Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: May, 2011

Bruckner – Symphony in D minor ‘Nulte’

Tuesday, May 31st, 2011

BRUCKNER
Symphony D minor ‘Nulte’ WAB 100
Beethoven Orchester Bonn
Stefan Blunier
MDG LIVE 937 1673-6 SACD DDD 63’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Ofschoon Bruckner dit werk min of meer verwierp, vernietigde hij de partituur niet. Voor de goede orde, deze symfonie is ná de eerste geschreven in 1869 en draagt onmiskenbaar Bruckners signatuur. De nulde dankt haar naam aan het misverstand van onderzoekers, die dachten dat het om een revisie ging van een oorspronkelijke versie die voor de eerste werd geschreven. Overigens werd deze nulde niet tijdens zijn leven uitgevoerd, maar pas op zijn honderdste geboortedag. En nog steeds zien we deze boeiende symfonie te weinig op het programma. Bij de studiesymfonie in F is er nog sprake van zoeken en tasten, maar niet bij dit nobele werk dat de toonsoort D-mineur met de derde en negende gemeen heeft; des meesters mystieke sleutel. Vergelijk met Tintner op Naxos leert dat er nieuwe inzichten zijn mbt tempo en frasering. Blunier heeft m.i. een mooiere balans tussen zangerigheid en staccato dan Tintner. De registratie klinkt zeldzaam realistisch en open. Het koper smelt op de tong: pregnant en mild tegelijk. Doordat de akoestiek mooi is gevangen, krijgt de opname een ware live sensatie. De superaudio laag klinkt bovendien nog een slagje natuurlijker en losser. Schitterend totaalproduct weer van MDG. Zegt het voort!

Emile Stoffels
Luister 675

De wederopstanding van vinyl – een met gewicht

Thursday, May 26th, 2011

De wederopstanding van vinyl – een met gewicht

Ofschoon langspeelplaten nooit echt helemaal weg zijn geweest, mag er tot op zekere hoogte toch wel gesproken worden van een comeback. De echte fijnproevers hebben er overigens nooit afscheid van genomen en met goede reden, want de plaat beschikt toch over een aantal charmes. Collega Ad Bijleveld wekte met de Clearaudio draaitafel in het vorige nummer onze eetlust al op, voor de platenspeler. De wereld der vinyl houdt evenwel niet op bij Clearaudio. Ook liefhebbers met een kleiner budget of die niet een dergelijke diepte investering willen doen, kunnen veel plezier beleven aan een platenspeler. Maar vooral het verzamelen van en luisteren naar vinyl is een belevenis.

Toen Robert Schumann eenmaal mijn jonge leven was binnengedrongen, stond de naald van de radio vastgespijkerd op Hilversum 4. Zo nu en dan kochten mijn ouders een plaat en ondanks dat dat meestal de ‘schlagers’ onder de klassieke muziek waren, ervoer ik dat toch als een bijzondere gebeurtenis. De emotionele binding met het zwarte goud werd onomkeerbaar en ik denk nog vaak terug aan de opwinding die ik voelde wanneer ik een LP thuis uit de hoes haalde en op het draaiplateau legde.

Ritus

Wat maakt vinyl voor velen nu zo aantrekkelijk? De mens is afhankelijk van het ritueel en zo dorst de vinyl addict naar het moment dat de naald de groef raakt. Het is een aardig schouwspel wanneer de naald de groeven aftast en we verbaasd staan hoe de muziek met liefde en kunde in het vinyl is gesneden. Het vervaardigen van een plaat heeft dan ook iets weg van een oude gilde.

Voordat de naald het plaatoppervlak correct aftast en de platenspeler de ware kwaliteiten van vinyl ontbloot, zal men de nodige tijd moeten investeren in de afregeling: waterpas, juiste toerental, fouthoek van het element, armhoogte, etc. Met de laatste parameter kan zelfs tot op zekere hoogte ook nog de klank getuned worden. Zodra deze vaardigheden beheerst worden, kan men ook eens gaan denken aan een upgrade van het element. Ook dit kan een buitengewoon boeiend avontuur zijn, aangezien er fikse stappen in aftastprestaties gemaakt kunnen worden. Zelfs op een punt, dat we versteld staan over wat er nog aan micro informatie in die groef zat.

