Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: March, 2011

Aurexx Crystal 1 – een buizen avontuur

Monday, March 21st, 2011

Aurexx Crystal 1 – een buizen avontuur

Kunnen we ons een wereld voorstellen, zonder Marktplaats? Hoe vaak zitten we niet te gluren naar de advertenties tegen die overbekende zachtgele achtergrond? ‘Kijke kijke nie kopuh’ is wat ons Nederlanders op vakantie weleens wordt verweten. Trouwens, ikzelf doe dat ook hoor…

Hoe dan ook, er zijn zo van die koopjes die werkelijk de moeite waard zijn. Een tijdje terug bijvoorbeeld werden we overspoeld met aanbiedingen van de Aurexx Crystal 1, die voor ware spotprijzen werd aangeboden: als bouwkit of reeds afgebouwd. Het is een EL84 single-ended versterkertje met slechts één dubbeltriode voor de aansturing. Simpeler kan het gewoon niet en dat is de kracht van dit ontwerp. Strikt genomen zouden we moeten spreken van een eindversterkertje met een volumeregeling. Het moppie wordt overigens ook regelmatig tweedehands op ‘s Nederlands meest bezochte website aangeboden voor een slordige honderd euro. Het vermogen is 3 a 4 watt; voorwaarde is dus wel een luidspreker met een gevoeligheid vanaf 92 dB.

AREXX Engineering uit Zwolle die dus regelmatig die kits en afgebouwde exemplaren aanbiedt voor zachte prijzen, wist me te vertellen dat ze bij onze oosterburen als warme broodjes over de toonbank gaan.

Radio Bulletin

Het begon allemaal in 1998 met het elektronica tijdschrift RB Elektronica. RB stond toen voor Radio Bulletin. Er werd toen in dat blad een single-ended buizenversterkertje gepresenteerd, gebaseerd op de EL84. De Jama RB-010. Het kitje kostte toen in de voorinschrijving 374 gulden en het afgebouwde model, vijf  tientjes meer. In datzelfde jaar kwam RB – dat toen al bijna 70 jaar bestond – ook nog met een push-pull uitvoering. Later is de naam veranderd in Aurexx en is de productie naar Azië gegaan, naar ik heb begrepen.

‘Wolf in schaapsklederen’

Het is algemeen bekend dat de EL84 buitengewoon makkelijk is aan te sturen. Er is dus geen complexe stuurtrap nodig om de EL84 open te trekken, in tegenstelling tot veruit de meeste direct verhitte triodes. Maar zelfs ook in vergelijk met veel tetrodes en penthodes. Ik heb inmiddels nogal wat versterkertjes met deze buis gehoord, maar ben nog nooit teleurgesteld door deze eindpit. D’accord, de ene was wat opvallender dan de andere, maar wat al deze versterkers kenmerkte, was de typische EL84 kwaliteit: een aanstekelijke, frisse, open klank met de nodige verfijning die direct aanspreekt en ook aan blijft spreken. Er wordt altijd een beetje denigrerend over deze buis gedaan, omdat het slechts een indirect verhitte penthode is. Wat veel mensen blijkbaar ontgaat, is dat de El84 in de jaren 50 door Philips als een echte audiobuis ontworpen is. En dat is te horen. Toch lees ik inmiddels steeds vaker op  forums, dat veel hobbyisten en ontwerpers deze buis wel degelijk bejubelen. Peter Qvortrup de grote man van Audio Note zegt er over:
”I like the EL84, in fact I prefer it to all the more powerful pentodes/tetrodes”.

De EL84 – de Amerikaanse equivalent is de 6BQ5 – wordt wel eens ‘the baby with the bite’ of ‘een wolf in schaapsklederen’ genoemd. Dat komt door het pittige karakter en het relatief kleine formaat. Hij is vingerdik en 68 mm hoog. Een kleine glaskolf dus, waardoor hij ook behoorlijk heet wordt. Koeling kan nog wel eens een aandachtspunt zijn. Oppassen geblazen dus met kleine kinderen.

