Laatste berichten

Laatste reacties

REGER – Violin concerto in A major

door emile | May 8, 2012

REGER
Violin concerto in A major Op 101 Two Romances Op 50
Konzerthausorchester Berlin, Lothar Zagrosek Tanja Becker-Bender
Hyperion CDA 67892 DDD 56’56

Uitvoering/Registratie *****/*****

Toen Paul Hindemith gevraagd werd wat Max Reger voor hem betekende, antwoordde hij: “Max Reger war die letzte Riese in der Musik.” Robuust en sensitief tegelijk, nadert hij met zijn rusteloze chromatiek de grenzen van de tonaliteit. Deze grenzen worden evenwel nergens overschreden. Hij is lange tijd onbegrepen en vooral miskend geweest. En ook nu worden we niet verwend met uitvoeringen van Regers muziek; zeker niet met diens vioolconcert. Om maar direct ter zake te komen: Hyperion komt hier goddank met een waarlijk schitterende uitvoering in de serie grote romantische concerten, waarop ook de twee Romances staan. Toegegeven: het is een hele zit – het eerste deel alleen al duurt bijna een half uur –, maar onze inspanning wordt beloond. Het is inderdaad het werk van een reus, zeker voor een concertant werk, maar korter dan een gemiddelde Mahler symfonie. Regers vioolconcert verwijst bij vlagen naar de Symphonischer Prolog zur einer Tragödie. Ook hier weer het algemeen menselijk drama van noodlot, strijd, ondergang en heilsverschiet, Groots, imponerend, monumentaal en subliem zijn de kwalificaties voor dit werk. Becker-Bender voelt hoorbaar de geest van dit werk uitstekend aan. Vuur en tederheid wisselt ze af, om in de cadens van het eerste deel onze mond nogmaals te laten openvallen. Tim Ashley van de Guardian oordeelde over dit werk als volgt: “…we are left with a big post-Romantic concerto that occasionally sounds too Brahmsian to be considered wholly original.” Ofschoon deze recensent genuanceerd is, doet hij dit werk toch nog te kort. Natuurlijk zijn er enkele momenten die ons aan Brahms doen denken: Reger komt ook uit die traditie, maar heeft een volstrekt eigen taal en dit concerto is dan ook autonoom. Imponerende muziek, een overdonderende uitvoering en een schitterende opname. Hoogste lof!

Emile Stoffels
Luister 682

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

BORIS YOFFE – Song of Songs

door emile | April 28, 2012

BORIS YOFFE
Song of Songs
Rosamunde Quartett The Hilliard Ensemble
ECM New Series 2174 476-4426 DDD 51’53

Uitvoering/Registratie ****/****

De in St. Petersburg Boris Yoffe begon met het schrijven van korte stukken voor strijkkwartet in 1995, die gemiddeld slechts een halve minuut duurden. Als je dat maar iedere dag consequent doet, heb je binnen enkele jaren een aanzienlijke hoeveelheid materiaal. Die inmiddels tot maar liefst duizenden pagina’s uitgegroeide berg, heeft hij verzameld en het ‘Kwartet Boek’ genoemd. De muziek op deze CD is een selectie door de componist én de uitvoerenden, uit ongeveer 800 pagina’s van de laatste drie tot vier jaar. Een opvallend project, zeker ook gezien de toevoeging van vier zangers die frases van The Song of Songs zingen. Yoffe’s muziek toont duidelijk de Duitse kamermuziek traditie (Schönberg, Reger), Russische poëzie en de esthetiek uit het verre oosten. Het is muziek die zondermeer oproept tot contemplatie en dat is in deze absurd jachtige wereld alleen maar welkom. Alle lof wat dat betreft. Of deze muziek uiteindelijk overleeft, valt te bezien. De tijd zal dat leren. Ik zou zeggen: laat de muziek voor zichzelf spreken en laat vooral de luisteraar zelf oordelen….

