Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: January, 2013

Genesis – Seconds Out

Saturday, January 26th, 2013

Seconds Out van de Britse band Genesis is denkelijk een van de best opgenomen live concerten ooit. Het was hun tweede live plaat uit 1977, maar dit keer zonder aartsengel Peter Gabriel. Voor deze tour waren er al twee albums verschenen sinds het vertrek van Gabriel: “Trick of the Tail” en “Wind and Wuthering”. Een aantal jaren geleden kwamen de remixes van de studio opnames op SACD al uit met DVD. Recentelijk bracht Rhino alles op vinyl uit, met gemixte reacties. Nu brengt gigant EMI ook Seconds Out uit, maar nu mag het resultaat er echt wezen.  Ik was de laatste tijd wat voorzichtig geworden mbt. heruitgaven, maar EMI heeft me tot nu toe nog niet teleurgesteld. Hoogtepunt is wat mij betreft kant 3 en 4 met de Cinema Show, Dance on a Vulcano en Los Endos. Een waar feest, vooral omdat op de Cinema Show ook Bill Bruford meedoet. Wat willen we nog meer? De kardinale vraag is nu: moeten degenen die de oorspronkelijke uitgave (originele mix) op vinyl, of cd reeds hebben, nu naar de winkel hollen om deze heruitgave te kopen? JA! Wat is er dan veranderd ten opzichte van de oorspronkelijke releases? Om te beginnen loop het laag onenindig verder door en is bovendien luider dan de uitgaven die ik heb: Nederlandse, Britse en US persingen. Dit komt de algemene klankbalans ten goede. Ook is het diepte perspectief sterk verbeterd. Dit is zo’n typische manier van masteren waardoor men de neiging heeft om steeds luider af te spelen. En toch blijft het aangenaam. Deze dubbelaar zal in de meeste winkels net over de 30 euro kosten. Geen geld.

Emile Stoffels

Anton Bruckner – Leven en Werken

Friday, January 11th, 2013

Anton Bruckner 1824-1896 – Leven en Werken
Cornelis van Zwol
Uitgeverij Thoth, 782 blz., gebonden + cd
ISBN: 978 90 6868 590 9

Als we iemand willen aanwijzen die een volslagen eigen plaats inneemt binnen de Romantiek, dan is het wel de grootmeester der symfonie Anton Bruckner. Deze reus ging helemaal zijn eigen weg en verrichtte zijn titanische arbeid buiten de literaire en filosofische stromingen van zijn tijd om. Bij het zien van zijn portretten en het lezen van de biografieën die in de loop der tijd over hem zijn verschenen, is het met de beste wil van de wereld niet voor te stellen dat deze enigszins naïeve mens van het platte land, de schepper is van de kolossale symfonieën die wij nu kennen. Dit zal wel voor altijd een mysterie blijven en wordt ook niet ontsluierd in de nieuwe lijvige biografie van Cornelus van Zwol.

Bruckner apologeet

Als door een lichtflits van de Heer die Saulus tot Paulus maakte, zo trof Bruckners zevende onder van Beinum ergens in december 1953 onze Cornelis. Het was vervolgens mentor en vriend Edward Reeser die hem in zijn onderzoeksdrift zou stimuleren en van van Zwol een ware Bruckner apologeet zou maken. Deze prachtig gebonden Bruckner biografie, is het resultaat van decennialang onderzoek in het Anton Bruckner-Institut in Linz en contacten met het nageslacht van de componist. Van Zwol leverde – toen hij nog voor het muziektijdschrift Luister schreef – een serie artikelen aan, genaamd “Op reis door ‘t land van Bruckner”. Hij werd daarbij bijgestaan en gestimuleerd door de toenmalige hoofdredacteur Cor Molenbeek. Onderdelen van die artikelen zijn dan ook voor de biografie gebruikt en behoorlijk aangevuld. De auteur droeg de biografie op aan het Koninklijk Concertgebouworkest en werd na afloop van een uitvoering van Bruckners Vijfde symfonie onder Haitink, aan de eredirigent van het KCO aangeboden.

