Nieuwste berichten

Nieuws archief

Onderwerpen

Archief: February, 2011

England – Garden Shed

Tuesday, February 22nd, 2011

Ik kan me voorstellen dat deze plaat in 1977 als een bom moet zijn ingeslagen. Misschien ook niet, maar bij mij wel toen ik hem voor het eerst hoorde. Het is een door en door Engels product: zwarte galgen humor, verrassening en suspense. Het is een plaat die binnen de symfo-liefhebbers op handen wordt gedragen en met goede reden. De plaat ziet men slechts hoogst zelden en heeft inmiddels een kultstatus bereikt. Over de vraagprijzen zullen we maar zwijgen. Drie stukken springen er wat mij betreft uit: ‘Midnight Madness’‘Three Piece Suite’ en ‘Poisened Youth’. Al in het openingsnummer valt men van de ene in de andere verbazing door de muzikale invallen en spitsvondigheden. Opvallend is het volstrekt eigen geluid van deze band. Op de zelfde kant staat het ‘Three Piece Suite’ dat zachtjes begint met een fade-in. Al snel worden we overrompeld door een prachtige samenzang en een knorrende Hammond orgel. Diverse fases passeren de revue, totdat het dramatische slot zich aankondigt. De climax van dit stuk is van een onmetelijke schoonheid. Het laatste nummer, het pièce de résistance, is ‘Poisened Youth’. Iedere keer valt mijn mond open wat daar allemaal gebeurt. Het stuk begint al met een korte maar zeer merkwaardige openingsroffel, dat ritmisch – althans voor mij – moeilijk is thuis te brengen. Opvallend is het in ieder geval. Na deze roffel, wordt er een grimmige sfeer neergezet door de Mellotron en een begeleidend basfiguur. Ondertussen blijft het slagwerk de aandacht trekken. Ofschoon drummer Jode Leich een stijl van eenvoud hanteert, klinkt het slagwerk buitengewoon boeiend en zelfs spectaculair. Dit wordt door de mix ook wel benadrukt. Gaandeweg wordt het hoofdthema voorgesteld en na de nodige ontwikkelingen komt er een fase waaruit blijkt hoe geniaal deze jongens zijn. Dit gedeelte is qua atmosfeer volslagen uniek en wederom klinkt het slagwerk oorspronkelijk. Hieruit wordt weer aan een climax gebouwd, in de vorm van een gitaarsolo. Deze solo ebt uiteindelijk weer weg in een anticlimax, waarna de slotfase aanbreekt waarin de band alle registers lostrekt en uiteindelijk het hoofdthema als laatste climax verschijnt. De opbouw hier naar toe is ook weer opmerkenswaardig. Ik heb zelden een dergelijke climax gehoord en dit komt denk ik omdat deze muzikale jongens het kruit niet te snel verschieten en goed weten wat ons als luisteraar zo boeit: de techniek van spanning en ontspanning. Het zal een hele jacht worden om deze plaat te scoren, want hij is moeilijk te krijgen. Men zal zich dus tevreden moeten stellen met de CD, maar dat mag de pret niet drukken…

Emile Stoffels

David Sancious – True Stories

Friday, February 18th, 2011

Ik wil er geen gewoonte van maken om binnen zeer korte tijd twee LP’s te beschrijven van dezelfde artiest, maar deze keer maken we toch een uitzondering. Bij ‘Just as I Thought’ kwam terloops ‘True Stories’ al ter sprake, maar deze topplaat verdiend werkelijk alle lof. Het zijn die zeldzame parels uit de rock die nooit worden genoemd. Het is de overwegend hymnische gloed die afstraalt van deze muziek. Het instrumentale nummer Prelude #3 op kant 1, is van een verbluffende schoonheid en heeft Bach als voorbeeld. Ik weet dat ik de andere nummers onrecht doe, maar ik wil vooral twee nummer benadrukken: ‘Ever the Same’ en ‘Matter of Time’. Deze nummers op kant 2, zijn eigenlijk miniatuur symfonieën, vol vernuft en muzikaliteit en worden gescheiden door het serene ‘Interlude’. Alex Ligterwood is een vocaal kanon die iets weg heeft van een hogepriester die ons voorzingt, maar wat zou er van de muziek overblijven zonder het slagwerk van Ernest Carter? De plaat voert ons van de ene naar de andere climax, maar aan het slot van ‘Matter of Time’ als Ligterwood met het koortje ‘Time will heal you’ zingt, breekt de hemel werkelijk open. Net als in het geval van ‘Just as I thought’, is het waarschijnlijk moeilijker een Europese persing te bemachtigen dan een US exemplaar. En ook hier is het weer de uitstekende klinkende Masterdisk die het najagen waard is. Ik had de CD al lange tijd niet gedraaid, maar het viel mij op dat de plaat oneindig veel opener is. Bovendien is er een klankonbalans die te veel naar het laag neigt.