Emile Stoffels
Luister 682

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

BRUCKNER Symphony No 4 – Bernard Haitink

door emile | April 20, 2012

BRUCKNER
Symphony No 4
London Symphony Orchestra Bernard Haitink
LSO LIVE SACD LSO 0716  DDD 69:08

Uitvoering/Registratie *****/*****

Het is spijtig te constateren dat sommige werken bijna niet worden uitgevoerd of opgenomen en men er maar voor blijft kiezen het zogenaamde ijzeren repertoire voor de zoveelste keer op te nemen. Nu kan wat mij betreft Bruckner nooit teveel worden uitgevoerd, maar objectief gezien is dit mijns inziens een ietwat overbodige opname: ook Bruckners vierde is oververtegenwoordigd in de catalogi. En toch! Weer val ik voor Haitinks visie en directie. Al zijn opnames overziend, kan ik niet één misser noemen van deze maestro. Zijn puls is altijd raak; in het bijzonder bij Bruckner. Alles vloeit bij hem. Ook bij deze gelegenheid. Bovendien is de combinatie London Symphony Orchestra en Bernard Haitink een succes en maakt hij weer gebruik van de tweede versie uit 1877/78 van Nowak (1953). Zover ik hoor, staan de tweede violen rechts ter wille van de antifonische effecten. Een consequentie is dat deze groep violen bij een live uitvoering een meer omfloerste, vaag mystieke klank geven dan de eerste viool groep, aangezien de F-gaten op het bovenblad juist van de toehoorder afstralen. Het ligt voor de hand dat dit onderscheid in timbre, voor Bruckner van groot belang is. Bij een live opname – anders dus dan bij een live uitvoering – is het goed mogelijk dat dit effect geheel of gedeeltelijk wordt geneutraliseerd, afhankelijk van de plaatsing van de (extra) microfoons. Hoe dan ook, de opname is onberispelijk: nooit scherp, altijd aangenaam met een overvloed aan details en glans. De potentiële koper moet deze SA(CD) toch maar overwegen want er komt ooit een tijd dat Bernard Haitink niet meer onder ons is…

Emile Stoffels
Luister 681

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

SCHUMANN Piano trios op. 63 & 110

door emile | April 14, 2012

SCHUMANN
Piano trios op. 63 & 110
Voces Intimae
Challenge Classics CC 72520 DDD 58:40

Uitvoering/Registratie ****/****

Dit is de hoog romantiek; dit is de wereld van Jean Paul en E.T.A. Hoffmann; en dit is Robert Schumann op zijn best. Zijn fantastische trio’s zijn een in streng klassiek gehouden behandeling van vormen en instrumenten. Toch is het vrij. De opus 63 is wellicht het beste wat Schumann op het gebied van kamermuziek heeft gegeven. Wat deze twee trio’s verbindt, is de gekwelde doch gepassioneerde atmosfeer. In het eerste deel van het eerste trio, overheerst de obsederende Manfred stemming en het mijmerende langzame deel doet sterk denken aan de late Beethoven kwartetten. Van het trio opus 110 wordt veelal gezegd dat het minder diep peilt dan de voorgaande twee trio’s, maar heeft toch ook zijn momenten. In het Scherzo van het derde trio komt het thema van de vierde symfonie voor. Schumann is hier overigens de eerste die de traditionele Italiaanse terminologie vervangen had door zuiver psychologische aanwijzingen, in de Duitse taal. Hierdoor kan men terecht spreken over ‘de geest van het werk’. Het Voces Intimae speelt op authentieke instrumenten en laat deze muziek wel sterk vloeien, maar ik mis toch ook een beetje de verheven pathos en hartstocht. De opname klinkt soms wat aan de dunne kant.