Evenzo zal men de verworven zwarte schijf moeten onderhouden, ja zelfs liefkozen om het stof en krasvrij te houden. Dit noodzakelijke doch vermakelijke onderhoud, vormt een amusante interactie tussen ons en het medium. Ook op lange termijn.

Warm bad

De algemene klank van de plaat is iedere keer opnieuw een warm bad, vergeleken met de CD. Bij de laatste gaat veelal het middengebied toch ‘op de oren staan’, waardoor er relatief sneller luistermoeheid optreedt. Met name de strijkers vormen dikwijls een goede lakmoesproef. Te vaak horen we in dat geval bij de CD iets synthetisch in de hogere frequenties, ondanks dat meettechnisch de CD superieur zou moeten klinken. Het vinyl behoudt dan een soort van luchtigheid en glans, die wij kennelijk als behaaglijk ervaren. Ook in de lagere frequenties is de plaat veelal wat volumineuzer (niet noodzakelijkerwijs beter) waardoor er een volslanke klankbalans ontstaat die veel luisteraars als ‘warm’ ervaren.

The real thing

Daarbij kan men naar een LP ook als totaalproduct kijken. Het CD boekje volstaat qua informatie, maar met een prachtige platen hoes hebben we echt iets in handen. Zelfs al zou de muziek en/of de uitvoering niet naar de zin zijn, dan nog zwicht men gemakkelijk voor de vaak prachtige voorstelling op de hoes. Neem bijvoorbeeld die van Schoenbergs viool- en pianoconcert onder Kubelik, of het mooie ontwerp van Thomas Hart Benton voor de symfonie van Roy Harris. En laten we eerlijk zijn: of dat Martha Argerich nu op een klein CD hoesje staat of levensgroot op de voorkant van een LP, maakt toch wel iets uit…
Ook veel jonge consumenten onderkennen inmiddels deze kwaliteiten en zien de grammofoonplaat dan ook als een waar collectors’ item.
Tenslotte is er nog een groep verzamelaars die alle antiquariaten en beursen afloopt, op zoek naar de heilige eerste persing. Deze bijna agressieve verzamelwoede bespeurde ik eens lijfelijk in een Nijmeegs antiquariaat, waar een Aziatische man met het schuim op de mond letterlijk alles stond in te laden waar maar ‘Decca’ op stond. Klaarblijkelijk vindt men het platenlabel belangrijker dan den kunst zelve. Heruitgaven – hoe goed ook – worden door deze ‘first pressing fundamentalists’ uiteraard als inferieur gezien.

Oude wijn in nieuwe zakken

Sinds geruime tijd brengt Speakers Corner – onder licentie van de oorspronkelijke maatschappijen – door hen zelf geselecteerde titels opnieuw uit op het zwarte goud. Ook Clearaudio doet dat al enige jaren. Er is inmiddels een aardige catalogus ontstaan met diverse items van Deutsche Grammophon, Decca en Philips etc. heruitgegeven op 180 gram kwaliteitsvinyl en ik kan me met de beste wil van de wereld niet voorstellen dat er bij die producten net zo veel kwaliteitstrooiing is, als bij de oorspronkelijke productie persingen en heruitgaven uit het verleden. Gezien de kwaliteitsuitstraling, de oplage en de afwerking kunnen we daar m.i. gerust over zijn. Ofschoon men altijd van mening kan verschillen over de uitvoeringen bij dergelijke heruitgaven, zijn er niettemin onder deze audiofiele reissues ware parels te vinden.

Omdat Speakers Corner toegang heeft tot de archieven van veel labels, probeert het altijd de originele mastertapes op te sporen. Als die niet te vinden zijn, gebruikt men bij hoge uitzondering een eerste generatie kopie om de master te snijden. De claim is dat er louter analoge masters worden gebruikt en dat hun cutting engineers enkel de analoge Neumann snijdapparatuur gebruiken. De masters worden overigens op locatie gesneden door oude rotten in hun vak, zoals Tony Hawkins van Decca die nu voor Speakers Corner werkt en vaak nog betrokken is geweest bij het snijden van de eerste master van de oorspronkelijke uitgave.

