Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: March, 2012

Thursday, March 29th, 2012

STRAVINSKY
Rite of Spring Firebird Suite Scherzo Tango
Budapest Festival Orchestra Ivan Fischer

Channel Classics CCS SA 32112 DDD 63’10

Uitvoering/Registratie *****/*****

Ofschoon sommige auteurs Le Sacre weleens betitelen als een laatste uitloper der Romantiek, maakt het nog steeds een hyper moderne indruk. Dit werk steunt grotendeels op de ritmiek en is blijkbaar voor veel orkesten nog steeds een uitdaging. Ivan Fischer is inmiddels wel uitgegroeid tot een maestro, door keihard te studeren en zich alleen bezig te houden met de noten. Dat blijkt wel uit deze Sacre die in meerdere opzichten indrukwekkend is. Enigszins getemperd weliswaar – ik zou bijna willen zeggen in cultuur gebracht – maar daardoor wel een enorme controle. Vanaf het eerste moment is daar die spanning en genoot ik van de basklarinetloopjes. In de Augures printanières — Danses des adolescents zijn er veel details te bewonderen. Veelal is dit deel ritmisch lastig vooral verderop, maar Fischer doet dit vlekkeloos. Bij Rondes printanières zucht en kreunt het, zonder dat het te veel gaat slepen. Wel hadden de hoorns in de climax wel wat luider gemogen. Bij de Cortège du Sage heb ik zelden zulke knorrende fagotten gehoord. Ook was er geen hysterie in de Adoration de la terre, waardoor de aard van de rite wordt onderbelicht. De verleiding is ook wel volkomen begrijpelijk om juist daar vol gas te geven, maar Fischer doet dat dus niet. Ook verstaat hij de kunst van het kruit niet te snel te verschieten, zoals blijkt uit Le Sacrifice. Hij werkt duidelijk toe naar het slot, waar het helemaal los gaat zonder dat het een kermis wordt. Alles overziend een meer dan uitstekende Sacre dus. Complimenten evenzo aan de opname technici: Een mooie uitgebalanceerde en homogene opname die nergens hinderlijke nadrukjes vertoont. De registratie heeft een rood-bruine gloed, met toch overvloedige details. Wel lijkt het of de opname een voorkeur voor het hout heeft, maar ach… had Stravinsky dat zelf ook niet?

Emile Stoffels
Luister 681

Clara Schumann & Johannes Brahms

Thursday, March 22nd, 2012

Biografie van een muzikale vriendschap in brieven en noten Deel 1: 1853 – 1866 ISBN 978-94-6176-013-5

Wat maakt en vormt ons stervelingen? Zijn het niet de mensen die we ontmoeten op beslissende momenten in ons leven, alsmede de geestelijke houding en omstandigheden van die tijd? Waar wordt onze geest mee gevoed? Voor Johannes Brahms waren dat in zijn jeugd de werken van de grote Duitse Romantische schrijvers: Novalis, E.T.A. Hoffmann en Jean Paul. Later was daar de kennismaking via Joseph Joachim met het echtpaar Robert en Clara Schumann. Deze twee zouden in Brahms’ kunst, direct de natuur mystieke wereld van de grote Duitse schrijvers horen. Later roemde Robert Schumann in zijn gezaghebbende “Neue Zeitschrift für Musik”, de muzikale kwaliteiten van Brahms. Als kind van zijn tijd had ook Johannes te maken met de veranderde geestelijke houding in Europa, die de componist min of meer dwong om van het traditionele vormschema af te wijken. Zelf behoorde hij bij een beweging in de Romantiek die tegen de stroom van de Wagneriaanse school inging en de 18de eeuwse traditie fel verdedigde. Hij trachtte de klassieke stijl te verbinden met de romantische ideeën. Een meester is hij van de intimiteit en de kleine vormen zoals ballade, rapsodie en het lied. Het lied bleef het centrale punt binnen zijn oeuvre; de zingbare melodie: het ging hem erom de algemene stemming van het gedicht in een geordende muzikale structuur te vangen.