Emile Stoffels

Luister 681

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

ADÈS Anthology

door emile | April 7, 2012

ADÈS Anthology
Endellion String Quartet Arditti Quartet Birmingham Contemporary Music Group London Sinfonietta
EMI 50999 0 88560 29 DDD 64’18/73’19

Uitvoering/Registratie *****/*****

Dit is een dubbel cd van EMI uit 2011; een heruitgave uit half tot eind jaren 90 en omspant 20 jaar van componeren, door Thomas Adès. Het is een indrukwekkende dubbelaar, met een aantal indringende werken die een blijvende indruk maakt. Het boekje opent terecht met de woorden: these listeners will be alarmed and charmed. Volgens Simon Rattle is Adès de meest extravagant getalenteerde onder de huidige generatie van Britse componisten, met inspirerende, stimulerende maar tegelijkertijd provocerende werken. Dat geldt zeker voor het Arcadiana voor strijkkwartet en het Piano Quintet. Van de Mazurkas die hier voor het eerst zijn opgenomen, is het laatste deel mijns inziens het sterkst. Een ongemeen kleurrijk stuk – hier zijn vroegste werk – is de Chamber Symphony opus 2. Het eerste deel heeft een Tango ritme, maar we nemen ook de nodige jazz invloeden waar. Direct op het puntje van de stoel zitten we als de basset klarinet invalt, kort nadat de percussie het eerste deel heeft geopend. Het was aanvankelijk bedoeld als basset klarinet concert, maar tijdens het componeerproces is het omgevormd naar een kamer symfonie. De opname is hier van tijd tot tijd ongekend realistisch. Het “America: A Prophecy” is wellicht het hoogtepunt en is zondermeer een huiveringwekkend document. Het doet ons qua thematiek aan de Jeremiah symfonie van Bernstein denken. Alleen Adès gaat qua expressie nog een stapje verder. Dit zijn zo van die werken, die haast fysiek binnendringen en voor langere tijd beklijven. Ook het iets toegankelijker vioolconcert is fascinerend. Ten slotte staat er nog een mooi interview met de componist afgedrukt in het boekje. Een boeiend programma en schitterend opgenomen. Hoogste aanbeveling!

Emile Stoffels

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

door emile | March 29, 2012

STRAVINSKY
Rite of Spring Firebird Suite Scherzo Tango
Budapest Festival Orchestra Ivan Fischer

Channel Classics CCS SA 32112 DDD 63’10

Uitvoering/Registratie *****/*****

Ofschoon sommige auteurs Le Sacre weleens betitelen als een laatste uitloper der Romantiek, maakt het nog steeds een hyper moderne indruk. Dit werk steunt grotendeels op de ritmiek en is blijkbaar voor veel orkesten nog steeds een uitdaging. Ivan Fischer is inmiddels wel uitgegroeid tot een maestro, door keihard te studeren en zich alleen bezig te houden met de noten. Dat blijkt wel uit deze Sacre die in meerdere opzichten indrukwekkend is. Enigszins getemperd weliswaar – ik zou bijna willen zeggen in cultuur gebracht – maar daardoor wel een enorme controle. Vanaf het eerste moment is daar die spanning en genoot ik van de basklarinetloopjes. In de Augures printanières — Danses des adolescents zijn er veel details te bewonderen. Veelal is dit deel ritmisch lastig vooral verderop, maar Fischer doet dit vlekkeloos. Bij Rondes printanières zucht en kreunt het, zonder dat het te veel gaat slepen. Wel hadden de hoorns in de climax wel wat luider gemogen. Bij de Cortège du Sage heb ik zelden zulke knorrende fagotten gehoord. Ook was er geen hysterie in de Adoration de la terre, waardoor de aard van de rite wordt onderbelicht. De verleiding is ook wel volkomen begrijpelijk om juist daar vol gas te geven, maar Fischer doet dat dus niet. Ook verstaat hij de kunst van het kruit niet te snel te verschieten, zoals blijkt uit Le Sacrifice. Hij werkt duidelijk toe naar het slot, waar het helemaal los gaat zonder dat het een kermis wordt. Alles overziend een meer dan uitstekende Sacre dus. Complimenten evenzo aan de opname technici: Een mooie uitgebalanceerde en homogene opname die nergens hinderlijke nadrukjes vertoont. De registratie heeft een rood-bruine gloed, met toch overvloedige details. Wel lijkt het of de opname een voorkeur voor het hout heeft, maar ach… had Stravinsky dat zelf ook niet?