Emile Stoffels

Refugee – Refugee

Monday, February 14th, 2011

Refugee  werd opgericht in augustus 1973, door ex Nice leden Brian Davison en Lee Jackson. Helaas zou het  bij deze ene plaat blijven. Toetsenist Patrick Moraz verdween een jaar later alweer, om Rick Wakeman in Yes te vervangen. Maar wat een geweldige plaat is dit. De twee lange stukken ‘Grand Canyon Suite’ en ‘Credo’ zijn de absolute hoogtepunten, maar de kortere stukken mogen er ook wezen. ‘Credo’ is het langste stuk en wat mij betreft een van de hoogtepunten uit de progressieve rock periode. Met gemak kan het zich meten met ‘The Gates of Delirium’, ‘The Cinema Show’ etc.
Na een lange onheilspellende opening, ontwikkelt er zich een duidelijk thema. Als dat eenmaal ontvouwd is, slaat de atmosfeer ineens om en wordt er een versnelling ingezet waarin Davisons slagwerk de hoofdrol opeist. Wanneer deze grimmige periode volkomen is uitgewerkt, breekt een hymnische fase aan die zich helemaal uitspreekt en uitmondt in een geweldige climax. Daarna keert de snelle passage weer terug om bijna ongemerkt over te gaan in een exotische en vooral enerverende slotfase die buitengewoon ritmisch aandoet en reeds vooruit wijst naar ‘The Story of I’; Moraz‘ magnifieke soloplaat uit 1976. Refugee is een van mijn absolute favorieten, waarin Patrick Moraz zich van zijn beste kant laat zien. Een onwaarschijnlijk knappe en creative toetsenist die zich ook nog als een groot componist  ontpopt.

Emile Stoffels

Kronzilla SDi 35 – een tweede Praagse Lente

Tuesday, February 8th, 2011

Kronzilla SDi 35 – een tweede Praagse Lente

“Iemand moest Jozef K. verraden hebben, want ondanks dat hij de nodige voorzorgsmaatregelen had genomen, werd hij op een ochtend gearresteerd door de verbruikspolitie”.

Tja, wie zal het zeggen: wellicht komt er ooit nog een tijd waarin er geen plaats meer zal zijn, voor apparatuur met een buitensporig hoog verbruik. We kennen allemaal de discussies over duurzame energie en het uitbannen van apparatuur, dat bepaald niet groen is. Laten we dus in de tussentijd – zolang het nog kan – dan maar genieten van buizenversterkers, totdat op een dag ook bij ons een opsporingsambtenaar op de deur klopt…

Dat er mooie dingen uit de voormalig Boheemse stad Praag komen, is bekend en niet in de laatste plaats door het Boheemse kristal. Het is over de gehele wereld befaamd. De omgeving van bijvoorbeeld Karlovy Vary, leent zich uitstekend voor het onttrekken van grondstoffen voor het vervaardigen van kristal en glas. Er is in de omringende bossen voldoende hout en geschikt zand te vinden. De kwalificatie “kristal” wordt gegeven aan glas met een hoog loodgehalte. Hierdoor krijgt het glas het vermogen te schitteren als diamant. Het echtpaar Kron uit Praag houdt zich echter met een andere toepassing van glas bezig en wel met het vervaardigen van buizen en buizenversterkers.

Oude wijn in nieuwe zakken…

Het begon allemaal in 1992 met de verbetering van bestaande triodes en het ontwikkelen van eigen power triodes. Het succes dat nu geboekt is, is dan ook het resultaat van het onderzoek en vergelijk dat ze gedaan hebben tussen de handgemaakte KR buizen en de massaproducties, gemaakt op de apparatuur uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Kron onderwerpt ook het glas voor de buis, aan een strenge selectie. Het glasblazen, de glaskolven van de buis en de bedrading ervan, wordt in eigen hand gehouden. Hierdoor is de kwaliteit zo hoog van deze handgemaakte producten, dat het inmiddels heeft geresulteerd in een leidende positie op het gebied van eindbuizen. Enkele typen zijn de 842, de KR 300B en de T1610; ’s werelds grootste en krachtigste triodebuis. De buis die gebruikt wordt in de SDi35.

