Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: February, 2012

LUTOSLAWSKI Vocal Works Volume 2

Thursday, February 23rd, 2012

LUTOSLAWSKI
Vocal Works Volume two
Lucy Crowe Toby Spence Christopher Purves
BBC Symphony Orchestra Edward Gardner

CHANDOS CHAN 10688 DDD 67:40

Uitvoering/Registratie *****/*****

In het september nummer besprak collega Riedstra al tamelijk positief de Volume one: de  orkestwerken van Lutoslawski. Deze CD bevat enkele vroege vocale werken en drie latere zeer belangrijke. Mijn eerste kennismaking met Lutoslawski’s muziek was met zijn aan Bartok opgedragen Funeral Music voor strijkers. Het was liefde op het eerste gezicht en die is nooit overgegaan. De CD opent met de op volksmuziek gebaseerde Silesian Triptych uit 1951. Vooral het onheilspellende middelste stuk komt direct binnen. Het Paroles tissées stamt uit 1965 en was geschreven voor Peter Pears, die ook de première deed. De instrumentatie is interessant: slechts strijkers, piano en harp. Het eerste deel doet aanvankelijk aan zijn genoemde Funeral Music denken. Het zwaartepunt van deze compositie ligt duidelijk op het derde deel, net zoals bijvoorbeeld bij zijn Concert voor Orkest. Net als de Paroles, is ook de aan Dietrich Fischer-Dieskau opgedragen Les Espaces du sommeil uit 1975 geïnspireerd op een gedicht (dit keer van Robert Desnos), dat zijn climax pas aan het eind bereikt. Daar is de muziek geniaal op afgestemd en de droom is hier evenzo het onderwerp. Ook het prachtige Lacrimosa uit 1937 staat erop en is zijn enig sacrale stuk. Het zou deel moeten gaan uitmaken van een Requiem dat er nooit kwam. Het programma besluit met het opvallend kleurrijke Chantefleurs et Chantefables voor sopraan en orkest uit 1990. De solisten staan helemaal in de muziek en hebben m.i. alles gegeven om deze cd tot een onverdeeld succes te maken. Dit is overigens – in tegenstelling tot de Volume one – geen SACD, maar de registratie is van een adembenemend realisme. Zelden heb ik de solisten zo mooi in het stereobeeld gehoord. Kippenvel!

Emile Stoffels
Luister 680

Dutch Sonatas for violoncello and piano Vol. 4

Monday, February 13th, 2012

Dutch Sonatas for violoncello and piano Vol. 4
SCHÄFER BOSMANS HEKKING
Doris Hochscheid, violoncello Frans van Ruth, piano
MDG Audiomax 903 1703-6 SACD DDD 70’32

Uitvoering/Registratie *****/*****

Langzaam maar zeker komt er meer en meer interesse voor muziek van Nederlandse bodem uit de 20ste eeuw en dat is maar goed ook. Niet dat ons land daarin een primaire rol heeft gespeeld, maar er zijn heel wat bladzijden aan te wijzen die de moeite waard zijn. MDG komt hier met een serie genaamd Dutch Sonatas for Violoncello and Piano. Als de rest van de serie van de zelfde kwaliteit is als deze cd – en dat moet haast wel met namen als Willem Pijper, Rudolf Escher, Julius Röntgen en Matthijs Vermeulen -, dan is dit een niet te missen kans. Dit is de vierde in de rij met composities van Gérard Hekking, Dirk Schäfer en Henriëtte Bosmans. Het zijn de werken van de laatste die mij het meest hebben getroffen. Uiteraard niets ten nadele van de andere werken van Schäfer en Hekking. Bosmans’ cellosonate uit 1919 is aangrijpend en heeft een groots allure. Denkelijk het hoogtepunt van deze cd. Evenzo niet te versmaden zijn de Trois Impressions – vermoedelijk uit 1926 – en dan vooral het dromerige middendeel: het Nuit calme. Het is niet vreemd dat de cello centraal stond in Bosmans’ eerste scheppingsperiode: haar vader was een vooraanstaand cellist in Amsterdam en stierf toen Henriëtte slechts een jaar oud was. Zijn cello stond midden in haar kamer… Hochscheid en van Ruth spelen alsof hun leven er vanaf hangt en de MDG opname zit zoals verwacht, boordevol leven. Hoogste aanbeveling!

Emile Stoffels
Luister 680

Tsjechische gloed

Sunday, February 5th, 2012

Naar aanleiding van een optreden van het Elias kwartet op 12 Januari in de Vereeniging in Nijmegen, werd de onderstaande recensie geschreven. Op het programma stonden het strijkkwartet nr. 10 op. 51 uit 1879 en het pianokwintet nr. 2 op. 81 uit 1887, van Antonín Dvorak. De avond opende met Meditation voor strijkkwartet over de oud-Tsjechische hymne ‘St. Wenceslaus’, opus 35a uit 1914 van Josef Suk.