Ofschoon het dingetje uit de doos al opvallend goed klinkt, ligt de kracht van deze versterker vooral ook in de potentie. De onderdelen die erbij worden geleverd zijn van gemiddelde kwaliteit. De potmeter is tegenwoordig een Alps, niet de toplijn maar toch. De uitgangstrafo’s echter zijn verassend goed en behoorlijk fors. Echt leuk wordt het als de andere componenten op de kritische plaatsen worden vervangen. Ik kan het weten, want ik heb er veel mee geëxperimenteerd. Vooral de volgende stappen zijn de moeite waard.

Glas voor glas

Voor degenen die voorlopig niet zoveel zin hebben het chassis los te draaien, kan een buizenuitwisseling al erg leuke verbeteringen geven. Oorspronkelijk worden er EL84 Sovteks meegeleverd en een ecc83; veelal van EI. Op Amerikaanse sites wordt de TAD EL84 geroemd. Die heb ikzelf nog niet gehoord, maar die ga ik zeker een keer proberen aangezien dit nieuwe productie betreft. Met NOS (new old stock) El84’s heb ik prima resultaten behaald met de Philips Miniwatt en Tungsram. De grote klapper – in mijn beleving althans – was het uitwisselen van de ecc83. Ik heb hier van alles geprobeerd: 5751’s en 6072’s van allerlei soorten en merken, maar de eyeopener was de 6829 van General Electrics. Op een goede tweede plaats kwam de e180cc van Philips. Deze types trekken wel iets meer gloeispanning, maar dan heb je ook iets zullen we maar zeggen. Aangezien er maar eentje nodig is, lopen de kosten niet zo op. Op e-Bay worden ze regelmatig aangeboden en dan kun je zien dat enkele buizen verhoudingsgewijs goedkoper zijn dan paartjes.

De binnenkant

Gelijkrichtdiodes

Dit zijn hoorbare verbeteringen: minder structuur in het signaal dus meer schoonheid, sneller en gearticuleerder laag en verder doorlopend hoog. Probeer de ultra-fast-soft-recovery typen. Let wel op de maximaal toelaatbare spanning! Een aantal betere typen beginnen vaak met de letters BYV of BYT in het typenummer. Op een forum las ik dat de Vishay 1n5062 waanzinnig moeten klinken, maar ik heb daar geen ervaring mee. Van een aantal hobbyisten heb ik begrepen dat de silicium carbide typen van Infineon Technologies, de vergelijking met een buizengelijkrichter kunnen doorstaan. Verder raad ik aan te googelen op Eddie Vaughn. Dit is een echte goeroe met veel verstand van zaken en een indrukwekkende ervaring.

Weerstanden

Rondom de stuurbuis. Ofschoon een aantal zeer gerespecteerde goeroes het niet eens met me zullen zijn, heb ik ervaren dat deze plek na de kwaliteit van de uitgangstrafo’s, de meest kritische plek is. Zelf heb ik de beste resultaten behaald met een Riken Ohm weerstand voor de anode en een Audio Note tantaal voor de kathode. Takman weerstanden klinken het meest neutraal, maar aangezien de EL84 wel wat voluminositeit in het laag kan gebruiken, zijn de tantaal weerstanden hier wel op hun plaats.

Ook de kathodeweerstand van de eindbuizen is de moeite van het aanpakken waard. Daar zou inderdaad een robuuste weerstand gezet kunnen worden met goede klankeigenschappen, zoals de Kiwane of een dikke Audio Note Tantaal.

Ten slotte geeft een kwaliteitsverbetering van de roosterlek weerstand ook de nodige verbeteringen.