Het is uiteindelijk de bedoeling met deze heruitgaven zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke intenties te komen van de musici en technici, hoewel die bedoelingen in hun tijd niet mogelijk waren door de technische beperkingen.

Hoezo 180 gram?

Waarmee zou volgens eigen zeggen een Speakers Corner LP zich onderscheiden? Uit ervaring weet ik wat de voordelen zijn van een kwaliteitsuitgave op 180 gram, over een gewone plaat. Ik heb behoorlijk wat van deze types in mijn bezit en ik kan naar alle eer en geweten zeggen dat de hier beneden opgesomde kenmerken in z’n algemeenheid inderdaad kloppen.

Een greep…

De catalogus ontstaat uit suggesties van klanten, dealers, de pers en de internationale distributeurs. Nadat er toestemming is verleend door de betreffende artiest(en), verschijnt de heruitgave. Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden uit die catalogus van Clearaudio en Speakers Corner.

Prokofiev – Pianoconcert nr. 3 Argerich/Abbado op DG. Prokofievs pianoconcerten laten onderling relatief weinig ontwikkeling en groei horen. Toch hebben ze zeer terecht altijd repertoire gehouden, waarvan de derde het meest gespeeld en opgenomen wordt. Van de cycli is Beroff met Masur op EMI weliswaar mijn favoriet, maar van de losse opnames is deze uitvoering een must have. Vooral door de interessante koppeling met Ravels concert.

Schubert – Symfonieën 3 & 8 Kleiber op DG. Hij heeft weinig opgenomenmaar dat zijn dan ook allemaal opmerkelijke uitvoeringen geworden. Zo ook deze ‘Unvollendete’. Iedere keer treft ons de gelaagdheid in zijn interpretaties. Akkoord, er zijn veel opnames, maar die door Kleiber is te bijzonder om te laten lopen.

Brahms – Pianoconcert nr. 1 LondonCurzon/Szellop Decca. Van dit magistrale concert, dat oorspronkelijk als symfonie was bedoeld, zijn veeluitstekende opnames, maar het koppel Curzon – Szell blijft speciaal. Net als de opname, die buitengewoon transparant klinkt.

Dvorak – Symfonie nr. 7 Giulini op EMI. Deze plaat klonk op de oorspronkelijke uitgave al opvallend goed en zal dus nog beter klinken op de 180 gram uitvoering. Uiteraard is de uitvoering doorslaggevend. De inmiddels overleden Giulini heeft ook hier weer die natuurlijke puls met veel oog voor detail, zonder de grote lijn uit het oog te verliezen. Niet te versmaden deze mooie symfonie onder de baton van de meester uit Italië.

Dit is slechts een hele kleine greep uit de mooie catalogus, die iedere keer wat groter wordt. Speakers Corner moedigt op de website haar klanten aan, suggesties te doen voor nieuw te releasen heruitgaven. Of aan al onze wensen wordt voldaan is natuurlijk afwachten, maar als we dat nu met z’n allen doen, zal dat ongetwijfeld helpen. Ik heb al wel een aardig lijstje klaarliggen om in te leveren. U ook?

Emile Stoffels
Luister 675

Melody AN211 Integrated tube amplifier

Thursday, May 19th, 2011

Melody AN211 – Wie het dichtst bij de buis zit…

In 1606 zette Willem Janszoon van de VOC als eerste Europeaan voet aan Australische wal. Wat hij toen niet vond, bleek later wel degelijk in overvloed aanwezig te zijn: goud, zilver en andere waardevolle grondstoffen. Deze grondstoffen vormen nu de belangrijkste reden voor de sterke groei van de Australische economie en heeft dit werelddeel de banden met China de laatste jaren behoorlijk versterkt.

Het Australische Melody Valve Hifi, dat producent is van hoogwaardige buizenversterkers, klopt al een tijdje terecht op de deur. Het bedrijf uit Melbourne heeft recentelijk een poging gedaan, vaste voet in Europa te krijgen door met Robytone als haar nieuwe exclusieve distributeur in zee te gaan. Dit werd bekrachtigd met een zesjarige distributieovereenkomst. Ondanks dat Melody top componenten gebruikt en jaren van research achter de rug heeft – het heeft een eigen research en development afdeling – weet het zijn producten toch betaalbaar te houden.

