Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Boekbesprekingen

« Vorige berichten

CARUSO

Friday, July 3rd, 2015

Caruso204CARUSO (1873-1921)
Uitgever: Flanor
ISBN: 9073202825
Auteur: Patrick Spriet
Aantal pagina’s: 121

Een schreeuwerig geruit pak, grijze gleufhoed en gele handschoenen, geklemd om de gouden knop van een wandelstok. Een dandy met de uitstraling van snoepgoed. Zo omschreef de sopraan Geraldine Farrar de legendarische tenor Enrico Caruso, met wie ze in 1904 een ontmoeting had.

Patrick Spriet maakte een geromantiseerd portret van deze Napolitaanse opera tenor. Geromantiseerd, omdat voor een klassieke biografie de archieven te veel verspreid door Italië en Amerika lagen. Bovendien is veel materiaal blijkbaar nog in privé bezit. Een fictief verhaal dus rondom een aantal historische gebeurtenissen: de zomer van 1910 en 1911, bezet met optredens in het Kursaal van Oostende. Een stad die volgens de auteur toen ‘het Rome van de Belle Epoque’ was. Tegen een bruisende achtergrond van de hotelwereld, toerisme en intriges plaatst Spriet zijn verhaaltjes met charmante dames, de kunstschilders Leon Spilliaert en Jef Vande Fackere en de bariton Pasquale Amato.

Hoewel elegantie en grandeur Caruso niet kon worden ontzegd, was het vooral de elegantie en de grandeur van een patser. Zijn vermogen om zijn intellectuele beperkingen te maskeren en te ontstijgen, was een sterkste eigenschap waardoor hij een van de belangrijkste mensen in de wereld werd. Overal, van Sint Petersburg in het noorden tot Buenos Aires in het zuiden, gaan de deuren van paleizen, operahuizen en slaapkamers voor hem open. Er werden 5 miljoen grammofoonplaten van hem verkocht; de eerste opname in 1902 en tevens de eerste in de geschiedenis. Hij probeerde de emotie die men van een zanger verlangde in die tijd, te verzoenen met het belcanto. ‘Precies daarin ligt de essentie van mijn kunst.’ Caruso werd dan ook de popster aan het begin van de 20ste eeuw.
De opera zwaargewicht had zo zijn eigen opvattingen over hoe het hoogst mogelijke zang niveau te halen. Een volle maag bijvoorbeeld belet de expansie van het middenrif en dus een perfecte ademhaling om een noot goed te treffen. Hij vond dat de energie die nodig is voor de vertering, beter aangewend kan worden voor het conditioneren van de stem. Zijn maaltijden op de dag van een uitvoering, waren dan ook beperkt. Alles in dienst van de zang dus. Hij was echter wel een stevige roker.

Het is een sappig portret geworden, waarin het wemelt van anekdotes en humor; soms ook ondeugend. Enrico Caruso stierf op 2 augustus 1921 op 48 jarige leeftijd in het Vesuvio Hotel te Napels. Hij was op doorreis van het schilderachtige Sorrento naar Rome, waar hij geopereerd zou worden aan een ernstige infectie.

Emile Stoffels
Luister Magazine

Muziek ervaren – Essays over muziek en filosofie.

Wednesday, April 29th, 2015

Muziek ervaren203Uitgeverij: DAMON
ISBN: 9789460361678
Aantal pagina’s: 216

Muziek beantwoordt aan verschillende soorten emoties en kent diverse functies. Zo zullen ‘Die Vier Letzte Lieder’ van Richard Strauss een geheel andere emotionele respons oproepen, dan de Matthäus Passion. Maar als achtergrond voor bij een romantisch etentje, zal een strijkkwartet van Béla Bartók vermoedelijk niet de juiste keuze zijn. Daarentegen zal Andre Hazes het in een kroeg of voetbalstadion prima doen, ofschoon veel lezers van dit tijdschrift er niet over zullen piekeren een cd van de populaire volkszanger op een zondagochtend te draaien; als ze die al in huis hebben.