Hanslick

De prettig leesbare biografie leidt ons door de kritieken en recensies van toen. Vooral die van de beruchte Eduard Hanslick en zijn medestanders, zijn een lust om te lezen. Deze bittere tegenstander van Bruckner – Hanslick is dat overigens niet van het begin af aan geweest – heeft uiteindelijk geen gelijk gekregen, maar wat een geweldige pen had die man! Een waarlijk geducht wapen. Merkwaardig overigens is dat van Zwol het in zijn voorwoord heeft over de ‘moderne Hanslicken’ uit zijn tijd, toen hij nog voor het tijdschrift Luister schreef. Kennelijk waren er zelfs toen recensenten die Bruckner niet begrepen of niet wilden begrijpen. Ook in Bruckners tijd waren er voor- en tegenstanders, met de leus: wie niet voor ons is, is tegen ons (Iets dergelijks zien we wel vaker: of men was aanhanger van de Beatles of van de Rolling Stones). Waar ik persoonlijk van opkeek was dat Johan Strauss weg was van Bruckners muziek. In een telegram naar aanleiding van een uitvoering van de zevende schreef de koning der wals: “Bin ganz erschüttert – es war einer der grössten Eindrücke meines Lebens.”

Aparte kop

Ook Bruckners verschijning vormde kennelijk gespreksstof. Kunsthistoricus Konrad Fiedler schreef daar toen al iets over: “…een zeer ongelofelijke verschijning met een aparte kop, half nijlpaard, half galeislaaf…Hij weet niets van God en de wereld, is een kind en daarbij toch schrander en hartstochtelijk, zeer merkwaardig.” Evenzo vinden we een boeiende appendix over Bruckners persoonlijkheid waarin wordt afgerekend met hardnekkige clichés. Anderzijds worden bepaalde gemeenplaatsen bevestigd.

Noeste arbeid

De biografie is ook prima als naslagwerk te gebruiken. Analyses van Bruckners werk zal men tevergeefs zoeken, maar de lezer komt indirect toch heel veel te weten over des meesters composities. Het wemelt van recensies van het eerste uur, over de ontvangst van Bruckners muziek. Vooral het onbegrip voor zijn harmonieën, zijn manier van moduleren en unieke symfonische stijl. Ook vinden we de beknopte ontstaansgeschiedenis en de problematiek van de versies, met inbegrip van de recentste ontdekkingen. Bruckner heeft namelijk de meeste symfonieën op latere leeftijd nog grondig herzien. Ook hierin is hij uniek. En met herzien, bedoelen we niet hier en daar even wat bijschaven of polijsten. Neen, dit zijn ingrijpende en dus tijdrovende herzieningen geweest. Als er ergens iets wordt veranderd, dan moest dat ook op andere plekken gebeuren ter wille van de balans in de structuur. Zo beschouwd, heeft hij het aantal symfonieën bijna verdubbeld. Uiteindelijk is hij daardoor tijd tekort gekomen om zijn 9de symfonie af te maken, hoewel we nu inmiddels weten dat de finale bijna af was.

De ‘Gotische’

Wat als hij eerder vrijstelling van zijn lesverplichtingen en andere beslommeringen had kunnen krijgen om te componeren? Dan zou het wellicht zelfs nog tot een tiende symfonie zijn gekomen. Van Zwol wijst ons namelijk ook nog op een in 1892 verschenen notitie uit de Leipziger Neue Musikzeitung, waarin staat te lezen: “Onze Anton Bruckner, de oude symfonicus, loopt met het plan rond aan zijn Negende nog een Tiende symfonie toe te voegen en wel de ‘Gotische’.”

Dit standaard werk is een must, niet alleen voor Bruckneraanbidders, maar ook voor mensen die nog niet zijn toegekomen aan de indrukwekkende klankwereld van de Oostenrijkse toondichter. Cornelis van Zwol heeft een mooie balans gevonden tussen naslagwerk en biografie en toont andermaal zijn liefde en toewijding voor de kunst van Anton Bruckner. De bijgevoegde cd met een opname die niet in de handel verkrijgbaar is, is een leuke bonus. Het is de wereldpremière van de oerversie uit 1874 van de Vierde symfonie door de Münchner Philharmoniker onder leiding van Kurt Wöss.
Rest mij slechts mijn waardering en bewondering uit te spreken voor deze niet te versmaden biografie.

Emile Stoffels
Luister