Uiterlijk

Tot nu toe was deze fabrikant uit Downunder vooral bekend door versterkers met een strak piano-zwart uiterlijk in hoogglans. Nu heeft dit merk – waarvan louter de assemblage in China geschiedt – haar nieuwe buizenversterker de AN211, een compleet nieuw gezicht gegeven.

De fraaie AN211 is breder dan hij diep is en met veel zorg afgewerkt. Zie daar het gedegen aluminium frame met de prachtige gelakte houten panelen aan de zijkant. Aan de voorkant vinden we de volume- en keuzeschakelaar, die beide uitermate degelijk aanvoelen. Op het chassis staan de twee machtige 211 eindbuizen die veel gezag inboezemen, met daar tussenin iets dat mij laat glimlachen: een voedingsbuis! En naar ik heb begrepen is deze gecombineerd met solid-state diodes. De genoemde gelijkrichtbuis is de 5AR4/GZ34 in een mooie ST uitvoering (geschouderd). Weliswaar is het ‘slechts’ nieuwe productie en dus geen ‘new old stock’, …maar toch. De input buis is een alledaagse ecc83/12AX7; laten we maar zeggen de Opel Kadet van de dubbeltriodes. Het is voor de potentiële koper erg interessant die buis een keer te vervangen door de 5751 of 6072. Of beter nog de 6829 van General Electrics of de E180cc van Mullard of Philips. Vandaar gaat het signaal naar een volgende dubbeltriode, de 4P1S7. Zo alledaags de ecc83 is, zo uitzonderlijk is deze 4P1S7 die de 211 uiteindelijk aanstuurt. Het is een buis waar weinig over te vinden is op het net en daardoor is het lastig te achterhalen waarom men voor dit  type koos.

Praktijk

De volumeregelaar gaat via een stappen potmeter die mijns inziens iets te grof is. Helaas heeft Melody niet voorzien in een afstandsbediening, maar de distributeur wist me echter te vertellen dat die wel beschikbaar komt. Wel is er keuze voor vier en acht ohms aansluiting en is er de mogelijkheid symmetrisch aan te sturen. De lichtnetschakelaar moest ik in het begin even zoeken en bevindt zich – althans voor mij – op een minder voor de handliggende plaats: rechts op het zijpaneel.

Geschiedenis

Wat mij uiteraard direct aansprak, was de gebruikte eindbuis: de GL 211. ‘Eindelijk’, dacht ik. Deze voormalige zendbuis wordt ook door Audio Note gebruikt in de wereldbefaamde Ongaku, maar ook Air Tight en Cary hebben prachtige versterkers gemaakt met deze eindbuis. Bij de laatste kon de koper kiezen tussen de 211 of 845 als eindpit. Deze wordt dan aangestuurd door een andere eindbuis, niet minder dan de 300B. Om maar even aan te geven op welk niveau de 211 buis zit…

De geschiedenis van de GL-211 buis – d.w.z. vóór de tweede wereld oorlog -, leert ons dat het oorspronkelijk een zendbuis is. Het waren toen de meest krachtige buizen en konden door de fabricage erg veel hebben. Aangezien we het hier over een direct verhitte triode hebben – wat wil zeggen dat de kathode tevens de gloeidraad is – ga ik er vanuit dat er niet of nauwelijks tegenkoppeling is toegepast.

Ik ken inmiddels veel kundige zelfbouwers van buizen apparatuur, maar de meesten durven de 211 buis niet te gebruiken vanwege de hoge spanning. We hebben het hier namelijk over – afhankelijk van de instelling – 1000 volt! Dat is niet zomaar iets. Gezien het gespecificeerde uitgangsvermogen van 16 watt in klasse-A van de AN211, zal de spanning zelfs nog wat hoger zijn. Ik vraag me weleens af hoe het zal voelen als men wordt blootgesteld aan een dergelijke spanning. De meeste buizen worden onder normale omstandigheden ingesteld op 250 tot 300 volt, soms wat meer. De 211 en zijn broertjes nemen daar dus geen genoegen mee…

Luisteren

Aangezien mijn exemplaar relatief langdurig voor shows is gebruikt, ging ik er vanuit dat het inspeelproces geen dominante rol van betekenis zou spelen. Toch zou de Melody in kleurenrijkdom toenemen tijdens zijn verblijf bij mij thuis.