Kortom: Hoe ervaren wij muziek? Als uitlaatklep, als geestelijke voeding, als vermaak of slechts als decoratie? Hoe delen wij het met anderen? Tien auteurs hebben gepoogd in dit boek vanuit verschillende disciplines (cultuur- en kunstfilosofie, musicologie, sociologie etc.), iets zinnigs te zeggen over muziek. Maar ook vragen als: Welke invloed heeft het gebruik van elektronica op het componeren? Waarom drukken wij ons veelal in metaforen uit, als wij over muziek spreken?

Deze verzameling van essays is ontstaan nav. een in Amsterdam gehouden studiedag in 2012 genaamd “Punt en contrapunt: stemmen uit de muziekfilosofie in de Lage Landen.” De studiedag had als doel, de actuele ontwikkelingen in de muziekfilosofie en haar rol te inventariseren en evt. aan te vullen. Zes lezingen van die dag zijn in dit boek verwerkt, plus nog bijdragen van anderen.

Fascinerend is bijvoorbeeld hoe Oane Reitsma de vraag vanuit theologisch perspectief beziet en betoogt dat de notie van incarnatie, de verschijning van God in de persoon van Christus, een model biedt waarmee de grotere dimensie van muziek begrepen kan worden. “Muziek is geen autonoom object dat in stilte genoten dient te worden, maar een gebeurtenis die zich in de zintuiglijkheid voordoet en zo in de werkelijkheid geworteld is.” En dan het boeiende hoofdstuk van Erik Heijerman dat de vraag behandelt waarom wij nauwelijks letterlijk over muziek kunnen spreken en wat de metaforen betekenen die wij gebruiken. Uiteindelijk zijn de metaforen op te vatten als suggesties over hoe men naar die muziek kan luisteren.

In deze essaybundel wordt er een aantal rake dingen gezegd over muziek. Ik heb het dan ook als bijzonder nuttig ervaren. Vooral ook om onze taal, die wij bezigen bij het spreken over muziek, in kaart te brengen. Echter, de lezer moet niet de illusie hebben na dit boek, de muziek ervaringen helemaal te kunnen omschrijven. Veel zaken laten zich immers niet in woorden vangen…

Emile Stoffels

Reinbert de Leeuw – Mens of Melodie

Tuesday, December 2nd, 2014

Ongetwijfeld zullen degenen die de aflevering van Zomergasten met Johan Simons hebben gezien, De Leeuws gelaatstrekken aan het slot van zijn uitvoering van Schönbergs Gurre Lieder herinneren. De muziek pionier was in opperste extase.

De Leeuw speelt al decennialang de rol van kunstpaus in het Nederlandse muziekleven. Zijn opnames van Eric Satie zijn belangrijk. Als ‘Notenkraker’ stond hij op de barricade en als dirigent van het Schönberg ensemble, brak hij een lans voor eigentijdse componisten. Alle reden dus voor musicologe Thea Derks zich vast te bijten in deze baanbreker en een biografie te schrijven. Derks en De Leeuw waren goede maatjes en dat was voor sommigen een reden te vrezen, dat het een hagiografie zou worden.

Maar het liep anders. De Leeuw weigerde zijn autorisatie: “Mijn fundamentele bezwaar is dat ik totaal niet betrokken ben bij de totstandkoming van de inhoud, en dat die inhoud lacunes en onjuistheden bevat. Sommige details zijn tot de finesses uitgewerkt, ontmoetingen die ik als essentieel ervaar ontbreken juist. Zo’n boek kan ik niet autoriseren.” Derks besloot de levensbeschrijving toch te voltooien en ongeautoriseerd uit te brengen bij Leporello Uitgevers.

