Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: January, 2020

Robert Schumann – Cello Works

Sunday, January 19th, 2020

Sol Gabetta, Bertrand Chamayou
Kammerorchester Basel, Giovanni Antonini
Sony Classical 88985352272 DDD 58’18

Waardering: 7

Gautier Capuçon, Renaud Capuçon, Martha Argerich
The Chamber Orchestra Of Europe, Bernard Haitink
ERATO 9029563421 DDD 79’32

Waardering: 7

Zowel Erato als Sony komen hier met vrijwel exact hetzelfde programma: werken van Schumann, waarin de cello centraal staat. Beide ook met het schitterende concert voor cello. Verder op deze cd’s het Adagio Und Allegro, Op. 70, de Fantasiestücke Op. 73, en de Fünf Stücke Im Volkston Op. 102. Het Erato programma geeft ons bovendien nog de Fantasiestücke Op. 88. Reeds in 1839 schreef Robert aan Clara dat hij geen concert voor virtuozen kon schrijven en dus iets anders moest bedenken. Hij rekende dan ook af met het ijdele virtuozendom, hoewel hijzelf ooit het virtuozendom ambieerde. Het hoofdthema van het eerste deel van dit cyclisch opgebouwde celloconcert, komt ook voor in het slot van het tweede deel en in de doorwerking van het derde deel. De delen lopen in elkaar over, opdat men het idee heeft van een ‘Konzertstück’. Gabetta is in het concert duidelijk de winnaar met haar vurige spel, maar de opname werkt behoorlijk mee. Capuçon is wat lethargisch, maar is weer mijn favoriet in het Adagio Und Allegro, terwijl Gabetta daar weer stroef klinkt. En dat is in z’n algemeenheid het geval. Althans, voor wat betreft de langzame delen van deze kamerwerken: Capuçon heeft daar meer lieflijkheid en charme. Ik zou het tussen deze twee schijven dan ook op een gelijk spelletje willen houden, met daarbij aangetekend dat Erato meer muziek voor het geld biedt. Echter, voor het concert legt Capuçon het duidelijk af t.o.v. Gabetta. Overigens blijven Harrell/Marriner op Decca voor mij de norm als het gaat om het celloconcert.

Emile Stoffels

STRAVINSKY – Petroesjka (1911) – Jeu de Cartes

Sunday, January 12th, 2020

Mariinsky Orchestra, Valery Gergiev
Mariinsky MAR0594 • 57”51

Waardering: 9

Bij Gergiev ben ik altijd weer benieuwd: hoe zou die het nu weer doen? Zijn grilligheid en eigenzinnigheid kan ik best goed pruimen. Hoewel ik overwegend teleurgesteld was in zijn Prokofiev symfonieën cyclus voor Philips, een aantal jaren geleden. Die ‘grilligheid’ pakt zeker goed uit in dit ballet programma voor het Mariinski label met Petrushka en Jeu de Cartes. Opvallend is vooral ook dat Gergiev voor Petrushka de zelden uitgevoerde ‘orkestbak’ versie uit 1911 gebruikt. De oorspronkelijke lezing dus en niet de gestripte versie uit 1947. Gergiev heeft een aangeboren talent en gevoel voor het theater en de personages. Het is een spannende uitvoering geworden en ondanks het uitgebreidere instrumentarium van deze oorspronkelijke versie, blijft het buitengewoon doorzichtig. Diezelfde doorzichtigheid horen we terug in het Jeu de Cartes uit zijn Neo Klassieke periode, dat al overduidelijk verwijst en zelfs elementen van de symfonie in drie delen in zich heeft. Deze stijl leent zich wellicht nog beter voor de bijtende spot en scherpte van Gergiev. Vreemd is wel dat de opnames al wat ouder zijn: uit 2009 en 2014. Dat mag de pret niet drukken, want de opname is overweldigend realistisch met een zeer diep podium. Demonstratie kwaliteit!           
 
Emile Stoffels            

BEETHOVEN • BRAHMS – Symphony No. 9 • Nänie

Friday, January 3rd, 2020

Luzerner Sinfonieorchester / Zürcher Sing-Akademie, James Gaffigan
Sony Classical 88985458292 DDD 19’12/62’51

Waardering: 6

Talloze uitvoeringen van dit kolossale werk – dat bijna parallel aan de Missa Solemnis werd geschreven – hebben het licht gezien. Een kritisch oordeel leidt echter tot slechts een handvol opnames die er echt toe doen. In de eerste drie delen horen we duidelijk de in zichzelf gekeerde Beethoven om vervolgens een abrupte ommekeer te ervaren, waar de finale mee opent. Het laatste deel dat door Norbert Loeser terecht het “Hooglied der menselijke gemeenschap” werd genoemd. Tilson Thomas kreeg het tijdens zijn opname uit 2013 op de een of andere manier voor elkaar dat we die plotselinge overgang in toenemende mate reeds voorvoelen, in de voorgaande drie delen. Daar merk ik bij Gaffigan hoegenaamd niets van. Maar ook vind ik dat Gaffigan het allemaal veel te staccato laat spelen. Ik begrijp wel waarom en er is zeker iets voor te zeggen, maar ik ben het niet met hem eens. Ik hoor hier niet de reus die na een enorme worsteling met vorm en inhoud, alles in beweging heeft gezet. Wel is er een prachtige toevoeging op deze dubbel cd: Brahms’ Nänie. Een rouwzang ter nagedachtenis van zijn vriend Anselm Feuerbach. Schitterend gezongen door de Zürcher Sing-Akademie. Ik heb dus gemengde gevoelens over deze uitgave. 

Emile Stoffels