Elco’s

Dan de ontkoppel elco die over de kathodeweerstand van de eindbuis staat. Hier zitten oorspronkelijk Nichecons. Er is inmiddels wel een soort van consensus ontstaan dat op die bewuste plek, een Blackgate FK type buitengewoon mooie dingen doet. Aangezien de Black Gates tamelijk zeldzaam worden, is de Elna Cerafine of Silmic II een goed alternatief. Uiteraard net als de weerstanden wel de oorspronkelijke waardes aanhouden.

Koppel condensators

Buitengewoon heilzaam is het  de koppel condensators te vervangen. Er zijn ontzettend veel mogelijkheden, maar ik heb toen de Jensens koperfolies gebruikt. Ik kan me echter voorstellen dat een mooie Mundorfs daar ook goed werk verricht. Deze zijn heden ten dage zeer populair en daar is goede reden voor.

Tegenkoppeling

Last but not least is er mijn inziens teveel tegenkoppeling toegepast in het concept. Dit kan gemakkelijk verlaagd worden. Oorspronkelijk zit daar een 12K weerstand, maar ik heb daar toen een 25K ingezet. Dit geeft minder versmering en meer openheid. En meer gain bovendien. Het zal me overigens niet verbazen dat het ook zinnig is ook daar een kwaliteitsweerstand te plaatsen.

Helemaal leuk wordt het, indien de EL84 triode wordt geschakeld. Dat houd in dat het schermrooster met de anode wordt verbonden. De El84 in triode klinkt werkelijk schitterend, daar zijn de meesten het wel over eens. De klank lijkt dan erg veel op een echte triode, maar toch anders. Tevens valt dan de noodzakelijkheid weg van tegenkoppeling. De keerzijde is dat het vermogen met ruim 60% wordt verminderd en pas interessant wordt voor speakers vanaf 95 dB gevoeligheid. Ik heb dat lange tijd gedaan en werkt goed. Oké, de IJzergieterij van Mosolov – om maar een dwarsstraat te noemen – wordt wat lastig. Maar kamermuziek, jazz en kleine bezettingen in het algemeen, gaat prima.

Uitbesteden

Voor degenen die niet zo geweldig met de soldeerbout overweg kunnen of simpelweg niet de gelegenheid hebben te knutselen, die raad ik aan met een beetje goed netwerken in contact te komen met handige hobbyisten. Er zal wel iets betaald moeten worden, maar uit ervaring weet ik dat deze mensen het gewoon ontzettend leuk vinden in een versterker op een verantwoorde manier te graven. Die kosten zullen dus echt wel meevallen, net als de genoemde onderdelen.

Op deze manier kunnen we een relatief goedkoop versterkertje naar een ongekend niveau tillen die veel duurdere concurrenten en merken van naam, ernstig in verlegenheid brengt. Ook kan op deze manier de versterker op persoonlijke smaak worden getuned. Zolang het vermogen maar geen dominerende rol van betekenis speelt. Veel plezier met het avontuur.

Emile Stoffels

Artephonos – een nieuw merk buizenversterker

Thursday, March 17th, 2011

Alweer een nieuw merk buizenversterker? Dat klopt en ook nu weer een van Nederlandse bodem! Ditmaal van de hand van Ir. Hay Kockelmans van Hay-End Audio te Venlo.

Aanleiding voor het ontwerp van de Artephonos serie, is de onovertroffen Cayin 9088D full triode balans monoblokken; helaas hangt hier een fors prijskaartje aan. Wat direct opvalt wanneer men naar de 9088D luistert, is het gloedvolle middengebied met een rijke detaillering zonder enige scherpte en zonder verlies van dynamiek en snelheid. In de lagere octaven vallen de autoriteit en zuiverheid van de weergave op. Adembenemend is daarbij de weldadige rust zodat men de zaal ”ruikt en voelt”. De afgebeelde ruimte is groot en tegelijk is de plaatsing nauwkeurig.

