Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: September, 2011

TCHAIKOVSKY – Symphony No. 5 in E Minor

Wednesday, September 28th, 2011

TCHAIKOVSKY
Symphony No. 5 in E Minor, Op. 64 Francesca Da Rimini
Russian National Orchestra Mikhail Pletnev
PentaTone Classics SACD PTC 5186 385 DDD 71’

Uitvoering/Registratie *****/*****

De symfonieën van Tchaikovsky zijn goed vertegenwoordigd in de catalogi. Ofschoon Tchaikovsky zelf de vijfde minder achtte dan de vierde, is het altijd erg populair geweest en heeft het goed repertoire gehouden. In enkele zomermaanden slechts ontstond dit zelfportret en weer zien we die typische neiging naar het programmatische idee voor de compositie. Uiteraard is er voor Pletnev wel veel concurrentie, maar hij heeft een goede puls en een fantastisch orkest tot z’n beschikking. Hij bouwt geraffineerd naar de climaxen zonder het kruit te snel te verschieten. De symfonie wordt veelal bekritiseerd om de relatief zwakke finale, maar Pletnev maakt er het beste van. Die manier van doceren doet ie ook bij het symfonische gedicht Francesca da Rimini uit 1876, gebaseerd op Dante. Al bij de opening huiveren we voor wat er gaat komen. Echter, wanneer de alles vernietigende storm opsteekt in de onderwereld en de twee overspeligen voor eeuwig van elkaar scheidt, gooit Pletnev de remmen los. Hoewel ik me herinner dat die door Stokowski op Philips nog meer spookt. Ik heb nu diverse opnames van Pentatone beluisterd en was niet altijd even enthousiast, maar deze registratie mag er wezen. Er zit veel leven in deze opname en er is veel stereospreiding en diepte te bewonderen.

Emile Stoffels
Luister 677

Poulenc – Concert voor 2 piano’s

Wednesday, September 21st, 2011

POULENC
Concerto pour deux pianos et orchestre Concert Champêtre Suite Française
Anima Eterna Brugge Jos van Immerseel
Zig Zag ZZT110403 DDD 58’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Poulencs muziek heeft nog steeds een bepaalde frisheid. Dat geldt zeker voor het concert voor twee piano’s uit 1932. Opvallend is de Balinese gamelanmuziek invloed bij tijde, maar ook horen we Prokofiev en Ravel duidelijk doorklinken. Van Immerseel treedt zelf op als solist in dit dubbelconcert, samen met Claire Chevallier op twee Erard concertvleugel. Poulenc speelde hier zelf ook vaak mee. Interessant is uiteraard een vergelijk met die van Duchable en Collard onder James Conlon op Erato. Hier zitten de twee solisten uit elkaar, terwijl op deze opname de solisten met de ruggen tegen elkaar aan zitten en daarmee in het midden van het stereobeeld. Duchable en Collard spelen wat meer kwikzilverachtig, maar op de Zig Zag opname is wat meer profiel te horen. Het Concert Champêtre en de Suite Française, profiteren wellicht nog het meest van Immerseels authentieke inzichten. Ik zou het niet zonder de Erato uitvoering willen doen, maar voor wat betreft de opname is er geen discussie mogelijk: deze is een openbaring. Alles is hoorbaar en realistisch, met een diepte perspectief die we niet vaak tegenkomen. Het slagwerk en vooral de castagnetten zijn haarscherp te lokaliseren en de grote trom heeft overvloedige substantie. De akoestiek is werkelijk voelbaar. Prachtige productie.

Emile Stoffels
Luister 677

ModWright LS100 – De voorversterker is dood, leve de voorversterker…

Wednesday, September 7th, 2011

Een tijd geleden ontdekte ik via Audioarte het Amerikaanse Modwright. Een serieus aan de weg timmerend bedrijf dat aanvankelijk alleen modificaties toepaste op bestaande apparatuur, maar inmiddels zelf een interessante versterkers lijn aan het opzetten is. Sommigen voorspellen zelfs, dat Modwright een grote concurrent wordt voor Audio Research en andere gevestigde merken. Hoe dan ook: de KWA 100 eindbak van deze Amerikaanse fabrikant, had min of meer mijn ogen opnieuw geopend voor solid-state versterkers. Voor het eerst sinds tijden was er weer eens een uiterst betaalbare mosfet versterker, die doorgaans aan een buis toegeschreven klankeigenschappen had. Meest opvallend was het voor een transistor relatief sterk vloeiende middengebied dat mij zo trof en voor een waar kleurenfeest zorgde. De SE uitvoering daarvan, deed daar nog eens een enorme schep bovenop. Hierin zaten onder andere de Takman carbonfilm weerstanden en de in-house made condensators van ModWright zelf. Die oliecaps zaten overigens ook al in de latere Signature tuberectifier uitvoering van de SWL 9.0 SE voorversterker, die ik intussen ook had gehoord en waarvoor ik als een blok was gevallen. Een hybride voorversterker met een paar 5687 dubbeltriodes, die ook door Audio Note werden gebruikt; onder andere in de M7.