Inmiddels is Riccardo niet meer onder ons, maar zijn vrouw Eunice heeft de zaken succesvol voortgezet. Op dit moment zitten er 15 verschillende versterkers in het programma waaronder twee solid-state typen. De afgelopen jaren heeft KR een aantal opvallende prijzen in de wacht gesleept zoals Best Amplifier Of The Year, Best Tube Amplifier, Best Amp Of The Year en een 6Moons.com Blue Moon Award.

Het wilde beest

Het was een warme dag in het najaar toen de Kronzilla bij mij werd afgeleverd in een houten kist. God zij dank was Cor Dekker van Musical Reality bereid om het 50 kilo wegende monster mee naar boven te slepen. Dat ‘beest’ dankt zijn naam overigens ook voor een belangrijk deel aan een andere bruut. De eerste Kronzilla kreeg in 1999 het predikaat “Amplifier of the Century” in de USA en dat was ten tijde van de film Godzilla. Amerikanen geven graag bijnaampjes en zo kreeg de versterker de naam: Kronzilla. Uiteraard vernoemd naar de ontwerper Riccardo Kron.

Bij het uitpakken geloofde ik mijn ogen niet. De Kronzilla gebruikt een waarlijk  beestachtige eindpit. Het is de T1610, die eigenlijk een dubbele 805 in één glaskolf (2 X 805 = 1610) is. Ik heb me laten informeren dat KR een speciale pomp heeft moeten ontwikkelen om deze gigantische glaskolf vacuüm te trekken. Het lijkt me dan ook een echte bezienswaardigheid, dit productieproces eens zelf te bekijken. Ook de buispennen zijn bestiaal groot: vingerlang en dik. De fysieke vergelijking van de EL84 met de 211 was al hilarisch; met de T1610 is het ronduit belachelijk.

Techniek

Wat m.b.t. het verbruik geldt voor de door mij geteste Melody AN 211 (verschijnt in een toekomstig nummer), geldt voor de Kronzilla vanzelfsprekend nog meer. De gebruikte T1610 buis steekt werkelijk apollinisch af tegen de 211 buis. En dat is toch geen kleine jongen. De opgegeven spanning op de anode van de 1610 is maximaal 650 volt en dat levert dan 50 watt in klasse A op bij de SX versie. Bij de SDi 35 staat er klaarblijkelijk minder spanning op de anode en dienovereenkomstig levert hij 35 watt.

Uiteraard zit de Kronzilla in een andere prijscategorie dan de Melody AN 211. Toch kan ik het niet laten de twee in een aantal aspecten met elkaar te vergelijken. De SDi 35 is een zogenaamd hybride ontwerp: in plaats van stuurbuizen, worden er FETs gebruikt. Dat is voor de verstokte buizenaanbidder als vloeken in de kerk, maar het valt toch niet ontkenen dat een aantal ontwerpers succesvol gebruik maakt van deze methode. Ook ervaren veel audio liefhebbers FETs in combinatie met buizen, als een zeer gelukkig huwelijk. In het geval van de Kronzilla heb ik begrepen dat men wel met een buizen stuurtrap heeft geëxperimenteerd, maar uiteindelijk gaf de combinatie met de FET toch een beter resultaat.