Ik moet zeggen dat ik mij gelaafd heb aan die ‘onjuistheden’. Het kernhoofdstuk voor mij was wel “Kantelend muzieklandschap”. Kostelijk was de paragraaf Peyton Place. De schellen vielen van mijn ogen, toen ik las dat De Leeuw een liefde ontwikkelde voor deze moeder der soaps. Maar, dat maakt iemand tevens interessant: enerzijds in volledige extase raken bij de Gurre Lieder en anderzijds afdalen naar Peyton Place. Wellicht dat dergelijke ‘tot in de finesses uitgewerkte details’ de Leeuw niet aanstond? Hoe dan ook, Derks’ bio staat vol anekdotes, maar geeft ook een mooi inzicht hoe het Nederlandse muziek leven opkrabbelde na WO II.

Het ligt voor de hand dat deze biografie aardig wat stof heeft doen opwaaien. Ook bij recensenten en columnisten. Zo stelde Stephan Sanders in Vrij Nederland dat De Leeuw ‘de mens uit de biografie wilde.’ Misschien moeten we nog wel een stapje verder gaan. Misschien had de titel – gezien De Leeuws verdienste binnen de Seriële muziek – wel moeten zijn: Mens noch Melodie. Want is het niet zo dat de gehele atonale toonkunst de melodie en het welluidende meer en meer werd verdrongen? Streefden De Leeuw en de zijnen niet veleer naar notenschikking, dan naar melodie?

Deze biografie gaat zeker niet alleen over Reinbert de Leeuw en vormt – samen met de pas besproken dissertatie van Overbeeke – een waardevol kader, voor het begrip van het Nederlandse muziekleven en geestelijke houding na de oorlog.

Emile Stoffels
Luister Magazine 700

Nederlandse muziek bij Nederlandse symfonieorkesten 1945-2000

Friday, August 22nd, 2014

Nederlandse muziek bij Nederlandse symfonieorkesten 1945-2000
Auteur: Emanuel Overbeeke
ISBN: 978-90-75879-60-5

In November 1969 werd de opmaat van een concert van het Concertgebouworkest verstoord door een groepje componisten met o.a. Peter Schat, Louis Andriessen en Reinbert de Leeuw. Zij protesteerden tegen het feit dat de orkesten veel te weinig hedendaagse muziek brachten. Echter, een eerste inventarisatie van de uitvoeringen van Nederlandse muziek door Nederlandse orkesten op basis van publicaties van Donemus, deed vermoeden dat er na 1970 eerder minder dan meer hedendaagse muziek werd gespeeld.
Deze en andere feiten waren voor Emanuel Overbeeke aanleiding zich meer structureel te verdiepen in de vraag, wat de professionele Nederlandse symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 gedaan hebben aan de verbreiding van de Nederlandse Muziek. Overbeeke onderzocht het beleid van de orkesten in deze periode in de context van de rol van de overheid, de gecomponeerde muziek, de publicaties erover en de opstelling van Donemus; de uitgever van de meeste door de orkesten gespeelde muziek.

Aan de hand van de programmalijsten heeft Overbeeke vast kunnen stellen hoe ongeveer twintig Nederlandse professionele symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 omgingen met werken van Nederlandse componisten. Ook ging hij na in hoeverre de orkesten moeite deden dit repertoire aan de man te brengen en hoe het publiek erop reageerde. Evenzo beschrijft hij de reactie van de orkesten op nieuwe muziekstijlen en de komst van ensembles voor kleinere bezetting. Hij zocht dan ook naar antwoorden op onder andere, de volgende vragen: Wat speelden de Nederlandse professionele symfonieorkesten tussen 1945 en 2000 aan orkestmuziek van eigen bodem? Welke componisten werden tussen 1945 en 2000 het meest gespeeld? Welke typen componisten waren wanneer ‘in’ en wanneer ‘uit’? Wat zijn bij deze kwesties de overeenkomsten en verschillen tussen de orkesten? Welke verschuivingen in het repertoire hebben zich in deze ruim vijf decennia voorgedaan?
Omdat de programma’s van de orkesten de basis vormen voor dit onderzoek, is aan het boek een cd-rom toegevoegd met daarop alle programma’s met één of meer Nederlandse werken. Ook zijn overzichten van de meest gespeelde componisten per orkest en per tijdvak opgenomen.