Geloofscrisis

Ik was mijn geloof in het nut en de meerwaarde van voorversterkers de laatste jaren een beetje verloren. Nadat ik eens mijn overgemodificeerde Philips 960 DAC rechtreeks op mijn eindversterker had aangesloten, leek het wel of dat er een soort van sluier wegviel. Lang daarvoor had ik diverse CD spelers met volumeregeling, rechtstreeks op eindversterkers gehoord en geconstateerd dat dat niet goed werkte: ongecontroleerd en zwalkend laag, daardoor een versluierd midden en ingesnoerd hoog. Dit was echter totaal iets anders, omdat er onder andere een buffer in de genoemde DAC aanwezig was. De gehele modificatie was er dan ook op gericht om een eindversterker rechtstreeks aan te sturen. Ineens was er beduidend meer inner detail en klonken de signalen langer uit. Er was ook meer natuurlijkheid, meer vanzelfsprekendheid enz. Ik merkte goed dat hoe minder er in de signaalweg zit, hoe beter het is. Dit strook ook wel met wat veel ontwerpers zeggen: “less is more”. Bovendien werd ik in mijn bevindingen gesterkt door wat ik las op de website van Arturo Salvatore. Deze audio ‘outcast’, doet op zijn site een boekje open over wat er zo allemaal mis is in de audiowereld. Daar beschrijft hij o.a. ook de historische ontwikkeling en de rol van de voorversterker door de jaren heen. Buitengewoon interessante leesstof.

Een potentieel gevaar met dit soort ontwikkelingen is echter, dat voordat we het weten de zaken gaan verabsoluteren en denken dat het in álle gevallen en onder álle omstandigheden, altijd beter is om geen voorversterker te hebben. Die constatering is onjuist. Wat mij na een tijdje vooral toch opviel was dat ondanks de voordelen die er toch zijn, vooral op lagere volumes minder body aanwezig was. Ook miste ik een zekere drive en autoriteit. Zaken die in de loop der tijd gaan opvallen, omdat we zo onder de indruk zijn van de verworven winstpunten die hand-in-hand gaan met het by-passen van een hele (voor)versterkertrap. Het is een geleidelijk proces en daarmee misleidend. Ik wist niet wat ik hoorde toen ik langdurig doorluisterde en toch weer de verworvenheden van een uitstekende voorversterker ging herwaarderen. Voor de goede orde: tot pakweg 2006 gebruikte ik dus gewoon een voorversterker. Totdat ik door het e.e.a. op een ander spoor terecht kwam. Centraal hierin was dus het relaas van de zojuist genoemde Arturo Salvatore.

Ontstaansgeschiedenis

Terug naar de ModWright LS 100; de opvolger van de SWL 9.0. Deze is ontstaan min of meer door de wensen op de Amerikaanse forums, waar Dan Wright ook op te vinden is. Zo was er blijkbaar de behoefte aan een hoofdtelefoon aansluiting, balansregeling en bronnenselectie via de afstandsbediening. Dan Wright gebruikt voor de LS 100 dezelfde kast qua afmeting als de KWA 100 eindversterker, wat uiteraard nogal wat productievoordelen heeft. Door de ruimere kast is er ook ruimte om een phonotrap of DAC in te laten bouwen. De LS 100 is dus een slag groter dan de SWL 9.0 en voldoet wat mij betreft, ietsje minder aan de regels der gulden snede. Ook is het logo er bij de 9.0 ingegraveerd; bij de LS100 wordt het logo – net als bij de KWA 100 – vanaf de binnenkant verlicht met blauwe letverlichting. De 9.0 had vanaf 2005, het jaar waarin hij ontstond, veel stappen en ontwikkelingen doorgemaakt. In het begin werd er nog solidstate gelijkrichting gebruikt, maar in de definitieve versie werd – aanvankelijk nog in een aparte kast – buizengelijkrichting toegepast. Weer later verschenen de zelf ontwikkelde oilcaps. De smoorspoel van Electra Print zat er evenwel vanaf het eerste uur al in.

Volgens Dan Wrights eigen woorden, gaat de LS 100 verder waar de 9.0 is opgehouden en heeft hij bij de LS 100 gekozen voor de populaire 6SN7 in plaats van de 5687 buis;  Een fysiek forsere buis die ook een octal voet nodig heeft, net als de EL34 of KT88. Belangrijke reden voor deze keuze zal de verkrijgbaarheid zijn. De 6SN7 is namelijk ook als nieuwe productie te koop. Ook is de instelling van de buis vrij conservatief gehouden, in vergelijk met de 5687 in de 9.0. Dit voor een langere levensduur. Slechts één helft van deze dubbeltriode wordt gebruikt. Wanneer een buishelft aan het eind van zijn leven is gekomen, kunnen de buizen onderling gewisseld worden. Hierdoor wordt de ongebruikte helft gebruikt. Ten slotte wordt de gelijkrichting net als de SWL 9.0 met de GZ34 buis verzorgd. Interessant is om deze diodebuis uit te wisselen met de 5U4, 5V4 of 5Y3. De ervaring leert dat hiermee de klank behoorlijk beïnvloed kan worden.