Luisteren

Wat mij bij de eerste tonen direct trof, was het schijnbaar oneindig ver doorlopend hoog. Iets wat nog wel eens een punt van kritiek is bij veel buizenversterkers. Cymbals lieten meer metaal horen dan ik gewend was met mijn eigen EL84 SE versterker, zonder ook maar een zweempje van korreligheid of vervorming. Bij het Wynton Marsalis Quartet had de eerste klap van de snaredrum een ongekende snelheid, die zelfs voor wat schrik effect zorgde. En dan het verbazingwekkend gemak van de reproductie. Het viel op dat bij hoog afspeel volume, Dianne Reeves met groot gemak luider kon zingen zonder dicht te lopen. De Kronzilla was dus heel gemakkelijk in staat om veel dynamische verschillen weer te geven. Iets wat ik tot op zekere hoogte ook bij de Pass Labs INT-30A hoorde. De Melody is daar weer minder toe in staat. Mijn eigen El84 single ended versterker kwam daar al helemaal niet bij aan te pas, maar dat heeft ook veel met hetvermogen en vooral de slew rate te maken. Ook in het laag kwam de Kronzilla griezelig dichtbij de ModWright KWA100. Zelfs in dat identificerende aspect waarin de ModWright zich zo onderscheidde bij mij: die opvallende gelaagdheid in de basweergave. Uiteindelijk blijft de Amerikaan hierin toch de baas, maar het zegt wel iets over waarin een single ended toch toe in staat kan zijn. Echter, twee zaken moeten we niet vergeten: de Kronzilla is ruim drie keer de prijs van de Melody AN211 en ook zal het makkelijke karakter van mijn speakers een rol van betekenis spelen. Bij complexe en lastige luidsprekersystemen zal de Kronzilla het moeilijker krijgen, ofschoon ik geloof dat hij ook een luidspreker zal aansturen die een relatief zware wissel op een versterker trekt.

Een aantal MFSL platen hebben een overvloedig laag, soms op het overdreven af. Het is algemeen bekend dat sommige artiesten absoluut niet gecharmeerd waren van bepaalde MFSL remasters, omdat er excessief veel bas was bijgesneden. Zo is er bij de Mobile remaster van Powerful People van Gino Vannelli, behoorlijk wat bas vergeleken met de gewone productie master (die overigens uitstekend klinkt). Normaal geeft dat met mijn EL84 versterker een probleempje, MAAR… niet met de Kronzilla. Bij ‘Lady’ en ‘Felicia’ was er absoluut geen sprake van onaangenaam bonkend laag. Integendeel: de bas was volumineus doch schoon, snel en geprofileerd. Bovendien ontwaarde ik verscheidende laagjes in de basregisters. Ook de Sonata Da Chiesa van Andriessen, was nagenoeg vrijer van kleuring dan ik de laatste tijd gewend was.

Dan de sterkste merites van de buis: vloeiendheid, openheid, vanzelfsprekendheid, het gevoel te hebben: “dat alles klopt”. Dat kwam bij het beest uit Praag allemaal bij elkaar. Peter Gabriel had een stroperigheid die de Kronzilla deelde met de Melody AN211, met dat verschil dat de eerste nog meer inner detail liet horen. Ook had ik het idee dat de uithoeken van het stereobeeld werden verkend. Bij de Manfred Symfonie, had het orgel aan het einde duidelijk een eigen plek en toch was het mooi geïntegreerd in het orkest. Ook had het slagwerk, hoogte in het stereobeeld. De strijkersecties waren allemaal apart aan te wijzen en de houtblazers werden heuse personages. De vijf stukken voor orkest opus 16 van Arnold Schoenberg, klonken pregnant en de instrumenten waren door de hoge mate van tastbaarheid, met een verbazingwekkend gemak te volgen tot ver in het grote geluidsbeeld. Inner detail was hier wederom overvloedig aanwezig. Ja, ronduit sensationeel was te horen hoe de Kronzilla alles losweekte. Ook de zaken die niet direct iets te maken hebben met muziek: speeksel, geschuifel, gekreun, gestommel en niet te vergeten het applaus op live registraties, dat doorgaans een goede lakmoesproef vormt.

Conclusie

13.000 euro is op z’n zachtst gezegd een aanzienlijk bedrag, maar de nagenoeg compromisloze performance van deze Tsjech is opvallend te noemen. Handgemaakte producten kosten nu eenmaal meer. Het beest uit Praag is tot nu toe de best klinkende single-ended buizenversterker, die ik ooit bij mij thuis gehoord heb. Uiteraard is de Kronzilla niet drie keer beter dan bijvoorbeeld de Melody AN 211, maar hij gaat wel een stap verder in het losweken van detail, stereo beeld en loopt verder door in de frequentie uitersten. Ook is het schijnbaar onbeperkt kleuren palet een van de kwalificaties van de Kronzilla.