Ook werd hij wel eens de geniaalste knutselaar genoemd, omdat hij de “grote overgeleverde vorm met louter kleinere eenheden vult”. Dit bracht de grote denker Nietzsche ertoe, Brahms’ stijl de “Melancholie des Unvermögens” te noemen. Puur vormtechnisch gezien, ligt zijn grootste bijdrage dan ook in de kamermuziek.

Door de kennismaking met de Schumanns in 1853 mag dat jaar voor Johannes Brahms – en bij uitbreiding de twee decennia na 1850 – als zeer belangrijk worden bestempeld. Het is een tijd waarin de Duitse bourgeoisie zich meer en meer bezighoudt met het zakenleven en de opkomende industrie. Evenzo streeft zij culturele ambities na; daarmee haar eigen helden vererend.

Voor Clara Schumann was haar dominante vader en het huis aan de Grimmaische Strasse te Leipzig, ontegenzeggelijk van doorslaggevend belang. Het werd een ontmoetingsplaats voor muziekuitgevers, componisten en musici. Ze zou tijdens haar reizen als concertpianiste belangrijke toondichters uit haar tijd ontmoeten, Pagannini, Chopin, Berlioz en uiteraard degene die uiteindelijk haar man zou worden: Robert Schumann.

De auteur van Velzen, verdiepte zich in de briefwisseling van Clara en Johannes en ontdekte dat er slechts een klein deel in het Nederlands vertaald was. Hoewel Brahms een aantal brieven van Clara in de Rijn gooide en zij op haar buurt een deel van zijn brieven verbrandde, zijn er gelukkig toch veel brieven bewaard gebleven. Wat mij zo trof was de onderlinge afspraak, in 1866 om de brieven uit te wisselen. Aan elkaar terug te geven dus. De lezer van nu, zal overigens bij de brieven veelal een mate van dweperigheid voelen, maar zo was het blijkbaar toen.

Ook pleegt deze studie af te rekenen met de hardnekkige mythe dat Johannes en Clara een romantische verhouding hadden, nadat Robert Schumann in een kliniek in Endenich werd opgenomen en vervolgens was overleden. Door de ziekte van Robert raakte Brahms nauw betrokken bij de familie en dat bleef zo tot de dood van Robert Schumann in 1856. Hij is aanvankelijk weliswaar verliefd op Clara en er wordt in de omgeving wel over gemompeld, maar wanneer zij weduwe wordt neemt Brahms toch meer afstand. Hij verkiest zijn werk boven de liefde en zijn houding ten opzichte van Clara wordt minder onderdanig: hij durft haar zelfs te bekritiseren. Echter, als in 1865 zijn geliefde moeder overlijdt, deelt hij zijn diepste emoties eigenlijk alleen met Clara. Medeleven van anderen lijkt hij niet te kunnen aanvaarden. Clara, schreef in haar dagboek over Brahms als “door God gezonden”. Ze zou een grote inspiratie zijn voor Johannes, die nog slechts een klein duwtje in de rug nodig had om tot grote wasdom te komen.

Het boek is overzichtelijk van opbouw, ondanks dat er overvloedig gebruik gemaakt is van voetnoten. Het begint met twee korte biografieën van zowel Brahms als Clara, gevolgd door een aardig overzicht van de krachtsverhoudingen en stromingen in de Romantiek. Dirigent Philippe Herreweghe die het voorwoord schrijft en Brahms een ‘traditionele progressieveling’ noemt, verwijst interessant genoeg naar een brief van 15 april 1861. Daar schrijft Brahms hoe hij denkt over metronoomaanduidingen. Ten slotte eindigt dit eerste deel met de periode rondom de voltooiing van zijn “Deutsches Requiem”.