Luisteren

De LS 100 onderscheidde zich – net als de SWL 9.0 – duidelijk door een buitengewoon afgewogen signatuur met een werkelijk formidabele autoriteit en slagkracht. Ook heeft het midden door de articulatie in het laag een vrijheid en ongebondenheid die we niet vaak tegenkomen. Het hoog was opvallend minder nadrukkelijk dan mijn replica Audio Note M7. Aanvankelijk dacht ik dat de AN hierin de meerdere was, maar ik leerde dat de laatste daar iets teveel nadruk had, waardoor het hoog een min of meer eigen leven leidde. Anders gezegd: het hoog stond wat los van de rest. De ModWright echter, was het toonbeeld van homogeniteit en vertoonde vrijwel geen voorkeurtjes. Ook het stereobeeld was groot met veel separatie. De weergave bleek ook spannender en ritmischer. Opmerkelijk was ook hoe de ModWright laag vermogens versterkers aanstuurde. Het leek of dat mijn EL84 Single-Ended versterker ineens meer uitgangsvermogen kreeg en luider kon spelen. Ik bespeurde meer elasticiteit vanaf het lage midden tot het laag. Zo had bijvoorbeeld Human Racing van Nik Kershaw meer kernachtigheid. Iets dat ik een beetje miste zonder de preamp.

De LS 100 heeft geruime tijd bij mij getoefd en kon zich geheel inspelen. De verschillen met de SWL 9.0SE Signature – het laatste model dus dat bij mij staat – is marginaal, maar er zijn enige accentverschillen. Uiteraard dragen ze allebei in grote lijnen Dan Wrights filosofie en horen we dat beide machines, uit dezelfde stal komen. Ik had het idee dat de LS 100 iets smoother was en daardoor wellicht net iets minder klinisch presenteerde. Ook stelde het de zaken gradueel groter voor, maar opvallend was hoe buitengewoon aangenaam alles klonk. Dat is niet vreemd: het heeft met het klankkarakter van de 6SN7 te maken, die nog meer ‘als een buis klinkt’ dan de 5687. Dat ging overigens niet ten koste van detail. Opmerkelijk vond ik dat de LS 100 toch een slagje slanker was in het lage-midden. Dit was wel een voordeel voor een aantal Duitse en bij uitbreiding Europese masters die bij tijd en wijle wat aan de vette kant kunnen klinken. Zo was de algemene klankbalans op Storm at Sunup van Gino Vannelli bij de LS 100 precies goed. Verder had ik het idee dat het stereobeeld bij de LS 100 concaaf achter de speaker wegliep, terwijl dat bij de 9.0 meer rechthoekig was. Dat bleek bij Schumans vioolconcert. Alles overziend denk ik dat de LS100 door het gradueel mildere karakter, iets vergevensgezinder is mbt beroerdere producties. Dat kan een voordeel zijn. De verschillen waren mijns inziens dan ook een kwestie van smaak en ook hier geldt dat de afstemming met de eindversterker en kabels, leidend moet zijn.

Conclusie

Ik heb de LS 100 uitvoerig A-B kunnen vergelijken met zijn voorganger op diverse eindversterkers en kan niet anders zeggen dat het een indrukwekkende voorversterker is, met nog meer functionaliteit dan de SWL 9.0. Ook is door de ontwerper slim vooruitgedacht door het gebruik van een grotere kast, met het oog op de DAC die eraan komt en de phonotrap. Het zou wel eens kunnen zijn dat ModWright inderdaad een serieuze concurrent voor gevestigde merken gaat worden. De tijd zal dat leren. Voor mij was er volstrekt geen twijfel over de kwaliteiten van deze preamp en ik meen dat de LS 100 – net als de KWA100 – een referentie in zijn prijsklasse is. Heel erg lang is mijn replica Audio Note M7 de toetssteen geweest voor mij, maar dat tijdperk is nu voorbij. De voorversterker is dood, leve de voorversterker…

Gebruikte Cd’s en Lp’s:
Nik Kershaw – Human Racing;
William Schuman – Vioolconcert/DG;
Eurythmics – Be yourself Tonight;
Tsjaikovsky – Manfred Symfonie/Decca;
Sting – Sacred Love;
King Crimson – The Power to Believe;
Bach – Clavierfantasien/DHM;
Gino Vannelli – Storm at Sunup.

Info: Prijs ModWright LS 100 silver is €3850,- Meerprijs voor Zwart €200. Importeur Audioarte
www.audioarte.nl
info@audioarte.nl