Emile Stoffels
Luister 681

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

Clara Schumann & Johannes Brahms

door emile | March 22, 2012

Biografie van een muzikale vriendschap in brieven en noten Deel 1: 1853 – 1866 ISBN 978-94-6176-013-5

Wat maakt en vormt ons stervelingen? Zijn het niet de mensen die we ontmoeten op beslissende momenten in ons leven, alsmede de geestelijke houding en omstandigheden van die tijd? Waar wordt onze geest mee gevoed? Voor Johannes Brahms waren dat in zijn jeugd de werken van de grote Duitse Romantische schrijvers: Novalis, E.T.A. Hoffmann en Jean Paul. Later was daar de kennismaking via Joseph Joachim met het echtpaar Robert en Clara Schumann. Deze twee zouden in Brahms’ kunst, direct de natuur mystieke wereld van de grote Duitse schrijvers horen. Later roemde Robert Schumann in zijn gezaghebbende “Neue Zeitschrift für Musik”, de muzikale kwaliteiten van Brahms. Als kind van zijn tijd had ook Johannes te maken met de veranderde geestelijke houding in Europa, die de componist min of meer dwong om van het traditionele vormschema af te wijken. Zelf behoorde hij bij een beweging in de Romantiek die tegen de stroom van de Wagneriaanse school inging en de 18de eeuwse traditie fel verdedigde. Hij trachtte de klassieke stijl te verbinden met de romantische ideeën. Een meester is hij van de intimiteit en de kleine vormen zoals ballade, rapsodie en het lied. Het lied bleef het centrale punt binnen zijn oeuvre; de zingbare melodie: het ging hem erom de algemene stemming van het gedicht in een geordende muzikale structuur te vangen.

Ook werd hij wel eens de geniaalste knutselaar genoemd, omdat hij de “grote overgeleverde vorm met louter kleinere eenheden vult”. Dit bracht de grote denker Nietzsche ertoe, Brahms’ stijl de “Melancholie des Unvermögens” te noemen. Puur vormtechnisch gezien, ligt zijn grootste bijdrage dan ook in de kamermuziek.

Door de kennismaking met de Schumanns in 1853 mag dat jaar voor Johannes Brahms – en bij uitbreiding de twee decennia na 1850 – als zeer belangrijk worden bestempeld. Het is een tijd waarin de Duitse bourgeoisie zich meer en meer bezighoudt met het zakenleven en de opkomende industrie. Evenzo streeft zij culturele ambities na; daarmee haar eigen helden vererend.

Voor Clara Schumann was haar dominante vader en het huis aan de Grimmaische Strasse te Leipzig, ontegenzeggelijk van doorslaggevend belang. Het werd een ontmoetingsplaats voor muziekuitgevers, componisten en musici. Ze zou tijdens haar reizen als concertpianiste belangrijke toondichters uit haar tijd ontmoeten, Pagannini, Chopin, Berlioz en uiteraard degene die uiteindelijk haar man zou worden: Robert Schumann.

De auteur van Velzen, verdiepte zich in de briefwisseling van Clara en Johannes en ontdekte dat er slechts een klein deel in het Nederlands vertaald was. Hoewel Brahms een aantal brieven van Clara in de Rijn gooide en zij op haar buurt een deel van zijn brieven verbrandde, zijn er gelukkig toch veel brieven bewaard gebleven. Wat mij zo trof was de onderlinge afspraak, in 1866 om de brieven uit te wisselen. Aan elkaar terug te geven dus. De lezer van nu, zal overigens bij de brieven veelal een mate van dweperigheid voelen, maar zo was het blijkbaar toen.