Ja, we mogen inderdaad blij zijn met deze onderneming, omdat ook deze brieven in ruimere zin een boeiend inkijkje geven in het leven van toen. Deel twee en drie zijn inmiddels ook uit. Een mooie aanleiding om alle cadeau en VVV bonnen in te wisselen…

Emile Stoffels
Luister 681

BARTOK – Complete works for violin vol 1

Sunday, March 11th, 2012

BARTOK
Complete works for violin vol 1 – early works and transcriptions
Antal Zalai József Balog
Brilliant Classics 9236 DDD 70’31

Uitvoering/Registratie ****/****

Deze Brilliant CD biedt vroege Bartok werken en transcripties. Tot de vroege werken behoort de sonate in E uit 1903, die uiteraard weinig van doen heeft met de glansrijke vioolsonates uit 1921 en 1922. Toch is hier allang geen sprake meer van schools werk of studentenwerk. Bartok voltooide deze sonate vlak na zijn symfonisch gedicht Kossuth. De hoekdelen waren vlak daarvoor al klaar, maar het tweede deel pas na de verworvenheden van Kossuth. Het tweede deel heeft dan ook meer vorm evenwicht en is het best geslaagd van de sonate. Niettemin zijn er genoeg interessante bladzijden aan te wijzen in het eerste deel, met name in de doorwerking. Toch werd de sonate na enkele uitvoeringen al terzijde gelegd en later zelfs verloochend. Het vroegste werk hier is echter het Albumblatt uit 1902 toen Bartok nog pianoleerling in Budapest was. Het is waarschijnlijk geschreven voor mede leerling Adila d’Aranyi die viool studeerde en waar hij wellicht een oogje op had. Het spel van Zalai en Balog is puur en verfijnd en de opname is aangenaam. We mogen zondermeer uitkijken naar de volgende delen in deze serie en er vanuit gaan dat ook de twee vioolsonates en vooral de grootse sonate voor viool solo, geprogrammeerd zijn.

Emile Stoffels
Luister 680

HORIZON LIVE 4

Saturday, March 3rd, 2012

HORIZON LIVE 4
Royal Concertgebouw Orchestra
Ed Spanjaard
RCO 11001 DDD 60:50/67:50

Uitvoering/Registratie *****/*****

Dit is een ongemeen spannende cd! Live stukken door het Concertgebouworkest onder diverse dirigenten – waaronder Ed Spanjaard – uit 2009 en 2010, van Gustav Mahler, Geert van Keulen, Detlev Glanert, Willem Jets, Joey Roukens, Rodion Shchedrin, Luciano Berio en Matthew Hindson. De dubbel cd opent met een in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest, door Matthews voor orkest bewerkte uitvoering van Mahlers onvoltooide pianokwartet, ‘Nicht zu Schnell’. Musicoloog Colin Matthews – die ook samen met Deryck Cooke werkte aan de uitvoeringsversie van Mahlers tiende – heeft nogal wat aanpassingen verricht: “In mijn bewerking heb ik de overladen textuur moeten verhelderen.” Interessant voor de Mahler liefhebbers om het origineel met deze versie te vergelijken. Echt spannend wordt het met Glanerts Fluss ohne Ufer. “Ik zie mijn partituren graag als een spierbundel […]. De grillige menselijke natuur van muziek valt niet uit te vlakken.” Het huiveringwekkende stuk is vernoemd naar de gelijknamige roman van Jahnn (1894 – 1959), waarin een muiterij wordt beschreven op een mysterieus schip met onbekende bestemming. Glanert wilde naar eigen zeggen het stuk in één grote spanningsboog schrijven. Nu, dat is hem wel gelukt. De muziek boeit van het begin tot eind. Dat is ook waar voor Jeths’ Scale ‘Le tombeau de Mahler’, dat in het programma is opgenomen. Een opdrachtwerk met veel verwijzingen naar Gustav Mahler. Evenzeer heb ik genoten van de aparte, bonte atmosfeer van Roukens’ Out of control. We zouden het bijna filmisch ondergaan. Een absolute aanrader deze cd. De opname is van een verbluffende kwaliteit: doorzichtig en massief tegelijk.

Emile Stoffels
Luister 680