. Een goed voorbeeld is haar tempokeuze voor de Pini presso una catacomba van de Pini di Roma. Echter, ook voor deze uitgave geldt dat er in het verleden al gezaghebbende opnames zijn verschenen, zowel met ditzelfde programma als de losse stukken: Ozawa met het BSO, maar zelfs ook de oude opname door Reiner op RCA uit 1960 klinkt nog altijd fris. Niettemin, is deze nieuwe opname van Falletta met de Buffalo Philharmonic Orchestra schitterend. Met name de lage registers zijn voelbaar. Een goed uur muziek, waar m.i. nog wel wat ruimte was voor aanvullingen. Gezien de concurrerende prijs van Naxos, zeker aanbevolen. 

Emile Stoffels

Robert Schumann – Cello Works

Sunday, January 19th, 2020

Sol Gabetta, Bertrand Chamayou
Kammerorchester Basel, Giovanni Antonini
Sony Classical 88985352272 DDD 58’18

Waardering: 7

Gautier Capuçon, Renaud Capuçon, Martha Argerich
The Chamber Orchestra Of Europe, Bernard Haitink
ERATO 9029563421 DDD 79’32

Waardering: 7

Zowel Erato als Sony komen hier met vrijwel exact hetzelfde programma: werken van Schumann, waarin de cello centraal staat. Beide ook met het schitterende concert voor cello. Verder op deze cd’s het Adagio Und Allegro, Op. 70, de Fantasiestücke Op. 73, en de Fünf Stücke Im Volkston Op. 102. Het Erato programma geeft ons bovendien nog de Fantasiestücke Op. 88. Reeds in 1839 schreef Robert aan Clara dat hij geen concert voor virtuozen kon schrijven en dus iets anders moest bedenken. Hij rekende dan ook af met het ijdele virtuozendom, hoewel hijzelf ooit het virtuozendom ambieerde. Het hoofdthema van het eerste deel van dit cyclisch opgebouwde celloconcert, komt ook voor in het slot van het tweede deel en in de doorwerking van het derde deel. De delen lopen in elkaar over, opdat men het idee heeft van een ‘Konzertstück’. Gabetta is in het concert duidelijk de winnaar met haar vurige spel, maar de opname werkt behoorlijk mee. Capuçon is wat lethargisch, maar is weer mijn favoriet in het Adagio Und Allegro, terwijl Gabetta daar weer stroef klinkt. En dat is in z’n algemeenheid het geval. Althans, voor wat betreft de langzame delen van deze kamerwerken: Capuçon heeft daar meer lieflijkheid en charme. Ik zou het tussen deze twee schijven dan ook op een gelijk spelletje willen houden, met daarbij aangetekend dat Erato meer muziek voor het geld biedt. Echter, voor het concert legt Capuçon het duidelijk af t.o.v. Gabetta. Overigens blijven Harrell/Marriner op Decca voor mij de norm als het gaat om het celloconcert.

Emile Stoffels

STRAVINSKY – Petroesjka (1911) – Jeu de Cartes

Sunday, January 12th, 2020

Mariinsky Orchestra, Valery Gergiev
Mariinsky MAR0594 • 57”51

Waardering: 9

Bij Gergiev ben ik altijd weer benieuwd: hoe zou die het nu weer doen? Zijn grilligheid en eigenzinnigheid kan ik best goed pruimen. Hoewel ik overwegend teleurgesteld was in zijn Prokofiev symfonieën cyclus voor Philips, een aantal jaren geleden. Die ‘grilligheid’ pakt zeker goed uit in dit ballet programma voor het Mariinski label met Petrushka en Jeu de Cartes. Opvallend is vooral ook dat Gergiev voor Petrushka de zelden uitgevoerde ‘orkestbak’ versie uit 1911 gebruikt. De oorspronkelijke lezing dus en niet de gestripte versie uit 1947. Gergiev heeft een aangeboren talent en gevoel voor het theater en de personages. Het is een spannende uitvoering geworden en ondanks het uitgebreidere instrumentarium van deze oorspronkelijke versie, blijft het buitengewoon doorzichtig. Diezelfde doorzichtigheid horen we terug in het Jeu de Cartes uit zijn Neo Klassieke periode, dat al overduidelijk verwijst en zelfs elementen van de symfonie in drie delen in zich heeft. Deze stijl leent zich wellicht nog beter voor de bijtende spot en scherpte van Gergiev. Vreemd is wel dat de opnames al wat ouder zijn: uit 2009 en 2014. Dat mag de pret niet drukken, want de opname is overweldigend realistisch met een zeer diep podium. Demonstratie kwaliteit!           
 
Emile Stoffels            

BEETHOVEN • BRAHMS – Symphony No. 9 • Nänie

Friday, January 3rd, 2020

Luzerner Sinfonieorchester / Zürcher Sing-Akademie, James Gaffigan
Sony Classical 88985458292 DDD 19’12/62’51

Waardering: 6

Talloze uitvoeringen van dit kolossale werk – dat bijna parallel aan de Missa Solemnis werd geschreven – hebben het licht gezien. Een kritisch oordeel leidt echter tot slechts een handvol opnames die er echt toe doen. In de eerste drie delen horen we duidelijk de in zichzelf gekeerde Beethoven om vervolgens een abrupte ommekeer te ervaren, waar de finale mee opent. Het laatste deel dat door Norbert Loeser terecht het “Hooglied der menselijke gemeenschap” werd genoemd. Tilson Thomas kreeg het tijdens zijn opname uit 2013 op de een of andere manier voor elkaar dat we die plotselinge overgang in toenemende mate reeds voorvoelen, in de voorgaande drie delen. Daar merk ik bij Gaffigan hoegenaamd niets van. Maar ook vind ik dat Gaffigan het allemaal veel te staccato laat spelen. Ik begrijp wel waarom en er is zeker iets voor te zeggen, maar ik ben het niet met hem eens. Ik hoor hier niet de reus die na een enorme worsteling met vorm en inhoud, alles in beweging heeft gezet. Wel is er een prachtige toevoeging op deze dubbel cd: Brahms’ Nänie. Een rouwzang ter nagedachtenis van zijn vriend Anselm Feuerbach. Schitterend gezongen door de Zürcher Sing-Akademie. Ik heb dus gemengde gevoelens over deze uitgave. 