Overbeeke houdt zich in zijn dissertatie bezig met de kernvraag: hoe zijn wij omgegaan met onze eigen componisten en muziek? Het belang van dit proefschrift lijkt me duidelijk en programmeurs en artistiek leiders, zullen hier graag notie van nemen.

Emanuel Overbeeke is musicoloog en dit boek is de handelseditie van zijn proefschrift. Eerder publiceerde hij onder meer boeken over Stravinsky, Chopin, Debussy, Vestdijk en de muziek, en Entartete Musik.

Emile Stoffels
Luister Magazine 699

Ken je klassiekers – reis door de klassieke muziek

Tuesday, July 29th, 2014

Ken je klassiekers, Aldo Druyf
ISBN: 9789081449601
Aldo Classics

We kunnen het ons levendig voorstellen: de wanhoop op het gezicht van iemand, die een klassieke speciaalzaak binnenwandelt. Hij of zij brand van nieuwsgierigheid om de wereld der klassieke muziek te verkennen. Maar waar moet die persoon in Gods naam beginnen?

En in een speciaalzaak kan men nog een goed advies krijgen van een bevlogen winkelbediende. Helaas worden deze speciaalzaken meer en meer een zeldzaamheid. Wellicht maakt dit de kwestie nog lastiger, dan dat hij al is. Want hoe moet dat dan achter de computer? Het alternatief voor de winkel. Wat is een suite? Wat is kamermuziek? Nog maar te zwijgen over de volgende stap: welke van de twintig uitvoeringen van de Rheinische Symfonie van Schumann moet hij of zij nu nemen?

Ook op een andere manier worden veel nieuwsgierigen ontmoedigd. Pas nog zei Arie Boomsma bij Pauw & Witteman iets van, dat veel mensen klassieke muziek als een ondoordringbaar bastion ervaren.

Aldo Druyf – die zijn ervaringen grotendeels heeft opgedaan in een klassieke platenzaak – ontfermt zich over deze lieden. In zijn boek “Ken je klassiekers” verdeelt hij de klassieke muziek in 50 genres binnen vier categorieën (vocale muziek, solomuziek, orkestmuziek en kamermuziek), waarbij hij de meest representatieve voorbeelden noemt. Aan het begin van ieder hoofdstuk worden 5 opvallende kenmerken van het beschreven genre genoemd. Het mooie van deze opzet is, dat de lezer op verschillende manieren kan zoeken. Ook kan er op sfeer gezocht worden: Romantisch, Swing, Spektakel etc. Dit vind ik overigens minder geslaagd. Bij veel muziekstukken worden ook nog quotes en verwijzingen naar popmuziek en film gemaakt. Ook de tekeningen en karikaturen van John Minnion zijn kostelijk. Verder kan de geïnteresseerde voor de luistervoorbeelden, de website www.kenjeklassiekers.eu bezoeken.

Eigenaardigheden zijn er wat mij betreft ook. Zo staat Sinfonia da Requiem van Benjamin Britten als alternatief voor Brittens War Requiem bij vocale muziek, terwijl er in dat stuk geen zang voorkomt. Ook is het onjuist dat er geen strijkinstrumenten in Stravinsky’s Psalmensymfonie gebruikt worden. Evenzo vond ik Druyfs verantwoording om Mahler bij de modernen in te delen, problematisch. Maar alles overziend kan ik dit boek van harte aanbevelen. Een beknopte en handige gids die verder gaat dan Klassieke muziek voor Dummies. Een prima start voor geïnteresseerden – vooral jong volwassenen – die een bres in de muur willen slaan van het bastion der klassieken.

