Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: October, 2012

MACMILLAN – Veni, Veni, Emmanuel

Wednesday, October 31st, 2012

MACMILLAN
Veni, Veni, Emmanuel
MacMillan series vol. 1
Netherlands Radio Chamber Philharmonic James Macmillan Colin Currie Gordan Nikolic
Challenge CC 72540 DDD 70:29

Uitvoering/opname ****/****

James Macmillan (1959) studeerde piano en trompet en componeerde al als tiener. Vervolgens volgde hij muziekstudie in Edinburgh en compositie in Durham. In 2010 volgde hij Peter Eötvös op als permanent gastdirigent van het Nederlands Radio Kamer Filharmonie. De muziek van Macmillan mag zich verheugen in toenemende belangstelling, aangezien het vaak wordt uitgevoerd. De CD trapt af met “A Deep but Dazzling Darkness” uit 2001-02 voor viool solo, ensemble en tape en is zoals de titel al aangeeft duister maar ook erg contrastrijk. Het is gebaseerd op het gedicht “The Night” van Henry Vaughan. Dit is ontegenzeggelijk indrukwekkende muziek. Het was Macmillans bedoeling te experimenteren met de contrasten tussen licht en donker, maar het licht zegeviert aan het einde. Het “Í A Meditation on Iona” is geschreven in 1996 in samenwerking met beeldend kunstenares Sue Jane Taylor. De componist wilde een impressie geven van het eiland Iona – de Schotse Hebriden – waar Sint Columba leefde en stierf in 597 na Christus. De toegepaste percussie is opvallend in dit kleurrijke opus. Het “Veni, Veni, Emmanuel” uit 1992 is een eendelig concert voor slagwerk, maar bestaat uit acht secties. Het materiaal komt van de gelijknamige 15de eeuwse Franse Advent Hymne. Macmillans muziek is een waar avontuur, die men eens heeft moeten ondergaan. Aanbevolen!

Emile Stoffels
Luister 685

TCHAIKOVSKY Symphony No. 6 – Tabachnik

Tuesday, October 23rd, 2012

TCHAIKOVSKY
Symphony No. 6, Pathétique Romeo & Juliet
Brussels Philharmonic, Michel Tabachnik
Brussels Philharmonic Recordings BPR0003 DDD 62:09

Uitvoering/opname ****/****

Tabachnik is sinds 2008 muziekdirecteur van het Brussels Philharmonic en probeert op een creatieve manier het ijzeren repertoire met de muziek van de 20ste eeuw te combineren. Zijn motto: “We zijn geen museum, wel een platform voor levende muziek.” Dat Tchaikovsky’s Pathétique nog steeds leeft laat Tabachnik overduidelijk horen en dat ervaren we direct bij de opening, als na het neerslachtige Adagio het Allegro non troppo inzet. Hier wordt schitterend spel tentoongespreid. Het doet denken aan de opname van Jansons op Chandos, die nog steeds de toetssteen vormt. Het sleutelmoment – de stormachtige passage na de zachte klarinet solo – staat hier als een huis. We kennen teveel uitvoeringen die hier te snel overheen fietsen, maar Tabachnik dus niet. De finale is – tegen de traditie in – een langzaam deel: Adagio lamentoso. Een volslagen afwijkende indeling van de symfonie. Tchaikovsky noemde dit deel een requiem en Tabachnik vat dit ook als zodanig op, hoewel von Karajan op DG hier nog steeds indrukwekkend blijft. Kort en goed: Jansons blijft voor mij de norm, von Karajan heeft zijn merites in het laatste deel, maar Tabachnik komt dicht in de buurt. Bovendien is de opname van de laatste superieur. De combinatie met Romeo en Juliet is een veel voorkomende maar niettemin een logische, gezien het thematische verband.

Emile Stoffels
Luister 685

BRUCKNER Symphony no. 8

Sunday, October 14th, 2012

BRUCKNER
Symphony no. 8
Netherlands Radio Philharmonic Orchestra Jaap van Zweden
Challenge Classics CC 72549 SACD DDD 30:40/48:48