Het is dat we de gloeidraden (helaas) nagenoeg niet kunnen zien branden, anders zouden we nog gaan denken dat het een echt levend wezen is…

Emile Stoffels

Gebruikte CDs:

Vienna: Schoenberg, Berg, Webern/Dorati – Mercury;
Scratch my Back – Peter Gabriel;
Random Acts of Happiness – Bill Bruford;
Wynton Marsalis Quartet – The Magic Hour;
PRIÈRE: 
Andriessen, Franck, Saint-Saëns, Klop/Toon Hagen;
Tsjaikovsky/Manfred Symfonie – Chailly/Decca;
Powerful People/Gino Vannelli – MFSL;

Audiophysic Sitara – Sierlijke HiFi

Sunday, February 6th, 2011

Audiophysic Sitara

De eisen en functies van luidsprekers zijn in de loop der tijd enigszins veranderd. Waar exotische speakersystemen voor pakweg twintig jaar terug veelal nog grillige ontwerpen waren, wordt dat nu zoveel mogelijk teruggebracht naar eenvoudige doch strakke designs.

Audiophysic is zo’n bedrijf dat dat op succesvolle wijze doet. Al hun modellen voldoen qua verhouding en vormgeving aan de gulden snede en zijn een lust voor het oog.

Het gerenommeerde bedrijf van eigenaar Dieter Kratochwil en ontwerper Manfred Diestertich uit het Duitse Brilon, timmert al weer sinds 1983 aan de weg en ik was dan ook benieuwd naar de prestaties van de Sitara luidsprekers in mijn huiskamer. Bij het uitpakken werd mij al snel duidelijk dat dit bedrijf buitengewoon serieus is en nadere inspectie ontblootte dan ook een afwerking van de hoogste kwaliteit. De in China vervaardigde kasten zijn werkelijk vlekkeloos afgewerkt. De drivers daarentegen worden ontworpen en ontwikkeld in eigen huis en exclusief voor Audio Physic gemaakt.

De Sitara is een 2,5 weg systeem en het kleinste vloerstaand model uit de High-End serie met een gevoeligheid van 89dB en een nominale impedantie van 4 ohm. Opvallend is hoe het faseverschil tussen de tweeter en middentoner wordt gecorrigeerd, door de kast zeven graden achterover te laten kantelen. Er zijn uiteraard meerdere wegen die naar Rome leiden, maar dit is wel op een zeer esthetisch verantwoorde wijze gedaan. Verder is de kast te verkrijgen in diverse uitvoeringen: Maple, Black Ash, Cherry, Walnut, Ebony, White High gloss en Black High gloss. Overigens is er tegen een meerprijs van 200 euro de mogelijkheid tot bi-wiren.

Luisteren

Het eerste paartje dat ik kreeg was niet ingespeeld behalve dan dat de Drivers door Audiophysic gedurende 15 uur getest en belast worden in de fabriek voordat ze geassembleerd worden. Dit stelde mij weer eens in de gelegenheid te horen, hoe een systeem zich ontwikkelt tijdens het inspeelproces. Het proces dat wellicht is te vergelijken met de metamorfose van een onooglijke rups naar een prachtige vlinder. Altijd interessant! Toch schijnen er – om onbegrijpelijke redenen – nog steeds mensen te zijn, die vinden en/of denken dat dit onzin is. Maar dat is bijna niet voor te stellen na wéér de zoveelste ervaring, met een nieuw component in een audio keten.

Hoe dan ook, om toch maar snel meters te kunnen maken, werd het eerste duo door More Music omgeruild voor een volledig ingespeeld paartje. Niet dat ik het vervelend vond, een systeem langer dan normaal in huis te moeten hebben. Integendeel! Het leven is echter te kort en de kunst te lang…

Eenmaal uitgepakt en voorzien van de bijgeleverde spikes, kwam ik bij de eerste globale luistersessie uit op een sterk ingedraaide positie op ongeveer 30 centimeter van de achterwand. En dan moeten we toch denken aan een stand waarbij we – indien we het hoofd iets naar rechts of links verplaatsen – al snel de buitenste zijwand van de kasten kunnen zien. Als ik ze weer iets uit elkaar draaide, had dat uiteraard invloed op het stereobeeld. Stemmen en instrumenten waren in dat geval iets moeilijker te lokaliseren en werden dan gradueel groter afgebeeld. Anders gezegd: bij meer indraaien werd het beeld significant scherper en nam de doorluisterbaarheid fors toe. Het is dus de moeite waard enige tijd te investeren in het juist positioneren van de Sitara’s, maar de beloning is groot. Nu moet ik wel zeggen dat ik genoodzaakt was de speakers zo in te draaien, omdat ze 3 meter uit elkaar waren geplaatst door een dressoir. Ik vermoed dan ook dat als de Sitara’s wat dichterbij elkaar zouden staan, er ook geen sterke indraaiing nodig was. De ene luidspreker reageert daar gevoeliger op, dan de ander. Mijn Mission’s die altijd op diezelfde plek staan, hebben daar wat minder last van.