Dit vormde een uitdaging voor Hay Kockelmans. Een eigen versterker ontwikkelen met een tenminste vergelijkbare weergave, maar tegen een aanmerkelijk lagere prijs. Dat is inmiddels uitstekend gelukt: reeds op basis van het eerste prototype zijn er al versterkers besteld.

De uitgangspunten van de Artephonos

Waarom is de Artephonos zo superieur? Kort samengevat:

– het is een full-triode buizenversterker;
– voldoende vermogen: 45 echte watts per kanaal;
– de gehele versterker is uitgevoerd met zogenaamde long-tailed pair versterkertrappen;
– daardoor kan de tegenkoppeling zeer laag blijven (5 dB), hetgeen de dynamiek en transparantie ten goede komt;
– voor de instelling van de eindtrap is een unieke schakeling ontwikkeld die een perfecte matching van de eindbuizen borgt en tevens een gelijkstroom component door de uitgangstrafo onder alle omstandigheden uitsluit (waardoor de laagweergave perfect is);
– de eindtrap staat natuurlijk in de fixed-bias mode, de enig juiste keuze voor maximale kwaliteitsweergave;
– het frequentiebereik is ook zonder tegenkoppeling al uitzonderlijk hoog (lager dan 20 Hz en hoger dan 40 kHz bij vol vermogen). Dit maakt het gebruik van fasecompensatienetwerken met condensatoren overbodig en dat is puur muzikale winst. Ook maakt dit de versterker onvoorwaardelijk stabiel bij capacitieve belastingen als Electrostaten.

In de Artephonos is op de kwaliteit van de componenten zeker niet bezuinigd. Hoe kan een dergelijke versterker dan toch zo betaalbaar zijn? Dat komt door het concept van de schakeling en de toegepaste buistypen. Er zijn bijvoorbeeld geen kostbare hoogspanningsvoedingen nodig. De kast is van een uitgekiend en niet uitzinnig luxe ontwerp. Bovendien wordt de bouw en verkoop door Hay Kockelmans geheel zelf gedaan; dus zonder overheadkosten. Lees de uitgebreide uitleg op www.hayendaudio.nl.

De Artephonos uitvoeringen

Omdat het oog ook zijn eisen stelt zijn de buizen zo geplaatst dat het fraaie schijnsel van de gloeidraden goed waarneembaar is. Alleen om deze reden zijn indicatielampjes weggelaten…Uw Artephonos heeft standaard twee paar luidsprekeraansluitingen om biwiring ook met forse kabels eenvoudig en betrouwbaar uit te kunnen voeren. De houten zijpanelen zijn leverbaar in diverse houtsoorten. Uniek is de optie uw eigen naam of andere tekst in het front te laten graveren!

Iedere versterker wordt speciaal op bestelling gemaakt. U kunt dus uw specifieke wensen kenbaar maken!

Artephonos Ensemble geïntegreerde versterker

Deze heeft vier lijningangen, een Home Theater direct input of extra lijningang naar keuze, een tape rec output of subwoofer uitgang naar keuze. De ingangen worden via hoogwaardige signaalrelais geschakeld. Verder is deze versterker standaard voorzien van zwaar metalen afstandbediening voor het volume en, omschakelbaar, ook voor de ingangskeuze. Prijs: € 4795,- .

Artephonos Ensemble Phono geïntegreerde versterker met buizen phono MM ingang

Dit is een Ensemble waar een lijningang vervangen is door een Phono MM input. Natuurlijk verzorgen prachtige triodes de versterking exact volgens de RIAA curve. Prijs: € 4995,-.

Artephonos Energa stereo eindversterker

Feitelijk dezelfde versterker als de Ensemble, maar uitgevoerd als stereo eindversterker, dus enkel met een stel inputs. Prijs: € 4695,-

In dezelfde Artephonos reeks komt nog een lijnversterker op de markt met als optie een MM en/of MC phono input. Verder staan er monoblokken op het programma.

Lees er alles over op www.hayendaudio.nl: HEA Shop.

