Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: December, 2014

Martha Argerich and Friends

Tuesday, December 23rd, 2014

ArgerichMartha Argerich and Friends
Live from the Lugano Festival 2013
WARNER CLASSICS 0825646312207 DDD 58.13 / 62.26 / 66.11

Uitvoering **** | Opname ***

Sinds 2004 nodigt Martha Argerich jonge veelbelovende talenten uit, voor recitals en masterclasses met hun oudere collega’s. Over de keuze van dit programma kan men het hebben. Ik vond het in ieder geval voor een goed deel interessant, met een voorkeur voor de tweede en derde schijf. De tweede begint met de sonate voor viool en piano van Ottorino Respighi. Die heeft hier door Capuçon en Piemontesi het zelfde gewicht en autoriteit als die door het koppel Chung en Zimerman op DG, hoewel Chung toch wat meer vernuft laat horen in haar spel en dan vooral in de dubbelgrepen. Verder horen we de niet zo vaak uitgevoerde La lugubre gondola van Liszt voor viool en piano. Hij schreef het in Venetië eind 1882, nadat hij een voorgevoel kreeg (net als Bruckner) dat Wagner spoedig zou sterven. De cd eindigt met de in een nacht geschreven cello sonate van Shostakovisch uit 1934. Verder is het redelijk genieten op derde cd, met de postume vioolsonate van Ravel en de Petite Suite voor piano vierhandig van Debussy. De set besluit met het Carnaval des animaux. Het gehele programma in aanmerking genomen is zonder meer onderhoudend, maar ook niet meer dan dat.

Emile Stoffels
Luister Magazine 701

BRUCKNER – Symphony No. 9

Wednesday, December 10th, 2014

BRUCKNER
Symphony No. 9 Edition: Leopold Nowak
Lucerne Festival Orchestra – Claudio Abbado
DG 479 3441 DDD 63.09

Uitvoering **** | Opname ****

Ik vraag mij af of dirigenten het voorbeeld gaan volgen van Simon Rattle in de komende tijd, die ook de finale van Bruckners negende heeft opgenomen. Abbado in elk geval niet, aangezien die zijn laatste opname in augustus 2013 heeft gedaan van dit werk, samen met de Unvollendete van Schubert met het Lucerne Festival Orkest. Hierna overleed hij helaas. Abbado’s vorige uitvoering van Bruckners negende met de Wiener Philharmoniker (ook voor DG), vond ik een grote teleurstelling. En de hier besproken live opname is zeker ook niet de meest overdonderende en verpletterende uitvoering van Bruckners negende. Daarvoor moeten we toch naar Giulini, ook op DG met de Wiener Philharmoniker. Maar het is er wel een met visie en een fenomenale orkestklank. Het is waar dat vooral het adagio vergelijkbaar snel is gedaan als met zijn vorige opname, alleen met dit verschil dat er nu sprake is van een soort kalme alles overstijgende nobelheid. Het is een vergezicht geworden en daarmee een waardig afscheid van een geweldig dirigent. Dat is een belangrijke reden deze cd als gedenksteen aan te bevelen. Het belang van deze cd, acht ik dan ook zeer hoog. De opname is warm en diep, maar mist net het laatste beetje pit in met name de kopersectie.

Emile Stoffels
Luister Magazine 701

Reinbert de Leeuw – Mens of Melodie

Tuesday, December 2nd, 2014

Ongetwijfeld zullen degenen die de aflevering van Zomergasten met Johan Simons hebben gezien, De Leeuws gelaatstrekken aan het slot van zijn uitvoering van Schönbergs Gurre Lieder herinneren. De muziek pionier was in opperste extase.

De Leeuw speelt al decennialang de rol van kunstpaus in het Nederlandse muziekleven. Zijn opnames van Eric Satie zijn belangrijk. Als ‘Notenkraker’ stond hij op de barricade en als dirigent van het Schönberg ensemble, brak hij een lans voor eigentijdse componisten. Alle reden dus voor musicologe Thea Derks zich vast te bijten in deze baanbreker en een biografie te schrijven. Derks en De Leeuw waren goede maatjes en dat was voor sommigen een reden te vrezen, dat het een hagiografie zou worden.

Maar het liep anders. De Leeuw weigerde zijn autorisatie: “Mijn fundamentele bezwaar is dat ik totaal niet betrokken ben bij de totstandkoming van de inhoud, en dat die inhoud lacunes en onjuistheden bevat. Sommige details zijn tot de finesses uitgewerkt, ontmoetingen die ik als essentieel ervaar ontbreken juist. Zo’n boek kan ik niet autoriseren.” Derks besloot de levensbeschrijving toch te voltooien en ongeautoriseerd uit te brengen bij Leporello Uitgevers.

Ik moet zeggen dat ik mij gelaafd heb aan die ‘onjuistheden’. Het kernhoofdstuk voor mij was wel “Kantelend muzieklandschap”. Kostelijk was de paragraaf Peyton Place. De schellen vielen van mijn ogen, toen ik las dat De Leeuw een liefde ontwikkelde voor deze moeder der soaps. Maar, dat maakt iemand tevens interessant: enerzijds in volledige extase raken bij de Gurre Lieder en anderzijds afdalen naar Peyton Place. Wellicht dat dergelijke ‘tot in de finesses uitgewerkte details’ de Leeuw niet aanstond? Hoe dan ook, Derks’ bio staat vol anekdotes, maar geeft ook een mooi inzicht hoe het Nederlandse muziek leven opkrabbelde na WO II.

Het ligt voor de hand dat deze biografie aardig wat stof heeft doen opwaaien. Ook bij recensenten en columnisten. Zo stelde Stephan Sanders in Vrij Nederland dat De Leeuw ‘de mens uit de biografie wilde.’ Misschien moeten we nog wel een stapje verder gaan. Misschien had de titel – gezien De Leeuws verdienste binnen de Seriële muziek – wel moeten zijn: Mens noch Melodie. Want is het niet zo dat de gehele atonale toonkunst de melodie en het welluidende meer en meer werd verdrongen? Streefden De Leeuw en de zijnen niet veleer naar notenschikking, dan naar melodie?

Deze biografie gaat zeker niet alleen over Reinbert de Leeuw en vormt – samen met de pas besproken dissertatie van Overbeeke – een waardevol kader, voor het begrip van het Nederlandse muziekleven en geestelijke houding na de oorlog.

Emile Stoffels
Luister Magazine 700