Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen


« | Main | »

Onder stroom – Geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland

Geplaatst door: emile | August 17, 2011

“Is het een wonder, dat in onze eeuw van ruimtevaart de menselijke geest zich opmaakt om ook de onbekende muzikale ruimte te gaan verkennen?” Dat vroeg Henk Badings zich af in 1957. Deze vaderlandse componist heeft de eer de eerste echte elektronische toondichter te zijn. Het denken over de mogelijkheden van elektronische muziek heeft onbegrensde vergezichten geopend. Niet ‘the sky is the limit’, het heelal moet veroverd worden. Tegelijkertijd realiseerde Badings dat er nog veel werk te doen was: “We zijn er nog ver van af om bewust en met praktische middelen die onbekende ruimte te benutten, maar het begin is er.”

De definitie van elektronische muziek – zoals deze term pas na de tweede wereldoorlog ingang vindt – isniet eensluidend. Jacqueline Oskamp gaat dan ook uit van ‘de muziek bestaande uit klanken die zijn opgewekt of bewerkt met elektronische apparaten, hetzij analoog of digitaal.’ En, wordt de elektronica nu als verlengstuk van het gewone instrument gebruikt of vormen beide een symbiose? Of is er juist sprake van een contrast of van een extra muzikale laag?

Aan de hand van 6 kleurrijke portretten van Nederlandse componisten, geeft Oskamp op volstrekt logische manier een goed overzicht van de ontwikkeling binnen de elektronische muziek in Nederland na de tweede wereldoorlog. Ieder portret geeft op zijn beurt, een deelaspect binnen de elektronische stroming weer. De geportretteerden zijn: Ton Bruynèl, Jan Boerman, Dick Raaijmakers, Michel Weisvizs, Edwin van der Heide en Anne La Berge.

Tegenover de elektronische hoofdsteden Parijs en Keulen – waar Pierre Boulez respectievelijk Karl Heinz Stockhausen de scepter zwaaien – is het in Nederland een ‘rommeltje’ dat voor veel diversiteit zorgt. Of is het louter anarchie? De eerste privé studio in Nederland is nota bene de onbewoonbaar verklaarde woning van Ton Bruynèl in de Schalkwijstraat te Utrecht.

Deze klankonderzoekende Bruynèl die een trompet elektronisch laat tokkelen en een viool blazend laat horen, zoekt als een pionier naar klankfamilies die goed samengaan met akoestische instrumenten. Maar ook ziet hij het lege podium als het probleem van de elektronische muziek: “dan zit je toch twee uur lang naar je schoenveters te staren.”

Het aan Michel Weisvizs opgedragen boek kwam tot stand door de bestudering van de archieven van het CEM en Steim. Het grootste gedeelte van de informatie kwam echter uit de gesprekken met componisten, musici en technici. Het gaat niet over dorre techniek, maar het zit daarentegen boordevol kostelijke anekdotes van onder andere de eerdergenoemde Ton Bruynèl. Dit boek gaat over kleurrijke pioniers met een waslijn in hun studio, waar ze reepjes tape in de juiste volgorde hingen…

ISBN 978 90 263 23249
Uitgever: AMBO

Emile Stoffels
Luister 676

Categorie: Boekbesprekingen | Reageer »

Reacties

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.