Ir. Hay Kockelmans
Hay-End Audio, Venlo
www.hayendaudio.nl HEA shop
info@hayendaudio.nl
(0031)(0)6 155 45 270

Klughardt – Symphonie No. 3 Violin Concerto

Tuesday, March 15th, 2011

KLUGHARDT
Symphonie No 3 – Violin Concerto
Mirjam Tschopp
Anhaltische Philharmonie Dessau, Golo Berg
CPO 777 465-2 DDD 78’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Onbegrijpelijk dat componisten als deze in 1847 geboren Klughardt, zo lang over het hoofd zijn gezien. Blijkbaar vinden we een zoveelste Mahler symfonieën cyclus interessanter. Enfin, de hier opgenomen werken werden in hun tijd wel regelmatig gespeeld, maar zijn later toch in de vergetelheid geraakt. De stem van Robert Schumann klinkt overduidelijk door zijn kunst heen, maar beschikt ontegenzeggelijk over een eigen smoel. Direct al bij de opening van de symfonie treft ons de vanzelfsprekendheid, de geestdrift en bovenal hoe buitengewoon transparant alles lijkt geschreven. Niet vaak verschijnen er donkere wolken aan de hemel bij Klughardt, doch in het langzame deel breekt er een fase aan waar het behoorlijk wrijft en ons mede door de begeleidingsfiguren aan Bruckner doet denken.
Evenzo maakte het stralende vioolconcert direct een grote indruk op me en vormt een buitengewoon dankbare aanvulling op de inmiddels platgespeelde concerten van Bruch, Mendelssohn en Brahms. Tschopp die nog met Krebbers studeerde, speelt met groot gemak en de speelvreugde spat er vanaf. De CPO opnames hebben me nog nooit teleurgesteld. Ook nu niet: een uitmuntende registratie, met veel diepte perspectief en doorzichtigheid. Het orkest klinkt mooi in balans; geen spoortje overbelichting. Alles werkt mee om ons in vervoering te brengen van deze prachtige muziek.

Emile Stoffels
Luister 673

Diskotabel – de vergelijking

Saturday, March 12th, 2011

Op 27 februari werd in de vergelijking van Diskotabel op Radio 4, Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky besproken. Liefst negen uitvoeringen werden met elkaar vergeleken naar aanleiding van een nieuwe opname onder Andrew Litton op Bis. Ofschoon de commentaren een vertekend beeld geven, was het wel weer nuttig dit o zo belangrijke werk te bespreken.

Uit de eerste ronde bleek dat opname A een toporkest is met de nodige articulatie en balans. Opname B was wat langzamer, maar ook meeslepender en grillig. Opname C kwam er wat minder positief vanaf. Hier vond men het toch wat vlakker en minder pakkend. Ook de openingssolo van de fagottist was minder aansprekend en speelde meer op safe.

A. Bergen Philharmonic Orchestra, Litton BIS
B. Bamberger Symphoniker Nott, Jonathan Tudor
C. Cleveland Orchestra, Chailly Decca

Bij de tweede ronde was een panellid erg te spreken over D aangezien deze opname het meest authentiek overkwam. E bleek weer wat vlakker te zijn en te voorzichtig. Dit zou door de opname kunnen komen. Opname F werd weliswaar als eigenzinnig ervaren, maar was erg opwindend. Er was veel drive te bespeuren.

D. Koninklijk Concertgebouw Orkest Jansons, RCO Live RCO
E. London Philharmonic Orchestra, Haitink DECCA (oorspronkelijk op Philips uitgebracht)
F. Kirov Orkest, Gergiev PHILIPS

Bij de laatste ronde werd de opening van het tweede deel beluisterd. Hier werd vrij snel duidelijk en was men unaniem van mening dat opname H het hoogtepunt van de uitzending vormde. Alles leek hier te kloppen.