Na een half uurtje opwarmen begon ik met de eerste Cd’s en eigenlijk vrijwel direct was me duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand was. Of misschien ook weer niet, want dit is nu eenmaal de sensatie van het luisteren naar een single-ended ontwerp. Het is die onversneden openheid en gemak, die ik van mijn eigen single-ended versterkers ken. Met dit verschil dat de 211, vermogen en autoriteit in spades levert. Allereerst was het wellicht de gecontroleerde roekeloosheid die mij trof van deze machine. De lage registers uit Bachs Prelude en Fuga BWV 544 rolden – weliswaar zonder de gelaagdheid van de ModWright KWA 100 – bruut, doch gearticuleerd de kamer binnen. Dat krachtige laag mis ik wel eens bij mijn eigen EL84 Single Ended versterker, maar dit is ook de aard van de 211 buis. Brittens War Requiem had de gewenste openheid: het kamerensemble was ook hier goed te lokaliseren, los van de rest van het orkest en had duidelijk een eigen plaats op het podium. Het Libera Me was schokkend reëel en mondde uiteindelijk uit in een waar Armageddon; vooral doordat het koor zo opvallend overeind bleef. Maar ook de manier waarop de AN211 intimiteit overbrengt. Bijvoorbeeld bij My Funny Valentine: Miles Davis In Concert. Reeds de opening van de eerste track met de piano, heeft een spanning die lang niet alle versterkers voor het voetlicht weten te brengen. Ook bij track 3 was de ‘uitnodiging’ van George Coleman naar het midden van het podium, buitengewoon makkelijk te volgen door de hoge doorluisterbaarheid. Zonder dogmatiek te willen nastreven, lijkt het erop of dat die betrokkenheid slechts is voorbehouden aan single-ended buizen versterkers. Het stereobeeld liep ver door tot achter de speakers. Opvallend was hierbij dat het beeld steeds breder werd, naarmate het zich naar achteren uitstrekte. Ofschoon het aan glans zeker niet ontbrak, had ik bij slagen op bekkens wel het idee dat duurdere solid state versterkers naar hun aard wat meer metaal laten horen. In Prokofievs 7de pianosonate waren de linker- en rechterhand gemakkelijk van elkaar te onderscheiden; erg belangrijk bij deze complexe muziek. Evenzo hoorde ik hier in de lagere registers meer nuance en elasticiteit dan met mijn eigen single-ended versterker. Bij ‘People’ op King Crimsons Thrack ging het helemaal los en kwam dat aspect in het laag, nog meer tot uitdrukking. Het had overvloedige drive en tegelijkertijd was het gearticuleerd. Dat gaat niet altijd samen, maar machines die dat wel kunnen zoals de Melody, klinken dan ook erg ritmisch.

Conclusie

De Melody AN211 is een droomversterker die me zelfs ‘s nachts wakker gehouden heeft, maar geen enkele keer heeft teleurgesteld. Welk materiaal ik ook aanbood: kamermuziek, groot koor of pop. Iedere keer was hij in staat een open en realistisch geluidsbeeld te reproduceren met een fabuleuze controle. De AN211 zal gezien het bescheiden vermogen evenwel het meest stralen met speakers vanaf 90 dB gevoeligheid. Een combinatie met grote paneelluidsprekers, zal dan ook minder gelukkig uitpakken. En ook bij de Melody AN211 geldt dat er moet worden geïnvesteerd in tijd en moeite mbt. luidspreker- en voedingskabels en interlinks, om tot een juiste afstemming met de rest van de installatie te komen. Inderdaad hebben we het hier over een waar topproduct uit downunder, tegen een uitermate betaalbare prijs. Uiteraard gaat het niet over een reep chocolade, maar in dit geval is €3950,- echt een koopje.