Emile Stoffels
Luister Magazine 699

Metamorphoses – the art of the virtuoso piano transcriptions

Friday, June 20th, 2014

De pianotranscriptie was mateloos populair tijdens de tweede helft van de 19de eeuw. Componisten zoals Liszt, Busoni en Godowsky schreven er vele, maar de belangstelling zakte in de loop van de 20ste eeuw helemaal in en derhalve verdwenen transcripties grotendeels van het programma. Sterker nog: ze werden en worden vaak zelfs beschouwd als tweederangs muziek.

Ondanks dit hardnekkige vooroordeel, werkte Rian de Waal onverstoord als pianist en musicus meer dan vijfentwintig jaar aan transcripties. Hij speelde ze tijdens zijn recitals en werd door de Britse pers dan ook “The Flying Dutchman” genoemd. Ook wijdde hij zijn onderzoek aan dit onderwerp. Rian de Waal overleed helaas in mei 2011, op 53-jarige leeftijd.

De reden dat Rian het niet slechts bij een boek liet, maar een dissertatie wilde, heeft te maken met het feit dat hij de lezer wil overtuigen van het belang van pianotranscripties. Rian: “Ik wil er zeker van zijn dat programmeurs, artistieke leiders etc. deze publicatie niet kunnen negeren.” Echter, deze vorm krijgt tegenwoordig zelden een eerlijke kans. Directeuren van theaters willen uiteraard wel graag een recital, maar liever geen transcripties. Dit, omdat ze geen ‘verkrachting’ van Bach – of welke componist ook – willen.

De titel van dit boek, verwijst naar Ovidius’ werk en bij uitbreiding naar alle grote dichters uit de oudheid die nadachten over het begrip metamorfose: de verhalen over goden en halfgoden die hun uiterlijk veranderden. “Alles verandert – niets gaat ten gronde”. Het interessante is dat het uiterlijk van iets totaal kan veranderen, maar dat het innerlijk hetzelfde blijft. Goede voorbeelden hiervan vinden we op de 6 cd’s die het boek vergezellen. Rian heeft ze vaak gespeeld en bediscussieerd, tijdens zijn loopbaan. Treffend is Paganini’s 6de caprice nr. 6, bewerkt door Robert Schumann en Franz Liszt. Beiden deden ze het op hun eigen vakkundige manier: Liszt met veel spektakel en uiterlijk vertoon. Schumann daarentegen, intiem en met harmonische diepten. Hoogtepunt voor velen zal de tweede cd zijn, met de transcripties van Bach door o.a. Busoni, Brahms en Liszt.

Het boek is niet alleen voor pianisten en muziek historici. Het is ook voor de serieuze luisteraar, die tot nu wellicht de neiging had de neus op te halen voor transcripties. De dissertatie is weliswaar in het Engels geschreven, maar niettemin inzichtelijk en zal ongetwijfeld velen overtuigen. Precies zoals Rian het wilde…

Emile Stoffels
Luister Magazine

Artiest: Rian de Waal
Titel: metamorphosis, the art of the virtuoso piano transcription
Maatschappij: Eburon
ISBN: 978-90-5972-755-7

Over Simeon – Een vriendschap met Simeon ten Holt

Monday, May 19th, 2014

Simeon ten Holt behaalde een ongekend succes met zijn Canto Ostinato. De bladmuziek werd zelfs op armen getatoeëerd.
Rita Verschuur schreef een boekje over haar tienjarige vriendschap met de kunstenaar toen ze beiden in het Noord Hollandse Bergen woonden. Ofschoon ze een steenworp van elkaar woonden, verliep het contact veelal per brief; iets waar ten Holt aan het einde van zijn leven, steeds meer plezier aan beleefde.
Uiteraard kwamen ze ook regelmatig bij elkaar op bezoek of belden ze. Die ontmoetingen waren altijd thuis bij Simeon, punctueel om vier uur ‘s middags. Maar het contact zou snel zijn verwaterd, als er niet over de diepere zaken des levens gesproken zou worden: liefde, ziekte en dood. Hierdoor werd het een vriendschap die in de loop der jaren steeds hechter en persoonlijker werd. Maar ook de dagelijkse rituelen, kwamen aan bod. Ten Holt noemde ze, “de kapstokjes om ogenblikken aan op te hangen.” Een ander terugkerend thema was het ouder worden en “het heilige nietsdoen”, zoals Simeon dat noemde.

