Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: August, 2013

BARTOK – Works for Violin and Piano

Saturday, August 31st, 2013

BARTOK
Works for Violin and Piano Vol 2
James Ehnes • Andrew Armstrong
CHAN 10752 DDD 78’08

Uitvoering/opname *****/*****

Bartoks sonate voor viool solo wordt al heel lang gezien als een van de grootste en tevens moeilijkste werken in de vioolliteratuur. Het bracht Yehudi Menuhin ertoe – om maar even een dwarsstraat te noemen – de meester te vragen een aantal secties te herschrijven. En dan ging het vooral om het laatste deel. Met deze ‘symfonie voor één viool’ plaatst Bartok zijn solo vioolsonate qua schaal en grandeur op het zelfde verheven niveau als die van Bach. Met groot ontzag horen we hoe het thematisch materiaal gekneed wordt. Alle verworvenheden met betrekking tot concentratie en dichtheid van de materie uit de middelste kwartetten, zijn hier wellicht op nog wonderbaarlijkere wijze toegepast. Met deze grandioze sonate heeft Bartok zijn kamermuziek productie inderdaad op het hoogste niveau afgesloten. Dit werk zal nooit teleurstellen en Ehnes doet dat dus ook niet. Hij geeft een ongekend beheerste uitvoering met zeer veel expressie. Ik heb tijdens de gehele sonate op het puntje van mijn stoel gezeten en met de mond open geluisterd. Wat een kunde en schijnbaar gemak! Ingetogenheid gaat bij Ehnes hand in hand met een gecontroleerde roekeloosheid, die mij sterk deed denken aan Kovács’ uitvoering van Bartoks tweede vioolconcert op Hungaroton. Met name ook hoe hij zich door al die dubbelgrepen werkt in de hoekdelen. De Fuga krijgt hier haast een mate van hooghartigheid, die ik niet eerder gehoord heb. Gesublimeerd en verheven klinkt het derde deel, de Melodia. Het Presto met zijn kwartnoten en tegenritme is letterlijk adembenemend precies, zonder de innerlijke bewogenheid van dit deel op te offeren. En dit alles met de juiste tempi en dynamiek. De Chandos opname is vlekkeloos en biedt een mooie homogene presentatie voor de viool. Niet teveel galm en niet te droog: precies goed. Ik zou het wel van de daken af willen schreeuwen.

Emile Stoffels
Luister Magazine 691

OLTHUIS • PONS • VILLA-LOBOS • GUBAIDULINA

Saturday, August 24th, 2013

OLTHUIS • PONS • VILLA-LOBOS • GUBAIDULINA
Members of the Royal Concertgebouw Orchestra, Ed Spanjaard, Kees Olthuis,
Gustavo Núñez, Bassoon
Channel Classics CCS SA 33813 DDD 70’15

Uitvoering / Opname *****/****

De Uruguayaan Gustavo Núñez is eerste fagottist van het Concertgebouw Orkest. Na een paar jaartjes viool, switchte hij op elf jarige leeftijd naar fagot. Het is opmerkelijk hoe de rol van de fagot zich heeft ontwikkelt: van slechts ondersteunend in de lagere registers, tot een autonoom instrument. Uiteraard is de openingssolo van Le sacre van het hoogste belang geweest hierin. De werken op deze cd tonen duidelijk de emancipatie van de fagot. Kees Olthuis was ook fagottist in het KCO tot 2005 en schreef het Capricho (Spaans voor capriccio) in 1997 voor collega Núñez. Op Olthuis’ verzoek horen we hier de versie met klein strijkorkest; oorspronkelijk is het met strijkkwintet. De componist zei er zelf over: “…het capriccio…een eeuwenoude vorm die de componist grilligheid en vrijheid toestaat.” Een boeiend werk en Núñez zit er helemaal in, maar dat lag dan ook in de lijn der verwachting. Dan het Concert voor fagot en lage strijkers uit 1975, van de Tataarse Sofia Gubaidulina. Haar composities stonden ten tijde van de Sovjet Unie op de zwarte lijst, vanwege de religieuze inslag. Het hier opgenomen concert is buitengewoon indringend. Het is een gepluk en een geknor van jewelste. De andere werken van Villa-Lobos en Pons zijn ook zeer de moeite van het luisteren waard.

Emile Stoffels
Luister Magazine 691

DVORÁK • JANÁCEK – Symphony No. 6 • Idyll

Sunday, August 18th, 2013

DVORÁK • JANÁCEK
Symphony No. 6 • Idyll
Seattle Symphony • Gerard Schwarz
Naxos 8.572698 DDD 77’19