Emile Stoffels

Gebruikte CD’s:

Organ Works – J.S. Bach/Hurford – Decca;
War Requiem – Britten/Rattle – EMI;
My Funny Valentine: Miles Davis In Concert – Sony;
Pianosonate No. 7 – Prokofiev/Pollini – DG;
King Crimson – Thrack Virgin Records;
Vienna: Schoenberg, Berg, Webern/Dorati – Mercury;

Rachmaninov Piano Concerto No. 2

Sunday, May 15th, 2011

RACHMANINOV LISZT
Nobuyuki Tsujii; Yutaka Sado
Deutsches Symphonie-Orchester Berlin
Challenge Classics CC 72371 DDD 60’

Uitvoering/Registratie ***/****

Nobuyuki Tsujii werd blind geboren, maar toch won hij op zevenjarige leeftijd de eerste prijs van de All Japan Music of Blind Students Association. Drie jaar later maakte hij zijn debuut met de Osaka Century Symphony Orchestra en inmiddels heeft hij de eer de eerste Japanse Gold Medalist te zijn. In juni 2009 ontving hij die, tijdens de 13de Van Cliburn competitie. Ofschoon hij een verbazingwekkende techniek heeft – zoals zoveel Aziaten – missen we hier toch een beetje de maturiteit die een dergelijk werk nodig heeft en daardoor klinkt het mijns inziens te gemiddeld. Maar dat is volstrekt geen schande: we zullen ongetwijfeld nog van hem horen. Voor de klatergoud stukken van Liszt is dat overigens geen probleem. Alles overziend kan ik niet anders zeggen dat ik een warme sympathie voel voor deze productie. De opname – gemaakt in de Duitse Teldex studio – is doorgaans goed in balans. De piano is misschien net iets te groot afgebeeld, maar voor de rest is dit een aangename registratie die een natuurlijk voorkomen heeft. Opvallend zijn de verschillen in ambiance, aangezien Liszt in de Salamanca Hall in Japan is opgenomen.

Emile Stoffels
Luister 674

Brahms Symphonien NR. 2 & 3

Wednesday, May 11th, 2011

BRAHMS
Symphonien NR. 2 & 3
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks
Mariss Jansons

BR Klassik 900111 SACD DDD 79’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Ook de symfonieën van Brahms beginnen de catalogus zo langzamerhand te overspoelen. Uiteraard heb ik Mariss Jansons zeer hoog zitten. Dat begon na zijn beroemde en baanbrekende Tchaikovsky vertolkingen, halverwege en eind jaren 80 voor Chandos. Aanvankelijk dacht ik dat deze Brahms symfonieën de zoveelste dertien in een dozijn zouden worden. Wat een vergissing! Met open mond hoorde ik hoe alles natuurlijk vloeit uit de handen van Jansons en wat een vanzelfsprekendheid er blijkt uit deze opvatting. Het elastische legato spel deed mij sterk denken aan de von Karajan cyclus uit de jaren 60 voor Deutsche Grammophon. Ook de orkestklank had een indringende gloed en het ensemble levert met een schijnbaar gemak, waar Jansons om vraagt. Bovendien was alles in balans. Ik zal niet zeggen dat er nu volslagen nieuwe inzichten te bespeuren waren, maar wat een geweldige uitvoering is dit. De opname is van een zeldzame romigheid en groots van gebaar en kleur. Alles klopt, ook het keurig verzorgde hoesje met op de voorkant een detail uit De brand van het Hoger- en Lagerhuis van William Turner. Hoogste waardering voor deze topproductie.

Emile Stoffels
Luister 674

Nielsen Symphonies Nos 4 & 5

Sunday, May 8th, 2011

NIELSEN
Symphonies Nos 4 & 5
Sir Colin Davis London Symphony Orchestra
LSO Live SACD LSO 0694 DDD 67’