Werkelijk allerlei onderwerpen komen aan bod, zoals het eten van knoflook. Ten Holt: “Als je er maar voldoende van eet, houdt het stinken op.” Apart was ook het verhaal over de komboechazwam. Dit is een paddenstoel die gesuikerde thee omzet naar een heerlijk mousserende frisse drank.

Ten Holt vertelde voor de hand liggend ook iets over het componeerproces. Hij noemde zichzelf een antennebouwer die wachtte op signalen. “Je kiest niet, maar je wordt gekozen.” Ten Holt voelt zichzelf niet meer dan een procesbewaker. Een andere, misschien nog wel treffendere vergelijking, is die van een man die zich door een oerwoud heen werkt met een kapmes. Opeens doemt er een citadel op zonder ramen of deuren, beschermd door een gracht en een leger draken. En dan gebeurt er iets waar geen verklaring voor is: “ineens sta je binnen. Je bent waar je wezen moet.”

Verschuur heeft haar verslag van hun ontmoetingen mogen aanvullen met brieven die de componist aan haar stuurde en beschrijft aan de hand van korte hoofdstukjes op gepast smakelijke manier, de toenemende inkrimping van ten Holts sociale wereld. Hij noemde het treffend “De onteigening die plaatsvindt in een mens, die zijn eenzaamheid aanvaardt.”

Simeon ten Holt overleed in 2012 op negenentachtig jarige leeftijd. Verschuur heeft mij diep geroerd met dit portret van Simeon ten Holt, omdat de onderwerpen uiteindelijk groter zijn dan degene die hier werd geportretteerd.

Emile Stoffels

Uitgever: Cossee, Amsterdam
ISBN: 9789059364875

Arabische muziek – Leo Plenckers

Wednesday, May 7th, 2014

Arabische muziek
Leo Plenckers
Uitgever: Bulaaq
ISBN-nr: 9789054601630

Net als in het Westen speelt muziek binnen de Arabische wereld van oudsher een uitermate belangrijke rol. En ook binnen de Arabische muziek, zijn er veel soorten en stijlen die voor de westerse muziekliefhebber moeilijk zijn te onderscheiden. Indien wij erin slagen de uitdrukkingsvormen van een andere cultuur te doorgronden, zullen we ook de ziel erachter begrijpen.
In zijn boek “Arabische Muziek” geeft Leo Plenckers in het eerste deel een historische schets waarin hij op basis van de bescheiden gegevens die zijn overgeleverd, de herkomst van bepaalde kenmerken van de hedendaagse Arabische muziek probeert na te gaan. Vervolgens behandelt hij in grote trekken het melodisch- en ritmisch-modale stelsel, dat de grondslag vormt van de hedendaagse Arabische muziek. Ten slotte volgt aan de hand van muziekvoorbeelden, de bespreking van een aantal belangrijke tradities en genres. Interessant detail is ook dat Pleckers het draaipunt in de ontwikkeling van de Arabische muziek belicht, als deze in aanraking komt met de Westerse muziek in de jaren zeventig van de vorige eeuw.
In oorsprong is de Arabische muziek die der bedoeïen die in de woestijn van het Arabisch schiereiland leven en van de inwoners van de steden Mekka en Medina. Met de Islam als godsdienst en de Arabische taal, heeft deze muziek zich sinds de zevende eeuw verspreid over het nabije oosten, het Midden Oosten en Noord Afrika. Daarbij is de muziek in de loop der tijd beïnvloed door en verrijkt met elementen van allerlei plaatselijke muziekculturen.
Maar niet alleen door taal en geschiedenis, wordt binnen de Arabische wereld de gemeenschappelijke muziekcultuur begrepen. Ook specifieke muzikale kenmerken rechtvaardigen de term ‘Arabische muziek’ als verzamelnaam voor diverse muzikale tongvallen binnen dit verband. Een zo’n kenmerk is het gebruik van de driekwart toon, naast de halve en hele toon. Daardoor bezit de Arabische muziek een veel grotere verscheidenheid aan basis reeksen dan het Westen.
Een ander kenmerk heeft te maken met de manier van overleveren. Vanuit de traditie wordt in de Arabische wereld muziek overgeleverd via luisteren, onthouden en naspelen of –zingen. Deze vorm van overlevering en verspreiding brengt een grote verscheidenheid aan uitvoeringen en een voortdurend ontstaan van varianten met zich mee. Al met al kan de Arabische muziek dus bogen op een rijke traditie en heeft zich ontwikkeld tot een muzikaal universum.