Aangestuurd door mijn Philips DVD 963A, replica Audio Note M7 en Charlize eindversterker, gaven de Sitara’s aanvankelijk een klankbalans die naar mijn zin ietwat tendeerde naar het midden-laag. Toevallig had ik ter recensie ook een aantal voeten uit het Harmonix programma in huis, die ik kon inzetten. Met de RF-900MKII voeten werd die tendens al grotendeels geneutraliseerd, al bleef het toch nog net iets teveel naar mijn smaak. Het voor de hand liggende advies in deze is dan ook om rand apparatuur te kiezen die dat compenseert. Ik kon op dat moment nog niet beschikken over mijn nieuwste referentie, de ModWright KWA 100. Die zou ongetwijfeld nog meer tonale balans hebben aangebracht en bovendien meer profiel. Feit blijft dat uiteindelijk de oren van de potentiële koper zelf tot gids moeten zijn.

Maar laten we vooral noemen waar de Sitara’s goed in waren, want die gedachte overheerst absoluut. Ondanks de genoemde geneigdheid naar het midden-laag, bleken ze behoorlijk ritmisch en bleef er meer dan voldoende elasticiteit over om snellebasloopjes en synthesizers accuraat en met het nodige profiel weer te geven. Dat bleek wel met Dancing Girls op Human Racing van Nik Kershaw. Maar vooral houtblazers werden mooi neergezet. De fagot in de opening van Le Sacre klonk gitzwart en met veel druk. Evenzo de basklarinet iets verderop in het stuk en de rest van het hout hadden het natuurlijke timbre. Het lag dan ook voor de hand dat ze makkelijk waren te identificeren. Een goede test is ook om de hobo van zijn grotere broer de cor-anglais te onderscheiden. Die proef werd ook goed doorstaan in de genoemde balletsuite van Stravinsky. Een ander voorbeeld is de opening van het tweede deel van Vaughan Williams’ 9de symfonie. Daar kan men namelijk gemakkelijk twijfelen tussen een trompet en een flugelhorn en ook hier lieten de Sitara’s het verschil overtuigend horen.

Ofschoon de Sitara’s qua klank iets aan de warme kant zitten, werden wel degelijk masteringsverschillen weergegeven. Dat bleek wel uit een vergelijk tussen de ‘Originals’ serie van Deutsche Grammophon en de eerste generatie Cd’s uit datzelfde huis. Ook veranderingen in de audio keten werden gemakkelijk opgemerkt door deze vloerstaanders. Van tijd tot tijd sluit ik een losse DAC aan op de digitale uitgang van mijn Philips DVD 963A en dat werd overduidelijk blootgelegd; net zoals de experimenten met andere voedingskabels, goed te horen waren.

Conclusie

De Audiophysic Sitara bleek een prettig en aangename speaker zonder dat het de verschillen in opnames nivelleert. Bij veel speaker systemen, sluiten deze aspecten elkaar veelal uit; maar niet bij de Sitara. Anders gezegd: meestal is het óf een aangename klank, óf hoge resolutie, openheid enz.

Zoals altijd dient de potentiële koper ook aandacht te besteden aan het zoeken naar een passende versterker die het enigszins volslanke karakter wat beteugelt. Verder denk ik dat er het beste bekabeling gebruikt wordt, die niet teveel de nadruk legt op het lage midden gebied.

Tot slot heb ik door de smetteloze uitstraling en afwerking ook genoten van de fysieke aanwezigheid van de Sitara’s in mijn huiskamer. D’accord, alles heeft ook z’n prijs maar een dergelijke afwerking is inderdaad zeldzaam en ik kan me voorstellen dat maar weinig echtgenotes een probleem hebben met het sierlijke design.