Uitvoering/opname *****/*****

Over de status van deze symfonie is waarschijnlijk genoeg gezegd en geschreven. Er zijn er onder ons die vinden dat in Bruckners kunst het fenomeen symfonie, de absolute bekroning vindt. En dan met name in de achtste. De volledige concentratie op de symfonie als vorm en kunstwerk kon Bruckner alleen volhouden, door zich vrijwel geheel afzijdig te houden van de literaire en filosofische stromingen van zijn tijd. Daarmee is overigens allerminst gezegd dat een symfonie van Beethoven, Schubert of Mozart minder gaaf en bevredigend zou zijn. Hoe dan ook, het is een kolosaal werk. Iedere keer opnieuw bij het ondergaan van dit werk, vallen ons de onbeschrijfelijke muzikale invallen, stemmenweefsels, klankcombinaties en vlechtwerken van melodieën op. Voortdurend horen wij hoe zijn muziek spant en ontspant. Ik was niet onverdeeld enthousiast over van Zwedens aanpak van de 9de, maar hier trekt hij me helemaal over de streep. In het eerste deel zijn de climaxen wellicht wat aan de ingetogen kant, maar daar staan andere zaken tegenover: buitengewoon veel aandacht heeft hij voor de harmonische kleuren en werkt hij de melodielijnen doordacht uit. Zelden heb ik het Scherzo zo gehoord. Het is een ware demonendans geworden. Ik vermoed dat van Zweden zich hier enige vrijheden heeft veroorlooft, maar het werkt wel. Het adagio is evenzo met veel liefde en toewijding gedaan en ook hier legt van Zweden op bewonderenswaardige wijze de vele stemmenweefsels en vlechtwerken van melodieën in des meesters partituur bloot; net als Giulini met de Weners. In de finale neemt hij de fugato aan het eind wel wat snel, maar de hemelse koraal zelf neemt hij wel ruim. Ik kan dan ook niet anders dan het hoogste lof toe kennen aan deze meesterlijke uitvoering die van grote visie getuigt. Dit is met afstand de beste Bruckner 8 van de laatste tijd. Grote complimenten ook voor het orkest en het technische team. De opname is werkelijk fenomenaal, vooral als de SACD laag wordt afgespeeld.

Emile Stoffels
Luister 685

HAYDN – Piano Concertos Oliver Schnyder

Monday, October 8th, 2012

HAYDN
Piano Concertos in F, G & D
Academy of ST Martin in the Fields – Oliver Schnyder
RCA Red Seal 88725 405932 DDD 59:32

Uitvoering/opname ****/****

De pianoconcerten van Haydn redden het qua populariteit niet ten opzichte van die van Mozart. Dat is niet geheel terecht, want het zijn charmante werken. Het concert in D is dan nog het populairst en onderscheidt zich van de andere twee door de toevoeging van twee hobo’s en twee hoorns. Dat deze concerten minder populair zijn, ligt kennelijk aan het feit dat ze niet dualistisch van opzet zijn zoals bij Mozart en Beethoven: de dialoog tussen solist en orkest. Hierdoor is de dramatische ontwikkeling geringer. Historisch gezien zijn deze concerten wel degelijk interessant. Haydn schreef zijn concerten net op het moment dat de pianoforte aan zijn opmars begon. Wetenschappers denken dat er sterke aanwijzingen zijn dat het F en G concert voor het klavecimbel zijn geschreven, maar het iets latere D concert nu juist voor de pianoforte. Haydn schreef zijn concertante werken vooral voor 1780. Een tijd dat twee stijlen bij elkaar kwamen die als het ware het Janushoofd van dit tijdperk vormen. Frappant is dat de hoekdelen van deze concerten die der Galanterie representeren en juist de langzame middendelen die der Empfindsamkeit. Schnyder haalt m.i. het uiterste uit deze concerten en krijgt meer dan voortreffelijke ondersteuning van de Academy of St. Martin in the Fields. Zijn cadensen getuigen van goede smaak. Verrukkelijke muziek en liefdevolle uitvoeringen.

Emile Stoffels
Luister 685

Frank Martin and the saxophone

Monday, October 1st, 2012

MARTIN
Frank Martin and the saxophone
Arno Bornkamp
Ottavo OTR C12095 DDD 58’36

Uitvoering/opname *****/****

De Zwitserse componist Frank Martin die ook nog een lange tijd in Nederland heeft gewoond, ontwikkelde zijn eigen idioom tijdens langdurige verblijven in Zürich, Rome en Parijs. Zijn gematigd moderne taal, wordt vooral gedragen door de ritmiek. Atonaliteit wees hij resoluut af, maar door bijzondere combinaties van instrumenten bereikte hij vaak bijzondere klankkleuren. Ondanks het weinig inspirerende hoesje is deze cd een aanrader om de wereld van Martin te betreden. Saxofonist en prijzenwinnaar Arno Bornkamp omhelst hier de muziek van Martin, die een groot liefhebber was van de saxofoon. Bornkamp speelt of het een lieve lust is. De beide Ballades uit 1938 en 1940 voor alt resp. tenor saxofoon, sprongen er voor mij als eerste uit. De rest had wat meer tijd nodig. De Balade voor tenor heeft Martin zelf omgeschreven; die was oorspronkelijk voor trombone. Voor het transcriberen van de andere stukken heeft Bornkamp toestemming gevraagd aan de weduwe van Martin: de Sonata da Chiesa (oorspronkelijk voor viola d’amore) uit 1938 en de Petite Complainte (oorspronkelijk voor hobo) uit 1941. Vooral de combinatie met orgel (van Doeselaar) is opvallend. Bornkamp toont zich ook hier weer een groot musicus voor kamermuziek. De opname kwaliteit (1997-2011) verschilt van stuk tot stuk, maar is doorgaans goed. Dit smaakt naar meer.

Emile Stoffels
Luister 685