Het werd hoog tijd dat er een dergelijk diepgravend boek over dit onderwerp kwam. Plenckers is er in geslaagd het nodige inzicht en begrip te verschaffen in deze muziek, die stamt uit de bakermat der menselijke beschaving.

Emile Stoffels
Luister Magazine 697

O Song – Vic Nees portret van een koorcomponist

Saturday, March 1st, 2014

Vic Nees mag ontegenzeggelijk verantwoordelijk worden gesteld voor de ontvoogding van de Vlaamse koormuziek. Ook Peter Benoit (1834 -1901) en Eugen Tinel (1854 -1912) kwamen niet tot een uitgesproken nationale taal, ondanks de uitgesproken nationale onderwerpen zoals het oratorium De Schelde en de cantate Rubens die aan deze werken wel een specifiek Belgisch karakter gaven.

In de biografie wordt gesproken over de ‘ontsluiting van de Vlaamse muziek’, waarmee geen stilistische identiteit wordt bedoeld, maar een onbevangen selectie op kwaliteit. Nees zelf zei: “Wij kennen zeer slecht ons recent muzikaal verleden. Wij kunnen er bijgevolg moeilijk in geloven.” Nees rukte de Vlaamse koormuziek los uit de lange romantische traditie. Dat gebeurde uit reactie en overtuiging. “Ik had lange tijd meegeleefd in een muziektraditie die mij toen statisch, sentimenteel en oppervlakkig voorkwam. Ik streefde dus naar een koorbeoefening die dynamisch, objectief en eerlijk was.’

Vic Nees werd in Mechelen geboren als zoon van de beiaardier Staf Nees op de sterfdag van Benoit. De Vlaamse stad heeft overigens de eer als geboortestad van de grootvader van Beethoven, die als koorknaap was verbonden aan de Sint-Romboutskathedraal.

Opvallend is dat Vic Nees zich qua muziekliteratuur retrospectief ontwikkelde. Hij startte met Milhaud, Hindemith, Bartok en Stravinsky’s Les Noces had hij op jonge leeftijd al grijsgedraaid. Na zijn studie aan het Antwerpse conservatorium kwam hij in contact met muziekpedagoog Andries voor wie Hugo Distler als het prototype van een moderne koorcomponist gold. In Nees’ vroege werken is de schatplichtigheid aan Distler goed te horen. Deze kruidige werken dissoneren weliswaar, maar zijn nooit agressief of vermoeiend. Ook kwam hij in contact met Karl Marx die hem vertrouwd maakte met eigentijdse technieken van volksliedbewerking. Naar onder anderen het voorbeeld van Distler, Reda en Marx, knoopte Nees opnieuw aan bij de vocale schrijfwijze en de polyfone architectuur uit de renaissance en vroegbarok.