Ook pleegt deze studie af te rekenen met de hardnekkige mythe dat Johannes en Clara een romantische verhouding hadden, nadat Robert Schumann in een kliniek in Endenich werd opgenomen en vervolgens was overleden. Door de ziekte van Robert raakte Brahms nauw betrokken bij de familie en dat bleef zo tot de dood van Robert Schumann in 1856. Hij is aanvankelijk weliswaar verliefd op Clara en er wordt in de omgeving wel over gemompeld, maar wanneer zij weduwe wordt neemt Brahms toch meer afstand. Hij verkiest zijn werk boven de liefde en zijn houding ten opzichte van Clara wordt minder onderdanig: hij durft haar zelfs te bekritiseren. Echter, als in 1865 zijn geliefde moeder overlijdt, deelt hij zijn diepste emoties eigenlijk alleen met Clara. Medeleven van anderen lijkt hij niet te kunnen aanvaarden. Clara, schreef in haar dagboek over Brahms als “door God gezonden”. Ze zou een grote inspiratie zijn voor Johannes, die nog slechts een klein duwtje in de rug nodig had om tot grote wasdom te komen.

Het boek is overzichtelijk van opbouw, ondanks dat er overvloedig gebruik gemaakt is van voetnoten. Het begint met twee korte biografieën van zowel Brahms als Clara, gevolgd door een aardig overzicht van de krachtsverhoudingen en stromingen in de Romantiek. Dirigent Philippe Herreweghe die het voorwoord schrijft en Brahms een ‘traditionele progressieveling’ noemt, verwijst interessant genoeg naar een brief van 15 april 1861. Daar schrijft Brahms hoe hij denkt over metronoomaanduidingen. Ten slotte eindigt dit eerste deel met de periode rondom de voltooiing van zijn “Deutsches Requiem”.

Ja, we mogen inderdaad blij zijn met deze onderneming, omdat ook deze brieven in ruimere zin een boeiend inkijkje geven in het leven van toen. Deel twee en drie zijn inmiddels ook uit. Een mooie aanleiding om alle cadeau en VVV bonnen in te wisselen…

Emile Stoffels
Luister 681

Categorie: Boekbespreking | Reageer »

BARTOK – Complete works for violin vol 1

door emile | March 11, 2012

BARTOK
Complete works for violin vol 1 – early works and transcriptions
Antal Zalai József Balog
Brilliant Classics 9236 DDD 70’31

Uitvoering/Registratie ****/****

Deze Brilliant CD biedt vroege Bartok werken en transcripties. Tot de vroege werken behoort de sonate in E uit 1903, die uiteraard weinig van doen heeft met de glansrijke vioolsonates uit 1921 en 1922. Toch is hier allang geen sprake meer van schools werk of studentenwerk. Bartok voltooide deze sonate vlak na zijn symfonisch gedicht Kossuth. De hoekdelen waren vlak daarvoor al klaar, maar het tweede deel pas na de verworvenheden van Kossuth. Het tweede deel heeft dan ook meer vorm evenwicht en is het best geslaagd van de sonate. Niettemin zijn er genoeg interessante bladzijden aan te wijzen in het eerste deel, met name in de doorwerking. Toch werd de sonate na enkele uitvoeringen al terzijde gelegd en later zelfs verloochend. Het vroegste werk hier is echter het Albumblatt uit 1902 toen Bartok nog pianoleerling in Budapest was. Het is waarschijnlijk geschreven voor mede leerling Adila d’Aranyi die viool studeerde en waar hij wellicht een oogje op had. Het spel van Zalai en Balog is puur en verfijnd en de opname is aangenaam. We mogen zondermeer uitkijken naar de volgende delen in deze serie en er vanuit gaan dat ook de twee vioolsonates en vooral de grootse sonate voor viool solo, geprogrammeerd zijn.