G. Detroit Symphony Orchestra, Dorati DECCA
H. Cleveland Orchestra, Boulez Deutsche Grammophon
I. Columbia Symphony Orchestra, Stravinsky Sony

Aan het slot waren het voor twee panelleden, opname H en F die er uitsprongen en voor een panellid opname H en D. Boulez op Deutsche Grammophon dus de kampioen, Gergiev op Philips op de tweede plaats en Jansons op RCO Live kreeg brons.

Voor mij persoonlijk blijft die onder Davis op Philips met het Concertgebouw Orkest uit 1977 nog steeds de toetssteen.

Klughardt – Quintets

Wednesday, March 9th, 2011

KLUGHARDT
Piano Quintet String Quintet
Leipziger Streichquartett Olga Gollej, piano Julian Steckel, cello
MDG GOLD 307 1652-2 DDD 70′

Uitvoering/Registratie *****/*****

Net als de eerder besproken orkestwerken, overtuigt Klughardt evenzeer in zijn kamermuziek. En ook in deze kwintetten bespeuren we de invloed van Schumann en die van Mendelssohn; de laatste in mindere mate. Klughardts kamermuziek klinkt absoluut vrij van iedere conventie, hoewel zijn muziek glasheldere principes verraadt. Tegen het einde van de 19de eeuw ontwikkelde het pianokwintet zich in twee richtingen. Enerzijds de intieme uitleg, ingezet door Robert Schumann. Anderzijds, een symfonische oriëntatie. Klughardt smeedt deze opvattingen samen in zijn pianokwintet op. 43. Een mooi voorbeeld is het zangerig heroïsche thema dat verschijnt na de tragische inleiding; een melodie die zich snel in de geest vastzet. Geheel in de kwintettraditie van Schubert en Boccherini, gebruikt ook Klughardt een extra cello. Ook dit werk ademt de geest der ongebondenheid en staat in dezelfde G-mineur sleutel als het pianokwintet. Fantastisch dat een prachtig label als MDG dit soort ondergewaardeerde componisten voor haar rekening neemt. Ook hier horen we net als de Schmidt Symfonie een paar maanden terug, de afwezigheid van klankmanipulatie en het streven naar natuurlijke klankkleuren. Fabelachtig mooie productie.

Emile Stoffels
Luister 673

Pfitzner – Orchesterlieder

Monday, March 7th, 2011

PFITZNER
Orchesterlieder
Hans Christoph Begemann Nordwestdeutsche Philharmonie Otto Tausk
CPO 777 552-2 DDD 68’

Uitvoering/Registratie *****/*****

Ronduit treffend hoe Pfitzner een eigen uitdrukkingsvorm vindt tussen Wagners declamatorische stijl, waarin het woord de noten dicteert en Schumanns diep peilende lyriek. Onwaarschijnlijk mooie vergezichten schenkt deze belangrijke erfgenaam der Romantiek ons in zijn orkestrale liederen. Om er maar een paar liederen tussenuit te halen. An den Mond op. 18 naar Goethe is een hoogst persoonlijk lied, waarin de maan steeds groter lijkt te worden, naarmate het lied vordert en ons haast verzwelgt in zijn aanwezigheid. Lethe op. 37 naar Conrad Ferdinand Meyer uit 1926, ontstond na de dood van zijn vrouw. Dit stuk hoorde ik voor het eerst in Musis Sacrum in Arnhem, onder Martin Sieghart en het werd een gedenkwaardig avondje. Ook nu weer werd ik volkomen overrompeld door de donkere huiveringwekkende atmosfeer, die bijna fysiek het lichaam binnen dringt en ons verwond als we niet oppassen. Gevaarlijk mooie muziek die de stemming van de dag bepaald en wellicht nog langer. De zang van Begemann staat als een huis en de CPO opnames verrassen me steeds weer op het gebied van doorzichtigheid en diepte. Ook staat de solist mooi ingebed in het orkest. Een buitenkans, deze indrukwekkende CD.

Emile Stoffels
Luister 673