Kamiel Cooremans – aan wie Nees zijn Magnificat heeft opgedragen – boetseert een schitterend portret van de godfather van de Vlaamse koormuziek. Filologe Katelijne Theuwissen belicht vooral de woord-toonverhouding van de composities. Musicoloog Jan Dewilde belicht de musicoloog in de componist, zijn leven en werk en hoe Nees erin slaagde om velen te interesseren voor het eigen muziekerfgoed. De Vlaamse koormuziek. Roger Leens’ onderzoek leidde tot de eerste oeuvrecatalogus van Vic Nees. De biografie komt met een prachtige CD die een mooie dwarsdoorsnede geeft van Nees’ werk.

Emile Stoffels
Luister Magazine

AUTEUR: Koor & Stem
TITEL: O song – Portret Vic Nees
UITGEVERIJ: Davidsfonds
ISBNNUMMER: 978 90 5826 765 8
TREFWOORD: muziekgeschiedenis; biografie
PRIJS: € 29,95

CARLO GESUALDO – een schurk van een componist

Thursday, February 13th, 2014

Jeroen Terlingen
Aantal pagina’s: 137
ISBN 9789081954389
Uitgeverij LetterRijn

CARLO GESUALDO – een schurk van een componist

Het was Hector Berlioz ook bijna overkomen: een crime de passionele. Maar hij kon zich nog net beheersen. Carlo Gesualdo kon dat niet en reeg zijn overspelige vrouw met haar minnaar aan de degen. Deze gewelddadige actie zou hem dan ook bijna opbreken, maar hij was de neef van de paus en kwam er uiteindelijk toch mee weg. Tegenwoordig zouden we zo iemand een foute man noemen.

Carlo Gesualdo vorst van Venosa en componist, werd op 8 maart 1566 geboren als tweede zoon van Fabrizio Gesualdo en Gerolama Borromeo. Zijn madrigalen boeien tot op de dag van vandaag, door de gewaagde harmonieën en modulaties. Sommigen noemen hem dan ook de Schönberg van de 16de eeuw. Het onderbreken van verwachtingen van toehoorders, was het effect dat Gesualdo beoogde.

Jeroen Terlingen beschrijft in zijn literaire biografie het dagelijks leven van de adel tijdens de renaissance, maar ook krijg de lezer een goed beeld van de politieke situatie in die tijd.

Hij gebruikt vier perspectieven om Gesualdo’s leven weer te geven. Ten eerste Gesualdo’s moeder. Zij is inmiddels ziek geworden, mist haar verongelukte zoon Luigi (oudere broer van) en is verslaafd aan de laudanum. Voor haar en zijn directe omgeving is Gesualdo een eenzaat, die uitsluitend leefde voor zijn muziek. Zijn fascinatie voor geweld openbaarde zich al vroeg in zijn jeugd. Zo bond hij olijftwijgen aan de staart van een kat en stak het geheel in brand. Toen zijn moeder hem betrapte, was de smoes dat de kat een handlanger van de duivel was.

Daarna komt Silvia, de kamermeid van de eerste echtgenote (donna Maria) van Gesualdo aan het woord. Zij noemde hem punthoofd, omdat Gesualdo ook zo ter wereld kwam. Ook zij heeft het niet gemakkelijk gehad en was een van de eersten die de verminkte lichamen zag van Maria en haar minnaar.

Dan is daar de zangeres Laura Peverara aan het hof, die meer vertelt over de muzikale kwaliteiten en duistere kanten van Gesualdo. Frappant genoeg lijkt hij haar nog het meest te respecteren dan wie ook en vertrouwt haar toe, dat hij vroeger misbruikt is door zijn oom.

Ten slotte Gesualdo’s tweede vrouw Eleanora d’Este, die hij behandelt als een voetveeg en alleen maar goed genoeg acht voor nakomelingen.

Ik heb het boek met rode oortjes gelezen. Vooral de hoofdtukken van de moeder van Gesualdo, waren kostelijk. Terlingens biografie zal voor iedereen een aanmoediging zijn, om de muziekwereld van Gesualdo te onderzoeken. Het boek is mooi hardcover uitgevoerd, met de illustratie op de flap zelf.

Emile Stoffels
Luister Magazine

« Previous Entries