“A human life, I think, should be well rooted in some area of native land where it may get the love of tender kinship from the earth, for the labors men go forth to, for the sounds and accents that haunt it, for whatever will give that early home a familiar unmistakable difference amidst the future widening of knowledge.” George Eliot

Deze gedachte is ontegenzeggelijk van toepassing op componisten van de nationalistische stroming die in Centraal- en Oost-Europa ontstond en uiteindelijk zijn wortels heeft in de Franse revolutie. Het nationalisme werd de nieuwe niet te stuiten religie en zou ook een grote voedingsbodem blijken te zijn voor de toonkunst. Een opvallend kenmerk van de laatromantiek is dan ook, een grote bloei van op nationale factoren en volksmuziek geïnspireerde muziek. Daar uit volgde dat de componist maatschappelijk een steeds belangrijkere rol is gaan spelen in de samenleving.

Antonín Dvoraks kunst, heeft dat alles in zich. Deze meester der idylle oriënteerde zich in de symfonie en kamermuziek voornamelijk op Johannes Brahms. Het strijkkwartet nr. 10 op. 51 uit 1879 van deze Tsjechische meester en het pianokwintet nr. 2 op. 81 uit 1887, stonden op het programma In de Nijmeegse Vereeniging door het Elias kwartet.

Meditatie

De avond werd echter afgetrapt met de Meditation voor strijkkwartet over de oud-Tsjechische hymne ‘St. Wenceslaus’, opus 35a uit 1914 van Josef Suk. Centraal in deze koraal zijn de woorden: “Laat onze natie en toekomstige generaties niet vergaan.” Suk was leerling van Dvorak en later nog diens schoonzoon. Zijn Meditation is een overwegend lamenterend stuk, dat zowel als strijkorkest als kwartet wordt uitgevoerd. Het jeugdige Elias kwartet zat volledig in de muziek en spreidde veel toewijding ten toon. Bij de eerste inzet door de alt, was het al duidelijk dat het een gedenkwaardig avondje zou worden. Indachtig het belang van dit werk.

Volume

Opvallend was de verbluffende voluminositeit dat een strijkkwartet bereikt in deze zaal. Er blijkt eenvoudigweg geen kleine zaal nodig te zijn. Ik had het kunnen weten, omdat ik hier al eerder de sonate voor twee piano’s en slagwerk van Bela Bartok hoorde. En dat was een onvergetelijk middagje. De akoestiek hier in de Vereeniging wordt door velen geroemd en naast die van het concertgebouw in Amsterdam gesteld. Niet vreemd dat diverse grote musici hier kwamen opnemen: Martha Argerich met Nelson Freire en Frans Brüggen, die hier met het orkest van de 18de eeuw enkele Beethoven symfonieën opnam voor Philips. Zelf was een van mijn mooiste ervaringen hier het War Requiem van Benjamin Britten, in het kader van de 65 jarige herdenking van de bevrijding van Nijmegen.

Feest

In Dvoraks strijkkwartet, ontblootte het Elias de in cultuur gebrachte volksdansen met veel zwier. Dit folkloristisch feest bereikte een hoogtepunt in het tweede deel: de Dumka, een dans uit de Oekraïne van lyrisch melancholisch karakter. Echter in het derde deel – het Andante con moto -, is er zelfs sprake van sublimatie van het materiaal. Onze Elias vrienden brachten dit belangrijke aspect, ruim voldoende voor het voetlicht.

Na de pauze restte nog het glorieuze pianokwintet nr. 2. Dit stuk is nog wat expressiever en uiteraard kleurrijker, door de toevoeging van de piano. De Amerikaanse pianist Andrew Armstrong en het Elias trakteerden ons, op energiek en tegelijk verfijnd spel. De balans was overigens volmaakt tussen het strijkkwartet en de piano. De timbres der instrumenten mengden opvallend fraai. Nimmer was er een hinderlijke nadruk. Ja, het werd een feestelijke afsluiting van een schitterende avond.

Nagloei

Nadat de laatste noten waren uitgeklonken, applaudisseerden de toehoorders hun handen warm. Ook alle complimenten aan de mensen die de inrichting van het podium hebben verzorgd, dat eenvoudig doch smaakvol was ingericht. Een mooi bloemstuk in de ruimte en de belichting met het logo van de Nijmeegse stichting voor kamermuziek fraai geprojecteerd op de wand. Fijn was ook te zien dat de zaal nagenoeg vol zat.

Napraten met de musici over de voorstelling, leerde dat het Elias kwartet ook de kwartetten Nos. 2 en 3 van Britten aan het opnemen is. Ik hoop dit internationale gezelschap met onder andere deze werken, spoedig weer in het Concertgebouw de Vereeniging te horen…

Emile Stoffels