Emile Stoffels
Luister 680

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

HORIZON LIVE 4

door emile | March 3, 2012

HORIZON LIVE 4
Royal Concertgebouw Orchestra
Ed Spanjaard
RCO 11001 DDD 60:50/67:50

Uitvoering/Registratie *****/*****

Dit is een ongemeen spannende cd! Live stukken door het Concertgebouworkest onder diverse dirigenten – waaronder Ed Spanjaard – uit 2009 en 2010, van Gustav Mahler, Geert van Keulen, Detlev Glanert, Willem Jets, Joey Roukens, Rodion Shchedrin, Luciano Berio en Matthew Hindson. De dubbel cd opent met een in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest, door Matthews voor orkest bewerkte uitvoering van Mahlers onvoltooide pianokwartet, ‘Nicht zu Schnell’. Musicoloog Colin Matthews – die ook samen met Deryck Cooke werkte aan de uitvoeringsversie van Mahlers tiende – heeft nogal wat aanpassingen verricht: “In mijn bewerking heb ik de overladen textuur moeten verhelderen.” Interessant voor de Mahler liefhebbers om het origineel met deze versie te vergelijken. Echt spannend wordt het met Glanerts Fluss ohne Ufer. “Ik zie mijn partituren graag als een spierbundel […]. De grillige menselijke natuur van muziek valt niet uit te vlakken.” Het huiveringwekkende stuk is vernoemd naar de gelijknamige roman van Jahnn (1894 – 1959), waarin een muiterij wordt beschreven op een mysterieus schip met onbekende bestemming. Glanert wilde naar eigen zeggen het stuk in één grote spanningsboog schrijven. Nu, dat is hem wel gelukt. De muziek boeit van het begin tot eind. Dat is ook waar voor Jeths’ Scale ‘Le tombeau de Mahler’, dat in het programma is opgenomen. Een opdrachtwerk met veel verwijzingen naar Gustav Mahler. Evenzeer heb ik genoten van de aparte, bonte atmosfeer van Roukens’ Out of control. We zouden het bijna filmisch ondergaan. Een absolute aanrader deze cd. De opname is van een verbluffende kwaliteit: doorzichtig en massief tegelijk.

Emile Stoffels
Luister 680

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »

LUTOSLAWSKI Vocal Works Volume 2

door emile | February 23, 2012

LUTOSLAWSKI
Vocal Works Volume two
Lucy Crowe Toby Spence Christopher Purves
BBC Symphony Orchestra Edward Gardner

CHANDOS CHAN 10688 DDD 67:40

Uitvoering/Registratie *****/*****

In het september nummer besprak collega Riedstra al tamelijk positief de Volume one: de  orkestwerken van Lutoslawski. Deze CD bevat enkele vroege vocale werken en drie latere zeer belangrijke. Mijn eerste kennismaking met Lutoslawski’s muziek was met zijn aan Bartok opgedragen Funeral Music voor strijkers. Het was liefde op het eerste gezicht en die is nooit overgegaan. De CD opent met de op volksmuziek gebaseerde Silesian Triptych uit 1951. Vooral het onheilspellende middelste stuk komt direct binnen. Het Paroles tissées stamt uit 1965 en was geschreven voor Peter Pears, die ook de première deed. De instrumentatie is interessant: slechts strijkers, piano en harp. Het eerste deel doet aanvankelijk aan zijn genoemde Funeral Music denken. Het zwaartepunt van deze compositie ligt duidelijk op het derde deel, net zoals bijvoorbeeld bij zijn Concert voor Orkest. Net als de Paroles, is ook de aan Dietrich Fischer-Dieskau opgedragen Les Espaces du sommeil uit 1975 geïnspireerd op een gedicht (dit keer van Robert Desnos), dat zijn climax pas aan het eind bereikt. Daar is de muziek geniaal op afgestemd en de droom is hier evenzo het onderwerp. Ook het prachtige Lacrimosa uit 1937 staat erop en is zijn enig sacrale stuk. Het zou deel moeten gaan uitmaken van een Requiem dat er nooit kwam. Het programma besluit met het opvallend kleurrijke Chantefleurs et Chantefables voor sopraan en orkest uit 1990. De solisten staan helemaal in de muziek en hebben m.i. alles gegeven om deze cd tot een onverdeeld succes te maken. Dit is overigens – in tegenstelling tot de Volume one – geen SACD, maar de registratie is van een adembenemend realisme. Zelden heb ik de solisten zo mooi in het stereobeeld gehoord. Kippenvel!

Emile Stoffels
Luister 680

Categorie: CD recensies klassiek | Reageer »


« Vorige berichten