Uitvoering/opname ***/****

Dvoraks zesde aan Hans Richter opgedragen symfonie, toont in veel opzichten de invloed die Brahms met zijn tweede symfonie op hem heeft gehad. Zowel de thematiek als de formele bouw van het eerste deel, zijn doordrongen van Brahms. Het was dan ook Dvoraks bedoeling om Brahms te eren vooral in harmonisch opzicht, maar ik moet wel zeggen dat naar mijn smaak het Brahms gehalte iets te nadrukkelijk aanwezig is. Het traditionele scherzo werd vervangen door een furiant, een typisch Tsjechische dans waarin een volksmelodie was opgenomen. De zesde door Kubelik heb ik altijd bewonderd, juist omdat hij de Brahms invloeden behoorlijk afvlakt. Gerard Schwarz doet dat niet, maar dat wil uiteraard niet zeggen dat de waarheid bij Kubelik ligt. Schwarz lezing is akkoord en de Seattle Symphony reageert soepel op zijn wensen. Echter degenen die István Kertész hebben of Kubelik, hoeven zich niet ongerust te maken. Ongetwijfeld de meest vernieuwende en originele van de Tsjechische toondichters, is wel Janácek. Door sommige auteurs, de muzikale Franz Kafka genoemd. De Idyll uit 1898 voor strijkers wemelt van de geniale invallen; typisch gesublimeerde folklore uit Moravië. De Naxos opname is prima en buitengewoon concurrerend voor de prijs, maar ook in absolute zin.

Emile Stoffels
Luister Magazine 691

BEETHOVEN – string quartets Opp. 135 & 132

Sunday, August 11th, 2013

BEETHOVEN
The late string quartets Opp. 135 & 132
Brentano String Quartet
Aeon AECD 1223 DDD 69’49

Uitvoering/opname *****/*****

De late kwartetten ontstonden tijdens een toenemende inkrimping van Beethovens wereld en behoren geestelijk gezien, tot de zwaarste stukken die men bedenken kan. Het tweede kwartet op. 132 in deze late reeks – voltooid in 1825 – doet denken aan de donkere, onrustige stemmingen van de pianosonate op. 31. De eenzaamheid is in dit kwartet goed te horen, maar deze reeks is tevens een laatste opleving van Beethovens productieve kracht. De ‘heilige dankbaarheid van een genezende aan de godheid’, uitgedrukt in het langzame deel, is de hoofdgedachte van dit werk. Deze smartelijke hymne, deze smeekbede, ontroert iedere keer opnieuw. De vijfdelige structuur is al bijzonder, omdat Beethoven het traditionele vierdelige schema te knellend en onbevredigend vond. Ook de andere kwartetmeester Bartok, gebruikte de vijfdelige blauwdruk voor zijn vierde en vijfde kwartet. Toch zou Beethoven in zijn allerlaatste kwartet op. 135 – zijn muzikaal testament, dat een paar maanden voor zijn dood voltooid werd – weer terugkeren naar de vierdeligheid. Bovendien lijkt hij hier een soort simpele waarheid gevonden te hebben en is dit werk aanzienlijk milder. Ook is het bijna de helft korter dan op. 132. Het Brentano kwartet is genoemd naar Antonie (Bettina) Brentano, die vele geleerden beschouwen als Beethovens ‘Immortal Beloved’, de beoogde ontvanger van zijn beroemde liefdes bekentenissen. Ik moet zeggen dat ik aangenaam verrast ben met deze uitvoeringen. Vergelijk met bijvoorbeeld het Alban Berg Kwartet valt duidelijk in het voordeel van het Brentano viertal uit. Zo is het langzame deel uit op. 132 aanzienlijk dieper en smartelijker. Het Lindsay kwartet en het Quartetto Italiano hebben hun sporen inmiddels wel verdiend, maar deze Aeon opname is een van de beste van de laatste tijd en is net als vorige keer met de Gerhard kwartetten uitmuntend te noemen. Toen hadden we het hoogste lof en nu is het weer raak.

Emile Stoffels
Luister Magazine 691

SALUT D’AMOR – Albert Brussee

Monday, August 5th, 2013

SALUT D’AMOR
Albert Brussee
AB Music Prod. & ED DDD 75’30

Uitvoering/opname ****/***

Voor ons ligt een nieuwe cd met romantische klaviermuziek die zich bevindt ergens tussen de zogenaamde salon en concertzaal. Klaviermuziek die populair is gebleven in allerlei bewerkingen, maar nog zelden in de oorspronkelijke vorm op het concertpodium wordt gespeeld. Ook besteedt deze cd aandacht aan kleine meesters zoals Joseph Ascher, Franz Behr, Wilhelm Peterson-Berger en Billy Mayerl. Albert Brussee zet zich toch wel terecht in voor deze vergeten muziek. D’accord, vergeleken met de allergrootsten is dit tweede garnituur, maar dat wil niet zeggen dat het slechte muziek is. In tegendeel: dit is goede en deugdelijke toonkunst. En ik kan niet anders zeggen, dat ik bij vlagen genoten heb van deze muziek. Brussee heeft naar eigen zeggen het veld der klavierliteratuur van A tot Z doorploegd, maar houdt een zwak voor deze muziek. Hij toont dan ook een onvoorwaardelijk geloof in dit genre en dat is te horen: zijn spel is aanstekelijk. De opname is in orde, zij het dat er wat teveel galm aanwezig is. Daardoor treedt er op den duur wat luistermoeheid op. De technicus Daan van Aalst had mijns inziens een betere balans op de laatste Valthermond opname met Rian de Waal. Alles overziend, een geslaagd project.

Emile Stoffels
Luister Magazine 690