Emile Stoffels

MOZART – Piano Concerto No. 20 K 466 / Sonatas K 281 & K 332

Thursday, December 26th, 2019

Seong-Jin Cho, piano
Chamber Orchestra of Europe, Yannick Nézet-Séguin
DG 483 5522 DDD 63’46

Waardering: 9

Met zijn eerste in mineur geschreven Pianoconcert K 466, sloot Mozart aan bij de persoonlijke dramatiek van CPE Bach. Mozarts vader Leopold kwam op bezoek in Wenen, dezelfde dag dat zoonlief zijn nieuwste pianoconcert speelde. In het eerste deel horen we al een aankondiging van Don Giovanni. Ook heeft de lieflijke romance een zeer bewogen middendeel. De finale klinkt voor die tijd buitengewoon hartstochtelijk en stuwend, hoewel het in majeur eindigt. Beethoven speelde in Wenen dit concert als uitvoerende en schreef ook cadensen voor dit werk. De sonate K 332 valt op door de contrasten in de hoekdelen, zowel dynamisch als thematisch en in het langzame deel horen we een fascinerend spel tussen majeur en mineur. De Koreaanse pianist Seong-Jin Cho – die in het concert de Beethoven cadensen gebruikt – heeft veel oog en gevoel voor Mozarts geniale invallen en bijzondere dramatiek. Cho bouwt de spanning mooi op en ontlaadt weer op het juiste moment. Een aardige opvuller is de sonate K 281 dat bij een 6 tal sonates (278 – 284) hoort. Het Chamber Orchestra of Europe onder Nézet-Séguin leverde ook al een schitterend Prokofiev programma af. Nu dus dit indrukwekkende Mozart programma. Zeker, er is veel concurrentie. Maar Seong-Jin Cho houdt zich met gemak staande.

Emile Stoffels

MARTINU – What Men Live By / Symphony No. 1

Thursday, December 19th, 2019

Czech Philharmonic, Jiří Bělohlávek
Supraphon SU 4233-2 DDD 75”57

Waardering: 7

De in 2017 overleden dirigent Jiří Bělohlávek kunnen we wel een ambassadeur voor Martinu’s muziek noemen. Voor het Supraphon label alleen al, nam hij bijna 40 werken van de componist op en dat waren veelal premières. Dat is bij deze uitgave ook weer het geval: de opera ‘What Men Live By’ uit 1952; gebaseerd op Tolstoy’s korte verhaal: ‘Where love is, God’ is. Supraphon koppelt dit werk met Martinu’s eerste symfonie uit 1942. Wellicht is dit werk het meest boeiende uit zijn symfonieëncyclus en heeft nog een vergelijkbare atmosfeer met zijn dubbelconcert uit 1938. In z’n algemeenheid lijkt zijn harmonische taal een mengsel te zijn van Brahms, Vaughan Williams en soms Carl Nielsen. Maar ook horen we een zekere Rousseliaanse ritmiek en robuustheid. Al eerder nam Bělohlávek de eerste op voor Chandos met het boven genoemde dubbelconcert. Geen schokkend nieuwe inzichten op deze nieuwe uitgave, behalve dat hij voor het Largo dit keer iets meer tijd neemt. Voor wat betreft de opera: dat heeft zeker z’n momenten, maar ik zou me een wereld kunnen voorstellen zonder dit werk. De cd is vooral de moeite waard voor de boeiende eerste symfonie. En de opname is voortreffelijk. Wie echter een interessantere koppeling wenst, zal de Chandos opname uit 1991 prefereren. 

Emile Stoffels

VON DOHNANYI – Piano Works

Tuesday, December 10th, 2019

Sofia Gülbadamova, piano
Capriccio C5332 DDD 138:09

Waardering: 7

De in Rusland geboren Sofia Gülbadamova heeft hier voor Capriccio de pianowerken van Ernő Von Dohnányi (1877 – 1960) opgenomen; voornamelijk uit zijn vroege en midden periode. Eerlijk gezegd biedt dit deel uit Dohnányi’s oeuvre, weinig nieuws onder de zon. De invloeden van Chopin en Schumann (Klavierstücke) zijn evident, maar ook Alexander Scriabin komt voorbij. De Rapsodieën op. 11 zijn denkelijk het meest interessant op deze dubbel cd. De vier aan zijn pianoleraar István Thomán (tevens pianoleraar van Béla Bartók) opgedragen stukken, werden in de zomer van 1904 in Wenen geschreven. Over dit werk zei Dohnányi zelf dat de vier ritmische delen opgevat kunnen worden als een sonate. De laatste rapsodie is overigens een bewerking van het Gregoriaans ‘Dies irae’ en vat de thema’s van de eerdere drie stukken samen. Dohnányi noemde het werk geen ‘sonate’ omdat de structuur iets losser is en elk stuk afzonderlijk kan worden uitgevoerd. En toch zijn deze rapsodische stukken ook niet in de stijl van Liszt. Gülbadamova is een formidabel pianiste: ze speelt aanstekelijk en brengt deze stukken tot leven. De opname is prettig, maar alles overziend is deze uitgave m.i. meer iets voor Dohnányi verzamelaars. 

Emile Stoffels

« Previous Entries