Uitvoering/Registratie ****/****

Wat is de vierde van Nielsen toch een mooie weerspiegeling van het leven en hoe het onder moeilijke omstandigheden toch blijft baanbreken. Nielsen bleef – ondanks wat mensen in een conflict elkaar aan kunnen doen – in het leven zelf geloven als iets onuitblusbaars. Ik moet zeggen dat ik in het begin wel wat moeite had met het snelle tempo. Een pittige uitdaging toch ook voor het LSO, maar het blijft onder controle. De pauken ervoer ik soms in het eerste deel als (te) luid, waardoor men het gevoel heeft dat het kruit te snel verschoten wordt. Ook het derde deel, wordt snel gedaan. Toch komt het allemaal volledig uit de verf. Ook het ziels klievende gedeelte nadat het koraalachtige motief heeft ingezet, wordt juist getroffen door Davis. Interessant is het in deze, om de kampioen er naast te leggen: de o zo evenwichtige Blomstedt op Decca. Die van Davis zal wellicht geen allemansvriendje worden, maar het heeft me naast die van Blomstedt wel laten inzien dat die van von Karajan te eigengereid is. De hoge midden frequenties in deze opname zijn ietsje overbelicht en ik had wat meer spreiding in het stereobeeld gewenst. Toch een zeer nuttige uitgave.

Emile Stoffels
Luister 674

Halffter – String Quartets

Wednesday, May 4th, 2011

HALFFTER
String Quartets 1, 2 & 7
Leipziger Streichquartett
MDG Gold MDG 307 1671-2 DDD 61’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Het getuigt toch van enige moed om strijkkwartetten te schrijven, na de grote klassieken met de uithoeken der menselijke geest verkennende kwartetten van Beethoven als hoogtepunt. Maar ook de 20ste eeuw vormt een zenit voor deze vorm door Bartok, Schoenberg en andere interessante kwartetmeesters als Britten en Tippett. Het blijkt dat het kwartetleven om ons heen bruist op dit moment. Overal worden er nieuwe kwartetten gevormd en dat is maar goed ook. Dit was de eerste kennismaking met de Spaanse componist Cristóbal Halffter en direct kwam ik onder de indruk van zijn muziek. Niets geen epigonen arbeid in zijn stukken. Natuurlijk heeft Halffter geprofiteerd van de verworvenheden van zijn illustere voorgangers, maar hij heeft een volstrekt eigen taal ontwikkeld en levert daarmee een uitstekende bijdrage aan dit genre. En wat een geweldig eerbetoon aan de kwartetmeester Beethoven in zijn 2de kwartet ‘Memoires’, waarin hij citeert uit des meesters kwartet opus 135. Het Leipziger Streichquartett speelt met veel toewijding en bovendien vlekkeloos. Een ontegenzeggelijk interessante componist en weer is deze MDG opname een schot in de roos. De registraties van dit label zijn verslavend: de musici komen hier helemaal tot leven.

Emile Stoffels
Luister 674

Brahms – Concerto pour piano No 2

Sunday, May 1st, 2011

BRAHMS
Concerto pour piano No 2; Variations sur un theme de Paganini Trois Danses hongroises
Boris Berezovsky, piano
Orchestre Philharmonique de L’Oural, Dmitri Liss
Mirare MIR 132 DDD 61’

Uitvoering/Registratie *****/****

Het overwegend gemoedelijke karakter van Brahms’ tweede pianoconcert, houdt verband met een lentereis naar Italië. Maar dat is slechts de bovenkant. H. Muller zegt in zijn biografie: ‘Dit opus is een rit in een romantisch land, gedompeld in een Rembrandtiek licht en doorgloeid van een zuivere levensvreugde, gewonnen uit droefheid en leed.’ Brahms bereikt met dit tweede concert een integratie van de piano in het orkest, maar tegelijkertijd kan het solo-instrument contrasteren. Dit blijkt uit de manier waarop de pianopartij is behandeld: solistisch, dan weer begeleidend. Men kan het een concertante symfonie noemen en de vierdeligheid wijst al op een symfonische vorm. De Moskoviet Boris Berezovsky werd na zijn debuut optreden in London beschreven als een uitzonderlijke belofte met een duizelingwekkende virtuositeit en formidabele kracht. Twee jaar hierna won hij de Gold Medal, tijdens het internationale Tchaikovsky Concours in Moskou. Die virtuositeit en kracht horen we hier zeker terug en vooral het evenwicht hiertussen. Ronduit fascinerend was het te horen hoe hij boven de partij staat en ons een rit gunt door het romantische land. De live opname is aangenaam, maar wat aan de bruine kant. De balans tussen het orkest en de solist is goed.

Emile Stoffels
Luister 674