Emile Stoffels

Gebruikte Cd’s:
Nik Kershaw – Human Racing;
Prince – 3121;
Bartok – Piano Concertos – DG 457 909-2;
Beethoven – 9th Symphonie – DG 447 401-2;
Schönberg – Verklärte Nacht – DG 457 721-2;
Stravinsky – Le Sacre du Printemps – Philips 416 498-2;
Vaughan Williams – 9th Symphony – RCA GD 90508;

Bill Bruford – One of a Kind

Friday, February 4th, 2011

Na grote successen met Yes, King Crimson en UK, verscheen in 1979 Brufords tweede soloplaat: One of a Kind. Na ‘Feels Good to Me’, waar de stem van Annette Peacock nog te bewonderen valt, is deze plaat geheel instrumentaal. Maar om nu te zeggen dat we het missen? Nou, dacht het niet. Toetsenist Stewart ondervangt dat overtuigend met de nodige atmosfeer en niet te vergeten gitarist Allan Holdsworth, die was meegekomen van UK. Hier en daar hoort men overigens de naweeën van UK, en schenken ze ons enig inzicht in Brufords bijdrage aan de eerste LP van UK.
Het meest opvallende is uiteraard Brufords slagwerk, per slot van rekening was het zijn soloplaat. Toch is alles in balans en klinken de composities als vanzelfsprekend. Nooit wordt het klinisch en het is altijd verrassend. “Fainting in Coils,” “Five G”, “Hell’s Bells” en het tweedelige “The Sahara of Snow”, zijn denkelijk de sterkhouders van deze plaat. Toch zijn het allemaal stuk voor stuk, sterke composities. “Fainting in Coils” onderscheidt zich door een interessante opbouw en het is ronduit aanstekelijk hoe Bruford alles ritmisch omlijst. “Five G” begint met een volstrekt authentieke basssolo van Jeff Berling en eindigt met een hemelse gitaarsolo van Holdsworth. Op het pakkende “Hell’s Bells” waar de LP mee opent, wordt overigens wel een vrouwenkoortje gebruikt. En wat een uitsmijter is het slot van de plaat: “The Sahara of Snow”. Na het geheimzinnige eerste deel, barst het tweede deel los en gaat het dak er letterlijk af. Heerlijke plaat dit, die regelmatig op mijn draaitafel ligt. Ben in afwachting van een US mastering die ik op e-Bay heb gekocht. Ben benieuwd hoe die klinkt t.o.v. mijn Nederlandse en Japanse exemplaren…

David Sancious – Just As I Thought

Thursday, February 3rd, 2011

Negroïde zwier samengesmolten met de klassieke tradities. Dat is wat hier op boeiende wijze wordt gedaan. De multi instrumentalist Sancious haalt na andere schitterende platen, weer alles uit de kast.
David begon op 7 jarige leeftijd klassieke piano te studeren en leerde zichzelf gitaar spelen. Na samengewerkt te hebben met Bruce Springsteen, vormde hij in 1974  zijn eigen band ‘Tone’. In het jaar daarop verscheen zijn debuut LP Forest of Feelings geproduceerd door Billy Cobham. De volgende plaat Transformation – The Speed of Love uit 1976 biedt ons een waar concept nummer van 20 minuten. Met True Stories uit 1978 kwam er meer accent op het vocale aspect door onder andere zanger Alex Ligertwood, die daarna naar Santana vertrok. Op Just as I thought is de bandsamenstelling wat anders maar dat mag de pret niet drukken. Khabir Ghani, had Ligertwood vervangen en bassist Jeff Berlin, Gerald Carboy. Drummer Ernest Carter is – net als op de andere LP’s – weer nadrukkelijk aanwezig. Wat een slagwerker!
Pièce de résistance wat mij betreft, is toch Suite (For the End of an Age). De opening komt direct binnen waarna een boeiend motief wordt ingezet, dat de rest van het nummer bepaalt. Woorden schieten de kort voor de rest van de ontwikkeling van het nummer. Het ene hoogtepunt wordt afgewisseld door het andere. Luister ook naar het stuwende element door de ritmesectie, niet in de laatste plaats door Ernest Carter. Het luisterrijke Again is een prachtige love song die ons altijd zal bijblijven. Geweldige plaat dit! Klinkt ook lekker. Probeer de Masterdisk master te krijgen. Dat zal niet moeilijk zijn, aangezien ik nog nooit een Europese persing heb gezien.